|
|
Alles verandert
De fundamentele veranderingen in de wereld nopen ons tot een besef van verbondenheid.
In het eerste decennium van de 21e eeuw zien we ons geconfronteerd met een nieuwe werkelijkheid, zowel individueel als collectief. Onze werkelijkheid is bezig te veranderen, doordat de wereld van de mens zijn stabiliteit heeft verloren en niet langer duurzaam is. Echter, deze werkelijkheidsrevolutie herbergt een unieke kans. Dit decennium is het eerste in de wereldgeschiedenis dat de mens de keus biedt tussen deel uitmaken van het laatste decennium van een vervagende, verouderde wereld óf van het eerste decennium van een nieuwe, levensvatbare wereld.
De werkelijkheid die zich nu aandient, is volslagen nieuw. We zijn getuige van steeds heviger schokken en verrassingen, die echter geen gevolgen zijn van verblinding en onwetendheid. Het is onze werkelijkheid zelf die bezig is te veranderen. Of zoals de econoom Kenneth Boulding opmerkte: ‘Het enige wat ons niet hoeft te verrassen, is dat we voor verrassingen komen te staan.’
Verrassingen zijn inherent aan de nieuwe werkelijkheid. Niets blijft zoals het is: in alle processen treedt ‘bifurcatie’ op. Deze term, afkomstig uit de wiskunde en de chaostheorie, geeft aan dat de ontwikkelingsweg van een systeem onderhevig is aan abrupt optredende, onvoorziene veranderingen. Wij leven in een tijdsgewricht van bifurcatie waarin zich een fundamentele verandering in onze wereld voltrekt: een macroshift.
De werkelijkheidsverandering die we nu ervaren, betreft de relaties tussen mensen onderling, tussen de mens en de natuur, en tussen de mens en de kosmos. Al eerder vermoedden vooruitziende geesten dat deze werkelijkheidsverandering op til was, maar de grote meerderheid van de mensheid leefde voort op basis van de aanname dat de dingen wel ongeveer zullen blijven zoals ze waren. In 2007 begon het echter al duidelijk te worden dat de dingen niet zouden blijven zoals ze waren. De aarde onder onze voeten is letterlijk bezig te veranderen. Op oudejaarsavond vierden de Russen het begin van het nieuwe jaar op het voormalige Rode Plein, waar geen spoor van sneeuw of ijs te bekennen was; in januari wandelden New-Yorkers in hemdsmouwen door Central Park; het hart van Groenland wordt in beslag genomen door een niet-bevroren meer met een oppervlakte van in totaal ruim vier keer de oppervlakte van Nederland, en op de top van de Kilimanjaro ligt vrijwel niets van de legendarische sneeuw meer. Wie er nu nog aan twijfelt dat de wereld waarin we leven bezig is te veranderen, is blind, koppig of eenvoudigweg dom.
Uiteraard is het klimaat slechts een van de vele veranderingen die zich voltrekken, hoewel het wel de meest zichtbare is. De klimaatverandering gaat gepaard met een groot aantal andere factoren, die evenzeer onderhevig zijn aan verandering, zoals het milieu, de economie, de politieke en sociale verhoudingen en de relaties tussen culturen. Het komt er allemaal op neer dat op de oude voet doorgaan ons – in meer dan één opzicht – regelrecht naar een catastrofale bifurcatie of een rampzalig omslagpunt zal voeren. Verandering is allang geen theorie meer, laat staan een optie: het is een werkelijkheid waarvan ons voortbestaan sterk afhankelijk is. Doorgaan op basis van de veronderstelling dat alles wel zo zal blijven als het is, is domweg suïcidaal.
Interessant en in dit opzicht van belang is dat ook onze kijk op de wereld bezig is te veranderen: de wetenschap zelf is bezig aan een paradigmashift, een omslag in de algemeen geaccepteerde visie van de meerderheid. (Een paradigma is een analyse- en interpretatiemodel, de ‘bril’ waardoor we informatie opnemen en ordenen die bepaalt welke vragen we stellen en hoe onze veronderstellingen tot stand komen.) Het nieuwe paradigma geeft ons meer inzicht in de aard van kwantumsprongen in complexe systemen, niet alleen in de natuur, maar ook in de samenleving. Complexe systemen ontwikkelen zich niet geleidelijk of stap voor stap: ze zijn bij uitstek non-lineair. Ze evolueren zich slechts stapsgewijs totdat zij een evenwichtsdrempel bereiken en ineenstorten óf bifurqueren. Dit geldt voor de evolutie van sterren (op een gegeven moment exploderen ze tot een supernova en spuwen de materie uit waaruit de volgende generatie sterren zal voortkomen, óf ze imploderen tot een zwart gat); voor de evolutie van levensvormen (vroeg of laat in hun bestaan wordt het voortbestaan van iedere soort bedreigd, waarop de desbetreffende soort muteert tot een beter aangepaste vorm, óf uitsterft); en voor de evolutie van hele beschavingen (ook zij evolueren óf gaan ten onder, zoals onder meer de gebeurtenissen in de communistische wereld in de winter van 1989-1990 hebben aangetoond).
Betekent dit dat de menselijke samenleving verdoemd is en dat wij zelfs als soort zullen uitsterven? De momenteel dominante beschavingsvorm lijkt zijn grenzen te hebben bereikt en zal hoe dan ook moeten veranderen. Over ons voortbestaan als soort – dat weliswaar niet kan worden uitgesloten – is echter geenszins een beslissing gevallen. We beschikken over enorme, tot nu toe nog niet verkende hulpbronnen die ons kunnen helpen de grote opgaven waarvoor we ons gesteld zien het hoofd te bieden. We beschikken over een reeks nieuwe, geavanceerde technologieën en in de pioniersgebieden van de wetenschap breken radicaal nieuwe inzichten door.
Het belangrijkste inzicht dat voortkomt uit het nieuwe wetenschappelijk paradigma is echter niet van technologische aard. Het is de bevestiging van iets wat mensen altijd intuïtief hebben geweten, maar waarvoor ze geen rationele verklaring konden vinden: onze sterke verbondenheid met elkaar en met de kosmos. Traditioneel levende volken hebben deze relatie altijd onderkend en leefden ernaar, maar de moderne beschaving heeft haar aanvankelijk verwaarloosd en vervolgens ontkend. Toch verschaft authentieke spirituele ervaring ons rechtstreekse bewijzen van onze verbondenheid met elkaar en alle overige bestanddelen van de schepping, en nu bevestigt de moderne wetenschap de geldigheid van dit intuïtieve weten.
Tot een paar decennia geleden zagen wetenschappers de idee van de verbondenheid tussen de mensen onderling en tussen de mens en de natuur als een waanidee. Nu echter stapelen de bewijzen zich op. Een nieuwe kijk op de verbondenheid van alles met alles binnen het kader van de nieuwe wetenschappen – de kwantumfysica voorop – leverde aanwijzingen op dat het overweldigende gevoel van ‘eenheid’ dat mensen soms ervaren géén illusie is, en dat het de vermogens van de wetenschappen niet te boven gaat er een verklaring voor te geven. Net zoals kwantums, complete atomen en moleculen van het ene moment op het andere door tijd en ruimte met elkaar ‘verstrengeld’ kunnen raken, kunnen ook levende organismen – en het complexe, supergevoelige systeem van hersenen en zenuwstelsel van hoogontwikkelde organismen – ogenblikkelijk met andere organismen, de natuur en zelfs de kosmos in zijn geheel verbonden raken. Dit is van essentieel belang, want het toelaten van dit intuïtieve besef van de verbondenheid van alles met alles in ons bewustzijn kan de inspiratie leveren voor de solidariteit die we zo dringend nodig hebben om in harmonie met elkaar en de natuur op aarde te kunnen voortbestaan.
Het orakel van Delphi gaf ons de raad: ‘Ken Uzelve!’ Wij zouden dit zo kunnen aanvullen: ‘Ken jezelf als bestanddeel van een snel veranderende wereld waarin alles met alles verbonden is.’ Deze zelfkennis en de eruit voortvloeiende praktische wijsheid is een voorwaarde geworden voor het voortbestaan van de menselijke beschaving en zelfs van de menselijke soort.
Ervin Laszlo schreef diverse boeken over het veranderende bewustzijn. Dit is de inleiding van zijn nieuwe boek Kwantumshift in het wereldbrein (Uitgeverij Ankh-Hermes).
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |



You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.