|
|
Wat me aan het lachen maakt
Terwijl ik vijftig meter boven de grond hang, alleen gezekerd door een onduidelijk systeem van clips en gespen op mijn rug, is lachen wel het laatste wat bij me opkomt. Mijn vriendin Emily hangt naast me, haar arm door de mijne. Ze zegt nog: ‘Ik geloof niet dat ik dit durf.’ Maar dan komt er een stem uit een luidspreker vlakbij: ‘Drie, twee, een, los!’ En ze durft het. Ze trekt aan het trekkoord en we vallen.
We hangen in een vreemdsoortig tuig dat Extreme Skyflyer heet, een tamelijk spannende attractie in een verder niet zo interessant pretpark. De clips en gespen zitten vast aan kabels, die op hun beurt weer verbonden zijn met een enorme boogconstructie. Het is in feite een gigantische schommel, zodat we na dat eerste moment van vrije val ook naar voren zwaaien. Ik schreeuw, Emily gilt en intussen komt het plaveisel dichter bij – razendsnel dichter bij. En hup, dan zwaaien we weer omhoog! Over een hek en een boom en het publiek dat zich beneden heeft verzameld. Ons gegil en geschreeuw verandert in lachstuipen. Niet zomaar schaterlachen, maar een lachen met ons hele lijf. Als ik niet zo strak zat vastgesnoerd in dat tuig zou ik rondspartelen als een vis.
Het is angstaanjagend, supergaaf en absurd tegelijk. Alle goede redenen om te lachen, samengepakt tot één megalach. Als het zwaaien stopt en we uit de riemen worden bevrijd, bekijken we een video van onszelf. We lachen om ons eigen gelach: metamegalachen. In de auto naar huis gaat het lachen door. Als een slingerbeweging komt het op, zinkt weg, komt weer op. Zoals die stem zei door de luidspreker: ‘Drie, twee, een, los...’
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |



You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.