Open je handen, open je hartTijdens de feestdagen overladen we familie, vrienden en geliefden. Maar het mooiste geschenk is misschien wel het moeilijkst: de bereidheid om te ontvangen. Op het cadeautje dat mijn moeder vanuit Parijs naar me had gestuurd in de Verenigde Staten reageerde ik niet bepaald dankbaar. Ik scheurde het bruine papier eraf en liet bij de eerste glimp roze het pakje op de grond vallen. Het was een grijze katoenen sjaal met roze bloemen. Roze! Mijn vriendin Inge reageerde verbaasd toen ik dit vertelde: ‘Weet ze dan niet dat je geen roze draagt?’ Ik ken Inge, een zeventigjarige Duitse kunstenares pas een jaar. Toch kent ze me blijkbaar beter dan mijn moeder. In Inge’s grijze granieten keuken wachtend tot het theewater kookte, bespraken we verschillende mogelijke reacties op de sjaal, waaronder accepteren met geveinsde blijdschap, accepteren zonder er veel over te zeggen en teruggeven om mijn moeder op de hoogte te brengen van mijn smaak. Al pratend voelde ik me achtereenvolgens teleurgesteld, verontwaardigd, kwaad en eenzaam. Inge leefde met me mee. ‘Ook ik ben verschrikkelijk slecht in dingen aannemen’, vertelde ze, terwijl ze me een kom biologische cacaobonen gaf. ‘De kans dat ik iets krijg dat ik hebben wil of nodig heb, is gewoon minimaal, en dan voel ik me in het nauw gedreven. Ik kan alleen kiezen tussen een obligaat bedankje of – mijn instinctieve reactie – het teruggeven. Daarom zeg ik altijd dat mensen niets voor me moeten meenemen, ook niet van vakantie.’ We liepen naar het terras en alsof ze mijn gedachten kon lezen, zei ze: ‘Ik ben misschien heel slecht in het aannemen van dingen, maar ik ben wel goed in geven.’ Geven en ontvangen zijn fundamentele ervaringen, die het leven tot een onlosmakelijk verbonden geheel maken. Zoals velen ernaar verlangen een moment van zuiver altruïsme te ervaren, wanneer ze met heel hun hart en zonder enige bijbedoeling iets uit zichzelf aanbieden, zo verlangt iedereen er ook naar om spontaan en onbekommerd iets in ontvangst te kunnen nemen, volledig te ervaren wat het betekent iets te krijgen – geroerd, gevoed en zelfs veranderd te worden door het leven. Kunnen we leren te ontvangen door ons te laten stimuleren door anderen en door het leven? Dit zijn niet alleen wezenlijke vragen omdat tijdens de feestdagen geven en ontvangen een dagelijks verschijnsel zijn. Het vermogen om te ontvangen is ook cruciaal voor lichamelijke gezondheid, geestelijk evenwicht en spirituele betrokkenheid. Maar voordat de ontvankelijkheid kan worden versterkt, is het nuttig eens te kijken naar de redenen waarom we niet goed zijn in ontvangen. Geven is beter: wat is dan het probleem? In de Sutta Nipata zegt Boeddha: ‘Geluk neemt niet af als het wordt gedeeld.’ In de Koran staat (3:92): ‘Wat iemand aan liefdadigheid geeft, is bekend bij Allah.’ En het Nieuwe Testament (Hand. 20:35) verklaart: ‘Het is beter te geven dan te nemen.’ In de hele wereld is geven als vanzelfsprekend tot ethische norm verheven. Geen wonder dat we geen waarde hechten aan ontvangen. Wie wil zich nu laten voorstaan op iets minderwaardigs? Zelfs de wetenschap lijkt deze opvatting te bevestigen. Jordan Grafman, een specialist in cognitieve neurowetenschappen van het Amerikaanse National Institute of Health in Washington, stond aan het hoofd van een onderzoeksgroep die de hersenactiviteit van vrijwilligers mat tijdens computerspelletjes waarbij ze geld konden verdienen en de opbrengst aan een goed doel konden schenken. Het dopaminegehalte – een hormoon dat gepaard gaat met aangename gevoelens – steeg zowel bij het krijgen als het weggeven van geld. Maar bij het schenken was er meer hersenactiviteit, waarbij ook oxytocine vrijkwam, een hormoon dat te maken heeft met emotionele verbondenheid en ook aangename gevoelens veroorzaakt. De prefrontale cortex, een gebied dat bij morele oordelen is betrokken, werd ook geactiveerd als een schenking ten koste ging van eigen middelen. Uit het onderzoek concludeerde Grafman: ‘Als we op deze hersenactiviteit mogen afgaan, lijkt alles erop te wijzen dat er meer plezier wordt beleefd aan geven dan aan alleen ontvangen.’ Uit het onderzoek blijkt dat geven in onze hersenen is vastgelegd, zodat je je goed voelt als je een goede daad verricht. Maar betekent dat ook dat het echt beter is te geven dan te ontvangen? Met financiële beloningen in een computerspel kunnen per slot van rekening de meest zinvolle voorbeelden van ontvangen niet worden geïmiteerd: bijvoorbeeld als je liefde krijgt of een kans die je leven verandert. Werken voor geld is ‘misschien niet hetzelfde als liefde, zorg of een aanraking,’ geeft Grafman toe, ‘maar dat is in een laboratorium lastig te reproduceren’. Het is misschien vruchtbaarder om eens te kijken naar ontvangen in het wild: in het dagelijks leven. Hoe vaak komt het niet voor dat iemand door een nieuwe kennis te eten wordt gevraagd en het gevoel heeft dat hij de ander op zijn beurt moet uitnodigen, of hij daar nu zin in heeft of niet? In een samenleving gebaseerd op ‘gelijk oversteken’ betekent het aanvaarden van een gift of een gebaar vaak het aanvaarden van onuitgesproken verplichtingen, op zijn minst een gelijkwaardige tegenprestatie. In de sociologie heet die eis ‘reciprociteit’. De antropoloog Marcel Mauss heeft in zijn klassieke studie over reciprociteit uit 1954, The Gift, oude gifteconomieën onderzocht en hij kwam tot de conclusie dat gratis giften niet bestaan. Hij kende aan de relatie tussen gever en ontvanger een bijna ‘spirituele’ betekenis toe. ‘Je hebt niet het recht een gift te weigeren’, schreef hij. ‘Want dan bewijs je dat je bang bent om te reciproceren.’ Mauss onderzocht de oude beschavingen in Melanesië, Polynesië en Noord-Amerika, maar zijn uitkomsten stroken ook met moderne sociologische theorieën. Er zijn sociale wetenschappers die van mening zijn dat gratis giften en altruïstisch geven wel degelijk bestaan, maar de uitkomsten van Grafman en zijn team lijken aan te geven dat altruïsme ook altijd iets voor de gever betekent. De Nederlandse sociologe Aafke Komter van de Universiteit van Utrecht omschrijft geven als een ‘gelaagde’ en ‘complexe’ gebeurtenis die veel verschillende functies heeft in het onderhouden van sociale banden en relaties. In haar boek Solidariteit en de gift: sociale banden en sociale uitsluiting noemt ze reciprociteit een van de vele motieven voor het geven van geschenken, waarvan er slechts één – de uiting van positieve gevoelens – de ontvanger zal aanspreken. Andere motieven zijn behoud van macht en prestige, het creëren van zekerheid, eigenbelang en uiting van vijandigheid. ‘Zonder reciprociteit,’ schrijft ze, ‘blijven relaties niet in stand’. Mijn Chinese vriendin Ying, een grafisch ontwerpster die in 1993 van Peking naar de VS verhuisde, weet wat het is om in een cultuur te leven waarin reciprociteit essentieel is. ‘In China word je geacht geschenken en uitnodigingen met nog meer geschenken en uitnodigingen te beantwoorden’, vertelt Ying. De filosofie en de praktijk van de reciprociteit zijn er zo diep geworteld, dat ‘voor Chinezen reciprociteit het wezen is van het mens-zijn’, leggen Stella Ting-Toomey en Ge Gao uit in Communicating Effectively with the Chinese. Volgens Ting-Toomey en Ge Gao, die onderzoek doen naar interculturele communicatie, bestaat in de Chinese cultuur de ‘allesoverheersende behoefte om je dankbaarheid terug te betalen’. Veelzeggend is het volgende Chinese gezegde: als iemand mij één vinger eer bewijst, bewijs ik hem een hand vol eer. Een andere functie van reciprociteit is de bestendiging van harmonie en nederigheid. ‘In China wil niemand opvallen. Bescheidenheid is heel belangrijk’, vertelt Ying. Bij het in ontvangst nemen van geschenken of complimentjes ‘eist de bescheidenheid dat je niets direct aanneemt’, vertelt ze. ‘Meestal moet je – net als bij een gift of eten – herhaaldelijk weigeren, voordat je iets eindelijk aanneemt.’ De prijs van ontvangen Veel mensen weigeren instinctief te ontvangen, omdat ze aanvoelen dat de ontvanger door de achterliggende machtsverhoudingen in een zwakkere positie wordt gemanoeuvreerd. Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat iemand hem ‘in zijn eigen belang’ advies geeft, terwijl hij dat alleen doet om zijn of haar wijsheid te demonstreren. Je neemt het advies dan niet aan, omdat je je eigen minderwaardigheid niet wilt bevestigen. Ellen Langer, docent aan Harvard, maakt juist gebruik van die machtsmechanismen. ‘Ontvangen geeft de gever macht’, erkent ze. ‘Daarom adviseer ik ouders ook om hun kinderen toe te staan cadeautjes voor hen te kopen. Wanneer ze die aannemen, krijgt het kind meer zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld.’ Zulke machtsmechanismen zijn misschien aanvaardbaar in een liefdes- en vertrouwensrelatie, zoals tussen ouders en kinderen, maar in een ander verband kunnen ze ongunstig werken. Barbara, een vriendin van mij, kreeg ontslag na vijf jaar bij een reclamebureau te hebben gewerkt. Ze vroeg geen werkloosheidsuitkering aan, omdat ze dat stigmatiserend vond. Ze komt uit de hogere middenklasse. Wie hulp nodig heeft, heeft eigenlijk niet hard genoeg gewerkt. ‘Het aanvragen van een uitkering betekende voor mij dat ik als volwassene had gefaald’, vertelt ze. ‘Ik schaamde me ervoor dat ik hulp nodig had.’ Ze is niet de enige met schaamtegevoelens bij het aannemen van overheidssteun. Vaak vormt het stigma van hulpbehoevendheid een struikelblok om iets wat wordt gegeven aan te nemen. Het geweten reageert met schuldgevoelens op situaties waarin iemand vindt dat hij de goede dingen die hem in de schoot vallen niet heeft verdiend. Het ‘plotselingerijkdom-syndroom’ is de naam voor een complex van symptomen – waaronder schuldgevoelens, bezorgdheid, slaapstoornissen en angst voor controleverlies – waar iemand die de loterij wint, een kapitaal erft of een exorbitante winst op financiële investeringen boekt onder gebukt kan gaan. ‘Iemand die een groot geldbedrag erft, voelt vaak een discrepantie tussen wie hij is en wat hij krijgt’, stelt Stephen Goldbart, mede-oprichter van het Money, Meaning and Choices Institute in Californië, dat zich bezighoudt met de psychologische mogelijkheden en moeilijkheden van grote rijkdom. ‘Schuldgevoelens zijn een manier om iets te doen aan het emotionele effect van die discrepantie.’ Waar komen die schuldgevoelens vandaan? ‘In het Westen, maar ook in andere samenlevingen, heerst het fundamentele geloof dat je moet werken voor wat je krijgt’, legt Goldbart uit. ‘Als je opeens iets krijgt, zonder dat je ervoor hebt gewerkt of er hard genoeg voor hebt gewerkt, is dat een bedreiging voor je gevoel van eigenwaarde, je normen, je wereldbeeld, en ook je rechtvaardigheidsgevoel.’ In die situaties is het volgens Goldbart handig als je ‘een flexibel gevoel van eigenwaarde en een flexibel wereldbeeld hebt. Je zult nooit meer dezelfde zijn’. Om te kunnen ontvangen, moet je misschien wel afscheid nemen van de veilige stelregel ‘loon naar werken’. Daarvoor moet je het bestaan van krachten erkennen waar je geen controle op hebt, en onder ogen zien dat je je zogenaamde loon misschien wel helemaal niet hoefde te verdienen. En als er geen sprake is van verdienen, dan zijn althans sommige dingen gewoon gratis. Een andere reden waarom we slecht zijn in ontvangen is dat we bang zijn dat de dingen die wij ontvangen ten koste gaan van wat naar de ander gaat. Sobonfu Somé, een lerares van de Dagara-stam uit Burkina Faso: ‘Daarom voelen we ons schuldig als we iets aannemen dat ons wordt gegeven.’ Somé – haar naam betekent ‘hoedster van het ritueel’ – heeft haar stam verlaten om de spirituele lessen van haar volk in het Westen te verspreiden. Ze schrijft boeken en geeft workshops over de hele wereld. Ze vertelt dat het leven volgens de Dagara is doortrokken van de geest. Wanneer we vanuit ons hart ontvangen, ontvangen we niet alleen van een persoon, maar van de geest zelf. En wanneer we van de geest ontvangen, ‘ontvangen we uit een rijke bron die alles kan geven wat we nodig hebben’. Somé voegt eraan toe: ‘Er is altijd genoeg voor iedereen. Alles van de geest is gratis. Er staat geen prijs op ontvangen. We hoeven niet te verdienen wat we krijgen. We hoeven ons alleen maar met een instelling van dienstbaarheid tot de geest te wenden. Je mag je dus wel dankbaar voelen, maar er is geen reden om je schuldig te voelen.’ Controle opgeven Ontvangen mag dan moeilijk zijn en met potentiële conflicten gepaard gaan, maar als we het niet leren, missen we veel. Wie niet kan ontvangen, kan volgens Laura Doyle een ander niet echt na staan. Doyle is de auteur van de bestseller The Surrendered Wife, waarin ze ingaat op de voordelen van het accepteren van wat je partner geeft. ‘Het wezen van ontvangen is intimiteit’, legt ze uit. ‘Wanneer je een geschenk, hulp of een complimentje krijgt, voel je een band met de gever en dat is wederzijds.’ Doyle voelde zelf een afstand tussen haar man en haarzelf totdat ze zich aanwende kritiek voor zich te houden en aan te nemen wat haar man te bieden had, ook seks. Feministen beginnen te steigeren bij Doyles strategie voor toenadering en zien daarin de oude opoffering van persoonlijke macht voor een harmonieus huwelijk. Maar Doyle pleit niet voor machteloosheid. Ze wil juist oproepen tot een experiment in openheid. Als ik haar vraag of het altijd nodig is om ja te zeggen tegen seksuele avances, antwoordt ze: ‘Jij blijft natuurlijk de baas over je eigen lichaam en je mag best nee zeggen. Maar voor de grootst mogelijke intimiteit zou je kunnen overwegen om er een gewoonte van te maken ja te zeggen.’ Doyle erkent dat een defensieve reactie op iets wat je wordt aangeboden vaak hoort bij isolerende controlemechanismen waar niemand iets aan heeft. ‘Ontvangen is moeilijk omdat je dan je controle moet opgeven’, meent ze. ‘Maar hoe meer je bereid bent jezelf kwetsbaar op te stellen – wat vanzelf gebeurt als je ontvangt en een bepaalde mate van controle opgeeft – hoe nauwer je band wordt.’ Somé is het daarmee eens. ‘Voor een gezonde mate van intimiteit moet je je pantser afleggen, net als je gevoel dat je alles zelf kunt, en je moet je eigen behoeften erkennen. Dan kun je je openstellen om te ontvangen.’ Maar ze is ervan overtuigd dat het de levende geest binnen een relatie is, en niet de ander, van wie je ontvangt. ‘Iedere relatie heeft een geestelijke dimensie, of het nu een relatie is met een echtgenoot, een gemeenschap of het land’, stelt ze. ‘Wanneer je dat erkent, wordt het makkelijker om te geven en te ontvangen. Dan hoef je niet te denken: ik moet iets van hem aannemen. Want je neemt iets aan van de geest.’ Terwijl in de meeste sociale wetenschappen de macht die de gever in een relatie krijgt centraal staat, richt Doyle zich op de verborgen macht van de ontvanger. ‘Nee zeggen tegen de dingen die je niet aanstaan, geeft waarschijnlijk inderdaad macht. Maar die vorm van macht kun je ook krijgen als je ja zegt, ook al vind je het geschenk maar zozo.’ En als je dan nog steeds geen zin hebt om iets aan te nemen? ‘Mijn advies is: doe alsof, tot je zover bent. Neem geschenken aan, ook al voel je je er niet prettig bij. Zonder het te weten ben je op weg de vrouw te worden die vindt dat ze goede dingen verdient. En die persoon willen we allemaal worden.’ Somé noemt nog een belangrijk aspect van de zin van ontvangen: daardoor kun je zelf een bijdrage leveren aan de wereld. ‘Ontvangen werkt genezend, en de geschenken van die relatie kunnen dan weer aan de gemeenschap ten goede komen’, legt ze uit. ‘We moeten inzien dat ontvangen een medicijn is, dat bedoeld is om ons gezond en sterk te maken. Gezien, bemind en gewaardeerd worden zijn giften die je in een relatie kunt ontvangen.’ Ook Langer van Harvard legt de macht weer in handen van de ontvanger. ‘De ontvanger is niet aan de genade van de gever overgeleverd’, zegt ze. De ontvanger heeft altijd de vrijheid om de geef-ontvangsituatie te interpreteren en te herinterpreteren, stelt ze. ‘We kunnen blijven steken in de remmende patronen van het verleden, of ons openstellen voor nieuwe denkwijzen en manieren om de ervaring vorm te geven.’ Toen ik Langer vertelde over de sjaal van mijn moeder, reageerde ze korzelig: ‘Tijd om volwassen te worden. Er zijn altijd alternatieve verklaringen mogelijk. Als je die zoekt, vind je van alles. In plaats van te denken dat ze je probeert te beheersen door je te dwingen roze te dragen, kun je een stap verder gaan: “Ze wil dat ik gelukkig ben.” Ze hoopt dat je je prettig gaat voelen als je roze draagt.’ De gaven van het leven aanvaarden Op mijn zeventiende ging ik voor het eerst van mijn leven met het vliegtuig naar New York. Daar trapte ik in een oude oplichterstruc, toen ik mijn laatste twintig dollar gaf aan een man die deed of hij taxichauffeur was. Ik stond ’s avonds laat bang en verlaten op de stoep voor de luchthaven, terwijl andere mensen zelfverzekerd op hun doel af gingen. Uit het donker kwam er een taxichauffeur naar me toe, die Olifant heette. Hij was bleek, had een baard en droeg een oud jasje met een visgraatmotief. Hij bood aan om me gratis naar huis te brengen. Het diepe en in wezen bevestigende gevoel van dankbaarheid dat dit geschenk opriep, was een belangrijke les voor me: we hebben de macht om door aardig te zijn elkaar aan te raken. Toen ik zijn hulp accepteerde, veranderden mijn inzicht en ideeën over de gemeenschap, de samenleving en onze verantwoordelijkheid om elkaar bij te staan voorgoed. Alison McCreery, een marketingmanager bij een mediabedrijf in San Francisco, moest eerst borstkanker overwinnen voordat ze zonder aarzeling hulp kon vragen en ontvangen en zelf leerde te geven. ‘Toen er kanker bij me werd geconstateerd,’ vertelt ze, ‘had ik geen echtgenoot of familie die me konden helpen. Ik moest mijn vrienden om hulp vragen om de operatie en de kuur te doorstaan. Ik kon niet eens mijn arm optillen om het zout uit de kast te pakken. Ik had nog nooit dit soort hulp hoeven te vragen van anderen en ik vond het vreselijk. Het had te maken met alle aandacht die op mij was gericht en een soort angst om mijn neus te stoten. Als ik niets vroeg, liep ik ook niet het risico te worden teleurgesteld. Daardoor moest ik denken aan alle keren dat ik mijn vrienden niet had geholpen omdat ik dacht dat ze het wel zouden vragen als ze echt hulp nodig hadden. Maar het is juist heel moeilijk om te vragen en te ontvangen. En ik heb geleerd dat we op elkaar moeten passen.’ Miriam Greenspan, psychotherapeute en de auteur van Healing Through the Dark Emotions, is van mening dat ontvangen noodzakelijk is voor een verrijkend leven, ook als dat wat je krijgt pijnlijk is. ‘Het leven is een geschenk dat we iedere dag ontvangen’, meent ze. ‘Maar het kan een verschrikkelijk geschenk zijn als je niet krijgt wat je wilt of niet wilt wat je krijgt, als er sprake is van teleurstelling of zelfs iets rampzaligs. Daarom sluiten mensen zich af. En als je je hebt afgesloten, is het of je immuun bent voor het geschenk van het leven.’ Greenspan weet dat je leven kan veranderen als je openstaat voor moeilijke ervaringen. Ze is geboren in een vluchtelingenkamp in Duitsland vlak na de Tweede Wereldoorlog, waar ze vier jaar bleef. Haar eerste kind werd met een hersenbeschadiging geboren en overleed na twee maanden. Haar derde kind werd geboren met lichamelijke en cognitieve gebreken. Greenspan richt zich in haar werk op de veranderingen die plaatsvinden als we accepteren wat ons wordt gegeven, en de diep in onszelf, onder de pijn verborgen mogelijkheden vinden. ‘Het geschenk van rouw om verlies is bijvoorbeeld intense dankbaarheid. Vanuit diep gevoelde wanhoop begin je aan een reis naar nieuwe zingeving en vind je een veerkrachtiger geloof in het leven. Wie vriendschap sluit met zijn angst ontdekt de vreugde van volledig leven.’ Kunnen we in deze stille, naar binnen gekeerde periode van feestdagen – wanneer de meeste mensen bezig zijn met geven – het ontvangen verlossen van de negatieve psychologische associatie met zwakte en behoeftigheid? Kunnen we het ontvangen een meer verrijkende plaats in ons leven geven en helpen meer evenwicht terug te brengen in onze wereld? Waar moeten we beginnen? Langer van Harvard: ‘Je kunt niets ontvangen als je denkt dat je alles beter weet.’ Het klinkt logisch. Daarom schoof ik mijn vooroordelen terzijde en deed de sjaal om die ik van mijn moeder had gekregen. Tot mijn verbazing stond hij me goed. ‘Hmm’, zei Langer toen ik dat vertelde. ‘Misschien weet je moeder iets meer over jou en de kleur roze.’
|
|



