Email   Print
Share  

Geluk voor beginners

Lessen in gelukskunde helpen de leerlingen van een middelbare school in Limburg met hun gevoelens om te gaan – en die kennis geven zij door aan de ouderen in het verzorgingshuis.

Arend Hulshof | 115 april 2009 issue

Volgens de Limburgse geluksleraar Theo Wismans zou 'zijn' vak op elke middelbare school verplicht moeten zijn.
Foto: Pieter de Swart

Met een olijke blik in hun ogen sommen ze op wat hen gelukkig maakt. ‘Kleinkinderen, lekker eten, spelletjes, bij elkaar zijn.’ Voor de ouderen in zorgcentrum De Dormig in het Limburgse Landgraaf is het bijna teveel om op te noemen. De meesten gaan automatisch al een beetje stralen als ze denken aan hun geluksmomenten.

Deze ouderen volgen een speciale les in gelukskunde. Hun leraren zijn twee leerlingen van het nabijgelegen Eijkhagencollege: Wilco Veldhuizen en Joanna van Ommen, beiden vijftien jaar. Ze noteren de geluks-uitingen zorgvuldig op een groot, wit vel papier aan de muur. Als een van de vrouwen zegt dat ze happy wordt van goede gesprekken, wil Wilco weten waar die dan over gaan. ‘Alleen maar over vrolijke zaken’, zegt ze stellig. ‘Want waarom zouden we nou moeten somberen?’

 
 

De twee leerlingen van het vmbo Zorg luisteren geanimeerd naar de woorden van de generatie van hun eigen opa’s en oma’s. De lessen gelukskunde die Wilco en Joanna hier sinds kort geven, zijn voortgekomen uit de lessen die op het Eijkhagencollege al enige tijd worden gegeven aan de -onderbouw van havo/vwo. De tieners leren dankzij die lessen hoe ze hun gevoelens moeten uiten. Voor de ouderen ligt dat nog heel anders. ‘Het was echt even wennen voor de mensen hier’, zegt de verzorgende Lilian de Dooy. ‘Zij zijn toch van de generatie waarbij het ongebruikelijk is om de vuile was buiten te hangen, je gevoel te uiten. Het wordt daarom vaak vrij snel emotioneel.’

De Dooy vertelt over een eerdere les, waarbij de ouderen hun gelukswens moesten formuleren. ‘Een mevrouw zei dat ze haar overleden man zo erg miste. Haar wens was dat ze nog een keer met hem Kerstmis zou mogen vieren. Terwijl ze dat vertelde, vloeiden er wel wat traantjes.’ Of het oproepen van die gevoelens ouderen ook echt gelukkiger maakt, weet De Dooy niet zeker. ‘Maar het belangrijkste is dat mensen kunnen praten over hun emoties. Dat blijkt bij de meesten al enorm op te luchten en sommigen zullen dat zeker als geluk ervaren.’ De truc om dat geluk naar boven te halen, ligt volgens haar bij de kinderen. ‘Juist omdat het jongeren zijn die hen vragen naar hun welzijn, durven ze open en spontaan te reageren.’

Een gelukles aan de tweede klas havo.

Geluk als vak. Dat stond in de tijd dat de ouderen uit Landgraaf zelf nog naar school gingen niet op het lesprogramma. En de meeste scholen in Nederland kennen het vak nog steeds niet. Onbegrijpelijk, vindt Theo Wismans, al is het weer begrijpelijk dat juist hij dat zegt. Want Wismans is de man achter het nieuwe schoolvak. Wat hem betreft, verovert dat zo snel mogelijk alle Nederlandse scholen.

Drie jaar geleden begon de leraar levensbeschouwing het nieuwe vak te doceren op het Eijkhagencollege. Het was een tijd dat het Eijkhagen in een dal zat, vertelt Tjeu Seeverens, sectordirecteur van de school. Er hing een landerige sfeer, vertelt hij, de energie leek er een beetje uit. Seeverens vroeg leraren om verse, nieuwe onderwijsideeën. Zo ontstond het idee om van geluk een vak te maken, dat Seeverens samen met zijn oude vriend Theo Wismans ging opzetten. ‘We leven in een complexe wereld, in een erg op prestatie gerichte maatschappij,’ legt Wismans uit. ‘Veel mensen hebben last van stress en -depressies. Jongeren ook.’

Diezelfde complexe wereld haalde hem zelf een jaar of tien geleden ook onderuit. De leraar Wismans raakte overspannen en zat voor korte tijd thuis. ‘Een bevriende kinderarts heeft me toen geholpen’, blikt hij terug op die periode. ‘Ik kwam dankzij gesprekken met hem weer in contact met mijn basis. Hij liet me kennismaken met bepaalde boeken en filosofieën. Met name Huub Oosterhuis vond ik erg inspirerend. Door uit dat diepe dal te klimmen ben ik sterker geworden en kan ik de kleine dingen weer waarderen. Juist toen ik weer enthousiast over mijn leven kon vertellen, stapte Tjeu de school binnen en vroeg mij om samen gelukskunde op te zetten. Dat was ook voor mij het laatste zetje om als herboren voor de klas te staan.’

Die ervaring heeft, denkt hij, bijgedragen aan het ontstaan van het vak gelukskunde. Wismans wilde een vorm vinden om zijn eigen levensles – praten over je gevoel, weten wat je werkelijk gelukkig maakt – over te dragen op zijn leerlingen, op de jeugd van het Eijkhagen. Seeverens en Wismans stelden een lesmodule samen rondom geluk. De lessen draaien om begrippen als zelfvertrouwen, stressbestendigheid en respect. Het pad naar geluk leidt langs dit soort gevoelens. Hoe denk je daarover als kind? Hoe ga je ermee om? Hoe boetseer je je eigen geluk? Daar moeten de leerlingen over leren nadenken en vooral over leren praten.

Een van de leukste lessen, vindt Wismans, heet Jouw X-factor. Leerlingen moeten zich in die les zelf laten zien: wie ben ik? Hoe sta ik in het leven? De leraar neemt ze tijdens die les mee naar een bos in de buurt, waar hij de leerlingen fotografeert. Die aandacht werkt om iets van de kinderen boven te halen. Sommigen nemen een stoere houding aan, zegt Wismans, anderen dragen aparte kleren. ‘De leerlingen hechten hier veel waarde aan, en komen echt voor je ogen tot bloei. Ze durven in deze les veel makkelijker zichzelf te zijn, doordat het echt even alleen om hen gaat.’

Na acht van zulke lessen gelukskunde volgt een soort examen: de leerlingen moeten in een vrije opdracht – een weblog, een werkstuk, een videopresentatie, een voordracht – hun eigen geluk uitbeelden. ‘Het gaat erom dat ze nadenken over hun gevoelens en hoe ze gelukkig door het leven kunnen gaan’, zegt Wismans. ‘Als dat in de opdracht duidelijk naar voren komt, zijn ze geslaagd.’

Aantekeningen over wat ouderen wel en niet gelukkig maakt.

In het lokaal waar Wismans zelf zijn les voor de tweede klas havo voorbereidt, is het nog rustig als de docent zijn voorbereidingen treft. Hij zegt weinig materiaal nodig te hebben voor zijn les: voor in de klas staat een tafeltje met waxinelichtjes, lucifers, twee plantjes en een afbeelding van een heilig icoon. Op zijn bureau liggen wat vellen papier en kleurpotloden. Als de leerlingen een paar minuten later het lokaal binnenstromen, begint Wismans de les met een vast ritueel. Hij vraagt aan de klas of iemand een kaarsje wil branden. Een meisje loopt naar het tafeltje met de waxinelichtjes en vertelt dat ze haar cavia moest laten inslapen deze week. Ze slikt en steekt een kaarsje aan. Na haar loopt een ander meisje naar voren. ‘De zus van mijn oma ligt in het ziekenhuis met blaaskanker’, vertelt ze, en begint zachtjes te huilen. ‘Ze heeft niet lang meer te leven.’ Wismans legt zijn arm op haar schouder en helpt haar bij het aansteken van de kaars. De klas kijkt stil en respectvol toe. Wismans lijkt tevreden: gevoelens uiten, daar begint alles mee, zie je hem denken.

Als de kaarsjes branden, deelt Wismans blaadjes uit en vraagt hij de leerlingen om de gelukslessen die ze hebben gevolgd in een enkel woord samen te vatten. De klas denkt even; de meesten schrijven gewoon het woord ‘geluk’ op. Anderen ‘respect’. Een jongen krabbelt ‘familie’ en vertelt even later dat hij door de gelukslessen beter contact heeft met zijn ouders. Een andere leerling smokkelt wat en kiest meer woorden: ‘positief denken en slechte dingen vergeten’. ‘Erg mooi’, zegt Wismans tevreden tegen hem. ‘Ik heb je zien worstelen in deze lessen. Maar als je je zo kunt uiten en je blijft denken aan je rustpunten, kom je er wel.’

Het vak is in de afgelopen drie jaar uitgegroeid tot een van de favoriete modules van de leerlingen. De meesten moesten aanvankelijk wel wat overwinnen. Ze wisten ook niet wat ze zich bij zoiets als gelukskunde moesten voorstellen. De veertienjarige Jay, bijvoorbeeld, dacht eerst dat hij een saai, dik boek vol theorie zou krijgen voorgeschoteld. Maar toen dat niet zo bleek te zijn, raakte hij snel gefascineerd door het vak. Het bleek veel makkelijker bij zijn gevoel aan te sluiten dan hij had verwacht. ‘Ik heb een ongelukkige thuissituatie gehad’, vertelt hij. ‘De gelukslessen hier op school hebben me daar goed doorheen geholpen. Ik heb meer zelfrespect, ik ben rustiger en ik kan nu beter met mijn omgeving praten over mijn problemen. Vroeger kropte ik alles op, nu kan ik mijn gevoel veel beter uiten.’

In het eerste jaar was er niet -alleen bij leerlingen, maar ook bij ouders en leraren een hoop scepsis over het nieuwe vak. Seeverens: ‘Een leraar vertelde me destijds hoe hij een proefwerk had uitgedeeld. Zijn leerlingen eisten vervolgens eerst vijf minuten voor een “concentratie-oefening van meneer Wismans”. Dat zorgde natuurlijk voor wenkbrauwgefrons bij de leraar, en zo’n verhaal trekt snel door de school. Diezelfde week zat er een grote groep mopperende docenten in de lerarenkamer.’ Toch werpen de lessen volgens Seeverens hun vruchten af. ‘Leerlingen zijn rustiger, en de sfeer is sterk verbeterd.’

Wat ziet Wismans als het geheim van de formule? ‘Ik kom niet met concrete oplossingen, maar stel de leerlingen vragen en reik hulpmiddelen aan’, vertelt hij. ‘Het is niet zo dat ik een psycholoog voor ze ben. Als het echt heftig wordt, verwijs ik ze door naar de vertrouwenspersoon van school, die bij dit hele proces ook een heel belangrijke rol speelt. Maar als een leerling aangeeft dat hij gestrest is, vraag ik altijd door. En elke vraag beantwoord ik met een wedervraag. Alleen op die manier kun je een kind inzichten bieden die tot oplossingen kunnen leiden. Je moet ze soms een zetje in hun denken geven. En deze lessen helpen daar enorm bij, merken we hier.’

Gelukles aan de havo.

Ook zijn de resultaten omhooggeschoten, al is dat niet het belangrijkste doel, vindt Seeverens. ‘Wij moeten leerlingen vooral helpen ontdekken wat hun dromen zijn en hoe ze die kunnen waarmaken. Ze moeten het gevoel hebben dat ze hier in een warm bad terechtkomen.’

Dat warme bad komt inmiddels tot uiting in vrijwel het gehele schoolgebouw. De kantine is deels omgetoverd tot een loungebar, de leerlingen hebben een stilteruimte en er is een buitentheater. De meeste lokalen hebben vrolijke kleuren, zelfs de -trapleuning is oranje geschilderd. Wismans wijst tijdens zijn rondgang door de school met gepaste trots op de vrolijke inrichting. Niet alles is direct terug te brengen tot ‘zijn’ vak gelukskunde, maar het is ontegenzeggelijk waar, vertelt hij, dat het hier de afgelopen drie jaar vrolijker is geworden. Er hangt een prettigere sfeer, die het aangenaam maakt voor de leerlingen hier om naar school te gaan.

Het succes van de nieuwe module op het Eijkhagencollege is intussen ook buiten Landgraaf bekend geraakt. De school won begin dit jaar de Limburgse -onderwijsprijs voor de gelukslessen, en werd genomineerd voor de nationale onderwijsprijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Gelukskunde kwam bovendien in de belangstelling bij Malmberg. Deze gerenommeerde uitgeverij van studieboeken geeft de methode van Wismans en Seeverens sinds begin dit jaar uit in boekvorm. Het studieboek Gelukskunde werd begin dit jaar gelanceerd op de Nationale Onderwijstentoonstelling.

De gelukslessen zijn volgens Malmbergs uitgever Jan van Miert een uitstekende invulling van de ruimte die de overheid aan scholen geeft voor facultatieve vakken. Veel andere scholen zijn volgens Van Miert intussen geïnteresseerd geraakt. ‘Bij de lancering deelden we vierduizend boekjes uit. En in de twee weken die volgden, werden nog eens vijfhonderd stuks aangevraagd. Dat is significant veel voor een nieuw -studieboek’, zegt hij. ‘Natuurlijk zijn er altijd mensen die er niets in zien, maar de meeste reacties zijn positief.’

Facultatief zal gelukskunde volgens Van Miert altijd blijven. Dat moet ook, vindt hij. Het onderwerp heeft een heel andere, veel meer vrijblijvende status dan wiskunde en Engels. ‘Het moet een speciale uitdaging zijn voor leerlingen en docenten om op zoek te gaan naar zelfreflectie. Je kunt dat scholen niet opleggen. Maar wat in Limburg begonnen is, kan nu zo door alle scholen worden overgenomen.’

En misschien belanden die leerboeken gelukskunde ook nog eens in zorgcentrum De Dormig in Landgraaf, waar het -speuren naar geluk intussen een terugkerende en voor de meesten niet meer weg te denken les is geworden. ‘Waar raakt u minder blij van?’, vragen de Eijkhagen-leerlingen Wilco en Joanne aan het eind van hun les aan de toehoorders.

De meeste ouderen zeggen dat ze zich vaak eenzaam voelen. Het nieuws op televisie maakt ze zeker niet minder somber, klinkt het van een aantal kanten. Als ze opsommen wat ze somber stemt, vallen de gezichten in een treurige plooi. Tot Willem, de enige man in het gezelschap, zich roert. Hij lijkt de oplossing te hebben. ‘Als ik verdrietig word van de tv, zet ik hem gewoon af.’ Een even simpele als doeltreffende -oplossing, die ook weer allerlei reacties uitlokt van de anderen.

En dat is dan meteen de winst van de lessen hier, aldus Wismans: ze durven hier over hun gevoelens te praten.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders:

   
Abonnement
Geef Ode cadeau
Nieuwsbrief