Email   Print
Share  

Hoera, de energierekening!

Hoe een nieuw type huis meer energie produceert dan het verbruikt en onze woonlasten en CO2-uitstoot kan verlagen

Marco Visscher | 119 september 2009 issue

Dit onopvallende nieuwbouwhuis in Leusden heeft zijn energiebesparende technieken achter het metselwerk verstopt
Foto: Innoconstruct BV

Als minister van VROM had Jacqueline Cramer al enkele energiezúinige woningen bezocht en zelfs een energieneutrále woonwijk: in Zweden was dat, in Valkenburg komt er eentje. Maar in maart van dit jaar, tijdens een werkbezoek in Leusden, was ze verheugd te zien dat er een overtreffende trap bestaat: ‘Een energieléverend huis!’, riep ze uit tijdens de opening van Nederlands eerste ‘energiepluswoning’. Cramer noemde het ‘vindingrijk, innovatief en superduurzaam’.

Het huis, gebouwd in de jarendertigstijl, valt nauwelijks op in de nieuwbouwwijk Tabaksteeg in Leusden – en dat is het grootste compliment dat je kunt geven aan Johannes Out (29), die het met zijn vriendin Marianne bewoont. ‘Minister Cramer was er aanvankelijk met haar chauffeur voorbij gereden’, zegt Out trots. ‘Ze was volslagen verbaasd dat het “ecohuis van de toekomst” er heel gewoon uitziet.’

 
 

De unieke maatregelen die ervoor zorgen dat het huis meer energie produceert dan verbruikt, zijn dan ook grotendeels verstopt achter het metselwerk. Weliswaar zijn er de twaalf zonnepanelen op het dak, waar ook een kleine windturbine staat, maar onzichtbaar voor de toevallige voorbijganger zijn bijvoorbeeld de driedubbele beglazing, de extra isolerende kurklagen in het hout van de kozijnen en een halve meter dikke funderingslaag van gerecycled glas. De extra dikke muren zijn opgebouwd uit piepschuimen bouwblokken die een holte openlaten waar het beton in is gestort, wat zorgt voor een heel goede isolatie. Warmte wordt grotendeels verkregen door de zon en voor de rest door een warmtepomp die in verbinding staat met twee pijpen van zeventig meter diep. ‘Toen we eens nachtvorst hadden, ben ik even voor het raam gaan staan’, vertelt Out. ‘Het ijs zat aan de buitenkant, maar de binnenkant van het raam voelde nog warm.’

et Smith House, in Illinois, is een van de weinige passiefhuizen in de VS

Het lijkt erop dat Out met de bouw van zijn huis een project heeft afgerond waar overheden over de hele wereld naar uitkijken: een project dat de twee belangrijkste crises van onze tijd – de economische recessie en klimaatverandering – aanpakt op een aansprekende manier. De innovatieve bouwconcepten kunnen werkgelegenheid en economische groei opleveren, en intussen zal de CO2-uitstoot drastisch verminderen. ‘Ik vind het van de gekke,’ begint Out, ‘dat we mensen op de maan kunnen zetten en tot op de bodem van de oceaan kunnen duiken, maar dat we nog nauwelijks in staat zijn om een huis energiezuinig te maken, terwijl dat technisch al lang mogelijk is.’

Out is niet de eerste die in een huis woont dat meer energie produceert dan verbruikt. De ontwerpers van deze woningen bouwen voort op de ideeën van het zogeheten passiefhuis, een concept dat eind jaren tachtig in Europa ontstond. Het passiefhuis boort andere energiebronnen aan dan het elektriciteitsnet: zonlicht, de lichaamswarmte van bewoners en zelfs de warmte die wordt opgewekt tijdens normale huishoudelijke activiteiten als koken, in bad gaan en het gebruikmaken van elektrische apparaten. Doordat het gebouw goed geïsoleerd en winddicht is, wordt het merendeel van deze warmte vastgehouden en door een zeer efficiënte ventilatietechniek met een warmtewisselaar gebruikt om het huis in de zomer te koelen en in de winter te verwarmen.

 
 

Zelfs met de ramen en deuren dicht zorgt het ventilatiesysteem met warmtewisselaar voor een aangenaam, gezond binnenklimaat. De temperatuur schommelt meestal zo rond de 22 graden Celsius, of het nu een decemberochtend of julimiddag is. Volgens een rapport uit 2005 van het Oostenrijkse Ecologie Instituut leidt de ‘effectievere luchtcirculatie’ in passiefhuizen ertoe dat de luchtvervuiling ‘significant minder is dan in huizen zonder ventilatiesysteem waar dezelfde bouwmaterialen zijn gebruikt’. Het onderzoek kwam ook tot de conclusie dat de concentraties stof, pollen, micro-organismen en radon – een geur- en kleurloos gas dat in verband wordt gebracht met longkanker – allemaal lager zijn dan in normale huizen.

Passiefhuizen kunnen consumenten een smak geld op hun energierekening besparen – en de planeet nog meer CO2-uitstoot. Volgens het Passivhaus Institut (PHI), opgericht door de Duitse natuurkundige Wolfgang Feist, die medebedenker is van het passiefhuisconcept, kan de energieconsumptie met maximaal 90 procent verlaagd worden ten opzichte van een gemiddelde woning, en maximaal 75 procent vergeleken met nieuwere gebouwen. Terwijl een al gebouwd huis jaarlijks zo’n 160 kilowattuur per vierkante meter woonruimte (kWh/m2) verbruikt, hebben woningen die volgens de passiefhuisstandaard zijn gebouwd maximaal 15 kWh/m2 nodig. Volgens ecohuisspecialist Uwe Kettner uit het Duitse Saxon bespaart een passiefhuis met 140 vierkante meter woonoppervlak elk jaar ongeveer duizend euro aan brandstof en stadsverwarming.

Tot nu toe zijn er wereldwijd duizenden passiefhuizen gebouwd, waarvan sommige zijn gebaseerd op bestaande huizen. De meeste zijn te vinden in Duitstalige landen en Scandinavië. Volgens de Stichting PassiefHuis Holland zijn er enkele tientallen in Nederland. (Op 6, 7 en 8 november houden sommige hiervan open huis. Meer informatie: www.passiefhuis.nl.) In de Verenigde Staten komen ze nog niet veel voor, maar er zijn wel enkele spectaculaire voorbeelden. Het Smith House in Urbana, Illinois, dat stamt uit 2003, is een eengezinswoning met twee verdiepingen, twee slaapkamers en een vloeroppervlak van 110 vierkante meter. Het huis ‘heeft een simpele, compacte vorm die energie bespaart,’ zegt Katrin Klingenberg, de in Duitsland geboren Amerikaanse architect en ontwerper van het gebouw, ‘omdat het resulteert in de kleinst mogelijke oppervlakte-volumeratio.’ Ontwerpprincipes als deze zorgen ervoor dat passiefhuizen zelfs gebouwd kunnen worden in gebieden waar door strenge winters een betrouwbare verwarming vereist is. Het Waldsee BioHaus, dat gebouwd werd in 2006 in Bemidji in Minnesota – waar de temperatuur in de winter soms daalt tot wel 20 graden onder het vriespunt – blijft warm dankzij de extra dikke buitenmuren, die bestaan uit geïsoleerde betonblokken. Net als het Smith House is het BioHaus gemaakt van materialen die hernieuwbaar, gerecycled of recyclebaar zijn.

Rolf Disch, een architect en milieubeschermer uit het Duitse Freiburg, vroeg zich vijftien jaar geleden voor het eerst af of het mogelijk was om van een huis een elektriciteitscentrale te maken. Om een dergelijk huis te ontwerpen, ging Disch (65) een stap verder en inmiddels is hij een meester geworden in het bouwen van energieplushuizen. In 2004 ontwierp Disch zelfs een energiepluscomplex in Freiburg dat bestaat uit een woongedeelte met vijftig appartementen en een vijf verdiepingen tellend kantorencentrum.

Goede isolatie is een essentieel onderdeel van energieplushuizen. De muren in het complex in Freiburg hebben ‘extra dikke isoleerlagen en bevatten nauwelijks koudebruggen’, zegt Disch, die daarmee de slecht geïsoleerde stukken bedoelt waar warmte verloren gaat. ‘De ramen hebben een drievoudige, infraroodreflecterende beglazing die veel zonnestralen naar binnen laat, maar net als de muren voorkomt dat de opgebouwde warmte weer naar buiten ontsnapt.’ Elk dak heeft een zonnescherm dat zo geplaatst is, dat het het interieur tegen de hoge zomerzon beschermt, maar de woning wel laat verwarmen door de lage winterzon. De zonnepanelen op het dak wekken elektriciteit op. Dit alles bij elkaar, zegt Disch, ‘zorgt ervoor dat het gebouw energie produceert, er slim mee omgaat, en het vasthoudt’. Vijf andere Duitse dorpen en steden hebben plannen voor vergelijkbare complexen.

‘Ik heb pas één keer de verwarming hoeven aanzetten’, zegt Stefan Sattler, een 32-jarige advocaat die sinds oktober 2007 een penthouse huurt in het door Disch ontworpen energiepluscomplex. En zelfs toen had Sattler de extra warmte – ingekocht bij het lokale warmtenet – maar een paar uur nodig. Aangezien hij samen met zijn medebewoners de overtollige energie die de zonnepalen op het dak produceren met winst terugverkoopt aan het nutsbedrijf in de stad, is Sattler een van de weinige mensen die met een glimlach op zijn gezicht zijn energierekening opent. Hij verdient geld aan zonne-energie, in plaats van te moeten betalen voor olie of gas. Bewoners van een gemiddelde unit in het complex in Freiburg verdienen op deze manier jaarlijks meer dan drieduizend euro, bovenop een besparing op olie of gas van opnieuw zo’n drieduizend euro.

Met al die nadruk op goede isolatie zijn sommige mensen bang dat wonen in een energieplushuis is alsof je in een thermosfles leeft. Ja, je energierekening is lager, maar wat als je op een warme zomeravond zin hebt om de voordeur open te laten? Volgens Sattler is dat geen probleem: ‘Er wordt vaak gedacht dat je deze huizen goed moet afsluiten om te voorkomen dat er energie verloren gaat, maar dat klopt niet. Je kunt de ramen, net als in een normale woning, gewoon openzetten. Het is zelfs mogelijk de zogeheten ventilatievleugels ’s nachts open te houden.’

 
 

Al deze energie-efficiente slimmigheden hebben echter wel een prijs. Een energieplushuis kan 10 tot 15 procent duurder zijn dan een normale woning; voor zonnepanelen moet je daar nog eens 5 tot 15 procent bij optellen. Toch wordt deze meerprijs normaal gesproken vrij snel terugverdiend vanwege lagere energierekeningen en onderhoudskosten. In het geval van Johannes Out is de terugverdientijd, naar zijn eigen berekening, hooguit dertien jaar – en dat is in het onwaarschijnlijke geval dat de energieprijzen gelijk blijven.

Het geheim van Leusden zit met name in de energiezuinige huishoudelijke apparaten, zonder welke het huis geen energieoverschot zou opleveren. Via zijn eigen bedrijf InnoConstruct, waarmee hij hoopt meer energiepluswoningen te realiseren, vond Out in bedrijven als Siemens en Philips partners die hun snufjes ter beschikking stelden. ‘Verlichting is normaal gesproken een slurpende post’, zegt Out. ‘Er zijn wel veertig spots in ons huis, maar er is er niet eentje van meer dan 7 Watt; spotjes die je bij de bouwmarkt koopt, zijn al snel 40 of 50 Watt, dus het is een enorme besparing.’ Verder zijn apparaten als de vaatwasser, de wasmachine en -droger en de stofzuiger de meest energievriendelijke in hun soort. Out heeft bovendien geen gasaansluiting; ze koken op een inductieplaat en gebruiken een stoomoven. Doordat alle huishoudelijke apparaten bij elkaar zo’n 2000 kWh verbruiken in een jaar, terwijl het huis 2500 kWh opwekt, houdt Out over. Dit jaar nog zal Out een elektrische auto aanschaffen, zegt hij. De overtollige energie kan hij dan gebruiken om de accu hiervan op te laden. Out heeft berekend dat hij zo’n vijfduizend kilometer gratis moet kunnen rijden in een jaar.

Nieuwe energieplushuizen ‘kunnen vrijstaande of twee-onder-een-kapwoningen zijn, of rijtjeshuizen’, meent Disch. ‘De techniek kan worden toegepast in een groepje huizen of in een compleet huizencomplex.’ InnoConstruct heeft inmiddels een consortium gevormd, onder meer met Eneco, om meer energiepluswoningen te bouwen. ‘Ik had wel energiezuinige woningen gezien van strobalen of oude autobanden, of zelfs ingegraven plaggenhutjes,’ zegt Out smalend, ‘maar ik wilde laten zien dat je geen concessies hoeft te doen aan comfort.’

In Freiburg is Sattler in ieder geval dolblij met zijn woning. ‘Een normaal huis of eentje zoals dit?’, herhaalt hij de vraag. ‘Ha! Daar hoef ik geen seconde over na te denken.’

 
MORE ON THIS STORY
Opening Nederlands eerste energieplushuis



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: