Email   Print

Goedemorgen wereld. Tijd om wakker te worden!

Alleen door gemeenschappelijke creativiteit zullen we uit de huidige ecologische en economische crisis kunnen komen, zegt natuurkundige en futurist Peter Russell.

Michael Shapiro | 114 maart 2009 issue

Peter Russell is van mening dat een hogere staat van bewustzijn ons de beste kansen biedt voor de toekomst.
Foto: Charlie Nucci

Hij had op het hoogtepunt van zijn carrière moeten zitten. Vijftien jaar geleden kwam zijn boek Het witte gat in de tijd uit. Peter Russel, natuurkundige en futurist, geschoold in Cambridge, was geliefd als docent en als bedrijfsadviseur. Zijn werk werd bovendien geprezen door vooraanstaande denkers.

Maar de 62 jaar oude Engelsman met baardje voelde naar eigen zeggen een innerlijke onrust. ‘In gesprekken zei ik dat we het wel overleven als we ons maar los kunnen maken van de oude bewustzijnspatronen. We moeten in spirituele zin opnieuw ontdekken wie we in essentie zijn, om met die essentie in contact te komen. Maar een stem diep van binnen zei: “Daarvoor is het al te laat”.’

Russell begreep dat de erkenning van de wereldproblemen, het milieu, de klimaatverandering, de langetermijneffecten van vervuiling, niet voldoende is. ‘Ze moeten nog steeds worden opgelost.’ Dat bracht hem tot het volgende inzicht: ‘We gaan in ieder geval naar een wereld toe met veel lichamelijke ontberingen en ellende. Het zal allemaal niet van een leien dakje gaan. Daarom onderzocht ik eerst wat er in die wereld in menselijk opzicht nodig is. We zullen in staat moeten zijn om voor anderen te zorgen, met anderen mee te leven en mensen met verschillende soorten problemen te helpen. Hoe meer ik me erin verdiepte, hoe meer ik me realiseerde dat het niet uitmaakt welk scenario het wordt. We zullen toch precies hetzelfde innerlijke proces moeten doormaken om ons egocentrische, nogal kortzichtige bewustzijn te vervangen door een meer open, mededogend, zorgzaam soort bewustzijn. Hoe het ook afloopt, er is toch dezelfde inspanning voor nodig.’

Hoewel we midden in een economische en ecologische crisis zitten, biedt een hogere staat van bewustzijn volgens Russell ons de beste kans voor de toekomst. ‘Voor mijn gevoel zullen we er alleen zonder kleerscheuren afkomen, als we de oude manieren van denken kunnen loslaten en ons bewustzijn verandert’, stelt hij. ‘Ik weet niet hoe het verder loopt, maar ik weet wel aan welke kant ik wil staan. Ik probeer me in mijn leven en werk in te zetten om mensen de waarde van die innerlijke ontdekkingsreis te helpen inzien en te helpen begrijpen hoe ze daarmee om moeten gaan. Lesgeven in meditatietechniek is voor mij daarvoor een essentiële methode. Achter alle crisissen gaat een dieper psychologisch probleem schuil. En de vraag die we ontwijken is: waarom komen we steeds in deze situaties terecht?’

De huidige economische chaos brengt, volgens Russel, die diepere psychologische problemen aan het licht. ‘Voor het eerst wordt duidelijk dat eigenbelang en hebzucht de oorzaken van de crisis zijn’, meent Russell. ‘We kunnen de schuld niet afschuiven op de natuur of andere landen, en dat is maar goed ook, want nu worden we gedwongen in te zien dat er iets in ons eigen denken is waar we naar moeten kijken.’

Ik ontmoet Russell op zijn kleine woonboot in een haven even ten noorden van San Francisco. De dag ervoor was Russell thuisgekomen van een reis van twee maanden naar Engeland, het Omega Institute in New York en de Portugese Azoren, voor een workshop over meditatie en yoga, waarbij met dolfijnen werd gezwommen. Russell is de schrijver van De brug tussen wetenschap en god en Het witte gat in de tijd, waarin hij de theorie verdedigt dat doorbraken in het menselijke bewustzijn onze soort van zelfvernietiging kunnen redden. Je zou hem een new-agefilosoof kunnen noemen, maar zijn ideeën hebben hun basis in de natuurwetenschap.

In de jaren zestig studeerde Russell af in de natuurkunde aan de Universiteit van Cambridge. Daar had hij een jaar lang de beroemde hoogleraar natuurkunde Stephen Hawking als mentor. Aanvankelijk studeerde hij wiskunde, maar tegen het einde van zijn studie ontdekte hij dat hij een antwoord zocht op diepzinniger vragen. ‘Hoe kon waterstof, het eenvoudigste element, evolueren tot wezens zoals wij, die kunnen nadenken over het immense heelal, die begrijpen hoe het in elkaar zit en zelfs de wiskunde van het waterstofatoom kunnen bestuderen?’, schrijft Russell in De brug tussen wetenschap en god. ‘Hoe kon een onzichtbaar, reukloos gas een systeem worden dat zich van zichzelf bewust was? Kortom, hoe was het heelal bewust geworden?’

Russell was op het eerste belangrijke keerpunt van zijn leven gekomen. Hij stopte met zijn studie, kreeg werk als lichtshowproducer en een baan in een jamfabriek en dacht na over zijn toekomst. Al snel ging hij naar Cambridge terug om experimentele psychologie en theoretische fysica te studeren, een combinatie waarmee hij ‘de innerlijke wereld van het bewustzijn’ wilde verkennen.

Toen in 1967 in San Francisco de Zomer van de Liefde uitbrak, volgde Russell aan de andere kant van de wereld lessen in transcendente meditatie bij Maharishi Mahesh Yogi, bij wie ook de Beatles studeerden. ‘Alles wat ik sindsdien heb gedaan, vloeit voort uit die periode in India’, vertelt Russell. Hij had het geloof afgezworen, maar herontdekte de spiritualiteit via meditatie. ‘Ik zag in dat het daarbij niet ging om het streven naar bewustzijnstoestanden of het volgen van een pad. Het ging er juist om dat pad los te laten. Je moet een lange weg afleggen voordat je begrijpt dat er geen pad is.’

Natuurlijk heeft Russell de afgelopen veertig jaar niet alleen op een meditatiekussen gezeten. Voor zijn werk komt hij bij uiteenlopende cliënten als Apple, Shell, IBM en Nike. Via workshops en besprekingen met topmensen uit het bedrijfsleven streeft Russell ernaar bewustzijn in de directievertrekken te brengen, in een poging deze en andere bedrijven milieubewuster te maken, werknemervriendelijker en uiteindelijk bewuster van de macht die ze hebben en de gevolgen van hun beslissingen.

‘Mijn bedrijfsworkshops zijn gericht op de mentaliteit: de instelling en de overtuigingen die maken hoe we de wereld zien’, vertelt Russell. ‘Ik werk met groepen mensen die met grote vraagstukken te maken hebben: ze kunnen gaan over techniek, ontwerp, management of beleidskwesties. Ik haal hen een paar dagen weg uit hun werkomgeving, waardoor ze afstand kunnen nemen en het grotere verband kunnen zien. Bij dit soort analyses wordt vaak duidelijk welke rol slechte communicatie speelt: mensen die niet luisteren of essentiële informatie voor zich houden, of anderen niet begrijpen. Wat als een technisch probleem wordt beschouwd, blijkt vaak bij nader inzien een niet onderkend menselijk probleem te zijn. En zodra dat bespreekbaar wordt, komen er nieuwe oplossingen.’

Een van Russells eerste belangrijke inzichten was dat de mensheid kon worden gezien als ‘het zenuwstelsel van de aarde’. In zijn boek The Awakening Earth uit 1982, toen het internet nog in de kinderschoenen stond en het web nog moest worden uitgevonden, voorzag Russell de komst van een ‘mondiaal hersenstelsel’. ‘Ik had altijd al belangstelling voor computers’, vertelt hij. ‘Als jongen bouwde ik ze al met stukjes elektriciteitsdraad en relais. Later op de universiteit raakte ik geïnteresseerd in netwerken van computers en deed ik een postdoc in informatica. Dat was in 1971. Een paar jaar later kwam de wetenschapper James Lovelock met de Gaia-hypothese en het idee dat het biosysteem van de aarde weleens als één enkel levend wezen zou kunnen functioneren. Als iedere soort een rol speelde in Gaia, wat was dan de rol van de mens? Dankzij onze taal zijn we bij uitstek geschikt voor het verwerken van informatie. Toen ik meer parallellen ontdekte tussen de menselijke hersenen en de eerste computernetwerken, ontstond het idee van een mondiaal hersenstelsel. Ik had las de boeken van Teilhard de Chardin en Sri Aurobindo, die allebei voorzagen dat de evolutie tot een collectief ontwaken van de mensheid zou leiden. Het idee dat we een mondiaal hersenstelsel vormen, sloot daar naadloos bij aan. Het bood de infrastructuur voor een wereldomspannende verbondenheid en een collectief bewustzijn.’

Het revolutionaire is volgens Russell niet het vermogen van de huidige computers, maar hun verbondenheid, waardoor het internet is ontstaan, een wereldwijd netwerk voor de verspreiding van informatie over bewustzijn. ‘We kunnen collectief denken, collectief problemen oplossen – en we zullen dat collectieve denken nodig hebben om maatschappelijke problemen op te lossen.’ Russell ziet ook de keerzijde: meegezogen worden door dat ‘machtige, verleidelijke’ medium, met als gevolg dat je meer virtuele dan echte vrienden krijgt.

Toch ziet Russell in het internet de mogelijkheid tot verandering die de mensheid zou kunnen redden. Hij is het eens met de Vietnamese monnik Thich Nhat Hanh, die stelt dat ‘de volgende boeddha een sangha zal zijn’. Met andere woorden: het volgende ontwaken zal geschieden via een gemeenschappelijke doorbraak, niet door het inzicht van slechts één persoon. ‘Met sociale netwerken als Wikipedia en YouTube kunnen we langzamerhand collectief gaan denken en problemen collectief oplossen’, stelt Russell. De Gaia Gemeenschap is een mooi voorbeeld van wat er nu ontstaat, meent Russell. ‘Het is een site voor sociale netwerken, bedoeld om alle aspecten van bewustzijn, milieu, persoonlijke ontplooiing, menselijk potentieel en de macht van een gedeelde visie te onderzoeken.’

Russell heeft een drukbezochte website (www.peterrussel.com) , waarop hij zijn theorieën over bewustzijn uiteenzet, meditatieadviezen geeft en slimme tools heeft geplaatst, zoals een calculator voor je levensverwachting en een razendsnel draaiende bevolkingsteller. Ik hoefde niet te vragen hoe oud hij is, want dat staat op zijn site: 22.793 op de dag dat ik hem sprak. Is dit zijn manier om te zeggen dat hij een oude ziel is? Niet precies: Russell meet zijn leeftijd in dagen. ‘Ik ben er twintig jaar geleden mee begonnen,’ zei hij. ‘Ik vond dat de dag een veel natuurlijker cyclus is voor het leven. We zijn misschien zeventig, tachtig, heel misschien honderd jaar op aarde, maar dat is twintig-, dertig- of veertigduizend dagen. Dat geeft een heel ander perspectief, waardoor we iedere dag leren waarderen. Als je je leven in dagen telt, lijkt de tijd gek genoeg uit te rekken. Het helpt om meer van het heden te maken.’

Gemeenschappelijke doorbraken kunnen elkaar ook sneller gaan opvolgen dankzij nieuwe technologie, meent Russell. In Het witte gat in de tijd, waarvan de herziene versie in 1998 uitkwam, staat een afbeelding van het voormalige 108 verdiepingen tellende World Trade Center in New York. Het moet de geschiedenis van de aarde van de afgelopen 4,6 miljard jaar voorstellen. Op ongeveer de twintigste verdieping (3,5 miljard jaar geleden) verschijnt het eerste leven; ongeveer halverwege (2 miljard jaar geleden) ontstaan aërobe bacteriën; de vissen verschijnen op ongeveer tien verdiepingen van het dak. Dinosaurussen heersen over de 104de tot 107de verdieping en de zoogdieren verschijnen op de bovenste verdieping. Maar de mens loopt pas op twee benen vanaf de laatste paar centimeter onder het dak van het gebouw. En de Renaissance bevindt zich in de bovenste honderdste millimeters, een laagje dat dunner is dan de bovenste verflaag. Russell wil hiermee wijzen op het versnelde tempo van de veranderingen. ‘We sloffen niet naar Bethlehem’, schrijft hij met een verwijzing naar het gedicht van William Butler Yeats. ‘We racen ernaartoe!’ Onze creativiteit leidt tot elkaar steeds sneller opvolgende veranderingen en Russell meent net als anderen dat onze wijsheid geen gelijke tred houdt met onze kennis.

Russell citeert de visionaire architect Buckminster Fuller en zegt dat we op dit moment bezig zijn met ons ‘laatste evolutionaire examen’. Hij is van mening dat de evolutie van de mens zich in de laatste fasen bevindt van een vijftigduizend jaar lange race tussen de ‘ontsporende creativiteit’ die het menselijk leven bedreigt en een groeiend bewustzijn dat ons tot ‘volledige verlichting’ zal brengen. Russell wordt algemeen als een optimist beschouwd, maar hij ziet de gevaren wel. Hij noemt zichzelf ‘realistisch’ over de kans op ‘vernietiging op ongekende schaal’. ‘We moeten ons concentreren op de positieve resultaten, de positieve veranderingen die we willen zien, willen we het overleven, want als we daar niet naar kijken, slaan we ook die richting niet in.’ Russell erkent dat het niet meevalt om de hoop niet op te geven. ‘De krankzinnige weg die we zijn ingeslagen lijkt onontkoombaar, maar dan zie ik weer dat verandering eigenlijk doodeenvoudig is. We hebben het over het ontwaken van het menselijk bewustzijn. Als dat gebeurt, als de omstandigheden gunstig zijn, lijkt het bijna vanzelf te gaan. Er gaat gewoon iets open, er komt iets los en de mensen gaan over op een nieuwe manier van functioneren, een nieuw soort bewustzijn.

We beleven op dit moment de meest interessante tijd uit de geschiedenis van de mens’, meent Russell. Interessante tijden zijn niet makkelijk, maar ze bieden wel een kans. En dat kan een zegen zijn, zegt hij. ‘Als we als collectief die kans zien en grijpen, kunnen we volgens mij als mens enorm groeien.’

Michael Shapiro, die altijd astronaut had willen worden, is de schrijver van A Sense of Place, een bundel interviews met reisauteurs. Heeft u vragen aan Peter Russell? Surf naar www.ode.nl/peterrussell .



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.