Email   Print

In den beginne was de grap

John Lloyd | 118 juli/augustus 2009 issue

In de bijbel staat een raadselachtige -passage: ‘in den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.’ Deze passage heeft onmiskenbaar een aura van waarheid, maar het gekke is dat de woorden tegelijkertijd klinken als betekenisloze kromtaal. Tenminste, op het eerste gezicht.

Het woord ‘Woord’ is in deze context de vertaling van het Griekse logos, dat inderdaad ‘woord’ betekent, maar dan in de specifieke betekenis van ‘de uiting van een innerlijke gedachte’. De zin kan dus worden hervertaald met: ‘In den beginne was de Gedachte en de Gedachte was bij God en de Gedachte was God.’ Nu wordt het interessant, want in alle grote Oosterse godsdiensten wordt het bewustzijn beschouwd als de basis voor dat wat is, dat wat voorafgaat aan de gebrekkige, lastige materiële dingen.

Logos betekent ook ‘gesproken woord’ of ‘gesprek’. Een andere vertaling is dus: ‘In den beginne was het Gesproken Woord…’ Dat klopt met Genesis, waarin de eerste gebeurtenis is het moment waarop God zegt: ‘Er zij licht.’ Volgens deze interpretatie is het gesproken woord ouder dan de wetten van de natuurkunde, en het is misschien niet zo wetenschappelijk, maar wel heel boeiend.

Als logos overgaat naar het Latijn, krijgt het woord een betekenis erbij, een betekenis waarin volgens mij een verloren, oorspronkelijk Grieks gebruik bewaard is gebleven dat de woordenboeken nooit heeft gehaald. Dat is de betekenis ‘grap’: ‘In den beginne was de Grap en de Grap was bij God en de Grap was God.’ En kijk aan, sinds ik die vertaling heb gevonden, ben ik een stuk vrolijker. Als je de kosmos als een ongelooflijk ingewikkelde grap beschouwt, valt alles op zijn plaats. Bovendien geeft deze interpretatie een hoopvolle aanwijzing voor hoe je je moet gedragen. Als het leven noch een betekenisloze genenmachine is, noch een ellendig tranendal, maar een verdomd goeie mop, is -lachen de enige logische oplossing – en dat komt goed uit, want daar verdien ik mijn brood mee.

In een goede grap moet net als in een goed spiritueel geschrift een verborgen waarheid zitten. Neem maar eens deze tekst van de Amerikaanse comédienne Phyllis Diller, waarin de paradoxale houding van de samenleving ten opzichte van de opvoeding perfect tot uitdrukking komt: ‘De eerste twaalf maanden van het leven van een kind leren we het lopen en praten en de volgende twaalf jaar moet het stil zitten en zijn mond houden.’ Of zoals de achttiende-eeuwse Amerikaanse moralist en politicus Benjamin Franklin het formuleerde: ‘Ieder mens wordt onwetend geboren, maar je moet hard werken om stom te worden.’

De beste grappen zijn ook wijs. Wijsheid is iets anders dan intelligentie, omdat een intelligent mens heel slecht kan zijn, maar je kunt niet wijs zijn zonder goed te zijn. Zelfs de flauwste mop heeft de impliciete boodschap dat de wereld niet zo is als ze zou moeten zijn, en dat je er eigenlijk iets aan zou moeten doen, zoals in de geestige uitspraak van de Engelse dichter W.H. Auden: ‘We zijn op aarde om anderen te helpen. Waar anderen voor op aarde zijn weet ik niet.’ Wijsheid is niet alleen iets voor de engelen, wijsheid is tijdloos.

In mijn optiek zijn slechts twee vragen de moeite van het stellen waard: ‘waarom zijn we hier?’ en ‘wat doen we eraan?’ Het heeft een tijd geduurd voordat ik tot deze conclusie kwam, eigenlijk meer dan veertig jaar. Maar op zowat driekwart van die periode stuitte ik op een uitspraak van de Boeddha die ik destijds onthutsend vond: ‘Bij het zoeken naar waarheid zijn bepaalde vragen onbelangrijk. Wat zijn de bouwstenen van het heelal? Is het heelal eeuwig? Zijn er grenzen aan het heelal? Wat is de ideale organisatievorm voor de menselijke samenleving? Wie zijn zoektocht naar verlichting zou uitstellen tot die vragen zijn beantwoord, zou sterven voordat hij de weg had gevonden.’ Deze uitspraak draagt het verontrustende waarmerk van een voorheen onopgemerkte waarheid. Ook van belang is dat de wereld erin op zijn kop wordt gezet, net als in een mop. Moppen zijn de motor van de verrassing: ze dwingen je anders naar de wereld te kijken.

Maar waarom zijn we nou op aarde? De moderne neodarwinist weet het precies: nergens om. Daar kan ik niets mee. Het helpt niets in ons dagelijks leven. Ik heb liever de omschrijving van de componist Aaron Copland (vervang het woord ‘muziek’ maar even door het woord ‘leven’): ‘Het hele probleem kan simpel worden geformuleerd met de vraag: ‘heeft muziek zin?’ Mijn antwoord zou luiden: ‘ja.’ En ‘kunt u in het kort zeggen wat die zin is?’ Mijn antwoord daarop zou zijn: ‘nee.’’

Ik weet net zo min wat de zin van alles is als Copland wist wat de zin van muziek is. Maar het is in elk geval leuk om over te filosoferen. De grap en de lach verrijken en vergemakkelijken de reis – en beuren je altijd op. Dit citaat van Oliver Edwards, aangehaald in James Boswells biografie Life of Johnson, geeft het mooi weer: ‘In mijn tijd heb ik ook geprobeerd een filosoof te zijn, en ik weet niet hoe het kwam, maar altijd kwam er iets vrolijks tussenbeide.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.