|
|
De helende werking van hilariteit
Gendry, de lachyogaleraar uit Manhattan die als eerste de techniek in de Verenigde Staten introduceerde, hield ons in wezen hetzelfde voor: ‘Je leven verandert er niet door. Van lachyoga word je nog niet constant blij. Ik ben zelf ook niet constant blij. Ik ben ook wel eens bezorgd of somber. Maar lachen helpt me om met stress om te gaan.’ Zijn presentaties van lachyoga voor bedrijven helpen de werknemers met stress om te gaan, hun productiviteit en creativiteit te verhogen en de communicatie en samenwerking te verbeteren, meent Gendry. (Zie: ‘Ken je die van die man die op kantoor komt?’, p. 60.)
In zijn klassieke werk uit de jaren zeventig, Anatomy of an Illness, heeft wijlen Norman Cousins beschreven hoe hij dankzij de Marx Brothers herstelde van een pijnlijke ziekte waar geen goede diagnose voor kon worden gesteld. Hun films bezorgden hem uren van pijnloze slaap en uiteindelijk werd hij weer beter. Een aantal reguliere artsen had kritiek op Cousins, maar op dit moment biedt ongeveer twintig procent van de door het National Cancer Institute opgerichte behandelcentra in de Verenigde Staten lach- of humortherapie aan, niet -omdat kanker erdoor wordt genezen, maar -omdat het de patiënten helpt ermee om te gaan. Maar zouden kankercellen ook gedood kunnen worden door te lachen?
Mary Payne Bennett, directeur van de Western Kentucky University School of Nursing, beschikt over bewijsmateriaal dat die mogelijkheid inderdaad bestaat, althans in de reageerbuis. Samen met collega’s heeft ze experimenten uitgevoerd om de activiteit van natuurlijke killercellen, of NK-cellen, te testen voor en na een zogeheten ‘humorstimulans’ (in lekentermen: iets grappigs), die vrijwilligers kregen te zien. Een van de taken van NK-cellen is het doden van kankercellen. De intensiteit van de reactie op kanker kan worden gemeten door NK-cellen en kankercellen samen in een buis te stoppen en te kijken hoeveel kankercellen er na vier uur dood zijn.
Voor Bennetts onderzoek werd er voor- en nadat vrijwilligers een komische speelfilm hadden bekeken bloed bij hen afgenomen. Bennett merkte dat sommige vrijwilligers hardop moesten lachen, terwijl andere alleen maar geamuseerd keken. De afweercellen van beide groepen werden bij kankercellen geplaatst. Beide groepen meldden een afname van psychische stress, maar alleen de afweercellen van de lachers waren na de komische film actiever tegen de kankercellen. ‘Het staat vast dat door vrolijk lachen de geconstateerde psychische stress afneemt, en dat dit samengaat met een lagere concentratie van het stresshormoon cortisol, wat wijst op een afname van de -fysiologische stress’, legt Bennett uit. ‘Lachen is goed en heeft voor zover we weten geen ernstige bijwerkingen. Het is een oude wijsheid van alle belangrijke geloofssystemen, maar nu is het ook bewezen.’
Het is een cliché dat humorloze, boze mensen eerder een hartaanval krijgen dan blije mensen. Dat is natuurlijk overdreven, want bijna iedereen kent wel een grappenmaker die in een hartaanval is gebleven of een verzuurd persoon die honderd is geworden. Toch hebben Michael Miller, directeur van het Center for Preventive Cardiology van het University of Maryland Medical Center in Baltimore, en zijn collega’s al in 2005 een mogelijk verband tussen humor en de gezondheidstoestand van het hart bestudeerd. Miller onderzocht daartoe driehonderd mensen, van wie er honderdvijftig een hartaanval hadden gehad of in aanmerking kwamen voor een bypass. De anderen waren gezonde mensen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht. Alle vrijwilligers moesten een humorenquête invullen met multiplechoicevragen, die aangaven hoe hard de personen in bepaalde situaties moesten lachen, en ja-nee-vragen, die bedoeld waren om woede en vijandigheid te bepalen (zie het kader op p. 57 voor voorbeeldvragen). Het was geen verrassing dat mensen met hartaandoeningen minder goed waren in het herkennen of erkennen van humor in dagelijkse situaties dan gezonde mensen. Ook in positieve situaties maakten mensen met een geschiedenis van hartkwalen eerder melding van woede of vijandigheid.
Miller meent dat mentale stress gerelateerd is aan schade aan het endotheel, de binnenwand van de bloedvaten. Uiteindelijk leidt die schade tot het ontstaan van plaques op het endotheel en tot ontstekingen, met als mogelijk gevolg dat een plaque loslaat bij een hartaanval, waardoor het bloedvat verstopt raakt en er geen bloed en zuurstof meer bij het hartweefsel kunnen komen. Als zo’n verstopping meer dan een paar tellen duurt, wat meestal het geval is, loopt het hartweefsel permanente schade op. ‘Uit ons wetenschappelijk onderzoek bleek een rechtstreeks effect van lachen op het -endotheel, en uit recent onderzoek in Athene bleek dat na een lachbui de elasticiteit van de bloedvaten is verbeterd’, meldt Miller. Het Griekse onderzoek, verricht door Charalambos Vlachopoulos en zijn collega’s van het Academisch centrum en Hippokration Ziekenhuis in Athene en in mei gepubliceerd in het vakblad , Psychosomatic Medicine, bevestigde de schadelijke effecten van stress en de heilzame werking van lachen op de elasticiteit van de bloedvaten bij een groep vrijwilligers die afwisselend naar onaangename en grappige speelfilms had gekeken. In tegenstelling tot gezonde, elastische vaten zorgen vaten met een verharde wand ervoor dat de linkerhartkamer te hard moet werken om het bloed door het vaatstelsel te pompen. Ook gaat de systolische bloeddruk erdoor omhoog, waardoor de kans op een hersen- of hartinfarct groter wordt. ‘Een kwartier of langer lachen per dag is misschien wel een prima therapeutische gewoonte om het hart in goede conditie te houden’, stelt Miller.
Ook ander onderzoek geeft intrigerende aanwijzingen voor de gezonde effecten van lachen. Japanse onderzoekers hebben ontdekt dat lachen diabetespatiënten kan helpen om hun bloedsuikerspiegel stabiel te houden, met name als het gaat om de pieken die meestal na een maaltijd optreden. De wetenschappers van de Stichting ter bevordering van de internationale wetenschap in Ibaraki en het Diabetescentrum van het Tenri Yorozu-sodansho Ziekenhuis in Nara hebben aangetoond dat aan NK-cellen (die mogelijk ook betrokken zijn bij de regulering van de bloedsuikerspiegel) gerelateerde genen in actie kwamen nadat patiënten met type-II-diabetes (de meest voorkomende soort) komische films hadden bekeken, maar niet nadat ze waren gedwongen te luisteren naar een lezing over diabetes. Bovendien was de bloedsuikerspiegel na het eten bij hen na de komische films aanmerkelijk verbeterd. Dit onderzoek bevestigt andere studies waaruit blijkt dat de bloedsuikerspiegel verbetert wanneer NK-cellen worden geïnjecteerd bij muizen die genetisch zijn geprogrammeerd op overgewicht en diabetes.
Ik bel het nummer om mee te doen aan een telefonische lachyogasessie, een dienst die door vrijwilligers wordt aangeboden om mensen die geen echte sessie kunnen bijwonen, in contact te brengen met een lachleider. Het is zaterdagochtend. Ik ben alleen thuis, ongehinderd door kinderen of echtgenoot. Ik zal me er helemaal aan overgeven. Na een paar minuten komt een vrouw, kennelijk de leidster, aan de lijn. Ze begint meteen te lachen. Geen inleiding, geen plichtplegingen: we storten ons er middenin.
Ze begint te grinniken en ik doe haar na. Al gauw zitten we allebei te gieren van het lachen. Ik merk dat ik buikpijn heb. Dat zou kunnen komen van de buikspieroefeningen op de sportschool, maar ik denk van niet. Na een minuut of tien komt er een andere stem bij, die mompelt: ‘Eh, hallo?’ We negeren haar en gaan door met lachen. Al gauw lacht zij ook.
Ik zit aan de telefoon voor mijn computer. Ik besluit om tijdens het telefoontje even online wat bestellingen te doen. Vreemd genoeg heeft het lachen, waar geen vrolijkheid of cognitief inzicht aan te pas komt, me in een staat van verhoogde concentratie, een flow, gebracht. Ik kan niets bestellen. Welke maat? Welke kleur? Ik moet te hard lachen om het te weten en ik sluit het programma af om te voorkomen dat ik iets bestel dat twee maten te groot is of twintig jaar te klein. Als een vroege aanhanger van digitaal winkelen heb ik met succes op internet boodschappen gedaan met een huilende baby op schoot of tijdens telefoongesprekken met klanten, maar kennelijk kan ik niet kopen en lachen tegelijkertijd.
Dan wordt de sessie net zo abrupt afgebroken als die begon. ‘Dank u wel’, zegt de leidster. ‘Nog een prettige dag.’ Klik. Ik voel me lekker, verfrist. Zal het later ook werken voor de middagdip? Ik loop die dag vanwege huishoudelijke rompslomp verscheidene andere sessies mis en dat irriteert me; ik wil het echt nog een keer meemaken.
Volgens conventionele psychologische theorieën vormen uitdrukkingen van woede en droefheid een gezonde reactie op verdriet, en is de uitdrukking van positieve emoties een teken van ontkenning, waardoor het verdriet juist langduriger en heviger wordt. In Born to Be Good: The Science of a Meaningful Life, beschrijft Dacher Keltner, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Californië in Berkeley, een onderzoek dat hij samen met George Bonanno, hoogleraar opvoeding en psychologie aan de Columbia University in New York, heeft uitgevoerd om een antwoord te vinden op de vraag: hoe verwerkt iemand een ingrijpend trauma? Er werden 45 volwassenen ondervraagd, die een half jaar voordien hun man of vrouw hadden zien sterven. Kaltner en Bonanno wilden achterhalen welke emoties bij deze achterblijvers een indicatie vormden voor een gezonde verwerking van verlies. Ze registreerden angst, depressie en langdurige rouw in de maanden en jaren na het verlies.
<< PREVIOUS
1
2
3
4
NEXT >>
view as a single page
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.