Email   Print

De dood van een paradigma

Waarom er iets goeds zal voortkomen uit de huidige economische ellende.

Noreena Hertz | 112 december 2008 issue

Landen moeten de vrijheid krijgen hun economische beleid naar eigen behoefte uit te stippelen, bepleit Noreena Hertz.
Foto: Chris Saunders

We zijn getuige van de dood van een paradigma. Zoals gebruikelijk bij zo’n overlijdensgeval stuit deze uitspraak op ontkenning, weerstand en woede bij de aanstichters en bepleiters van het oude geloof.

Maar het zou kortzichtig zijn om te denken dat de recente gebeurtenissen slechts kleine scheurtjes in de bankensector blootleggen, die makkelijk hersteld kunnen worden. De overheersende economische opvatting van de afgelopen twintig jaar – waarbij vrijheid belangrijker was dan rechtvaardigheid, de markt meer macht had dan een staat, en risico niet beteugeld moest worden – is ter ziele. De dagen zijn geteld van het systeem dat buitensporige hebzucht niet alleen vergoelijkte maar zelfs aanmoedigde, van het vrijemarktkapitalisme dat de Verenigde Staten en Groot-Brittannië twintig jaar geleden omarmden en dat de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds aan de armste landen van de wereld hebben opgedrongen. En het publiek zal niet toelaten dat dat systeem gereanimeerd wordt.

Voor alle duidelijkheid, dit betekent niet dat alle versies van het kapitalisme nu overbodig zijn. Door de hegemonie van Washington leek het of het kapitalisme van de VS het enige kapitalisme was. Maar kapitalisme heeft altijd bestaan in zeer uiteenlopende vormen. De Europese vorm verschilt van de Aziatische, die weer verschilt van de Zweedse, enzovoort. Het verschil is vooral afhankelijk van de mate waarin een land waarde hecht aan de staat, herverdeling van rijkdom, de gemeenschap, cultuur en niet-monetaire maatstaven van succes. Het enige soort kapitalisme dat binnenkort ten grave gedragen moet worden, is het Anglo-Amerikaanse type, het ‘Einde van de geschiedenis’-kapitalisme. Bij dit type werden alle andere factoren bewust afgedankt en werd de economie losgekoppeld van sociale rechtvaardigheid.

Het paradigma was namelijk intrinsiek oneerlijk; het was gebouwd op beloften die nooit ingelost konden worden. In de afgelopen weken zijn verschillende ontkoppelingen aan het licht gekomen: de ontkoppeling tussen het echte geld dat in onze economieën circuleert en het monopolygeld dat in de financiële wereld rondgaat; de ontkoppeling tussen wat we echt bezitten en wat we ons kunnen veroorloven; ontkoppelingen tussen risico en beloning, twee zaken die het paradigma schijnbaar tegen elkaar uitwisselde maar die de afgelopen jaren naast elkaar hebben bestaan; ontkoppelingen die nu duidelijk zichtbaar zijn geworden in onbegrijpelijke balansen van banken, in de ongekende schulden die mensen hebben gemaakt, en bij de managers van hedgefondsen met een jaarsalaris van bijna twee miljard euro.

Tot nu toe werd deze oppermachtige positie alleen bestreden door een groep denkers, onder wie ikzelf, die de voortekenen zagen en daarover publiceerden, plus een handvol politici die hun ongerustheid luid en duidelijk verwoordden. Maar omdat de aanhangers van het oppermachtige paradigma bestonden uit de wereldwijde zakenelite – de toonaangevende economische, financiële en zakelijke media en de Verenigde Staten, die tot voor kort de hoogste positie bekleedden – werd onze visie nooit gangbaar, ook al hadden we een behoorlijk groot publiek.

Daarin zal verandering komen. Want nu de barsten zo duidelijk zichtbaar zijn, nu er banen op de tocht staan (in de VS en Groot-Brittannië neemt de werkloosheid razendsnel toe), nu de agressieve kredietverstrekkers hun leningen terug willen, nu we geen geld meer hebben om te winkelen en we ons besteedbaar inkomen zien dalen, wordt het publiek steeds bozer – en niet alleen op de banken. Er is een fundamentele verontwaardiging, gericht op de onderling verbonden chaos die het systeem vormt; op energiebedrijven die enorme winsten maken maar gepensioneerden laten kromliggen om warm te blijven in de winter; op directeuren die tot duizend keer zoveel kunnen verdienen als de gemiddelde werknemer. Het duurt niet lang meer of die verontwaardiging richt zich op de politici die dit hebben laten gebeuren; op iedereen die heeft laten gebeuren dat er zo’n fundamentele ontkoppeling ontstond tussen de manier waarop zij de wereld zagen en hoe wij die nu met z’n allen ervaren.

Mensen zien nu in dat ze het recht hebben om de ideologie die hiertoe leidde te verwensen. Dat is een fundamentele verandering. Slimme politici zullen deze aardverschuiving herkennen ? deze verplaatsing van het machtsevenwicht, van de financiële top en de grote bedrijven naar de gewone mensen ? en ze zullen proberen er munt uit te slaan. We zijn ineens allemaal socialisten, nu doorsnee-politici van links en rechts het onverantwoordelijke gedrag en de salarissen van bankiers bekritiseren en eisen dat de staat ingrijpt in de financiële markten.

Maar als deze eisen alleen gericht zijn tegen de bankensector en verder niet, zullen ze geen politiek gewin brengen. Want de financiële crisis was een manifestatie van een verkeerde manier van denken over de wereld, een manier van denken die de komende jaren steeds meer gewone mensen zal raken terwijl de wereld afstevent op een recessie. En niet alleen de mensen in de landen die het paradigma predikten worden geraakt, maar ook degenen in landen die dat niet deden. We zien al ontslagen, afnemende groeiverwachtingen en instortende beurzen in Rio de Janeiro, Bogotá, Peking en Moskou. Voor de armste landen komt de klap extra hard aan. Zij moesten hun markten dereguleren, privatiseren en openstellen om in aanmerking te komen voor hulpgelden, en zien nu dat de geloften niet worden ingelost.

Dit is de eerste totale crisis als gevolg van de globalisering. In een wereld die zozeer onderling verbonden is, worden de problemen van één land dus inderdaad de problemen van alle landen. Het is de eerste collectieve ‘verlies-verliessituatie’. Dat betekent dat de slimste politici degenen zullen zijn die zich niet alleen duidelijk willen losmaken van het ‘laisser faire’ uit het verleden, maar die ook bereid zijn een transparante uitwisseling van ideeën aan te gaan over wat voor wereld en wat voor maatschappij we nu eigenlijk willen. De slimste politici zijn degenen die bereid zijn te reorganiseren en zo nodig hun eigen vooronderstellingen af te breken, en die ruimdenkend zijn in het omarmen en afwijzen van denkers, ideeën en theorieën. De slimste politici zullen begrijpen en uitdrukkelijk verkondigen dat wanneer de feiten niet meer passen in het wereldbeeld, we het wereldbeeld moeten aanpassen en niet de feiten.

In dat proces kunnen en moeten ze lering trekken uit de afgelopen twintig jaar. Geen uniforme economische voorschriften meer. Landen moeten de vrijheid krijgen hun economische beleid naar eigen behoefte uit te stippelen. Geen autoritair en geromantiseerd dereguleringsbeleid meer. De gevaren van een zwakke of niet-bestaande regelgeving zijn inmiddels maar al te duidelijk. Dat betekent dat elke sector die de gemeenschap schade toebrengt, verplicht gereguleerd moet worden. En het sprookje dat in een bloeiende economie iedereen meelift ? dat een belangrijke plaats innam in de oude ideologie ? moet eindelijk maar eens overboord. Want het is nooit waar geweest. De sociale mobiliteit is de afgelopen veertig jaar in Groot-Brittannië amper toegenomen. In de Verenigde Staten is een kwart van het bezit in handen van slechts 14.000 families. Het is tijd om actief een beleid te gaan voeren dat garandeert dat de ook winst wordt gedeeld, niet alleen het risico.

De volgende fase van het kapitalisme zal, als het goed vormgegeven wordt, pakkende slogans en flitsende economische modellen inruilen voor de complexe nuances waar onze multipolaire wereld werkelijk om vraagt. Bij het bepalen van het lokaliseringsbeleid zullen we moeten begrijpen dat de problemen die veroorzaakt worden door onze onderlinge verbondenheid – zoals de CO2-uitstoot – vragen om wereldwijde oplossingen en niet op zichzelf kunnen worden gezien. Daarnaast moeten we actief zoeken naar een herdefiniëring van wat waardevol is, zodat de kinderen van nu niet dezelfde vergissing begaan als onze generatie door succes te verwarren met de mogelijkheid om een zoveelste paar Nikes of een Gucci-tas te kopen.

Dit mag dan het einde zijn van het oude paradigma, toch moeten we niet treuren maar hoop hebben. Want als er uit de as iets totaal anders, iets beters en wijzers opstaat, zal de huidige economische crisis ? hoe zwaar het in de nabije toekomst ook zal worden ? niet voor niets zijn, maar zullen we het uiteindelijk allemaal beter krijgen.

Noreena Hertz is de auteur van 'De stille overname en IOU: het gevaar van de internationale schuldenlast'. Ze is gasthoogleraar globalisering aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit, en buitengewoon bestuurslid van de Judge Business School, University of Cambridge.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.