Urgenda - Nederland als proeftuin voor een groenere wereldDuurzaamheid vind je tegenwoordig overal. Maar de urgentie om er concreet iets aan te doen, ontbreekt nog. De Urgenda combineert visie en actie en maakt van Nederland een duurzaam gidsland. Welke stad heeft een intelligente dansvloer – uniek in de wereld – die meer energie opwekt naarmate je enthousiaster danst? Rotterdam, met zijn duurzame nachtclub Watt! Welke regio heeft een ontwikkelingsplan voor station en snelwegen dat beton probeert te vermijden en energie haalt uit het bereden asfalt? Zeist-Driebergen! Waar gaan de eerste vuilnisauto’s op biogas rijden? In Zwolle en Amersfoort! Venlo zal een van de eerste regio’s ter wereld zijn waar nieuwe bedrijvenparken honderd procent gebouwd worden volgens het principe van cradle to cradle, geen afval, geen fossiele brandstoffen. Nederland gonst van duurzame initiatieven. Als ik naar Zeist rijd, hoor ik op de radio dat BNR Newsradio de volgende dag een programma wijdt aan duurzaamheid. Als ik in het gemeentehuis van Zeist zit te wachten op de wethouder en ik blader in Business, een zakenblad voor de regio, valt mijn oog op een interview met Roel Robbertson, de nieuwe commissaris van de provincie Utrecht, die zijn provincie wil promoten als centrum voor Aarde en Duurzaamheid. Verder in het magazine nog een gesprek met astronaut Wubbo Ockels over duurzaamheid. Duurzaamheid is tegenwoordig overal. Toch zijn de initiatiefnemers van de Urgenda niet tevreden en tonen ze zich bezorgd over de toekomst. Een jaar geleden publiceerden ze in NRC Handelsblad (14 juli 2007) een manifest met een oproep tot meer visie en stelden ze zelf een concreet actieplan op, een agenda voor de toekomst, met als einddoel Nederland als duurzame proeftuin. Deze urgente agenda leidde tot de naam de Urgenda. Hun bezorgdheid herhaalden ze onlangs, op zaterdag 11 oktober 2008 in dezelfde krant. Hun eerste constatering is dat het klimaat sneller verslechtert dan de modellen aangeven. De tweede dat er in ons land geen gevoel van urgentie leeft. De derde constatering is dat internationaal klimaatbeleid niet van de grond komt. Opgeteld leidt dat tot de conclusie dat een klimaatcatastrofe dreigt. Een van de drijvende krachten achter de verontrusting en de agenda is de hoogleraar Jan Rotmans. Ik zoek hem op in zijn wetenschappelijke instituut Drift, aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Etage 5 van gebouw M. Drift staat voor Dutch Research Institute For Transitions en is in 2004 door hem opgericht. Het doel van het instituut is ingewikkelde veranderingsprocessen te bestuderen en zelf te begeleiden. ‘Mijn vak is integraal denken en handelen’, zegt hij lichtelijk uitdagend als ik tegenover hem heb plaatsgenomen aan een grote werktafel. Mijn blik dwaalt naar zijn boekenkast. Met zijn rechterarm zwaait hij naar de boeken: ‘Hier staan alle bijbels uit de literatuur over milieu en duurzaamheid.’ De ongerustheid van Rotmans geldt niet zozeer de vele initiatieven in het land, integendeel, maar het gebrek aan visie en ondersteuning van de overheid. ‘De ambtenarij is een van de problemen in dit land. Als een plan eindelijk tot uitvoering komt, is het meestal te laat. Plannen lopen zo vaak vast in de overdadige regelgeving van dit land, de verandering moet dieper en grondiger zijn. Er moet een transitie komen van een CO2-rijke naar een CO2-arme economie. En daar is leiderschap voor nodig, richting geven en vasthoudend geduld en dat is er niet in deze sector.’ De gedreven hoogleraar, wiskundige van origine, heeft van de weeromstuit een eenvoudige, maar dwarse filosofie ontwikkeld: ‘Je moet veranderen als je de mensen hebt die dat kunnen en willen. Zelforganiserend vermogen kan niet topdown opgelegd worden.’ Er is volgens hem visie nodig en een kompas. En er moeten experimenten zijn om te leren en ervaringen door te geven. Om zo van de onderstroom die al intensief met duurzaamheid bezig is, een bovenstroom te maken. ‘Het moet echt een maatschappelijke beweging zijn’, zegt Rotmans over zijn de Urgenda. De Urgenda zou er niet gekomen zijn als Rotmans niet een lelijke val met zijn fiets had gemaakt en alles had gebroken. ‘Ik moest tijdens een afdaling in de Pyreneeën uitwijken voor een auto, mijn gezicht was helemaal aan gort. Ik heb geluk gehad, eigenlijk een tweede kans. Ik had vijf maanden de tijd om over mezelf na te denken, tijd voor reflectie. Dat heeft me rustiger gemaakt. Vóór de Urgenda was ik veel dwarser en onrustiger.’ De mensen die kunnen en willen veranderen, heeft hij inmiddels om zich heen. Vijftien stafleden bij de Urgenda, geleid door de scherpzinnige workaholic Marjan Minnesma en als tegenpool de bevlogen klimaatprofessor Pier Vellinga, ooit opgeleid als dijkenbouwer. Vellinga is een man van de kleine stapjes, Rotmans is meer geneigd tot provocatie en revolutie. Daaromheen werkt in het hele land een grote groep koplopers aan plannen, analyses, rapporten, kennisoverdracht. Bekende namen als Peter Bakker van TNT, Jeroen de Haas van Eneco, Coen van Oostrum van OVG, Beau van Erven Dorens, tv-presentator, Adriaan Geuze, architect/ontwikkelaar van duurzame projecten, Ad Verbrugge, hoogleraar wijsbegeerte en Ed Nijpels, oud-minister. In hun vrije tijd geven ze leiding aan groepjes deskundigen en vrijwilligers. Rotmans: ‘Er zijn nu ongeveer duizend mensen actief in allerlei projecten en netwerken. Dat moeten er tienduizenden worden de komende jaren, die een krachtige onderstroom vormen.’ De Urgenda heeft zich goed georganiseerd, als een cellenstructuur in de samenleving. Op de urgente agenda stonden voor het eerste jaar een platform, twee icoonprojecten en een deltaplan tegen het wassende water. Er is meer gebeurd dan dat. Het platform bestaat, in de vorm van de koplopers met hun groepen. Het rapport van de Deltacommissie, Samenwerken met water, stond onder leiding van oud-minister Cees Veerman, geen lid van de Urgenda, maar dat vindt Rotmans onbelangrijk: ‘Goed plan, wel een beetje teveel het oude ingenieursdenken.’ Vellinga vindt het ronduit een goed plan: ‘In ieder geval heet het water geen vijand meer.’ Het land wordt bewerkt. Iedereen geeft lezingen. Rotmans sprak in Paradiso jongeren toe, Vellinga boeren uit de nieuw polders. Voor Zeeland heeft de Urgenda een hervormingsagenda gemaakt, een leidraad naar een duurzame toekomst. In oktober van dit jaar hebben de Zeeuwse bestuurders de agenda feestelijk mogen ontvangen. Minnesma onderhandelt met een autofabriek over de levering van tweeduizend elektrische auto´s en nodigt het liefst het bedrijf Greenwheels uit voor een experiment in een Nederlandse stad. De Urgenda praat mee over herstelplannen voor de verloederde wijken Oud-Charlois en het Oude Noorden in Rotterdam. Twee mensen zitten in de commissie voor duurzame energieplannen op de Afsluitdijk, er moet iets gebeuren met het ontruimde militaire vliegveld Twente, ook daar heeft de Urgenda zijn bijdrage. In de Haarlemmermeer staan allerlei duurzame projecten op stapel, waarbij de Urgenda-leden adviseren. Minnesma: ‘Na een publicatie in de krant komen veel partijen op ons af, voor hulp en advies.’ Het gesprek met Minnesma vindt plaats in het stijlvol verbouwde College Hotel, op het Roelof Hartplein in Amsterdam. Voor mij een nieuw bewijs dat duurzaamheid in ons denken en handelen is gekropen, want in het hotel huisde vroeger gedurende een jaar mijn middelbare school; de gymnastiekzaal is een prima restaurant geworden. Dit was een kleine opsomming van een jaar wapenfeiten om een indruk te geven van de koortsachtige activiteit van de Urgenda. Behoorlijk indrukwekkend. Maar we zijn er nog niet. Ook de twee icoonprojecten zijn de fase van het plannen maken voorbij. In Rotterdam wordt aan een kolossale verandering gewerkt: het project Stadshavens, waarbij een havengebied van 1600 hectare wordt omgetoverd tot drijvend woon-werkgebied. En in de gemeentes Zeist en Driebergen is eindelijk besloten – na tien jaar ruzie maken – hoe het nieuwe Stationsgebied in te vullen. Duurzaamheid is de leidraad in beide projecten. Rotmans: ‘Duurzaamheid slaat aan, omdat het praktisch is, het is een kwestie van slimmer en anders produceren, we kunnen doorgroeien, dus hoeven we ons comfortabele leven niet op te geven en toch voelen we er ons beter bij. Dat er geen extra kosten zijn bij het maken van een duurzame stoel, geloof ik nog wel, maar de Prius is voor mij nog niet duurzaam.’ De wethouder van Zeist, Cees Berkhout (VVD), wordt weer helemaal enthousiast als hij mij de toekomst van het stationsgebied uitlegt. En het is ongetwijfeld al de honderdste keer. Het station van Zeist en Driebergen ligt tussen twee gemeenten in, ziet er onbeduidend uit: twee perrons, twee slagbomen, honderden fietsen in rekken en auto’s op een P+R-terrein. Dat is het zo’n beetje. Toch is het qua drukte het achtste station van Nederland. Het wordt nog drukker. De twee sporen moeten er vier worden. Tegelijk heeft Rijkswaterstaat besloten de A12, die beide gemeenten scheidt en altijd hoog scoort in de file-toptien, eveneens te verdubbelen. Over de herinrichting van dit stationsgebied, waarvoor 150 miljoen euro klaar ligt, moesten vijf instanties beslissen: ProRail, de provincie, de gemeente Zeist, de gemeente Driebergen en het Bestuur Regio Utrecht. Precies zo’n verzameling ambtenaren waar Rotmans zijn ongenoegen aan ontleent. In de plannen werd beton op beton gestort. Op het laatst gingen hun ruzies alleen nog maar over de vraag of de bussen drie minuten extra konden winnen door ze onder de grond te laten stoppen. Berkhout, pas twee jaar wethouder in Zeist, vroeg herfst vorig jaar een time-out van vier en een halve maand aan. Samen met zijn collega Waltmann van gemeente Utrechtse Heuvelrug is hij aan de slag gegaan. Ze nodigden de Urgenda, net bekend door het eerste artikel, uit om mee te denken en op 1 april dit jaar namen beide gemeenteraden, in een gezamenlijke zitting – een unicum, want nog nooit vertoond – unaniem de nieuwe plannen aan. Wat was er gebeurd? Berkhout had al eerder het vliegveld Soesterberg een nieuwe bestemming gegeven en wist dat de beste ideeën geboren worden als buitenstaanders ernaar kijken. ‘Ik werd door anderen op het artikel in de krant gewezen en heb toen Marjan Minnesma gebeld. Met onze input hebben de mensen van de Urgenda eerst een maand gebrainstormd, vervolgens een maand vertalend gedacht en toen een maand keihard gewerkt en een revolutionaire visie ontwikkeld.’ In het kort de essentie van het plan: Zeist herbergt vele instellingen die zich met duurzaamheid, milieu en natuur bezighouden: Milieueducatie; het Wereld Natuur Fonds, dat onlangs een duurzaam klimaatneutraal hoofdkwartier heeft laten bouwen; de Triodos Bank; het CO2-arme gebouw Antropia van de antroposofen. Dus duurzaamheid als leidraad lag voor de hand. Verder liggen Zeist en Driebergen aan de Stichtse Lustwarande, een lint van buitenplaatsen, oude ridderhofsteden, landhuizen en villa’s, dat zich uitstrekt langs de oude weg van Amsterdam naar Rhenen. Berkhout: ‘Dit gebied is zowel de poort naar de Randstad als naar de natuur van de Utrechtse Heuvelrug, Als je hier het station uitstapt, laat je de stenen achter je en stap je de natuur en een landcultuur in. Althans, zo moeten de mensen dat weer ervaren.’ In concreto betekent dit dat het stationsgebied een verzameling landgoederen wordt, met het station als landgoedstation, en in de stijl van het gebied. Kantoren in ruime villa-achtige gebouwen, zoals Zeist er al vele heeft. De woningen in deze hoek zijn bestemd voor mensen die zonder auto kunnen. Fossiele energie wordt niet gebruikt. Energie voor de huizen kan gehaald worden uit het warme asfalt van de verdubbelde A12. Nu bedraagt het percentage asfalt rond het station vijftig en groen vier; die verhouding wordt omgekeerd. Parkeren gebeurt onder de grond, bussen rijden aan, onder en boven de grond. Vraag aan Berkhout: hoe belangrijk was de Urgenda voor dit plan? Hij pakt een stempeltje. Het drukt het woord de Urgenda. ‘Als dit erop staat, overtuigt het. De Urgenda betekent kennis, nieuwe inzichten, enthousiaste experts. De Urgenda is een fascinerende club onafhankelijke mensen, out of the box, creatief en met gezag.’ Voor Rotterdam was het stempeltje niet echt nodig. De 39-jarige wethouder van de haven Mark Harbers (VVD) in een gesprek: ‘We hebben veel expertise op het gebied van energie en duurzaamheid in de gemeente en in het Havenbedrijf zitten. We zijn lid van het Clinton Climate Initiative, hebben erg veel internationale contacten. Wij zijn heel blij met de Urgenda, want bij hen zit veel kennis over ingewikkelde transitieprocessen. En we praten hier over het grootste veranderingsproces in Nederland. Zij hadden de doelstellingen en de ideeën, wij de mensen en de middelen. We vullen elkaar goed aan.’ Rotterdam is de moeder van de koplopers van Nederland, beoordeeld vanuit de aanpak van de Urgenda en Clinton. De stad en haven hebben – in het kader van Clintons wereldwijde initiatief – anderhalf jaar geleden een Rotterdam Climate Initiative (RCI) opgericht, dat beoogt de regio en de bedrijvigheid duurzaam te maken. In een pakkende slagzin: de Clean Technology Delta. De Rotterdammers begrijpen als geen ander – met hun achterban van energie- en petrochemische bedrijven in de haven – dat duurzaamheid big business gaat worden. ‘Wat in Rotterdam aan duurzame technologieën ontwikkeld wordt, kunnen we over de hele wereld exporteren’, zegt Harbers, die ook economie in zijn portefeuille heeft. Er is een plan ontwikkeld, samen met de Urgenda, om de havens die nu verlaten worden door de bedrijven en schepen die naar de Tweede Maasvlakte verhuizen, opnieuw te bebouwen met woningen en bedrijven: het plan Stadhavens. Niet zomaar bebouwen, maar uiteraard duurzaam: op basis van nieuwe technologieën voor energieopwekking, nieuwe bouwmaterialen, bouwmaterialen die hergebruikt kunnen worden, herinrichting van bestaande havengebouwen, schoon openbaar vervoer. De lat ligt hoog. Als u de brochure Stadshavens – 1600 hectare, Creating on the edge – op het stadhuis haalt, begrijpt u hoe ingrijpend en ingewikkeld een dergelijke ombouw van havens naar leefgebied op duurzame basis is. Er liggen doelen vast voor 2015, een koers voor 2025 en een perspectief voor het jaar 2045. Met tientallen deelplannen. Dat moet allemaal voorbereid, uitgevoerd en gecoördineerd worden. Rotterdam zou Rotterdam niet zijn als het niet onmiddellijk de mouwen opstroopte. Voorjaar volgend jaar gaat de Rotterdam Climate Campus van start, Al Gore heeft op 14 oktober het startsein gegeven. In deze campus gaan bedrijfsleven, universiteiten en overheid samenwerken. Onderzoek naar afvangen van CO2, energie uit algen, getijdencentrales, slimme hoge dijken, drijvende woonwijken, drinkwater uit afvalwater, brandstof uit plastic afval, warm water voor de cv uit industriële restwarmte, groene daken. Het is een slim initiatief. Harbers: ‘We kunnen onderzoeken, onderwijzen, ontdekken en meteen toepassen. De Climate Campus wordt een drijvend eiland en alles wat we ontwikkelen, kunnen we meteen in de omgeving testen en gebruiken.’ Duurzaamheid leeft in Rotterdam. Harbers: ‘We hebben alle huishoudens in Rotterdam een spaarlamp thuisbezorgd; 300.000 stuks hadden we, 50.000 konden we niet bezorgen, die hebben we aan clubs en verenigingen geschonken. We hebben er tips en berekeningen voor bezuinigingen bij gedaan. Het was een geslaagde campagne voor ons beleid van duurzaamheid. In Rotterdam is iets gebeurd.’ De duurzame dansclub Watt is een initiatief van de eigenaars, die aanvankelijk klaagden over tegenwerking van de gemeente. Woningbouwverenigingen beginnen zelf groene daken aan te leggen, kleine windmolens te plaatsen, goed voor de energie van één flat. De gemeente heeft in de kas van het Rotterdam Climate Initiative vijftig miljoen euro gestort. Op rijksniveau is voor dit soort initiatieven slechts tien miljoen vrijgemaakt. Aldus de trotse wethouder. Hij voegt eraan toe: ‘Er wordt zo vaak geroepen – Balkenende voorop – om een nieuwe VOC-mentaliteit; welnu, hier ligt een kans, dit veld van duurzaamheid geeft een nieuwe dynamiek, met een groot perspectief.’ Rotmans kan zijn onrustgevoel van urgentie even intomen en tevreden conclusies trekken. Hij zegt: ‘We fungeren als versnellers en aanjagers. We zetten problemen en oplossingen op de agenda. Dat lukt best goed. Onze kracht is dat we grote partijen aan tafel brengen. Het ministerie van VROM, bijvoorbeeld, om de regels wat op te rekken, via een regelluwe experimenteerzone. Er is een ambtelijke en bestuurlijke jungle, maar onze autoriteit wordt steeds groter, de Urgenda kan dat doorbreken. Wat nu twintig jaar duurt om uit te voeren, zal straks tien jaar duren.’ Als je dat al na anderhalf jaar bevlogen missiewerk kunt zeggen, heb je in Nederland aardig wat grond verzet. Peter van Dijk is voormalig redacteur van NRC Handelsblad en oud-hoofdredacteur van Algemeen Dagblad. Geregeld schrijft hij verhalen voor Ode.
|
|
Het Succes van Kopenhagen!
Lance Armstrong in de groene trui
Het gaat prima met de integratie in Nederland
Houd het hoofd koel met groen
Kaplaarzen met een boodschap
Ecolicious leven
Leesvoer: Het chaospunt, dr. Ervin Laszlo
Free the grass! Kom naar de Nationale Duurzaamheidsdag op 27/11 a.s.!
hanneke01, netherlands
jeltine, Nederland
Rene74,
riapool, Nederland


