Email   Print
Share  

Geven doet leven

Een inspirerende oproep van de Australische filosoof Peter Singer om (nog) meer te geven om de armoede te bestrijden.

| 119 september 2009 issue

Dertig jaar geleden kreeg Chris Ellinger te horen dat hij 250 duizend dollar van zijn grootmoeder had geërfd. Wat moest hij doen met al dat geld? Chris woonde toentertijd met een groep mensen samen die zich inzette voor sociale gerechtigheid in Philadelphia, een historische stad in het oosten van Amerika, en was zich er sterk van bewust dat hij meer geld had dan anderen. Waarom zou hij zo rijk moeten zijn, vroeg hij zich af, terwijl er zo veel mensen arm zijn? Hij begon algauw een derde tot de helft van de opbrengst van zijn nieuwe investeringen weg te geven. Hij overwoog om nog veel meer weg te geven, maar was ook bang om ‘te veel’ weg te geven, hoewel hij niet goed wist hoeveel ‘te veel’ was. Meer dan redelijk? Meer dan verstandig? Meer dan de meeste mensen weggaven? Hij vroeg andere familieleden wat zij weggaven, maar niemand leek erover te willen praten.

Acht jaar later was Chris op een congres voor filantropen, toen een vrouw het woord nam en vroeg of iemand in de zaal ooit serieus had overwogen om een groot deel van zijn vermogen weg te geven. Een paar mensen, onder wie Chris, staken hun hand op. Even daarna kwamen vier van hen geregeld bij elkaar om er verder over te praten. Ze steunden elkaar en begonnen nog meer weg te geven. Drie van hen -gaven meer dan de helft van hun vermogen weg. Zo begon de 50% League, die vorig jaar zomer meer dan honderd leden telde, van wie sommigen rijk en anderen minder bemiddeld waren. Om lid te kunnen worden, moet je ten minste de helft van je vermogen hebben weggegeven, of in de afgelopen drie jaar de helft van je inkomen.

 
 

De 50% League – onderdeel van een Amerikaanse organisatie die Bolder Giving heet – laat zien dat sommige mensen, met steun van gelijkgestemden, veel meer doen dan wij (en zelfs zij) voor mogelijk hadden gehouden. Hoewel waarschijnlijk nooit meer dan een kleine minderheid de helft van zijn vermogen of inkomen zal weggeven, loont het toch om de vraag te stellen hoe er een geefcultuur kan worden gecreëerd zodat we arme mensen ver weg zullen helpen.

We leven in een unieke tijd. Het aantal mensen dat niet in zijn basisbehoeften kan voorzien, is nog nooit zo klein geweest. Tegelijk zien we dat het aantal mensen dat veel meer heeft dan ze nodig heeft, ongekend hoog is. Het belangrijkste is dat rijk en arm nu op unieke wijze met elkaar zijn verbonden. Beelden van mensen op de rand van de dood worden onze woonkamer in gezonden. Niet alleen weten we veel meer over de allerarmsten; we hebben hun ook veel meer te bieden, zoals betere gezondheidszorg, betere landbouwtechnieken, en nieuwe technologieën voor het opwekken van elektriciteit. Nog verbazingwekkender is het dat we hen, door vrije toegang tot een overvloed aan informatie, in staat kunnen stellen zich bij de wereldwijde gemeenschap aan te sluiten – maar dan moeten we ze wel zo ver uit hun armoede halen dat ze die kans kunnen grijpen.

Tenzij we veel meer geven dan volgens de meesten van ons realistisch gezien mag worden verwacht, is het waarschijnlijk onmogelijk een in moreel opzicht goed leven te leiden. Dat klinkt misschien absurd. Toch is het argument dat ervoor pleit opmerkelijk eenvoudig: we hebben geld dat we uitgeven aan dingen die niet echt nodig zijn. (Staat er een flesje mineraalwater of een blikje frisdrank naast u op tafel terwijl u dit leest? Als u voor uw drankjes betaalt terwijl er veilig drinkwater uit de kraan komt, hebt u kennelijk geld over om uit te geven aan dingen die niet echt nodig zijn.) Als het heel gemakkelijk is om mensen te helpen die buiten hun schuld om in ernstige nood verkeren, maar we laten dat na, doen we dan niet iets verkeerd?

De twaalfde-eeuwse joodse denker Maimonides heeft een befaamde ‘ladder van liefdadigheid’ opgesteld, waarin hij de verschillende manieren van aalmoezen geven heeft gerangschikt. Voor Maimonides was het belangrijk dat de ontvanger zich niet schuldig voelde jegens de gever, of zich publiekelijk vernederd voelde door de noodzaak om liefdadigheid te accepteren. Vandaar dat geven waarbij de schenker en de ontvanger elkaar kennen lager op de ladder staat dan anoniem geven, dus zonder dat de donor de ontvanger kent.


1 2 NEXT >>
view as a single page

 


Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: