Email   Print

De undercover-activist

Amy Domini over Michelle Chan, die grote banken duurzamer maakt.

Carmel Wroth | 113 januari/februari 2009 issue

Michelle Chan.
Foto: Pak Fung Wong (Domini)

Een ingelijste foto in Michelle Chans zitkamer geeft haar een gevoel van onbehagen als ze ernaar kijkt. Er staat een oud Chinees echtpaar op, staand in een steegje. De man heeft zijn ogen neergeslagen, de vrouw kijkt omhoog in de verte, met een zachte lichtval op haar gezicht. Achter hen staan ronde, geweven manden tegen een muur. ‘Vanaf het moment dat ik die foto kocht,’ zegt Chan, ‘intrigeerde hij me enorm. Ik wist dat hij een scène voorstelde op een plek die niet meer bestaat.’

Chan heeft negen jaar gevochten om die plek te behouden, maar uiteindelijk faalden haar pogingen. Ondanks de felle protesten van milieu- en mensenrechtenorganisaties heeft de Chinese regering de Drieklovendam in de Yangtze-rivier voltooid in 2008, na een tien jaar durende constructie. De dam heeft naar schatting 1,4 miljoen mensen verdreven, zeshonderd kilometer bouwland onder water gezet, steden, dorpen en talloze archeologische vindplaatsen vernietigd en is een ramp voor de visstand en een bedreigde dolfijnsoort. En uiteraard moest het oude echtpaar, wier thuis en vooroudergraven nu onder 150 meter water liggen, ervoor wijken.

Hoewel Chan de dam niet kon tegenhouden, gaf die strijd haar motivatie en richting in haar carrière. In 1995 ging Chan, toen nog maar 23, de strijd tegen de Drieklovendam aan als campagnevoerder van de milieu-organisatie Friends of the Earth. In plaats van rechtstreeks tegen de Chinese overheid te protesteren, volgden zij en haar medeactivisten een andere benadering: ze stelden de Wall Street-banken die bij de financiering van het project betrokken waren aan de kaak, een tactiek die een kentering in de publieke opinie over de banksector heeft ingeluid. Het was het eerste grote project waarbij niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) handelsbanken waren komen vragen hun verantwoordelijkheid te nemen voor de ethische en ecologische gevolgen van de projecten die ze financierden. En het was de eerste keer dat een aantal handelsbanken erkende dat bepaalde projecten te schadelijk waren om aan deel te nemen.

De term ‘duurzaam’ is gemeengoed geworden, maar gewoonlijk doelt hij op consumptiegoederen, landbouwmethoden of energie. Chans werk heeft veel gedaan aan het introduceren en promoten van het begrip ‘duurzaam bankieren’: het idee dat banken hun investeringen niet alleen aan financiële, maar ook aan sociale, ethische en ecologische criteria toetsen. Organisaties als Friends of the Earth zien commerciële banken als de sleutel om grote ondernemingen zover te krijgen dat ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Mede onder druk van NGO’s hebben meer dan zestig banken vrijwillig een pakket ethische principes aangenomen waaraan de ecologische en sociale impact van investeringen in de ontwikkelingslanden getoetst kunnen worden. Veel banken zijn er ook toe overgegaan dit ecologisch en maatschappelijk verantwoorde beleid om te zetten in de praktijk.

Nu de zorgen over klimaatverandering toenemen en het financiële systeem in een crisis verkeert vanwege vele riskante investeringspraktijken, achten veel milieu-organisaties de tijd rijp om zelfs nog een stap verder te gaan in het duurzaam bankieren. ‘Het publiek is eraan toe terug te keren naar degelijkheid, duurzaamheid en fatsoen in ons financiële systeem’, zegt Chan. ‘Mensen willen maar al te graag meedoen, op een manier waarop hun spaargeld en investeringen kunnen bijdragen aan positieve veranderingen.’

Op een middag staat Chan te schateren in haar kantoor in het financiële district van San Francisco, ze hapt naar adem om iets te zeggen, maar schiet dan weer in de lach. Ze heeft een fles Maker’s Mark-bourbon in haar hand en staat op het punt te toasten met haar kantoorgenoot Adina Matisoff. Maar het succes dat ze vieren is wel van het onopvallende soort. Matisoff en zij hebben zojuist een analyse van China’s nieuwe financiële overheidsbesluiten opgesteld; verrassend genoeg komen daar milieuwetten in voor waar volgens Chan de Verenigde Staten een voorbeeld aan kunnen nemen.

Het is niet echt een stunt die de schijnwerpers haalt, maar nieuwe ideeën naar voren brengen is het soort activisme waar Chan in is gespecialiseerd. ‘Machtskwesties, dat is waar belangengroepen vaak tegenaan lopen’, zegt Chan. ‘Onderdeel van dit werk is het debat gestalte te geven, je ideeën naar buiten te brengen.’ En daar is Chan bedreven in. ‘Ze heeft een ongelooflijke pioniersgeest’, zegt Matt Arnold, manager van Sustainable Finance Limited, een adviesbureau dat met banken aan de uitvoering van hun milieubeleid werkt. ‘Ze deed dit al lang voordat het onderwerp bij de meeste mensen in trek raakte. Ze heeft een enorme hoeveelheid intellectuele inbreng geleverd voor het ontwikkelen van deze beleidsmodellen voor banken.’

Halverwege de jaren negentig, toen ze zelf haar start maakte, begreep Chan al dat duurzaam bankieren het nieuwe ontginningsgebied zou worden. Het idee banken te vragen hun definitie van maatschappelijk verantwoord ondernemen uit te breiden, was toen nog nieuw. ‘Indertijd dachten grote concerns dat milieubewustzijn inhield dat je je kantoorpapier recyclede’, zegt Chan. ‘Om dat uit te breiden, moesten we druk uitoefenen op die grote bedrijven. We gingen met hen praten over de ecologische impact van hun portefeuille.’

Met name één onderdeel in de discussie over ethisch gedrag was kwetsbaar: projectfinanciering, een klein, maar belangrijk segment van hun wereldwijde activiteiten en de meest voorkomende leningverstrekking voor het financieren van infrastructuur en energiewinning in ontwikkelingslanden. Dat werd al gauw het instrument dat de NGO’s hanteerden om het bankwezen bewuster te maken. Begin jaren negentig veranderde de Wereldbank van beleid om handelsbanken aan te moedigen meer van dergelijke investeringen te doen. NGO’s waren al bedreven in het lobbyen bij de Wereldbank, die een mandaat heeft om te werken voor het algemeen welzijn. De uitdaging die Chan aanging, was technieken te ontwikkelen die zouden werken bij handelsbanken, die denken in termen van winst. De beste aanpak was, zo ontdekte ze, gesprekken over ethiek te formuleren in termen van financieel risico.

Projectfinanciering leverde de perfecte ingang. Kenmerkend voor dergelijke leningen is dat de garantie is gebaseerd op de inkomsten uit het project; als het project dan onverhoopt mislukt, kan de bank geen andere activa van de cliënt claimen. Dit houdt in dat het saldo van de bank veel sensitiever is voor de risicofactoren van zo’n project; daarom is het in het belang van de bank een inschatting te maken van de negatieve ecologische en menselijke impact die - wil je hem ongedaan maken - hoge kosten kan opleveren.

‘Die kwesties zijn op projectniveau heel zichtbaar, reëel en soms echt tragisch, dus die schreeuwen om een robuust risicomanagementplan’, zegt Arnold van Sustainable Finance Limited.

Het werk aan projectfinanciering wierp zijn vruchten af in 2003, toen een groep grote Amerikaanse en Europese banken vrijwillig overging tot de aanname van de Equator Principles, een pakket ethische normen en uitvoeringsprocedures om dergelijke investeringen te beheren. Deelnemende banken spreken af geen geld te steken in kredietaanvragers die zich niet houden aan normen voor ecologische en sociale verantwoordelijkheid, zoals vastgelegd door de International Finance Corporation van de Wereldbank. Deze bevatten verplichtingen die te maken hebben met vervuiling, biodiversiteit, eerlijke werkomstandigheden, en de rechten van inheemse bevolkingsgroepen.

Chan gebruikt vaak de zinsnede ‘noodzakelijk maar niet voldoende’ als ze het over haar werk heeft. ‘Staan de zaken er vandaag anders voor dan gisteren omdat die-en-die bank of bankengroep besloten heeft zich aan milieunormen te houden?’, vraagt ze zich geregeld af. Als de activiteiten van financiële conglomeraten waarvan Chan het milieubeleid heeft helpen vormgeven - waaronder Citigroup, JPMorgan Chase, Goldman Sachs, Morgan Stanley - een indicatie zijn, dan maakt het wel degelijk iets uit. Shawn Miller, hoofd ecologisch en sociaal risicomanagement bij Citigroup, zegt dat het aannemen van de Equator Principles Citi ertoe heeft gebracht anders te gaan opereren. Zo vroeg een bedrijf een lening aan voor een olie- en gaswinningsproject in het Midden-Oosten dat een koraalrif zou schaden. Citi huurde externe deskundigen in om de situatie te beoordelen en eiste ten slotte van de kredietaanvrager dat hij het plan wijzigde en het rif zou sparen. Citi investeert nu zwaarder in alternatieve energie en heeft onlangs toegezegd zich voortaan aan een normenpakket voor investeringen in steenkoolenergie te houden. Deze Carbon Principles zijn normen die het bedrijf ertoe verplichten cliënten die met steenkoolenergie werken te stimuleren hun CO2-uitstoot te verminderen en te investeren in alternatieve energie. ‘Het heeft ons bedrijf breder leren denken over de verschillende mogelijkheden’, zegt Miller. ‘We zien in dat de wereld verbeteren ook lucratief kan zijn.’

Voor Chan is de cruciale vraag: gaan de banken zich ook houden aan deze principes tijdens een grimmige economische crisis? In 2004 richtte zij Bank Track op, om organisaties te steunen die banken in de gaten houden, zowel in de VS als daarbuiten. Bank Track is een federatie van internationale milieu- en mensenrechtengroepen die wereldwijd toezicht houden en druk uitoefenen op de financiële sector. Hun werk bestaat deels uit het voorzien in wat Chan als het grootste manco van de Equator Principles ziet: aansprakelijkheid. Zij trekken informatie na over transacties waar een luchtje aan zit en zorgen ervoor dat het publiek op de hoogte is van de activiteiten van banken.

Een paar jaar geleden is Chan zich gaan verdiepen in de invloed van een andere grote krachtspeler in opkomst: banken van de nieuwe economieën. In het bijzonder onderzocht ze China, dat bezig was zijn investeringen in andere landen uit te breiden. ‘Onze bevinding is dat de Westerse landen zich de lucratieve en gemakkelijke wingebieden van natuurlijke hulpbronnen al hebben toegeëigend, maar nu krijg je opkomende markteconomieën die ons beconcurreren om dezelfde soort concessies’, zegt Chan. ‘Nu de wereld zijn economische grenzen bereikt, zal het er bij de strijd om exploitatie van de laatste wingebieden behoorlijk smerig aantoe gaan.’

China is bijvoorbeeld bezig in Indonesië, waar wouden worden gekapt met een snelheid van twee miljoen hectare per jaar - volgens de Wereldbank voornamelijk illegaal. Chinese banken financieren daar een aantal van die kapoperaties, en milieugroepen beweren dat sommige bedrijven in deze sector zich schuldig maken aan illegale praktijken, waaronder het kappen in bedreigde leefgebieden van tijgers en olifanten. Chan is verscheidene keren naar China geweest om milieugroepen te leren lobbyen. De groepen daar protesteren tegen een aantal bedrijven dat volgens hen vervuiling veroorzaakt of mensenrechten schendt. Zij doordringt hen van het rechtstreekse verband tussen vervuilende bedrijven en de banken die hen financieren. ‘Als je de geldstroom kunt volgen en voorwaarden aan dat geld kunt koppelen, kun je in potentie het handelen van bedrijven positief beïnvloeden’, zegt ze. Nu blijken de milieu-organisaties een verrassende bondgenoot te hebben: de Chinese overheid. Vanaf 2007 heeft Peking een aantal wetten uitgevaardigd die grote banken aan banden leggen in het lenen aan of investeren in bedrijven die een milieuvijandige staat van dienst hebben wat betreft hun activiteiten binnen China. Zo heeft de Volksrepubliek een ‘groen kredietbeleid’ ingesteld, waardoor bedrijven met een negatieve ecologische reputatie op een zwarte lijst komen. Een tweede wet vereist dat bedrijven die primaire emissies willen uitbrengen goedkeuring krijgen van het Chinese ministerie van Milieuzaken. ‘Het is grappig, bijna ketters, om de kunst van het quasi-socialistische China af te kijken’, zegt Chan. Maar ze voegt eraan toe dat China, dat ook kort geleden zijn financiële sector uit de brand heeft geholpen, in een vergelijkbare situatie verkeert als het Westen en dat de VS van het Chinese voorbeeld zou kunnen leren. ‘Dat is iets wat we moeten overwegen terwijl we onze financiële regelgeving herschrijven of ons economisch stimuleringsprogramma overdenken’, zegt ze. ‘We moeten bedenken hoe we dit moment kunnen vormgeven om een duurzamere toekomst te scheppen.’

In Chans kantoor zijn veel tastbare reisherinneringen te vinden: kettingen van glinsterende paarse vissenschubben van een inheems volk in het Amazonegebied; een miniatuurvaatje lichte, zoete ruwe olie uit de Urucu-Porto Velho-pijpleiding in Brazilië; een felgekleurde serie verzamelplaatjes, vervaardigd voor de Socially Responsible Investing Awards (een jaarlijkse prijs voor sociaal verantwoord ondernemen); er is er ook een bij die ter ere van haar is gemaakt: een jonge superheld met een rode maillot aan, een geheven zwaard, en het onderschift ‘Michelle Chan, Wereldwreker’.

Maar Chan is nu niet bepaald het prototype van de heethoofdige radicaal. Ze doet haar werk rustig en welgemanierd in directiekamers en op congressen, en vooruitgang ziet ze af aan nauwelijks waarneembare veranderingen, aan verschuivingen in de definitie van verantwoord ondernemen, waarvan ze vurig hoopt dat die de praktijk zullen beïnvloeden. Maar succes meten op de werkvloer is nog steeds moeilijk. Zelfs na dertien jaar weet ze nog niet hoeveel verbetering haar werk heeft opgeleverd. Zolang banken niet meer aansprakelijkheid en transparantie tonen, kan ze niet vaststellen of hun directie de goede voornemens ook uitvoert. Als er geen marktregulering plaatsvindt met het oog op het milieu, leidt het geldspoor te vaak naar meer vervuiling, meer ontheemde en meer bedreigde diersoorten.

‘We leven dan wel in een wereld van constante bevrediging,’ zegt Chan, ‘maar iedereen die betrokken is bij sociale verandering beseft dat dit soort zaken niet van de ene dag op de andere veranderen. Op de lange termijn is alles wat je tijdens jouw tijd op aarde kunt bereiken een bijdrage. Het is een karwei dat je deelt met anderen, ook met anderen die na jou komen.’

'Michelle Chan is een strategisch denker, een harde werker en een onverzettelijke vrijheidsstrijder. Als ik bedenk wat maatschappelijk verantwoord ondernemen kan betekenen voor een betere wereld, is zij een van de eersten die bij me opkomt.'



Amy Domini, directeur van Domini Social Investments, auteur van diverse boeken over ethisch beleggen en columnist van Ode.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.

   
Fortress, The Netherlands