|
|
Tekenen voor verandering
Hoe stripboeken het leven van jonge mensen inspireren, van Azië tot het Midden-Oosten.
Hebt u zich ooit afgevraagd waarom ze in het Midden-Oosten niet van Superman houden? ‘Wij houden er niet van als onze helden hun ondergoed aan de buitenkant dragen’, zegt Suleiman Bakhit, oprichter van Aranim Media Factory, dat sinds vier jaar vanuit Jordanië stripboeken publiceert voor de Arabische markt. Maar eigenlijk zit het ’m niet in de kleding. ‘Het probleem is dat Superman letterlijk alles kan doen met al die fantastische superkrachten die hij heeft gekregen. Hij hoeft er haast niets voor te doen. Zijn verhaal, net als dat van Spiderman en Batman, maakt een duidelijk onderscheid tussen goed en slecht, en presenteert de wereld in tegenstellingen, in zwart en wit. Wij kunnen ons niet spiegelen aan deze westerse helden, omdat ze zo uit de pas lopen met onze culturele normen en waarden, en onze dagelijkse ervaringen.’
Vergelijk dat eens met Sinbad de Zeeman, zegt Bakhit, verwijzend naar het eeuwenoude Perzische verhaal over de zoon van een rijke vader die zijn fortuin verliest en tijdens zijn verre reizen, op zoek naar rijkdom, vele obstakels overwint. ‘Sinbad ging door een moeizame leerfase en ontdekte zijn avonturiersgeest’, zegt Bakhit. ‘Zo’n ontwikkeling van karakter is meer complex en meer realistisch. Zo’n verhaal lijkt uit het leven gegrepen. Het is niet alleen maar entertainment of tijdverdrijf, maar biedt lessen over hoe je omgaat met tegenslag en ontbering en over het belang van doorzettingsvermogen.’
Het is typerend, vindt hij, dat Disney er een eenvoudig kinderverhaaltje van heeft gemaakt. Daarom werkt Bakhit aan een eigentijdse versie van Sinbad, in een stripboekvariant die veel dichter bij de originele mythologie staat. Maar Bakhit is er niet alleen opuit om recht te zetten wat de filmstudio’s van Disney in zijn ogen verkeerd hebben gedaan. Hij wil via zijn stripboeken niets minder dan het extremisme in zijn regio tegengaan, door de jeugd te voorzien van positieve rolmodellen. Zijn verhalen moeten de Arabische jeugd laten dromen van een toekomst die zij zelf kunnen creëren. Hij heeft inmiddels meer dan tien stripboeken uitgegeven en verwacht aan het einde van dit jaar uit te komen op dertig stuks.
Even lijkt het of Bakhit over de vraag moet nadenken of er misschien een tekort is aan positieve rolmodellen in het Midden-Oosten. Maar als hij begint te praten, wordt duidelijk dat de stilte werd veroorzaakt door pure verbijstering. ‘Een gebrek?’, herhaalt hij. ‘Er zijn er geen! De jeugd groeit hier op zonder ook maar één enkel positief rolmodel. Er is geen politiek of publiek figuur waar de jeugd zich aan kan spiegelen.’
Voor het eerste boek dat Aranim uitgaf, koos Bakhit het verhaal van Muwaffaq Al-Salti, een luitenant die in 1966 als piloot een heroïsch, acht minuten durend gevecht leverde, toen moderne Israëlische gevechtsvliegtuigen het luchtruim boven Jordanië waren binnengedrongen. ‘Dit was het langste luchtgevecht ooit,’ weet Bakhit, ‘maar vrijwel niemand in Jordanië kent deze legende. Dit verhaal is een onontdekte parel in onze cultuur. De reacties op het boek waren overweldigend. Kinderen willen nu zijn zoals hij.’
Met trots vertelt Bakhit over het meisje, dat elf jaar was toen ze elkaar ontmoetten, op een school waar hij de leerlingen geregeld betrekt in het ontwikkelen van zijn verhalen. Nadat zij een stripverhaal had gelezen over de avonturen van de bemanning van de eerste Arabische ruimtevaart, vertelde ze hem haar geheim: ze wilde astronaut worden, niet bepaald typisch een ambitie voor een meisje met een hijab. ‘Ik vertelde haar dat ik een vrouwelijke kapitein van een ruimtevaartschip in een nieuw verhaal zou introduceren en naar haar zou vernoemen, als ze mij beloofde haar dromen te volgen’, zegt Bakhit. ‘Jaren later zagen we elkaar weer. Ze was natuurlijk nog geen astronaut, maar ze was begonnen met strips tekenen. Nadat ze onze stripboeken had gezien, had ze gedacht: waarom kan ik eigenlijk geen astronaut worden? Dat is hoe je verandering bereikt. Opeens denken mensen: waarom hebben wij geen democratie? Waarom kan ik geen verschil maken?’
Vroeger was Bakhit niet zo’n jongen die altijd driftig in zijn schoolschriftjes zat te tekenen. Eigenlijk had hij een heel andere carrière voor ogen. In 1996 ging hij naar Amerika om ingenieur te worden, maar na enkele dwalingen studeerde hij in 2005 af in human-resourcesmanagement. Hij wilde terug naar Jordanië en de baantjes lagen voor het oprapen; in de Arabische wereld zijn er niet al te veel experts op het gebied van personeelsbeleid.
Maar in de jaren voor zijn vertrek was er iets veranderd: de wereld – en daarmee ook Bakhit. De terreuraanslagen van 11 september hadden gezorgd voor een golf van moslimhaat door Amerika, ook op de campus van de Universiteit van Minnesota in Minneapolis, waar Bakhit sinds 2000 studeerde. Tijdens een avondje uit werd Bakhit gemolesteerd door een groepje balorige jongeren – een aanval waarvan de littekens nog altijd zichtbaar zijn. Bakhit was woedend, maar besefte na een tijdje dat een vertrek uit de Verenigde Staten zou betekenen dat zijn belagers hadden gewonnen. Daarom besloot hij zich in te zetten om de angst voor moslims en het Midden-Oosten weg te nemen. Hij meldde zich aan bij basisscholen in de omgeving, om in de klas te komen praten. Hij zou ze vertellen dat niet alle Arabische mannen met een zwarte baard zijn zoals Osama bin Laden, zoals niet alle blanke mannen lid zijn van de Ku Klux Klan. Leerlingen mochten hem alles vragen wat ze wilden weten: welke kleren Arabische kinderen dragen, hoe het daar is op school, welke televisieprogramma’s ze kijken; alles.
Op een dag had een van de leerlingen gevraagd hoe de Arabische superhelden eruitzien. Bakhit had daar geen pasklaar antwoord op. De vraag bleef hangen in zijn hoofd en toen Bakhit dat antwoord had gevonden, bedacht hij dat het tijd was om in het Midden-Oosten stripboeken uit te brengen. ‘Ik wilde veranderen hoe de Arabische wereld zichzelf ziet en hoe de wereld de Arabische wereld ziet’, zegt hij beslist. De helden die hij zou tekenen, zouden passen bij de cultuur en ze moesten kinderen aanzetten op te staan voor verandering. Zo begon Bakhit het potlood op te pakken om te tekenen – iets wat hij nooit echt met enige ambitie had gedaan.
‘Het probleem van het Midden-Oosten is dat jongeren altijd is verteld wat ze moeten lezen en geloven’, analyseert Bakhit. ‘Dat moet veranderen, en het is al aan het veranderen. Internet stelt ons in staat om onze gedachten en gevoelens uit te drukken zonder al te veel censuur. Dat is een doorbraak in onze samenleving.’
Het pad naar succes heeft nog wel wat hindernissen, beseft ook Bakhit. Tot een paar jaar geleden had vermoedelijk niemand in het Midden-Oosten een stripboek gezien – en voor zover mensen ervan weten, wordt erop neergekeken. Voor Bakhit, zoon van een voormalige premier van Jordanië, levert dat extra gefronste wenkbrauwen op. ‘Als mensen horen wat ik doe, zijn ze geschokt’, zegt hij. ‘Mensen hadden verwacht dat ik een baantje bij de overheid zou nemen. Ze kunnen zich niet voorstellen waarom ik ervoor koos stripboeken te maken. Het is niet prestigieus, niet iets om trots op te zijn. Mijn vader houdt absoluut niet van wat ik doe.’
Hoewel hij niet de eerste is die stripboeken naar het Midden-Oosten brengt – AK Comics begon in 2004 in Egypte en een jaar later volgde Teshkeel Comics in Koeweit – heeft Bakhit wel een andere benadering: hij brengt geen exacte kopie van de Amerikaanse stijl, maar een eigenzinnige mix van wat hij het beste van de Amerikaanse en Japanse tekencultuur noemt, aangevuld met de belevingswereld van Arabische jongeren. Intussen moedigt hij jongeren aan mee te denken met de verhalen en stimuleert hij hen om hun tekentalenten verder te ontwikkelen, zodat er een Arabische stijl zal ontstaan in de toekomst. In zijn studio in Amman, waar hij vijf werknemers in dienst heeft, tekent hij zelf de karakters en de sleutelscènes, waarna een team van nog eens een flinke handvol artiesten in Japan, Brazilië, Mexico en Venezuela de tekeningen aanvult, verfijnt en inkleurt. Die internationale samenwerking, meent Bakhit, zorgt voor een internationale allure.
Dat zal hij zeker nodig hebben om zijn bedrijf naar economisch veilig water te loodsen. De stripboeken deelt hij vooral gratis uit: op scholen of als bijlage meegestuurd met een krant. Zo hoopt hij een grote schare fans te creëren die een interessante markt vormen voor speelgoed, videogames of films, waarop Aranim geld verdient door de licentierechten te verkopen. Bakhit is niet bang dat er in deze markt weinig geld te besteden is. ‘De markt in het Midden-Oosten is een van ’s werelds snelst groeiende afzetmarkten voor speelgoed’, weet hij. ‘Wij hebben de grootste populatie jongeren, met 50 procent onder de vijftien jaar.’
Bakhit weet dat het ‘een lang gevecht’ zal zijn voordat zijn lezers de wereld zullen veranderen, maar dat geeft niet, zegt hij. ‘Veel grote veranderingen in de samenleving hebben tijd gekost.’ Hij wijst op de trage emancipatie van vrouwen – een proces dat volgens hem nog steeds niet af is, afgaand op de populaire cultuur in het Westen. Bakhit vertelt over James Bond, een typisch westerse held met zijn seksisme en verfijnde maniertjes. De Arabische stripvariant, waaraan hij momenteel werkt, zal rauwer en stoerder zijn. Ook zegt Bakhit te leren van de fouten die eerder in het Westen zijn gemaakt. De Arabische James Bond zal samenwerken met vrouwelijke geheim agenten.
En hij zal zijn onderbroek uiteraard gewoon onder zijn pantalon dragen.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |



You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.