Email   Print

Nu is de beste tijd

Hoe lang moet je met verdriet rondlopen voordat je hulp zoekt?

David Servan-Schreiber | 121 november 2009 issue

Linda zit diep in de put en zoekt hulp. Wat haar is overkomen, is hartverscheurend. Op een avond om zes uur kreeg haar tien maanden oude baby koorts en leek hij ernstig ziek. Na een paar vlugge, gerichte vragen via de telefoon stelde de kinderarts haar gerust: ‘Het lijkt niet zo ernstig. Vanavond een Sinasprilletje en dan kunt u morgen op het spreekuur komen.’

Om elf uur ging het nog niet beter en kon Linda de baby nauwelijks zover krijgen dat hij zijn ogen opende. Het was al laat, maar toch belde ze de kinderarts weer. Duidelijk geërgerd, omdat hij thuis werd gestoord, antwoordde hij dat er geen bijzondere veranderingen waren. Ze moest de volgende ochtend maar met het kind op zijn spreekuur komen.

Linda bleef ongerust. Ze besloot niet naar bed te gaan en installeerde zich in een stoel in de woonkamer om op haar zoontje te letten. Toen ze hem tegen zich aan hield en zijn ruggetje wreef, voelde ze zijn adem, die te warm was, in haar hals. Om vijf uur schrok ze wakker, boos op zichzelf omdat ze in slaap was gevallen. Het kind in haar armen was dood.

Sindsdien deed Linda nauwelijks nog een oog dicht. Het beetje slaap dat ze kreeg, werd verstoord door nachtmerries. Overdag werd ze gekweld door de beelden van die nacht. Haar keel en maag zaten dichtgeschroefd. Ze verweet zich dat ze een slechte moeder was. Waarom was ze niet gewoon naar het ziekenhuis gegaan? Ze had het gevoel dat ze niet meer kon leven met haar verdriet. Soms voelde ze het handje van haar baby in de hare of zijn adem tegen haar wang. Ze vroeg zich af of ze bezig was gek te worden.

Uiteindelijk zocht Linda een therapeut. De diagnose was snel gesteld: traumatische rouw. Als Linda hier twee jaar last van had gehad, had iedereen haar zonder aarzelen een therapie aangeraden om haar verdriet te helpen verwerken. Als het een half jaar had geduurd, zouden sommigen zich afvragen of ze wel lang genoeg had gerouwd? In Linda’s geval waren er nog maar drie weken verstreken. Had ze met haar verdriet naar huis moeten worden gestuurd? ‘Het spijt me, uw verdriet is een reactie op het verlies van een naaste en dit is het normale verloop. U hebt nog niet genoeg geleden om hulp te krijgen. Komt u maar terug als uw verdriet nog wat langer heeft geduurd.’

Wie bepaalt hoe lang het lijden van een ander moet duren? We weten dat nog geen acht sessies rouwtherapie in meer dan tachtig procent van de gevallen al genoeg zijn om de symptomen van traumatisch verdriet te verlichten. Wat heeft het voor zin om iemand die rouwt mogelijke verlichting te onthouden? Heeft een therapeut het morele recht iemand die hulp zoekt een behandeling te weigeren?

Mensen die een naaste hebben verloren, denken vaak dat hun verdriet een manier is om de herinnering aan de overledene levend te houden. Maar wat zou Linda’s zoontje na een paar weken zijn moeder hebben toegewenst? Aan het eind van de therapie had Linda het antwoord op die vraag gevonden: ‘Ik voel me niet meer geblokkeerd door de afschuwelijke beelden van die laatste nacht met hem. Ik kan nu de mooie, tedere momenten die we hebben gekend weer zien. Ik ben dankbaar voor alles wat hij voor me heeft betekend.’ Toen legde ze haar hand op haar hart. ‘Hij heeft nu rust en ik draag hem in mijn hart. Ik zal hem nooit vergeten en hij zal altijd bij me zijn. Ik kan mijn leven weer oppakken.’

David Servan-Schreiber is hoogleraar psychiatrie in Frankrijk en Amerika, en auteur van Uw brein als medicijn en Antikanker.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.