|
|
De helende werking van hilariteit
Kaltner schrijft in zijn boek dat hij en Bonanno ontdekten dat de weduwen en weduwnaars die bij de eerste vraaggesprekken glimlachten en lachten als ze over hun overleden partner spraken, 6, 14 en 25 maanden later minder verdriet voelden. Vooral degenen die de Duchenne-lach vertoonden – het meest authentieke soort lachen, herkenbaar aan de rimpeltjes om de ogen – bij het ophalen van herinneringen aan hun partner, vertoonden minder angst en depressie en stonden beter in het dagelijks leven. Degenen die meer emoties van kwaadheid toonden, bleven daarentegen meer angst en depressie ervaren en hadden moeite de draad van hun leven weer op te pakken. Kaltner en Bonanno wisten financiële problemen, de onverwachtheid van het overlijden en persoonlijkheidsproblemen als oorzaak voor de verschillen tussen de groepen uit te sluiten.
Bij de gesprekken over de overleden partner keken Keltner en Bonanno ook naar verhoogde hartslag, een teken van emotionele opwinding, bij hun rouwende proefpersonen. Zowel de lachers als de niet-lachers hadden een verhoogde hartslag. Bij de niet-lachers ging die verhoging echter gepaard met toegenomen emotionele ontreddering. Bij de lachers was de verhoogde hartslag niet gerelateerd aan emotionele ontreddering, waaruit Kaltner en Bonanno concludeerden dat deze mensen door te lachen even ‘vrijaf’ hadden van hun verdriet, wat hen hielp de emotionele en fysiologische delen van hun verdriet van elkaar te scheiden. ‘Hieruit kunnen we opmaken,’ vertelt Keltner, ‘dat de lach de achterdeur is waardoor je aan de schadelijke stress kunt ontsnappen.’
Het is duidelijk dat er niets simpels is aan lachen: je mag niet leuk doen tijdens een sessie lachyoga, maar lachen om je overleden partner schijnt juist goed voor je te zijn... Is lachen zonder dat er iets grappigs is hetzelfde als lachen naar aanleiding van iets komisch?
‘Lachen valt moeilijk te onderscheiden van de andere twee therapeutische elementen die bij humor horen: vrolijkheid en de cognitieve reactie op vrolijkheid’, aldus Sultanoff van de Pepperdine University en tevens voormalig voorzitter van de Association for Applied and Therapeutic Humor. ‘Humor stimuleert ook tot vrolijkheid, wat de emotionele reactie is op een humoristische stimulans. Wie een mop hoort, krijgt een -vrolijk, opgewekt en plezierig gevoel van binnen. Het is een emotionele ervaring, geen fysieke.’ Je kunt volgens hem lachen zonder blijdschap en blij zijn zonder te lachen. Behalve lachen en vrolijkheid kent humor ook een cognitieve kant, die Sultanoff geestigheid noemt. ‘Je moet misschien niet hardop lachen, maar je snapt het wel met je verstand.’
Hij haalt een grap aan, opgepikt uit een programma van een stand-upcomedian. Hij gaat ongeveer als volgt: ‘Het huwelijk is zwaar. Zo zwaar dat zelfs Nelson Mandela scheiding heeft aangevraagd. Hij heeft 27 jaar van slaag, martelingen en zware arbeid in de bloedhitte in een Zuid-Afrikaanse gevangenis overleefd. Hij komt vrij, is een half jaar bij zijn vrouw en vraagt een scheiding aan. Het huwelijk is zwaar...’
Als je hierom moet lachen – al was het maar als een boer met kiespijn – heb je het cognitieve element van humor gesnapt. De grap zit ’m niet in wat hier letterlijk wordt gezegd, maar in dat wat het verhaal over het huwelijk zegt. Geestigheid is misschien wel een belangrijke bron van de psychische verdiensten van humor. ‘Humor leidt tot geestigheid en door geestigheid kunnen geloofsovertuigingen en denkpatronen verschuiven en mentaliteiten veranderen’, meent Sultanoff.
Onze zoon van twintig, die computerwetenschap studeert, volgt een stage van drie maanden, waarvoor hij nu bijna vijfduizend kilometer van huis is. We missen hem. De week na zijn vertrek zag ik op een ochtend een stripverhaaltje. Op het eerste plaatje maakt een astronaut met een laptop een ruimtewandeling rond de Hubbletelescoop en zegt: ‘Nieuwe software geïnstalleerd. Lukt nog steeds niet om foto’s op de computer te uploaden. Advies graag.’ Op het volgende plaatje zit een jongen thuis achter zijn computer en zegt in zijn mobieltje: ‘Kom op, pa, zo moeilijk is het niet.’ Ik schuif de pagina onder de neus van mijn echtgenoot. We zeggen niets, maar kijken elkaar aan en moeten lachen.
Sultanoff zou zeggen dat mijn perspectief over de situatie van mijn zoon door het lachen is veranderd. Het dringt tot me door dat hij ongelooflijk geluk heeft met de stage die hij heeft gekregen – vooral nu banen schaars zijn. Daarbij houd ik me tevreden voor dat hij veel knapper is dan de jongen in de strip. Ik ben opeens niet meer zo somber als voor het ontbijt; dit is de eerste stap op de weg omhoog!
Het positieve dat je uit de cognitieve aspecten van humor haalt, houdt wellicht verband met het feit dat het plezierig is om geestigheid met anderen te delen, zoals toen ik de strip aan mijn man liet zien. ‘Het is een bijkomend voordeel’, meent Sultanoff. ‘Mijn oorspronkelijke ervaring bij de strip wordt in mijn herinnering opnieuw opgewekt en daarbij komt het plezier in het contact met jou.’ De strip met de astronaut zou nog niet half zo leuk zijn geweest als mijn man er niet was geweest om hem aan te laten zien. Het is niet zo verwonderlijk dat mensen in contactadvertenties een goed gevoel voor humor in de toptien van eigenschappen noemen die ze in een partner zoeken.
Niet iedereen is overtuigd van de verdienste van de lach. ‘Er bestaat bij mijn weten geen wetenschappelijk bewijs voor dat lachen gezond is’, meent biologisch psychiater Ilona Papousek van de Karl-Franzens Universiteit in Graz in Oostenrijk. Papousek kan een zonnige benadering van het leven echter wel aanbevelen. ‘Opgewektheid als stabiel persoonlijkheidskenmerk en een positieve, serene benadering van het leven kunnen goed zijn voor de gezondheid’, meent ze. ‘Uit onderzoek blijkt dat dit gunstig is voor de preventie van hart- en vaatziekten en langere zelfstandigheid in de ouderdom.’ Eigenlijk zegt Papousek dat opgewektheid, sereniteit en een positieve houding hetzelfde beschermende effect hebben als het gaat om hart- en vaatziekten als afvallen, stoppen met roken en meer lichaamsbeweging.
Keltner, van de Universiteit van Californië in Berkeley, kan de schijnbare kloof tussen opgewektheid en lachen misschien dichten met zijn werk over glimlachen. Voor een groot project over het leven van vrouwen heeft hij correlaties gevonden tussen het ontbreken of voorkomen van Duchenne-lachen in het jaarboek van 110 vrouwen die in 1959 en 1960 zijn afgestudeerd aan Mills College in Oakland, Californië, en hun levensloop in de dertig jaar daarna. Vergeleken met vrouwen zonder Duchenne-lach maakten de vrouwen met een hartelijke, uitnodigende glimlach vaker melding van minder bezorgdheid, angst, wanhoop, somberheid en pijn in de hele periode van dertig jaar. Keltner stelt dat glimlachen van invloed is op ‘aan stress gerelateerde cardiovasculaire opwinding’. Verder meent hij dat een hartelijke glimlach vertrouwen en vertrouwelijkheid bij anderen opwekt, wat ook een positief gezondheidskenmerk is.
Sultanoff vertelt het verhaal van een depressieve patiënte die zich vastklampte aan haar depressie, hoewel ze volhield dat ze graag beter wilde worden. Na enkele jaren van therapie begon Sultanoff haar tijdens de sessies voorzichtig te plagen. De patiënte maakte bezwaar en vroeg hem ermee op te houden met de woorden: ‘Als u me aan het lachen maakt, voel ik me niet meer depressief.’ Ondanks haar protesten ging Sulta-noff er een tijdlang mee door en telkens vroeg ze hem ermee op te houden. Maar op een dag kwam ze voor haar wekelijkse sessie zijn spreekkamer binnen en kondigde aan: ‘Dat met die humor werkt echt.’ Ze zei dat ze na hun laatste sessie een film van Woody Allen had gehuurd en zich na het kijken beter dan ooit had gevoeld. De vrouw heeft nog steeds bij vlagen last van depressies, maar onlangs heeft ze tegen Sultanoff gezegd dat alleen haar geloof belangrijker voor haar is dan de humor. Mensen met ernstige angststoornissen ‘zijn vaak eerder bereid humor in hun therapie en hun leven in te zetten, omdat ze niet bang willen zijn en ze direct baat vinden bij humor’, meent Sultanoff.
De voordelen van humor zijn overduidelijk in het Gateway Café, een project van de Universiteit van Rhode Island voor volwassenen met traumatisch hersenletsel. Het Gateway heeft een opendeurbeleid voor mensen met traumatisch hersenletsel, die er worden uitgenodigd om sociale contacten te leggen met mensen in dezelfde situatie. ‘In het algemeen raken mensen met traumatische hersenbeschadiging in het jaar na het ontstaan ervan ongeveer negentig procent van hun vrienden kwijt’, vertelt Dana Kovarsky, die het programma uitvoert met hulp van andere leden van de faculteit en enkele doctoraalstudenten van het Department of Communicative Disorders. De patiënten raken geïsoleerd omdat ze door hun gebreken niet meer kunnen deelnemen aan de dingen die ze vroeger met hun vrienden deden. Het probleem is des te groter doordat ze moeilijk praten.
Kovarsky wil graag achterhalen hoe mensen met traumatische hersenbeschadiging de lach inzetten bij hun pogingen contact te leggen met anderen. Hij ontdekte dat de lach bevorderlijk is voor zowel een positief als een negatief publiek imago, of ‘gezicht’. Zowel je positieve als je negatieve gezicht is van belang, en niet alleen voor mensen met traumatisch hersenletsel. Het positieve gezicht is een maat voor iemands verlangen om door anderen te worden geaccepteerd, en het negatieve gezicht is een maat voor iemands verlangen om op zijn eigen voorwaarden te worden geaccepteerd. ‘Beide typen “gezicht” zijn van belang voor mensen met traumatische hersenbeschadiging’, vertelt Kovarsky. ‘En de lach helpt beide typen gezicht of publiek imago vormen doordat de lach het contact vergemakkelijkt. Mensen met traumatische hersenbeschadiging willen op gelijke voet door anderen worden geaccepteerd en zoveel mogelijk onafhankelijk blijven.’
Hoe dat werkt, wordt bijvoorbeeld duidelijk door de plagerijen op dit soort sessies. De patiënten met traumatisch hersenletsel in Kovarsky’s programma zijn merendeels mannen en veel van de doctoraalstudenten zijn vrouwen. Zoals in alle sociale situaties met mannen en vrouwen wordt er veel over en weer geplaagd. Voor mensen met hersenletsel is de bereidheid om te plagen en geplaagd te worden een teken dat ze net zo willen worden behandeld als ieder ander in die situatie. De grappen, het geflirt en het geplaag leiden tot gelach en gelach ‘stimuleert solidariteit en de vorming van een gezicht’, stelt Kovarsky.
Het is drie uur ’s nachts. Ik ben wakker en lig te piekeren over verschillende dingen, waaronder de deadline voor dit artikel. Ik moet stoppen met tobben en weer gaan slapen. Ik vraag me nog één ding af: is het echt waar dat je stemming verandert als je glimlacht? Ik ga het proberen. Ik houd op met woelen en begin in het donker te glimlachen. Een brede grijns. Ik slaap.
<< PREVIOUS
1
2
3
4
view as a single page
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.