Email   Print
Share  

Frisse ideeën uit een koud land

Karl-Henrik Robert over Ola Altera, die van Zweden een gidsland in groene energie maakte.

Andrew Tolve | 113 januari/februari 2009 issue

Ola Altera
Foto: ministry for enterprise, energy and communication

De ommezwaai verraste iedereen, zelfs de mensen die eraan bijdroegen. In 1981 draaide nog negentig procent van de Zweedse elektriciteitscentrales op fossiele brandstoffen, terwijl slechts tien procent gebruikmaakte van alternatieve energiebronnen. In 2001 was deze verhouding volledig omgedraaid: negentig procent alternatieve en tien procent fossiele brandstoffen. Dat betekende twintig procent minder uitstoot van koolstofdioxide. Jaren voordat de meeste mensen zelfs maar wisten dat er een probleem was, had Zweden iets gedaan aan de klimaatcrisis.

Hoe kregen de Zweden dit voor elkaar? Zoals bij elke brede sociale verandering, was het niet zozeer te danken aan een specifiek persoon, maar ging het om een specifieke beleidsmaatregel. In 1991 voerde Zweden een carbon tax in die het ten opzichte van ethanol, turf en afval duurder maakte om olie, steenkool en andere fossiele brandstoffen te verbranden. Bovendien vroeg Zweden zijn ingenieurs, politici en milieubeschermers samen te werken om de wijze waarop het land energie gebruikte te veranderen. 'Veel mensen hebben iets opgegeven om dit groene succes te kunnen realiseren', zegt Ola Altera, de Zweedse staatssecretaris van Handel, Energie en Communicatie. 'Gelukkig vinden deze mensen publieke erkenning minder belangrijk dan de beleidsmaatregelen en innovaties die ze mogelijk hebben gemaakt.'

 
 

Altera is zeker een van de mensen die een belangrijke rol speelden in het vormgeven van het Zweedse beleid met betrekking tot hernieuwbare energie. In de laatste twintig jaar heeft hij vooruitgang geboekt op nagenoeg elk gebied van milieubescherming, waarbij hij vaak fungeerde als een facilitator tussen ingenieurs, milieubeschermers en politici, op zoek naar gemeenschappelijke belangen. Altera heeft gewerkt als politiek adviseur van de minister-president, directeur bij de Zweedse overheidsdienst voor milieubescherming, voorzitter van de groene sociaal-liberale Centrumpartij, topman van de Swedish District Heating Association, en nu dus als Zweedse staatssecretaris van Handel, Energie en Communicatie. Niet slecht voor iemand van 43.

'Het doet me veel plezier in zoveel verschillende hoedanigheden bij deze omslag betrokken te zijn geweest?', zegt Altera, wiens Engels een onmiskenbaar Scandinavisch accent heeft. 'De technologie is niet vreselijk ingewikkeld. Toen ik me hiermee ging bezighouden, was een groot deel zelfs al ontwikkeld. De uitdaging lag erin iedereen te laten weten dat de techniek beschikbaar was -en bovendien goed voor de markt.'

De technologie achter het succes van Zweden is geen waterstof-brandstofcel of zonne-energie. Het is niet eens echt hightech. Het is warmtedistributie - in het Engels district heating geheten - op basis van een simpele warmtekrachtcentrale. Het idee achter de warmtekrachtcentrale is dat een normale elektriciteitscentrale tijdens het omzetten van brandstof in elektriciteit ongeveer vijftig procent van zijn potentiele energie verliest. De warmte verdwijnt simpelweg in de atmosfeer. Warmtekrachtcentrales vangen dat op en gebruiken het om water te verwarmen, dat vervolgens via geisoleerde leidingen door stadswijken wordt gepompt en zo huizen en bedrijven verwarmt met energie die anders verloren zou zijn gegaan. In Zweden staan deze warmtekrachtcentrales sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw in steden van tienduizend mensen of meer. Het was een zeer milieuvriendelijk concept in theorie althans. Het probleem was namelijk dat het merendeel van deze nieuwe warmtekrachtcentrales fossiele brandstoffen gebruikte om elektriciteit en warmte op te wekken. En dat betekende dat het voordeel van energiebesparing door warmtekrachtcentrales teniet werd gedaan door de extra uitstoot van CO2.

Dus de uitdaging in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was alternatieven te vinden voor fossiele brandstoffen. Een voor de hand liggende mogelijkheid was biomassa. Zweden heeft een grote houtindustrie, die bergen houtsnippers als afval produceert. Altera werkte namens de Zweedse overheidsdienst voor milieubescherming en de Centrumpartij aan het creeren van prikkels voor elektriciteitscentrales om biomassa te gaan gebruiken. Een andere kans was industriele restwarmte. Toen Altera topman van de Swedish District Heating Association was, deed zijn team onderzoek naar de hoeveelheid warmte die industrieen destijds verspilden. Het eindrapport van het onderzoek concludeerde dat industriele restwarmte de hoeveelheid warmte die Zwedens industriele sector als geheel verspilde alle consumenten en niet-producerende bedrijven van warmte zou kunnen voorzien.

Altera werkte aan het aanleggen van een langer, meer flexibel leidingennetwerk, zodat warmte niet verspild hoefde te worden. Vaak betekende dat warmte transporteren over een afstand van meer dan vijftig kilometer, van centrales naar dorpen en steden in de omgeving. Ook werkte hij aan het consolideren van het netwerk van warmtedistributiebedrijven, zodat ze onderzoeksstandaarden en nieuwe technologieen konden delen. In 2001 maakte negentig procent van de warmtekrachtcentrales gebruik van biomassa of afval in plaats van fossiele brandstoffen. Warmtedistributie had een marktaandeel van 48 procent van de Zweedse ongereguleerde warmtemarkt. En voornamelijk door deze ontwikkelingen werd het land koploper op het gebied van alternatieve energie.

Altera richt zich nu op de beleidsmaatregelen en technologieen die Zwedens rol als voorloper op het gebied van duurzame energie kunnen verstevigen. Een Zweden zonder fossiele brandstoffen in 2020 is een prioriteit, evenals de technologieen die deze verandering mogelijk kunnen maken. Een van deze technieken is het gebruiken van diep zeewater - waarover Zweden in overvloed beschikt - om huizen en gebouwen van airconditioning te voorzien. Het water, dat kouder is dan de kamertemperatuur, wordt door de panden gepompt en onttrekt zo warmte aan de kamers, naar de leidingen. Een andere technologie heet black liquor gasification, een proces dat biomassa omzet in biobrandstof waarop auto's kunnen rijden.

Altera groeide op in Pitea, een dorp in het noorden van Zweden waar het in de winter bar koud is en in de zomer de zon niet ondergaat. Zijn vader werkte in de plaatselijke papiermolen, die het dorp voorzag van vele banen en al zijn warmte: de molen fungeerde ook als warmtekrachtcentrale. Vandaag de dag is diezelfde molen, dankzij de technologieen die Altera helpt te promoten, een van de testlocaties voor black liquor gasification. Black liquor is het residu dat overblijft wanneer houtsnippers gekookt worden om papierpulp van te maken. Als dit residu niet weggegooid hoeft te worden, maar in biogas kan worden omgezet, levert dat een dubbele winst op: minder afval en een nieuwe alternatieve energiebron waarop grote, brandstofverslindende trucks kunnen rijden.

Altera werkt ook samen met ontwikkelingslanden als China en Brazilie, die terwijl ze groeien toch ook groene maatregelen proberen te implementeren. Vorig jaar sprak hij in China met politici en ingenieurs over de voordelen van warmtedistributie op basis van warmtekrachtcentrales en biobrandstoffen. Ook heeft Altera regelmatig contact met Michael Wood, de Amerikaanse ambassadeur in Zweden, om bilaterale onderzoeksprojecten van de grond te krijgen en Amerikaans durfkapitaal aan te trekken voor veelbelovende Zweedse initiatieven als black liquor gasification. 'Zweden is een wereldleider op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder warmtedistributie', zegt Robert Thornton, president van de International District Energy Association, een groep van vooral Amerikaanse warmtedistributiebedrijven. Hoewel relatief weinig Amerikanen warmtedistributie kennen, is het concept uitgevonden in New York in de 19e eeuw door Birdsill Holly, een tijdgenoot van Thomas Edison en zelf ook productief uitvinder en nog steeds de warmtebron voor enkele van Amerika's beroemdste gebouwen, zoals de Empire State Building en de New York Stock Exchange, en bijna al zijn universiteiten. Maar warmtedistributie is bij lange na niet het belangrijkste verwarmingssysteem in de Verenigde Staten en de Amerikaanse warmtekrachtcentrales verbruiken meer fossiele brandstoffen dan de Zweedse. 'Zweden is er erin geslaagd resource planning, belastingbeleid, energiebesparing en gemeentelijke investeringen te integreren, en dat alles met een verbazingwekkende flexibiliteit', zegt Thornton. 'We kunnen daar allemaal van leren.'

'Het geeft voldoening door de internationale gemeenschap om advies gevraagd te worden over alternatieve energiebronnen', zegt Altera. 'Al vertellen we ze natuurlijk dat deze in Zweden niet alternatief meer zijn; ze zijn onze normale manier van leven geworden.'

'Ola Altera is een stille held. Met zijn scherpe visie, zijn vaardigheid om bruggen te bouwen tussen disciplines en sectoren, en zijn positie in de samenleving is hij cruciaal geweest in de transformatie van de Zweedse warmtesector naar duurzame energiebronnen. Als natuurkundige, ingenier en parlementarier heeft Ola aangetoond de ervaring te brengen die nodig is voor zo'n resultaat.'



Karl-Henrik Robert, cancer scientist and founder of the sustainability group The Natural Step



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders:

   
Abonnement
Geef Ode cadeau
Nieuwsbrief