|
|
Traag maar gestaag: zo wint de schildpad van de haas
Financiële topman Woody Tasch weet dat geld niet aan de bomen groeit. Maar met de beweging Slow Money wil hij via duurzame landbouw kapitaal gestaag laten groeien.
Stel, iemand zou zeggen dat een noodtoestand zoals de opwarming van de aarde of de wereldwijde financiële crisis simpelweg kan worden weggewerkt door zelf voedsel te verbouwen? Geen radicale of revolutionaire dingen, maar gewoon een tomatenplant in een pot bij de keuken. ‘Het is gek, maar iedereen die zijn eigen voedsel verbouwt en weer in contact komt met de aarde, begrijpt meteen wat de gevolgen zijn van een economie die de kracht van het milieu niet respecteert,’ verklaart Woody Tasch ietwat idealistisch. Toch is Tasch geen dromer. Hij is voorzitter van de Investors’ Circle, een Amerikaanse club die zich bezighoudt met beleggingen in maatschappelijk verantwoorde ondernemingen. Sinds 1992 heeft de Investors’ Circle 130 miljoen dollar geïnvesteerd in tweehonderd van dergelijke bedrijven en participatiemaatschappijen. We zitten in de bar van een hotel in San Francisco en Tasch bestelt een Syrah-wijn uit de omgeving en een schaaltje chips van de bar. ‘Die bakken ze hier zelf, daarom zijn ze zo lekker,’ legt hij uit. ‘In contact komen met de aarde’ heeft misschien een zweem van de zweverigheid van vroeger tijden, maar Tasch meent dat ondanks de vooruitgang die is geboekt dankzij de milieubeweging en het streven naar duurzaamheid van de laatste jaren, een ander aspect van maatschappelijk verantwoord gedrag is verwaarloosd. Dat aspect – een meer persoonlijke relatie met ons voedsel – mag niet meer worden genegeerd.
Tasch, een imposante verschijning van zo’n een meter negentig, wordt steeds enthousiaster. Hij leunt over het tafeltje heen, gebaart, strooit met namen. Maar het komt allemaal neer op de aarde en duurzame landbouw. De zevenenvijftigjarige Tasch huldigt al jaren het principe van maatschappelijk verantwoord investeren onder het motto ‘geduldig kapitaal’: voorrang verlenen aan wat goed is voor de maatschappij in plaats van snelle winst. Maar als we de ergste kwalen van de huidige maatschappij – en helemaal het vertrouwen op snelle groei en toenemende schulden, dat verantwoordelijk is voor de huidige crisis op de financiële markten – willen genezen dan kunnen we volgens Tasch niet volstaan met ‘geduldig’ zijn. Geduld is niet genoeg: kapitaal moet traag maar gestaag werken. In zijn nieuwste uiteenzetting over investeren, een boek met de titel Inquiries into the Nature of Slow Money: Investing as if Food, Farms, and Fertility Mattered, legt Tasch uit wat hij daarmee bedoelt. ‘Slow Money’ is volgens Tasch ‘een nieuwe visie op investeren waarin verder wordt gekeken dan wat er boven en onder de streep staat en de bodemgesteldheid bij een investering weer wordt meegecalculeerd.’
Mocht u uw wenkbrauwen optrekken bij het verband dat Tasch legt tussen bodemgesteldheid en investeringen, dan kunt u gerust zijn: het is een bewust radicale formulering. Maar vergeet niet dat een vruchtbare bodem een van de beste middelen is om de opwarming van de aarde te bestrijden, omdat we van de grond en de koolstof absorberende planten erop afhankelijk zijn voor het isoleren en terughalen van de schadelijke koolstofverbindingen uit de lucht. Tasch, een door de wol geverfde financieel manager, staat met beide benen op de grond. Hij gelooft niet dat de honger of de huidige chaos op de financiële markten de wereld uit kunnen worden geholpen door zelf tomaten te kweken. Maar hij is er wel van overtuigd dat het kweken van groene vingers om voor je eigen voedsel te zorgen en via de bodem weer in contact te komen met de aarde, een simpele maar belangrijke stap is naar ‘een grotere betrokkenheid van de hele persoon bij het duurzaamheidsprobleem’. Op die manier, betoogt hij, kunnen we misschien eindelijk de culturele, industriële en economische systemen aanpakken die zaken als klimaatverandering, de honger in de wereld en de door hypotheekverstrekkingen veroorzaakte schuldencrisis op de financiële wereldmarkt versterken.
‘Slow Money’ is meer dan alleen een afgeleide van Tasch’ principe van ‘geduldig kapitaal’ voor maatschappelijk verantwoord investeren. De beweging moet een ‘drastische omslag’ teweegbrengen in maatschappelijk verantwoorde beleggingen door prioriteit te geven aan duurzame landbouw. ‘Duurzame landbouw is de vergeten duurzame nichemarkt,’ zegt Tasch spijtig. In zijn boek citeert hij de dichter Gary Snyder: ‘Op het gebied van ons voedsel wordt dagelijks de schade die we aan de wereld toebrengen duidelijk.’ Duurzaamheid is alleen te bereiken, betoogt Tasch, als we begrijpen waar ons voedsel vandaan komt, hoe het wordt geproduceerd en vooral hoe het wordt gefinancierd. Tasch heeft een organisatie opgericht die dezelfde naam draagt als zijn boek: Slow Money. Via deze maatschappelijke organisatie wil hij met seminars en marketing zijn ideeën propageren.
Tasch’ grootste ambitie voor zijn beweging is de oprichting van het eerste beleggingsfonds dat in lokale, duurzame landbouwbedrijven investeert. Hij zal dat fonds niet anders beheren dan andere, maar hij zal het kapitaal ervan uitsluitend gebruiken voor de financiering van ‘kleine voedselproducerende ondernemingen’: bedrijven met een jaarlijkse omzet van tussen de honderdduizend en een miljoen dollar, die voldoen aan het criterium dat ze ‘kleinschalige biologische boerenbedrijven en lokale voedselgemeenschappen’ ondersteunen. Tasch wil begin 2009 investeerders gaan zoeken voor het fonds en hoopt tussen de vijftig en honderd miljoen dollar aan te trekken. Nu enkele historische instituten van Wall Street omvallen – grotendeels als gevolg van dubieuze constructies om snel veel winst te maken – komt de investeringsmantra ‘Traag maar gestaag’ als geroepen.
De lering die kan worden getrokken uit de grootste krach sinds de crisis van de jaren twintig, is helaas niet bepaald origineel. ‘Niets nieuws onder de zon,’ aldus Peter Kinder, de president-directeur van KLD Research & Analytics, dat financiële diensten verleent in Boston, en tevens pionier van maatschappelijk verantwoord investeren. ‘Het is al de tweede keer in twintig jaar tijd dat dit gebeurt… dat de markt volledig inzakt door dit soort riskante financiële producten,’ voegt Kinder eraan toe onder verwijzing naar de beursval van 1987. ‘Je zou verwachten dat mijn collega’s in deze bedrijfstak hadden begrepen dat beleggen in ‘papier’, of producten die niet op iets tastbaars zijn gebaseerd, tot dit soort waanzin leidt. De enige verstandige investeringsstrategie is beleggen in reële ondernemingen in reële gemeenschappen. Als je investeert in een winkel die lokaal geproduceerde goederen verkoopt, bouw je je gemeenschap op. Je bouwt lokale ondernemingen op en dat is iets tastbaars.’ Tasch hoopt dat Slow Money het fonds zal worden dat Wall Street weer in contact brengt met de man in de straat.
Maar Slow Money zal pas vaste voet aan de grond krijgen als het de consumenten buiten de wereld van beleggingen aanspreekt. De principes van Slow Money kunnen in het dagelijks leven in praktijk worden gebracht door lokale middenstanders en particuliere ondernemingen te steunen, meent Michael Kanter, mede-oprichter van Cambridge Local First (CLF), een beroepsvereniging uit Cambridge in Massachusetts. Lokale bedrijven hebben lokale werknemers en lokale verkooppunten, ze herinvesteren hun winst in lokale ondernemingen en steunen lokale goede doelen. ‘Door lokaal zaken en inkopen te doen geef je economische steun aan je eigen omgeving,’ legt Kanter uit, die tevens mede-oprichter is van Cambridge Naturals, dat op dit moment jaarlijks voor twee miljoen dollar aan voedingsmiddelen en producten voor lichaamsverzorging verkoopt (en al vijfendertig jaar vanuit één winkel in Cambridge opereert). ‘Zo creëer je een commerciële, zichzelf versterkende kringloop. Het idee van Slow Money spreekt me aan omdat het strookt met de ideeën van Local First, dat zich inzet voor een ander soort economie en sterkere gemeenschapsverbanden.
Ook in andere opzichten raken Slow en lokaal elkaar. Zo stelt de staat Pennsylvania een fonds van honderdtwintig miljoen dollar beschikbaar voor leningen en subsidies aan onafhankelijke, lokale supermarkten en de bevordering van de verkoop van verse voedingsmiddelen in arme gemeenschappen. Volgens Stacy Mitchell, auteur van Big-Box Swindle, heeft het Fresh Food Financing Initiative (FFFI) van Pennsylvania in de afgelopen vier jaar tweeënveertig miljoen dollar aan subsidie en leningen verstrekt aan achtenvijftig lokale levensmiddelenprojecten; bij een op de drie gaat het om winkels van particulieren en bij de overige twee derde om lokale ketens van twee tot zeventien winkels. Voor lokale supermarkteigenaren, schrijft Mitchell op haar website NewRules.org, ‘helpt het fonds niet alleen de hogere kosten te bestrijden voor het openen van winkels op deze locaties. Het lost ook een probleem op dat misschien wel essentieel is voor levensmiddelenwinkels: onafhankelijke eigenaren kunnen in tegenstelling tot ketens niet aan voldoende kapitaal komen.’
Betere beschikbaarheid van gezond en goedkoop voedsel is precies wat Tasch met Slow Money hoopt te bereiken. Tasch heeft het initiatief zelfs genoemd naar ‘Slow Food’, de populaire beweging die in 1986 werd gelanceerd door de Italiaan Carlo Petrini uit protest tegen de opening van een McDonald’s restaurant in zijn woonplaats Rome. Van de meer dan 83.000 leden die Slow Food wereldwijd heeft, is Tasch er een. Maar hij heeft de term niet alleen vanwege de naamsbekendheid gekozen. Tasch legt uit dat de ecologische, maatschappelijke en economische malaise waarmee we te maken hebben, grotendeels voortvloeit uit twee fatale fouten: een economie die nog steeds is gericht op afname en consumptie terwijl een stelsel nodig is dat is gericht op behoud en herstel, en onze verslaving aan snelheid.
We leven volgens Tasch in een tijdperk waarin vooruitgang wordt gemeten in groeitempo. Hoe kom je zo snel mogelijk op je werk om op één dag zoveel mogelijk te kunnen doen? Hoe snel kunnen we het bruto nationaal product laten toenemen? Hoe snel kunnen we het rendement op onze investeringsportefeuilles vergroten? Streven naar groei is op zichzelf niet slecht, meent Tasch, ‘alleen is het zo dat de markt die we nu kennen, van het maximaliseren van groei en minimaliseren van risico’s, in het industriële tijdperk prima functioneerde maar nu niet meer de markt is die we nodig hebben.’ In zijn boek schrijft Tasch: ‘Een door buitenwijken, snelwegen, auto’s en Boeings gedreven groei van het BNP was zinvol in de wereld van voor de smog, de verstedelijking en de wildgroei van voorsteden. Goedkoop inkopen/duur verkopen was zinvol in een wereld waarin een Wal-Mart met een brutowinst van vierhonderd miljard dollar, kerstbonussen van drieënvijftig miljoen dollar en gouden handdrukken van vierhonderd miljoen dollar onvoorstelbaar waren, net als een land zoals China dat één kolencentrale per week bouwt en in 2008 meer wegen heeft aangelegd dan in de halve eeuw daarvoor.’ Sommige ontwikkelingslanden zijn zo snel gegroeid, stelt Tasch, dat we tegen de structurele grenzen van onze sociale, economische een natuurlijke leefsystemen aan lopen. ‘We hebben al een paar decennia achter de rug van een groeiproces dat niet meer dan honderd jaar kan duren,’ aldus Tasch. ‘Het broeikaseffect, elke week een orkaan en vierhonderd deeltjes kooldioxide per miljoen in de lucht bewijzen dat we aan de grens zitten van de natuurlijke ecosystemen van de aarde: de maximale groei van de bevolking en de industrie is bereikt.’ Om de voedselproductie op te voeren hebben we graan genetisch gemodificeerd, gewassen op het land met chemische middelen besproeid en waterhoudende grondlagen leeggepompt. Amerikaanse maïsboeren kunnen bijvoorbeeld sneller maïs kweken dan ooit, maar het gevolg is grootscheepse uitputting van de bodem, een levenloze strook in de Golf van Mexico en een epidemie van overgewicht gecombineerd met aanhoudende hongersnoden.
‘Niets kan eeuwig blijven groeien,’ legt Tasch uit. ‘Thomas Malthus had gelijk: eindeloze uitbreiding is niet goed. Er zijn grenzen aan de aarde. Er is maar een bepaalde hoeveelheid grond, water en lucht. Met technologie alleen kunnen we ons niet “uit de problemen innoveren”. Ik heb genoeg van het standaardantwoord van de vrijemarkt-economen dat “de markt groei vereist”. Nee. We moeten een nieuwe markt creëren. Geen groei is niet het alternatief. Maar we kunnen wel voor een markt zorgen met een lager groeitempo, een langere termijn voor rendement, een ander risicoprofiel en een andere winstverwachting. Daar draait Slow Money om.’
En daarom eist het Slow Money-fonds van Tasch niet de honderden percentages winst die normaal zijn voor risicodragend kapitaal of de tientallen percentages waar men op Wall Street nog steeds van droomt, maar streeft Tasch slechts naar 4 tot 8 procent rendement per jaar op zijn Slow Money-fonds. ‘Ik heb besloten dat je hiermee geen gigantische winsten maakt: we moeten onze verwachtingen bijstellen.’
Intussen zijn er belangrijke aanhangers van de ideeën achter Slow Money. ‘We hebben een abstract financieel stelsel dat veel te ver af is komen te staan van de werkelijke economie. En nu stort het in,’ vertelt John Fullerton, die al twintig jaar werkzaam is op Wall Street en verschillende kapitaalmarktactiviteiten van de firma J.P. Morgan in Tokio, New York en Londen heeft geleid, en deel uitmaakte van de groep die in 1989 de financiële reddingsoperatie heeft begeleid. In 2001 is hij ermee gestopt en heeft hij ‘een diepgaand proces doorgemaakt van twijfel aan het financiële stelsel waar ik zelf deel van uitmaakte en waarvan ik ook heb geprofiteerd’. Nu is hij particulier belegger met speciale aandacht voor duurzame landbouw en alternatieve energievoorzieningen. Daarnaast is hij directeur van de Investors’ Circle en adviseur van de beweging Slow Money van Tasch.
‘Het cruciale investeringsdilemma is nu de keuze tussen alleen investeren om je rendement te maximaliseren of welbewust investeren in zaken waar geld naartoe moet in het belang van de aarde en de mensen. Als ik surpluskapitaal heb, moet ik het dan alleen beleggen om mijn rendement te maximaliseren? Als dat je prioriteit is, komt er geen geld beschikbaar voor duurzame landbouw, omdat de waarde van duurzame landbouw of duurzame lokale voedingssystemen niet nauwkeurig voor de markt is bepaald. Daarom laat iedereen ze links liggen. Woody concentreert zich niet op het financiële rendement,’ vervolgt Fullerton. ‘Hij concentreert zich op de zaken waar we volgens onze principes kapitaal in moeten beleggen. Slow Money geeft prioriteit aan principes boven de puur financiële vooruitzichten van investeringen. Dat is heel radicaal voor mensen zoals wij, die zijn opgegroeid in een vrije markt waarin je kapitaal daar plaatst waar je de hoogste risicovergoeding verwacht, en de rest gaat vanzelf. In de natuur komt oppotten niet voor. Dus investeren in lokale voedingssystemen en ondernemingen van Slow Money, ook al wordt je rendement er niet door gemaximaliseerd, is voor mij meer in overeenstemming met de natuurlijke gang van zaken.’
Eric Becker, sinds vijftien jaar gepokt en gemazeld als financieel manager bij Trillium Asset Management in Boston, Massachusetts, beaamt dit. ‘Slow Money wil investeringsmogelijkheden zoeken voor beleggers die duurzame landbouw in hun portefeuille willen opnemen, iets dat voorheen niet mogelijk was,’ zegt hij. Al vanaf de oprichting van Trillium in 1983 concentreert het bedrijf zich uitsluitend op maatschappelijk verantwoord investeren. Het beheert een vermogen van een miljard dollar voor een groep cliënten die bestaat uit instellingen en kapitaalkrachtige particulieren en families. ‘Onze cliënten krijgen ieder jaar een vragenformulier waarin ze kunnen aangeven welke prioriteiten ze in hun portefeuille terug willen zien,’ vertelt Becker. ‘Al vijfentwintig jaar lang wordt de keuzemogelijkheid “duurzame landbouw en biologische bedrijven” aangevinkt.’ Maar behalve enkele naamloze vennootschappen als Whole Foods of Celestial Seasonings Teas waren er geen investeringsmogelijkheden waarmee kapitaal kon worden doorgesluisd naar nieuwe of groeiende bedrijven of ondernemingen die een gezonde bodemgesteldheid centraal stellen in hun activiteiten.’ Becker is ervan overtuigd dat Slow Money hier verandering in kan brengen en verwacht dat Trillium een deel van het vermogen van zijn cliënten in het Slow Money-fonds van Tasch zal steken, als commanditaire vennootschap. Becker voegt eraan toe: ‘Het besef groeit dat voor een werkelijk duurzame beschaving duurzame voedselsystemen nodig zijn en dat we het kapitalisme daartoe moeten herijken zodat het in een tempo werkt waarin het duurzame landbouw en voedselsystemen kan helpen financieren.’ En misschien zijn de cliënten van Trillium maar al te blij met een rendement van gemiddeld vier tot acht procent per jaar, wat niet zo veel minder is dan het gemiddelde jaarlijkse rendement dat de fondsen van Trillium de afgelopen vijf jaar hebben opgeleverd.
Tasch is nog niet eens begonnen met het werven van kapitaal voor zijn nieuwe beleggingsfonds, maar Slow Money heeft nu al een paar investeringsmogelijkheden. Tom Stearns is directeur van High Mowing Organic Seeds, een groot- en detailhandel in over de vierhonderd soorten biologisch zaaigoed voor groente, bloemen en kruiden in Wolcott, Vermont. High Mowing, dat in 1998 werd opgericht, verkoopt voor zo’n twee miljard dollar aan zaaigoed per jaar, en daarvan gaat rond de zestig procent naar commerciële boeren.
Stearns woonde in de zomer van 2007 een bijeenkomst van de Investors’ Circle van Tasch bij en hoorde toen voor het eerst van de investeringsfilosofie van Slow Money. Nu omschrijft Stearns zijn bedrijf als ‘een van de eerste voorbeelden van een Slow Money-overeenkomst in de praktijk.’
Toen Stearns vorig jaar onderzocht hoe hij de uitbreiding van zijn bedrijf kon financieren, stond hij voor een dilemma. ‘Ik besefte dat ik vreemd vermogen moest aantrekken. We konden geen grotere bankleningen meer aan en de enige oplossing leek te zijn om meer aandelen uit te geven. Maar ik wilde met High Mowing niet een kant uit van een directie op afstand waarbij we geen zeggenschap meer zouden hebben in beleidsbeslissingen. Ik wil wel winst maken en houd dat aspect van het bedrijf altijd in de gaten, maar winst is slechts één kant van ons succes.’ Na zijn kennismaking met Tasch kreeg Stearns een aanbod van Slow Money. In maart 2008 haalde High Mowing 800.000 dollar op via een onderhands geplaatste converteerbare obligatielening. ‘Als ik me tot traditionele investeringsmaatschappijen had gewend, was de kans groot geweest dat ik ongezonde eisen had moeten stellen aan het rendement en aan mijn personeel. Dankzij de afspraken die met Slow Money zijn gemaakt kan ik een rustiger groeitempo aanhouden en ervoor zorgen dat de kwaliteit van het zaaigoed en onze service ondertussen op hetzelfde niveau blijven. Hierdoor ben ik gaan inzien hoe essentieel een juiste soort financiering is, die past bij je bedrijf en je visie. Wat Slow Money nu al heeft gedaan, is een bron van inspiratie voor veel eigenaren van landbouwbedrijven en boeren waar ik mee werk.’
Tasch benadrukt dat Slow Money geen filantropische instelling is. Maar valt er (genoeg) geld mee te verdienen? Becker is verrassend optimistisch voor iemand met de vertrouwenstaak de belangen van zijn cliënten te behartigen. ‘Het gaat niet om de omvang van het fonds; het fonds hoeft alleen maar te investeren en rendement te laten zien. Het gaat erom de ideeën uit te werken. Het eerste Slow Money-fonds wordt niet groot. Het is inderdaad experimenteel en we zullen gaandeweg veel leren, maar het is wel iets waar de kapitaalmarkten serieus naar moeten kijken.’
‘We voelen ons gemotiveerd door Woody en zijn beweging,’ vertelt Kanter van Cambridge Local First. ‘Het is een poging om het besef aan te kweken van wat duurzaam leven inhoudt.’ En Fullerton van de Investors’ Circle voegt eraan toe: ‘Stel dat geld zo werkt als Woody vertelt? Zou dat niet geweldig zijn, ook al moeten we afzien van snelle winst in het belang van de aarde?’ En trouwens, volgens Tasch zijn dollars toch al niet meer de juiste maat voor succes of mislukking: ‘We leven in een wereld waarin de hulpbronnen uitgeput raken. Geld is niet meer het ruilmiddel. Lucht en water en bodem zijn de ruilmiddelen van onze toekomst.’
Lees een hoofdstuk uit het boek over slow money: ode.nl/slowmoney
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |



You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.