Email   Print

In tongen spreken

Volgens filosoof Ken Wilber is er maar één manier om de wereldproblemen op te lossen: mensen met andere culturele waarden moet je in hun eigen taal aanspreken.

Jurriaan Kamp | 115 april 2009 issue

Ken Wilber
Foto: Julie Harris

Ken Wilber heeft één simpel ideaal: onze tijd doorgronden – verklaren wat we moeten doen om de armoede uit te roeien en de opwarming van de aarde een halt toe te roepen, om maar eens twee cruciale vraagstukken te noemen. Daar gaat ook mijn belangstelling sinds jaar en dag naar uit; vandaar dat ik twintig jaar geleden mijn eerste boek van Wilber kocht. In de loop der jaren heb ik ieder nieuw boek van hem gekocht en doorgelezen, maar op de een of andere manier sprong de vonk niet over. Hoewel we duidelijk dezelfde belangstelling en idealen koesteren, sprak Wilbers boodschap me gewoon niet aan.

Dus toen een goede vriend van me Wilber onlangs omschreef als ‘een van de belangrijkste filosofen van onze tijd’ en zei dat ik hem moest interviewen, liep ik niet direct over van enthousiasme. Maar ik wilde het nog één keer proberen en ik bestelde nog vier boeken van Wilber. Toen ik de eerste twee opensloeg, kwam ik al snel tot dezelfde conclusie als vroeger. Maar op een zondagochtend begon ik in Een Beknopte Geschiedenis van Alles. Een uur later zat ik tot mijn verbazing nog steeds te lezen, volledig verdiept in Wilbers diepzinnige, briljante analyse van de uitdagingen van onze tijd.

Ik mag er dan twintig jaar over hebben gedaan, maar eindelijk stonden mijn ogen, oren en hart open. Wilber overtuigde me ervan dat er herkenbare patronen zijn in de ontwikkeling van mensen en culturen en dat we met inzicht in die patronen tot een ‘theorie van alles’ kunnen komen: een integrale visie die de lichamelijke, emotionele, mentale en spirituele wereld samenvoegt en ons uitnodigt tot iets meer samenhang, iets minder gefragmenteerdheid in ons werk en ons bestaan. En zo stond ik begin februari voor het flatgebouw waar Ken Wilber op de bovenste verdieping woont met uitzicht op de hoogbouw van Denver in Colorado en besneeuwde bergen op de achtergrond. Het was 17 graden Celsius, wat meteen deed denken aan het broeikaseffect, een van de onderwerpen waarover ik met hem van gedachten wilde wisselen.

Wilbers appartement getuigt van de integrale aanpak die centraal staat in al zijn boeken. De moderne technologie en glanzende designmeubels vormen één geheel met beelden en artefacten van eeuwenoude Aziatische spiritualiteit. Zelfs in Wilbers voorkomen komt zijn denken tot uitdrukking. Zijn lange, sterke lichaam is niet het lichaam van een filosoof die de hele dag alleen maar boeken leest en schrijft. Het is duidelijk dat Wilber, die zestig jaar is, niet alleen zijn hersenen in training houdt. Zijn integrale filosofie is ook meer dan een intellectuele oefening. Het is een dringend antwoord op hardnekkige, praktische problemen.

Al snel na zijn studie biochemie begon Wilber oplossingen te zoeken. Hij besefte inmiddels dat de menswetenschappen voor hem een veel interessanter onderzoeksgebied vormden. ‘De jaren zestig hadden een enorme golf aan Oosterse wijsheid gebracht, zoals humanistische en transpersoonlijke psychologische tradities’, weet hij nog. ‘We bestudeerden Oosterse scholen en probeerden de filosofieën ervan in Westerse scholen te integreren. Ik was gegrepen door de ongelooflijk belangrijke ideeën die er toen te ontdekken vielen.’

Deze versmelting van filosofieën heeft Wilber uitgewerkt in The Spectrum of Consciousness, zijn eerste boek uit 1973. ‘Eerst leken de twee benaderingen uitstekend bij elkaar te passen’, vertelt Wilber. ‘Het Westerse model klopte voor ongeveer twee derde (als integrale filosofie) en het Oosterse model leek daarop aan te sluiten.’ Maar er was een probleem: ‘Het nieuwe samengestelde model leek als gevolg te hebben dat je pas tot de Oosterse spirituele ervaringen kon komen als je alle fasen van het Westerse ontwikkelingsmodel had doorlopen. En we wisten gewoon dat dat niet klopte. In ieder stadium van het Westerse ontwikkelingsmodel kun je meditatieve ervaringen opdoen. De mens doorloopt in zijn volledige groei beide ontwikkelingsstadia tegelijkertijd.’ Sindsdien staat deze geïntegreerde benadering centraal in Wilbers werk. In de loop der jaren merkte hij dat hij niet alleen staat. Uit tientallen onderzoeken komt, schrijft hij, ‘een opmerkelijk consistent verhaal over de evolutie van het bewustzijn’ naar voren. Over de details zijn de meningen nog verdeeld, maar de algehele boodschap is dat de mensheid zich in een serie zich ontvouwende fasen ontwikkelt, te beginnen met simpelweg overleven tot een verlicht spiritueel bestaan, ongeveer zoals de piramide van behoeften van de Amerikaanse socioloog Abraham Maslow. Het proces gaat van ‘ik’ via ‘wij’ naar ‘wij allemaal’. Onderweg doorlopen volken en culturen verschillende fasen met verschillende waarden.

‘Dat is geen maniertje om volken en culturen in een vakje te stoppen, maar een handig hulpmiddel om te weten op welke hoogte ze zitten, zodat we ermee kunnen communiceren’, stelt Wilber. Hij wijst erop dat iedere fase de vorige ‘overstijgt en omvat’: het nieuwe niveau gaat boven het vorige uit, maar omvat en omsluit nog steeds de waarden daarvan. Wilber vergelijkt het proces met een cel die de moleculen overstijgt maar ook omvat, die op hun beurt weer atomen overstijgen en omvatten. ‘Als moleculen boven atomen uitgaan wil dat nog niet zeggen dat ze er een afkeer van hebben,’ schrijft hij, ‘maar juist dat ze ervan houden: ze worden opgenomen in de nieuwe samenstelling.’

Maar er is een voorbehoud. Cellen, moleculen en atomen moeten dezelfde taal spreken om samen te kunnen werken. Dat geldt ook voor volken en culturen. Wilber merkt op dat de wereld door de globalisering weliswaar op een dorp is gaan lijken, maar dat de wereld tegelijkertijd razendsnel desintegreert. Vroeger werden de meeste mensen geboren en opgevoed in dezelfde cultuur waarin ze ook trouwden, kinderen kregen en stierven. Hun leven speelde zich af binnen één waardestelsel en die waarden waren grotendeels dezelfde als die van hun voorouders. Maar door de globalisering zijn veel verschillende waardestelsels bij elkaar gekomen. Mensen reizen en ze nemen hun ideeën en opvattingen mee. Dat leidt vaak tot een breuk in de communicatie. Sommige culturen spreken de taal van ‘ik’, andere de taal van ‘wij’ en weer andere de taal van ‘wij allemaal’.

Het integrale model van Wilber is een soort universele vertaler van deze culturele spraakverwarring, een poging om alle verschillende talen in één theorie van alles te integreren. Volgens Wilber vallen alle waardestructuren in vier hoofdklassen uiteen: Ik (zelf en bewustzijn), Wij (cultuur en wereldbeeld), Het (hersenen en organismen) en Hetten (sociaal stelsel en milieu). ‘Waar zijn al die theorieën voor nodig?’, vraagt hij. ‘Omdat ze werken. Het probleem ontstaat wanneer we proberen van één theorie de enige benadering te maken. Dat lukt niet omdat het een gedeeltelijke benadering is. De wereld moet met verschillende waardestelsels om kunnen gaan.

Ontwikkelingen verlopen in fasen en daar is niets aan te doen. We moeten sociale organisatiestructuren ontwikkelen die daarmee rekening houden. Anders komt er alleen maar meer sociaal geweld en desintegratie.’ De uitdaging om mondiale problemen op te lossen bestaat eruit dat al die verschillende waardestelsels in hun eigen taal moeten worden aangesproken.

Neem het broeikaseffect, dat Wilber beschrijft als ‘het eerste probleem dat iedereen, overal ter wereld aangaat. Al Gore zegt dat iedereen zijn gedrag moet veranderen. Maar hij zegt dat in een taal die misschien door 20 procent van de wereldbevolking wordt verstaan. Gore gaat ervan uit dat mensen zullen reageren vanuit rationeel eigenbelang gebaseerd op wetenschappelijke feiten, maar dat is de minst belangrijke beweegreden voor de meerderheid van de wereldbevolking.’

Andere culturen kunnen volgens Wilber vanuit andere waarden op de dreiging van het broeikaseffect reageren. In Afrikaanse culturen overheerst de feodale familie, stelt hij, zodat ze bepaalde vormen van milieu- en energiebeleid alleen kunnen aannemen wanneer die in een taal zijn geformuleerd waarin duidelijk wordt wat het voordeel is voor de familie. Zo zullen Hindoes hun gedrag eerder veranderen ter wille van Gaia dan vanwege hun rationele eigenbelang. ‘Al Gore moet zijn boodschap “hertalen” in minstens vier verschillende waardestructuren om zo’n 80 procent van de wereld achter zich te krijgen’, meent Wilber. ‘Anders werkt het gewoon niet.’

Ook de politiek zou baat kunnen hebben bij een integrale benadering. Een klassiek voorbeeld is het conflict tussen conservatieven en progressieven over welvaart. Progressieven houden vol dat mensen arm zijn door gebrek aan steun van de overheid, maar conservatieven betogen dat mensen arm zijn door gebrek aan gezinsmoraal en arbeidsethos. In Wilbers visie hebben ze allebei gelijk. Het is geen kwestie van óf-óf maar van én-én. Zijn ideale overheidsbeleid: ‘We stellen alles in het werk om je te helpen, maar tegelijkertijd willen we dat je alles in het werk stelt om jezelf te helpen.’ We moeten een manier vinden om alle dimensies te bereiken, zowel het innerlijke als het uiterlijke vermogen. We moeten uitvinden waar je jezelf kunt helpen en waar je hulp nodig hebt.’

Ook multiculturalisme is geschikt voor een integrale aanpak, meent Wilber. Hij ziet in Nederland een beperkte, relatief homogene cultuur met een grote immigrantenpopulatie, die een belangrijke testcase vormt. ‘Jullie kunnen niet blijven vasthouden aan één waardestelsel’, vindt hij. ‘Dat loopt uit op burgeroorlog. Nederland is het meest ontwikkelde Europese land met één cultuur dat ook al veel langer dan de andere ervaring heeft met immigratie. Nu is een niveau bereikt dat prima geschikt is voor een integrale aanpak. Dat wordt de lakmoesproef.’

Wilber noemt de geïntegreerde geneeskunde, waarin Westerse behandelmethoden worden gecombineerd met oude Oosterse geneeswijzen, een goed voorbeeld van een succesvolle integrale aanpak. Ook beschrijft hij hoe organisaties als Unicef betere resultaten kunnen behalen als ze projecten voor ontwikkelingshulp presenteren in de context van plaatselijke waardestelsels. Op het World Economic Forum van Davos in 2006 noemde de voormalige Amerikaanse president Bill Clinton Wilbers ideeën cruciaal voor het opstellen van succesvolle ontwikkelingsprogramma’s. ‘Ik vraag me af of gewone mensen wel iets zullen hebben aan al die grootse plannen die we hier naar voren brengen’, zei Clinton. ‘Als gewone mensen zelf niet inzien dat onze grootse ideeën iets voor hun leven kunnen betekenen, kunnen ze het hogere bewustzijnsniveau niet ontwikkelen… waar de Amerikaanse filosoof Ken Wilber een heel boek over heeft geschreven. Het probleem is volgens hem dat de wereld meer geïntegreerd moet raken, maar daar is een heel hoog bewustzijn voor nodig, en het vermogen door de verschillen tussen alle mensen heen te kijken.’ Wilber stelt: ‘Het is makkelijker een ding te bouwen dan bewustzijn op te bouwen, daarom gaan we door met het bouwen van dingen, maar verwaarlozen we het bewustzijn erachter.’ En, heeft de wereld nu behoefte aan meer bewustzijn? ‘Kijk eens om je heen’, zegt Wilber, met een blik op de bergen in de verte. ‘Wat doet de mens hier? Hij is er niet alleen vanwege hebzucht en ambitie. Zoek eens een breder kader voor wat we hier volgens jou doen. Wat doe jij met je leven? Hoe kun je je visie opwaarderen? Richt je blik naar binnen, en hopelijk ben je niet teleurgesteld over wat je daar vindt.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.