Email   Print
Share  

Het nut van supplementen

Een handige gids voor vitaminen en mineralen, van calcium tot omega-3.

Carmel Wroth | 119 september 2009 issue

Natto, een bruine, slijmerige substantie van gefermenteerde sojabonen waar een ammoniaklucht vanafkomt, wordt geserveerd op een bedje van rijst. In sommige gebieden van Japan is natto het ontbijt. Voor de meeste buitenlanders is het een smaak waar je hooguit aan kunt wennen. Toch is dit gerecht meer dan een culinaire curiositeit. Het is misschien wel de sleutel tot het belang van vitaminen en mineralen voor onze gezondheid.

Natto is rijk aan enzymen en microvoedingsstoffen, waaronder met name vitamine K, dat bekendstaat als een hulpje om bloed te stollen. Het feit dat natto – laten we zeggen – niet bepaald universeel wordt gewaardeerd, heeft voedingswetenschappers in staat gesteld bevolkingsonderzoek in Japan te doen waarmee wordt aangetoond dat liefhebbers van natto minder hart- en vaatziekten en botbreuken hebben.

Bruce Ames en Joyce McCann, onderzoekers aan het Children’s Hospital Oakland Research Institute in Oakland, Californië, hebben de studies naar natto uitgeplozen, plus nog een hoop ander onderzoeksmateriaal. Zij zijn er inmiddels van overtuigd dat een tekort aan microvoedingsstoffen – vitaminen, mineralen, essentiële vetzuren en andere biochemische stoffen – kan leiden tot veel van de chronische degeneratieve ziekten waar we in onze maatschappij mee te maken hebben, vooral naarmate we ouder worden. Terwijl hij benadrukt dat gezond eten het belangrijkst is, zegt Ames – en daarin staat hij niet bepaald alleen in de conventionele of alternatieve geneeskunde – dat voedingssupplementen een cruciale rol kunnen spelen in onze gezondheid.

 
 

Het moderne dieet is ‘rijk aan energie en arm aan voedingsstoffen’, zegt Ames. Dat komt doordat onze maaltijden vooral veel geraffineerde granen en suiker, vetten en vlees bevatten en niet genoeg groente, fruit, noten, bonen en volkoren producten met een hoger gehalte aan voedingsstoffen per calorie. ‘Als mensen hun maag vullen met zoete frisdrankjes voelen ze zich vol, maar wat betreft microvoedingsstoffen zijn ze uitgehongerd’, zegt Ames.

Ames en McCann zijn niet de enigen die een verband zien tussen chronische ziekten en gebrek aan microvoedingsstoffen. Het is algemeen bekend dat een slecht voedingspatroon het risico op tal van ziekten verhoogt. Voor veel mensen is suppletie de oplossing. Daardoor is de supplementenindustrie de laatste twintig jaar zo snel gegroeid. Volgens het NIPO gebruikt ongeveer veertig procent van de Nederlanders supplementen. De markt bedraagt zo’n 350 miljoen euro per jaar, meldt -Natuur- en gezondheidsProducten Nederland (NPN), de branchevereniging van producenten en importeurs van voedingssupplementen. Dat bedrag is een schijntje vergeleken met de Amerikaanse markt, waar volgens de brancheorganisatie zo’n vier miljard dollar wordt uitgegeven aan multivitaminen--pillen alleen al.

Ames zegt dat het tekort aan voedingsstoffen in het moderne dieet zo aanzienlijk is en de kans op chronische ziekten zo duidelijk aanwezig, dat we het ons niet kunnen veroorloven te wachten tot we ons leven aan de eettafel hebben gebeterd. Bent u er niet zeker van dat uw voedingspatroon perfect is (en wie van ons kan met zekerheid zeggen dat we elke dag vijf tot negen porties verse groente en fruit binnenkrijgen?), dan kan suppletie de score rechttrekken. Ames: ‘Ik zou zeggen: probeer goed en gevarieerd te eten, laat de -suikerhoudende frisdrankjes en de lege caloriee·n staan, maar neem voor de zekerheid ook een multivitamine.’

De meesten van ons weten dat we goed moeten eten om gezond te blijven. Toch hebben we moeite om die kennis te vertalen in gedrag. ‘We worden overspoeld met aantrekkelijke reclameboodschappen voor kant-en-klaarmaaltijden, sterk gezoete drankjes die loze calorieën opleveren en modieuze diëten’, schreef Andrew Weil, een Amerikaanse expert op het gebied van complementaire geneeskunde, in een e-mailinterview. ‘De boodschap in de media om van alles meer te eten wordt nog eens versterkt door de overvloed aan sterk geraffineerde voedselproducten op de markt, de gemakkelijke verkrijgbaarheid van snelle koolhydraten, en een druk leven waardoor thuis koken ondoenlijk wordt.’

Studies hebben uitgewezen dat het typisch Westerse dieet samengaat met een hoger risico op hartziekten, kanker en andere chronische aandoeningen, zoals diabetes. ‘Er zijn zo’n veertig microvoedingsstoffen die je nodig hebt om je stofwisseling op dreef te houden’, zegt Ames. ‘Krijg je daar geen enkele van binnen, dan ga je dood. We ontdekken nu dat je lichaam, als het niet voldoende binnenkrijgt, gaat beknibbelen op bepaalde functies die de gezondheid op de lange termijn negatief beïnvloeden. Als je een tekort aan microvoedingsstoffen hebt, wordt een heleboel verborgen schade aangericht.’

De Wereldgezondheidsorganisatie beweert dat dieet – na roken – de tweede te voorkomen oorzaak van kanker is. Vele instanties voor hartziekten en kanker geven dieetadvies als onderdeel van hun boodschap over preventie. Uit bloed- en urinemonsters uit de periode van 1999 tot 2002 heeft het Center for Disease Control, een Amerikaanse gezondheidsinstantie, afgeleid dat 93 procent van de Amerikanen niet genoeg vitamine E heeft, 56 procent niet genoeg magnesium, 31 procent niet genoeg vitamine C en 12 procent niet genoeg zink. Dergelijke onderzoekscijfers voor Nederland zijn niet bekend, maar een verontrustende studie van de RIVM uit 2003 suggereert niet veel goeds: slechts twee procent van de deelnemers tussen 19 en 30 jaar kwam tot de ondergrens van de aanbevolen hoeveelheid groenten per dag (150-200 gram) en acht procent kwam tot de aanbevolen hoeveelheid van 200 gram vruchten. Intussen zijn in Amerika beduidende tekorten ontdekt bij specifieke bevolkingsgroepen, zoals ijzergebrek bij vrouwen voor de overgang. Uit onderzoek blijkt dat veel Amerikanen ook een tekort hebben aan vitamine K, calcium en kalium, terwijl veel ouderen een vitamine-B-tekort hebben.

 
 

Zelfs de meest fervente voorstanders van voedingssupplementen zijn het erover eens dat gezond eten de eerste stap is in de strijd tegen de tekorten aan voedingsstoffen. De veertig geïsoleerde microvoedingsstoffen die door wetenschappers worden bestudeerd en door voedingsmiddelenbedrijven in pillen worden verpakt, vormen nog maar een fractie van het scala aan ingrediënten dat in ons eten zit. Veel vitaminen zijn eigenlijk niet één vitamine, maar een familie van verbindingen. En bij sommige voedingsstoffen zijn andere factoren nodig voordat de lichaamscellen ze kunnen opnemen. Als u uw vitamine C krijgt uit een sinaasappel, bijvoorbeeld, komt het met iets extra’s – vezel, antioxidanten, spoorelementen – die u meer kunnen helpen dan wanneer vitamine C in een pil is verwerkt. ‘Het actieve ingrediënt van broccoli is misschien wel broccoli’, stelt voedingsonderzoeker David Katz van Yale University. ‘Wie geen broccoli lust en daarom een vitaminepil neemt, zal misschien teleurgesteld zijn. Als je wilt profiteren van de voedingsstoffen in voedsel, moet je producten eten die rijk zijn aan voedingstoffen.’

Het probleem is, betoogt Lynne McTaggart, hoofdredacteur van de nieuwsbrief Medisch Dossier, dat u wellicht nog steeds niet krijgt wat u nodig hebt, ook al eet u trouw uw broccoli. ‘Voedsel heeft niet meer die voedingswaarde van vroeger’, zegt ze, verwijzend naar research waaruit een afname blijkt in het gehalte aan voedingsstoffen in de groente en fruit die tegenwoordig worden geteeld, -vergeleken met wat de gewassen van enkele tientallen jaren geleden bevatten. In 2007 heeft Brian Halweil, onderzoeker bij het Worldwatch Institute, de gegevens over de voedzaamheid van diverse producten verzameld. In een rapport van het Organic Center concludeerde hij dat door de gewasselectie ten behoeve van grotere oogsten de groentesoorten die we tegenwoordig eten minder voedingsstoffen bevatten. Volgens data van overheidsinstellingen in Amerika en Engeland is de moderne oogst minder voedzaam dan in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw, met name vanwege de afname van magnesium, ijzer, kalium, calcium, riboflavine en vitamine C.

Bovendien suggereert ander onderzoek dat de gewassen die worden verbouwd op een kwaliteitsarme bodem en groeien dankzij kunstmest minder voedingsstoffen hebben dan gewassen die biologisch worden verbouwd. Maar zelfs biologisch voedsel is onder vuur komen te liggen; een rapport in opdracht van de Britse Food Standard Agency (FSA) heeft geen belangrijke verschillen in gehalte aan voedingsstoffen aangetroffen tussen biologisch en gewoon voedsel, een conclusie die sterk in twijfel wordt getrokken door diverse -milieuorganisaties.

Niettemin zijn supplementen nog altijd een goede oplossing, menen veel voedingsexperts. ‘Zelfs mensen die altijd gezond eten, kunnen baat hebben bij suppletie’, meldt Weil. ‘Het blijft lastig om via alleen voeding je gezondheid te stimuleren.’

 
 

Vitaminen werden voor het eerst ontdekt aan het begin van de twintigste eeuw, toen onderzoekers merkten dat er een verband bestond tussen bepaalde ziektes en voedingspatronen. Zo nam in Azië het aantal gevallen van beriberi, een slopende aandoening van het zenuwstelsel, sterk toe nadat geslepen ofwel witte rijst daar gemeengoed was geworden. Verschillende onderzoekers stelden uiteindelijk vast dat het werd veroorzaakt door een tekort aan vitamine B1, die samen met het vliesje van de rijst van de Aziatische menukaart was verdwenen. Vitamine B1 wordt nu gebruikt om de ziekte te voorkomen.

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw ontdekten onderzoekers het verband tussen scheurbuik en vitamine C, blindheid en vitamine A, en rachitis en vitamine D. Hoewel deze gebreksziektes in het Westen nagenoeg verdwenen zijn – dankzij het verrijken van voedsel en de toegenomen beschikbaarheid van gevarieerde, voedzame voedingsproducten – komen ze nog veel voor in ontwikkelingslanden. (Zie het artikel ‘Een engel aan tafel’ op pagina 50, over hoe Vitamin Angels dit soort ziektes helpt te voorkomen door het aanbieden van voedingssupplementen.)

Toch komen onderzoeken naar vitaminen en andere microvoedingsstoffen tot tegenstrijdige conclusies. In 2002 publiceerde het Journal of the American Medical Association een artikel dat iedereen aanraadde een multivitamine te slikken. Maar eerder dit jaar bleek uit een onderzoek onder 162.000 postmenopauzale vrouwen aan het Amerikaanse Fred Hutchinson Cancer Research Center dat vrouwen die acht jaar lang een multivitamine-mineraalsupplement slikten, niet minder vaak overleden aan kanker of andere ziektes. ‘Het ene onderzoek laat bepaalde voordelen zien, maar het andere weer niet’, zegt Marion Nestle, voedingsdeskundige en auteur van het boek What to Eat. ‘Dit is voor mij het bewijs dat het effect zo minimaal is, dat je geen onderzoek op kunt zetten dat groot genoeg is om tot een duidelijk resultaat te komen.’

Volgens McCann, wetenschapper bij het Children Hospital of Oakland Research Center, is het echte probleem van observationele onderzoeken zoals deze dat ze ingebouwde tekortkomingen hebben. Aangezien het hier gaat om gezondheid op de lange termijn, zou een goede studie mensen twintig jaar of langer moeten volgen, en op de een of andere manier rekening moeten houden met wat ze precies eten, of ze het supplement consequent innemen zoals ze beweren, en met al de andere levensstijlfactoren die de resultaten zouden kunnen beïnvloeden. ‘Het effect rechtstreeks aantonen in een experiment is bijna onmogelijk’, zegt McCann.

McTaggart, hoofdredacteur van Medisch Dossier, denkt dat veel van de onderzoeken die de effectiviteit van supplementen aantonen niet de aandacht krijgen die zij verdienen – omdat de medische gemeenschap vooroordelen heeft over voedingsgeneeskunde. De veronderstelling onder medische wetenschappers is, zegt McTaggart, dat ‘het lichaam een machine is die kapot gaat, en er is maar een manier om het te repareren – met chemicaliën of operaties’. Voedingsgeneeskunde, -daarentegen, behandelt het lichaam als een dynamisch organisme dat op subtiele manier door zijn omgeving kan worden beïnvloed. ‘Er zijn vele ziektes die het langetermijngevolg zouden kunnen zijn van een of meer voedingsstoftekorten’, stelt McTaggart. ‘Er is een hoop bewijs dat vitaminen en mineralen beschermen tegen ziekte.’

Jeffrey Blumberg, een voedingswetenschapper aan de Amerikaanse Tufts University Friedman School of Nutrition Science and Policy, wijst erop dat vitamine A, C en E kunnen helpen beschermen tegen ouderdomsgerelateerde macula-degeneratie, een oogaandoening die kan resulteren in blindheid, en dat vitamine E het immuunsysteem versterkt. Een combinatie van vitamine E en selenium lijkt veelbelovend in het voorkomen van kanker, zegt hij, en verschillende onderzoeken ondersteunen een mogelijke kankerpreventieve werking van vitamine D en calcium. Daarnaast is er aanzienlijk bewijs voor een relatie tussen omega-3-supplementen en een verminderde kans op een hartaanval.

‘Ongeveer zestig jaar geleden begonnen we enkele basisvoedingsproducten te verrijken, zoals melk, omdat het duidelijk was dat mensen de benodigde hoeveelheden niet haalden’, zegt Blumberg. ‘We gingen jodium in zout stoppen, en nu stoppen we in sommige landen foliumzuur in geraffineerd meel. Als we ons dieet verrijken, dan is het innemen van supplementen eigenlijk niet veel anders.’

Maar welke supplementen moeten we kiezen? Hoeveel en in welke vorm? De keus wordt er niet makkelijker op als je voor de schappen staat vol potten waarvan de etiketten allemaal iets anders beloven. Toch lijken vooraanstaande wetenschappers op het gebied van voeding en supplementen het eens over een aantal zaken – die hieronder uiteen worden gezet – die over het algemeen behulpzaam zijn voor gezonde volwassenen. Als u niet zeker weet wat bij u past, of als u extra voedingsstoffen nodig hebt vanwege een bepaalde aandoening, kunt u beter naar een diëtist gaan of naar een in voeding of natuurgeneeswijzen gespecialiseerde arts of therapeut.

Multivitaminen

Omdat het zonder onderzoek moeilijk te achterhalen valt aan welke voedingsstoffen iemand mogelijk een tekort hebt, kunnen de meeste mensen het best een supplement met multivitaminen nemen, meent Blumberg. ‘Slechts drie procent van de Amerikanen houdt zich aan de voedingsrichtlijnen’, vertelt hij. ‘Het lijkt me verstandig als iedereen een supplement met multivitaminen en mineralen zou slikken.’

Blumberg en vele anderen bevelen multivitaminen aan, zodat je uitkomt op een niveau tussen de honderd en tweehonderd procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor voedingsstoffen. Het is volgens hem beter om geen pillen te slikken met een extreem hoge hoeveelheid van één enkele stof, omdat de balans daardoor verstoord kan raken.

 
 

Victoria Maizes, directeur van het Arizona Center for Complementary Medicine, waarschuwt voor supplementen met kant-en-klare vitamine A (dat voorkomt in bepaalde dierlijke proucten), die in hoge doseringen schadelijk kan zijn. Het is raadzaam de etiketten goed te lezen en een supplement met een combinatie van carotenen (provitaminen A) te kiezen, de voorloper van vitamine A die voorkomt in kleurrijke groenten en fruit die in het lichaam door de vitamine wordt opgenomen. Ook is het van belang het type vitamine E in de pil te controleren. Het best is een natuurlijk mengsel van tocoferolen, dat beter door het lichaam wordt opgenomen.

Verder is het goed om een pil te kiezen die bestemd is voor uw eigen sekse en leeftijd, omdat de behoefte aan voedingsstoffen niet voor iedereen hetzelfde is. Vrouwen die nog kinderen kunnen krijgen, moeten er bijvoorbeeld op letten dat ze genoeg ijzer binnenkrijgen. Daarom zit in de multivitaminen voor vrouwen altijd meer ijzer. Ouderen hebben weer andere doseringen nodig: zij hebben over het algemeen meer behoefte aan vitamine D en B12.

Calcium, vitamine D en magnesium

Omdat calcium, dat goed is voor de botten, veel ruimte inneemt, zit er in de meeste multivitaminen niet meer dan tien procent van de ADH, vertelt Blumberg. Een extra pil kan dus geen kwaad. Maar aangezien calcium niet volledig door het lichaam kan worden opgenomen zonder vitamine D en magnesium, kunt u het beste een supplement kiezen waar ze alle drie in zitten.

De conditie van ons botstelsel wordt aangetast door het eiwit- en suikerrijke eten dat kenmerkend is voor ons -voedingspatroon en het zuur-base-evenwicht in het lichaam ontregelt. Amy Lanou, verbonden aan de Universiteit van North Carolina en auteur van Building Bone Vitality, legt het verband als volgt uit: ‘Het lichaam wil geen zuur bloed. Daarom haalt het calcium uit de botten om het zuur te neutraliseren.’ Dat is een van de oorzaken van het grote aantal botbreuken en de vele gevallen van osteoporose bij ouderen. Lanou raadt een dieet aan met extra nadruk op alkaliserende voedingsmiddelen – bonen, volkoren -producten en groente – om de botten te beschermen.

Ook als u denkt dat u geen extra calcium nodig hebt, is er nog een andere reden om vitamine D in te nemen, ofwel afzonderlijk ofwel in de vorm van een calciumtablet. In beide vormen kan vitamine D mogelijk de kans op bepaalde vormen van kanker verkleinen. Veel mensen krijgen niet genoeg vitamine D binnen: iets wat de Gezondheidsraad vorig jaar nog eens benadrukte in een advies aan de regering. Deze vitamine komt praktisch niet in voedingsmiddelen voor en wordt voornamelijk in de huid aangemaakt onder invloed van zonlicht. Maar helaas komen veel mensen te weinig in de zon. Volgens voedingsdeskundige Katz van Yale vertonen de meeste mensen die op het noordelijk halfrond wonen een tekort. Veel deskundigen raden nu aan om twintig minuten per dag in de zon te zitten zonder zonnebrandmiddel, of een supplement te nemen.

Omega-3-vetzuren

Essentiële vetzuren in plantaardige en dierlijke vetten zijn nodig als bouwsteen voor de cellen en de regulering van een groot aantal lichaamsfuncties. Uit steeds meer studies blijkt dat het moderne voedingspatroon met zijn hoge concentratie van dierlijke vetten en zonnenbloemolie uit bewerkte producten relatief veel omega-6-vetzuren bevat, die ontstekingsbevorderend zijn. Tegelijkertijd bevat het te weinig omega-3-vetzuren, die ontstekingsremmend werken en te vinden zijn in groene gewassen, bepaalde noten en zaden, vette vis en dierlijke vetten van gras etende -dieren.

Deskundigen raden daarom aan om de hoeveelheid omega-3-vetzuren aan te -vullen met een visoliesupplement van goede kwaliteit. David Servan-Schreiber, de Franse psychiater, Ode-columnist en de auteur van Antikanker: Een nieuwe levensstijl, is van mening dat een goede balans van essentiële vetzuren ontstekingsreacties in het lichaam kan tegengaan en bescherming biedt tegen ziekten. ‘Alle chronische degeneratieve ziekten ontstaan door een hoog ontstekingsniveau in het lichaam’, stelt hij.

Gezondheidsinstituten melden dat veel mensen ongeveer tien keer zoveel omega-6 binnenkrijgen als omega-3. Volgens andere schattingen gaat het om zelfs 25 keer zoveel omega-6. Voldoende inname van omega-3-vetzuren om de balans te herstellen kan bescherming bieden tegen hartaandoeningen, en de Amerikaanse Heart Association raadt hartpatiënten aan omega-3 als supplement te slikken. Uit ander onderzoek komt naar voren dat omega-3 mogelijk ook bescherming biedt tegen kanker, botziekten en stemmingsstoornissen als depressie, terwijl de hersenen erdoor worden beschermd tegen schade door veroudering.

Onderzoek van de fysioloog Bernard Gesch van Oxford University heeft zelfs uitgewezen dat onder gevangen die dagelijks supplementen met vitaminen, mineralen en omega-3 kregen, het aantal gevallen van geweld en agressie significant afnam vergeleken met de controlegroep, die alleen een placebo kreeg.

Een van de oorzaken van een mogelijk verstoord omega-evenwicht is dat veel van het vlees, de zuivel en de eieren in ons voedsel afkomstig is van dieren die maïs en soja, waar veel omega-6 in zit, te eten hebben gekregen in plaats van gras, dat rijk is aan omega-3. Bovendien bevatten de meeste voorverpakte soorten snoep en snacks sojaolie met een hoog omega-6-gehalte. Om het evenwicht te herstellen, kunt u beter vleesproducten van op gras gehouden dieren kiezen, en voorverpakte snacks, gebakken voedsel en goedkope plantaardige oliën, zoals saladedressings op basis van maïs- of sojaolie vermijden. Eet vis, lijnzaad en walnoten.

De door ons geraadpleegde experts raden aan om ‘zo natuurlijk mogelijke’ supplementen in te nemen, bijvoorbeeld die zijn gemaakt van gedroogde vruchten en groente. Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat geïsoleerde voedingsstoffen minder werkzaam zijn als antioxidant dan de antioxidanten in fruit of groente, omdat die omgeven zijn door allerlei andere natuurlijke componenten. In uit groente en fruit gemaakte supplementen zitten meer stoffen die in de natuurlijke plant voorkomen, en die zullen dan ook beter werken als antioxidant. Verder zijn alle deskundigen het erover eens dat je ingrediënten als kleurstoffen, synthetische zoetstoffen, smaakstoffen en conserveermiddelen die niets aan de gezondheid bijdragen het best kunt vermijden.

In het geval van multivitaminen moet je ook nog kiezen of je meer dan één pil per dag wilt slikken. Pillen waarvan je er één per dag moet nemen, bestaan meestal uitsluitend uit geïsoleerde -voedingsstoffen. In sommige supplementen zijn op voedingsmiddelen gebaseerde ingrediënten opgenomen, en daarvan moet je er meestal meerdere op een dag innemen om de aanbevolen hoeveelheid voedingsstoffen binnen te krijgen. Er zijn meer voordelen aan verbonden, meent Don Summerfield, de mede-oprichter van Pharmaca, een Amerikaane keten van apotheken met natuurlijke producten. Voor deze supplementen wordt gebruikgemaakt van gedroogde soorten groente en fruit en andere plantaardige ingrediënten, waarbij men de geïsoleerde voedingsstof in levend gist laat fermenteren. De bedoeling daarvan is dat de ingenomen pil meer op voedsel lijkt. ‘De op voedingsmiddelen gebaseerde supplementen lijken meer op voedsel, zijn minder krachtig en worden heel goed opgenomen’, vertelt Summerfield.

Supplementen zijn verkrijgbaar in vaste vorm als tablet of capsule of in vloeibare vorm. Er is eigenlijk geen verschil, zeggen onze experts, tenzij de tabletten van slechte kwaliteit zijn en niet goed worden afgebroken in het spijsverteringskanaal. Kies daarom altijd een supplement van hoge kwaliteit van een erkende firma.

Maar alle deskundigen zijn het erover eens dat gezondheid niet simpelweg een kwestie is van een pilletje slikken. ‘Het basisprincipe is dat supplementen geen vervanging zijn’, zegt Blumberg van de Tufts-universiteit. ‘Je kunt niet ontzettend ongezond eten en dan een supplement nemen en denken dat je wel goed zit.’

‘Hoewel het mogelijk is voldoende hoeveelheden belangrijke voedingsstoffen binnen te krijgen met een gezond voedingspatroon, blijft het toch lastig’, concludeert Weil. ‘Dat geldt in het bijzonder voor microvoedingsstoffen, waaronder vitaminen, mineralen, vezels en het unieke scala aan fytochemicaliën. Betere voedingsgewoonten zullen zeker bijdragen aan je gezondheid, maar consequent voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen louter via de voeding is wel een opgave; de beste manier om daaraan tegemoet te komen is de juiste supplementen innemen.’

Dus als u geen fan bent van natto, dan kunt u altijd nog aan de supplementen...



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: