Verlangen naar wildheidTheo Wams , directeur natuurbeheer bij Natuurmonumenten, over Thomas van Slobbe, directeur Stichting wAarde, die meent dat maatschappelijke problemen worden opgelost als we de natuur weer aan de mensen geven. De jongeren hadden wat onverschillig onderuit gehangen toen Thomas van Slobbe hen een voorstel deed: ontwerp een eigen ‘groene hangplek’. Van Slobbe was er op uitnodiging van de gemeente Nijmegen, die een bekend probleem opgelost wilde zien: samenklonterende jeugd verveelt zich, wordt agressief en veroorzaakt overlast. Groen kan de oververhitting uit de samenleving halen, meent Van Slobbe. Een boom geeft schaduw en brengt rust. De bladeren ruisen. Rond een boom kun je dollen en klauteren. Zo ontstond het idee voor die groene hangplekken. ‘Eerst reageerden de jongeren verveeld’, herinnert Van Slobbe zich die eerste gesprekken op een winderig schoolplein in Nijmegen. Hij kreeg ze pas mee nadat hij had beloofd dat de gemeente hun idee zou gaan uitvoeren, wat ze ook zouden verzinnen. ‘Echt waar? Gaan jullie het dan werkelijk maken? Ik zag de jongeren ineens rechtop zitten.’ Het idee: jongeren zullen zuiniger zijn op een zelfbedacht afdak dan op een standaardkeet, min of meer zoals huiseigenaren hun woning beter verzorgen dan huurders. Inmiddels is de plek in Nijmegen gerealiseerd. Hun eigen graffiti-wall staat er, jongeren kunnen er schuilen tegen regen en genieten van de geurige lavendel en ter plekke geplukte bessen. Van Slobbe kan niet bewijzen dat de spanning op straat nu minder is, maar wel ziet hij dat de jongeren nu positiever betrokken zijn bij hun eigen leefomgeving. En het idee slaat aan. Na experimenten met groepen rondom middelbare scholen in Amsterdam, Bergen op Zoom, Leidsche Rijn, Arnhem en andere gemeenten heeft Van Slobbe een website in het leven geroepen: op NaturallyCool.nl vinden jongeren inspiratie voor hun eigen groene hangplek, compleet met tips over hoe je een maquette bouwt, de buurt meekrijgt en de gemeente kunt verleiden tot snelle actie. Op zeker vijftig middelbare scholen en buurthuizen verspreid door het land zijn jongeren aan de slag gegaan met het ontwerpen van hun eigen groene hangplek. Inmiddels zijn er nog twee andere hangplekken gerealiseerd (Dordrecht, Bergen op Zoom), terwijl het werk bijna klaar is op twee andere plekken (Amsterdam, Arnhem) en in nog een handvol andere steden zijn jongeren in overleg met het gemeentebestuur. Het initiatief voor de groene hangplekken is tekenend voor Van Slobbe, die vindt dat natuur teveel is ingekaderd. Als oprichter en directeur van denktank Stichting wAarde, ontpopt hij zich als luis in de pels van de natuur- en milieubeweging. Zijn werkwijze? Hij vangt de tijdgeest, analyseert de frictie en zoekt naar een nieuw handelingsperspectief. Het kan gaan over jongeren die nergens mogen schreeuwen of stoeien, over kinderen die niet meer leren leven met kleine risico’s, over inburgeraars die zich letterlijk ontheemd voelen, of over koeien die in de strakke productieweilanden geen schaduw vinden. Van Slobbe is niet alleen een denker, maar ook een doener. Hij plant bomen, vlecht heggen en struint door de natuur op zoek naar eten en dat doet hij samen met de zogenaamde probleemgroepen van de samenleving. Zo inspireert Van Slobbe natuurorganisaties om kritisch te zijn over de eigen communicatie, die vaak teveel is gericht op mensen die toch al naar de natuur trekken, en zo inspireert hij beleidsmakers om open te staan voor ongewone -oplossingen. Door er vervolgens over te publiceren, brengt Van Slobbe zulke concepten verder naar een breder publiek. En dat brede publiek verdient hij, want wat Van Slobbe zegt over de natuur, zegt hij eigenlijk over de samenleving. En voor de moderne maatschappelijke uitdagingen heeft hij dan ook een recept dat direct afkomstig is uit de natuur. ‘We hebben de wildheid te ver uitgebannen.’ In Beek-Ubbergen, een dorp bij Nijmegen, gelegen aan de grens met Duitsland, loopt het pad steil omhoog naar de oude villa waar Stichting wAarde kantoor houdt. Erachter, op de Heuvelrug, tussen hoge bomen, kronkelt een gevlochten heg door de wei. De kraanmachinist die een sleuf moest maken om de heg in te poten, wilde aanvankelijk alleen recht graven, vertelt Van Slobbe, die juist wilde dat hij de lijnen van het landschap volgde. ‘Ik heb wel een half uur op hem in staan praten’, herinnert Van Slobbe zich. ‘Toen zag ik zijn oordopjes. Ik vroeg van welke muziek hij hield. Nirvana. “Mooi,” zei ik, “volg je muziek.” Toen moest hij lachen; dat vond hij wel een uitdaging.’ Hij boog de meidoorns vlak boven de grond en vlocht ze door hazelaars, beuken en vele andere struiken, waardoor een dichte groene afscheiding is gegroeid; veel mooier dan prikkeldraad. Van Slobbe kijkt genietend rond. Volgens hem biedt deze vlechtheg leefruimte aan wel 250 soorten planten en dieren.
1
2
3
NEXT >>
|
|



