|
|
Een huis vol spanning
Rebekah en Stephen Hren hebben hun doodgewone huis met twee verdiepingen omgebouwd tot een CO2-neutrale woning. Een verslag.
Rebekah Hren ? spreek uit als ‘ren’ – staat bij het bureautje in de slaapkamer die ze deelt met haar man Stephen. Ze zet hun computer aan en klikt direct door naar het weerbericht van het plaatselijke televisiestation van Durham, een stad met zo’n 200 duizend inwoners in North Carolina, in het oosten van Amerika. Dan opent ze de pagina met actuele radarbeelden.
Het gaat Rebekah er niet om of ze vandaag een paraplu moet meenemen. Wel moet ze besluiten welke apparatuur het echtpaar misschien even niet moet gebruiken, welke ramen en vensterluiken op welk moment open en dicht moeten, en hoelang het avondmaal er ongeveer over zal doen om gaar te worden in de zonne-oven. ‘We bekijken elke ochtend wat voor weer het wordt en regelen vervolgens de ramen en zonneschermen’, vertelt ze. ‘Het kost niet veel tijd. Je went er snel aan.’
Hoewel ze in de stad wonen, is hun huis van 130 vierkante meter op dit moment niet aangesloten op het elektriciteitsnet. Ze halen hun energie uit zes zonnepanelen op het dak, die samen 1,2 kilowatt kunnen leveren. Dat is niet overdreven veel, maar het echtpaar Hren verbruikt ook niet veel.
Sinds Rebekah (33) en Stephen (34) twee jaar geleden naar hun huis in Durham trokken, hebben ze zich voorgenomen om te leven zonder fossiele brandstoffen, een doel dat ze volgens hun eigen verhalen vrijwel gerealiseerd hebben. ‘Ik vind dat we het heel aardig voor elkaar hebben’, zegt Stephen. ‘We hebben zo’n 95 procent weten te besparen op ons niet-duurzame energieverbruik.’
Ze hebben dat lage niveau niet bereikt door een fonkelnieuw hightech ‘groen’ huis aan te schaffen, maar door een jarendertigwoning naar een vroegere manier van leven om te bouwen. ‘Een nieuw huis dat echt milieuvriendelijk is, bestaat eigenlijk nauwelijks’, merkt Stephen op. ‘Nieuwe huizen hebben nieuwe bouwmaterialen nodig, die allemaal erg energieverslindend zijn.’
Het echtpaar maakt deel uit van een ‘stille revolutie’ in kleinschalige stroomproductie, zoals Stephen het omschrijft. Hierbij wekt de consument zijn eigen duurzame energie op. Deze verandering wordt niet veroorzaakt door huiseigenaren die van het net zijn afgekoppeld, maar door degenen die met de plaatselijke nutsbedrijven zijn verbonden. Het overgrote deel van de Amerikaanse installaties voor zonne-energie is verbonden met het conventionele elektriciteitsnetwerk, zodat alle extra opgewekte energie kan worden teruggeleverd aan het net en door iemand anders kan worden gebruikt. Rebekah en Stephen zijn dit ook van plan.
Maar dit echtpaar gaat veel verder dan alleen de elektriciteitsvoorziening te vergroenen. Ze hebben als een van de eersten de techniek van kleinschalige stroomproductie toegepast om hun verbruik van fossiele brandstoffen te reduceren, en de uitstoot van kooldioxide die ermee gepaard gaat. ‘Inmiddels is het mogelijk om een prima bestaan te leiden terwijl je alleen maar duurzame energie verbruikt,’ zegt Stephen.
De stille revolutie begon voor het stel in 2006, toen ze 150.000 dollar neertelden voor een tamelijk uitgewoond huis met twee verdiepingen uit 1932. Dit hebben ze voor 40.000 dollar (onder andere voor werk aan de fundering) en met vriendendiensten ter waarde van nog eens duizenden dollars, omgevormd tot een CO2-neutraal paradepaardje. Wat niet betekent dat het snel op de omslag van glossy Elle Wonen zal prijken. Maar op die van vakblad Energie+ zeer zeker wel.
Het echtpaar heeft de voortgang van het project vastgelegd in een boek dat onlangs is verschenen: The Carbon-free Home: 36 Remodelling Projects to Help Kick the Fossil-fuel Habit. Het werd uitgegeven als een doe-het-zelfhandboek, maar eigenlijk is het een gids voor een compleet andere manier van leven, met hoofdstukken over voeding, tuininrichting, vervoer en reizen, naast die over apparatuur, koeling, heet water, verwarming en airco. Ze kunnen technische informatie op een nuchtere toon overbrengen en geven daarbij veel persoonlijke ervaringen door.
Ik ben twee dagen en een nacht bij Rebekah en Stephen te gast geweest, zodat ik zelf kon meemaken wat het betekent om ‘koolstofvrij’ te leven, waarbij je alleen alternatieve oplossingen toepast met duurzame energie. Ik kreeg maaltijden te eten met groenten die zelf waren gekweekt of zó van de boer kwamen, laadde mijn laptop op met zonne-energie, stond onder een douche die werd verwarmd met behulp van zonlicht en reed rond in een Mercedes 300D dieselauto uit 1977 met afgewerkte olie als brandstof (ze hebben die inmiddels verkocht, want ze hebben een ‘auto-sabbatical’). Ook maakte ik gebruik van het mensenmesttoilet, waarbij me werd uitgelegd dat ik geurig zaagsel van dennenhout over mijn uitwerpselen moest strooien.
Ik hoorde voor het eerst over Rebekah en Stephen Hren, die maar een paar kilometer bij me vandaan wonen, toen iemand het had over het huis dat ze enkele jaren ervoor op het platteland hadden gebouwd met een traditioneel mengsel van leem, zand en stro, en waarin ze zes jaar zonder stroomvoorziening hadden gewoond. Door die veeleisende oefening in het doe-het-zelven hadden ze hun bouwvaardigheden kunnen ontwikkelen. Maar dankzij die ervaring van leven-op-het-land is het echtpaar ook gestimuleerd om weer in de stad te gaan wonen. Ze kwamen er tot hun schrik achter dat ze, ver weg van familie, vrienden en een werkplek, hun bespaarde energie weer opmaakten aan autoritten. Ze schrijven in de inleiding van hun boek: ‘Het werd tijd om te leren van onze vergissingen en terug te keren naar de stad, een stad waar het wemelt van reeds bestaande huizen die erom smeken eens stevig te worden omgebouwd.’
Op de ochtend dat ik me meldde voor mijn logeerpartij, ontving ik een kort lesje over het mensenmestsysteem, dat net een half jaar in bedrijf is.
Het systeem werkt als een vuilnisbak en bestaat uit een houten bank met daarop een toiletbril. Hij zit halfvol zaagsel en ernaast staat een bak met zaagsel voor de aanvulling. Je doet wat je moet doen en strooit er dan een laag overheen. Wat overblijft, wordt gecomposteerd in de achtertuin.
De buurt waar het stel ging wonen, Old North Durham, is een samenraapsel van huizen voor de lagere en middeninkomens. De meeste zijn gebouwd tussen 1900 en 1950, sommige zijn al opgeknapt. ‘We hebben ons huis onder andere gekozen omdat het een groot dak heeft op het zuiden’, zegt Stephen. Dat is ideaal voor zonnepanelen.. Volgens de plannen zal het stel zich uiteindelijk aansluiten op het elektriciteitsnet, zodat ze stroom kunnen leveren aan Duke Energy, waar ze krediet voor terugontvangen. Elke vorm van geproduceerde energie vanuit een systeem thuis, op kantoor of waar dan ook, die niet voor de gebruikers nodig is, kan worden ‘teruggestuurd’ door de elektriciteitsmeter en worden verkocht aan het nutsbedrijf. ‘De zonnepanelen liggen daar te popelen om stroom te leveren’, zegt Rebekah.
Op dit moment zijn ze afhankelijk van het weer. ‘Als we drie of vier bewolkte dagen achter elkaar krijgen, moeten we gaan oppassen. Dan doen we de koelkast wat minder open en dicht en kijken we even geen film op de computer’, vertelt Rebekah.
Ze laat me hun nieuwste aanwinst zien, een inductiekookplaat, waarin een magnetisch veld wordt opgewekt dat via elektrische stroom alleen de pan verwarmt en niet het fornuis. ‘Dit is mijn favoriete nieuwe speeltje. Zo’n idioot ding dat werkt als een magnetron?’, zegt ze. Af en toe gaat haar stem aan het eind van een zin de hoogte in, de upspeak van de Amerikaanse jongere. ‘Helaas hoorden we er pas over toen het boek al klaar was.’ Ze hebben ook een tweepits kookstel op ethanol en als het weer tegenzit, gebruiken ze een houtoven om op te koken en voor verwarming.
In de keuken hebben ze hun eerste verbouwing laten doen die niets met energie te maken heeft. Ze hebben hiervoor een werkruil afgesproken met Kevin Svara, een bevriende timmerman die vroeger bij hen woonde. Het hoogtepunt is vandaag dat Kevin de keukenkastjes en het aanrecht van geperste graanstengels en bamboe afmaakt. Het belangrijkste apparaat in de keuken is niet bedoeld om mee te koken. Aan de muur bij de achterdeur hangt de stroommeter, die soms enigszins obsessief in de gaten wordt gehouden door Rebekah. ‘Het huis trekt nu drie ampère negatief’, deelt ze mede, wat betekent dat het huis meer stroom verbruikt dan het oplevert, een gebruikelijke situatie op een zonloze dag.
Het echtpaar heeft een waslijst aan energiebesparende technieken en spullen. Ze gebruiken een boiler op zonlicht en passieve verwarming door de zon, wat inhoudt dat het zonlicht de kans krijgt om door ramen te schijnen (die op het noordelijk halfrond bij voorkeur pal op het zuiden moeten liggen). Deze herfst gaan ze luchtverwarming op zonlicht installeren, waarbij panelen met luchtspleten ertussen aan de zuidkant op het dak of opzij van het huis worden bevestigd. Als lucht uit het huis in contact komt met de panelen, wordt deze opgewarmd en doorgaans wordt die lucht dan met een ventilator door het huis verspreid. In de keuken wordt het waswater uit de spoelbak en de wasmachine verzameld in een vat van 115 liter, dat buiten staat. Het wordt gebruikt voor extra besproeiing van de tuin.
Het huis is ingericht als een studentenwoning. Het meeste meubilair hebben ze van anderen gekregen en de aanwezige kunst varieert van de opstaande wand van een oude flipperkast tot inheemse producten die afkomstig zijn van de reizen die het stel heeft gemaakt naar landen als Mexico, Peru, India en Nepal. ‘India heeft een sterke invloed op ons gehad’, vertelt Rebekah. ‘Daar beseften we voor het eerst hoe ernstig ons milieu wordt aangetast en hoe de Amerikanen zo rijk zijn geworden.’ De dagen van de grote buitenlandse reizen liggen nu wel zo’n beetje in het verleden, want Stephen is helemaal gestopt met vliegen, al doet Rebekah het nog wel eens als ze ergens moet lesgeven. Ze hebben in de zomer per trein een toernee door het hele land gehouden om hun boek te promoten en naar de kerstvakantie in Mexico voor de hele familie gaan ze per boot. ‘Vliegen werd steeds meer een veredelde vorm van autorijden, en die twee zijn allebei volslagen niet-duurzaam’, zegt Stephen later tegen me. ‘Vliegtuigen kunnen absoluut niet functioneren zonder fossiele brandstoffen. En dan is er ook nog de kwestie van sociale gelijkheid. Slechts vijf procent van de bevolking heeft ooit gevlogen.’
Als Stephen terug is van de boodschappen die hij moest doen, nog steeds droog, leidt hij me rond langs de projecten buiten de deur. Ze hebben een dak van metaal laten maken, omdat je er gemakkelijker regenwater mee kunt verzamelen. Het vormt ook een natuurlijke barrière voor zonnestraling, waardoor het huis in de zomer koel blijft. Ze hebben een groen dak laten ontstaan, een verzamelnaam voor elk dak waarop vegetatie groeit, met behulp van vijverbekleding en plantenbakken. Ook dit helpt mee om de temperatuur op het dak omlaag te brengen, het laat een aantrekkelijk terras ontstaan en produceert zelfs ingrediënten voor de keuken in de vorm van salie, tijm en rozemarijn.
Maar de meeste aandacht gaat toch uit naar de uitgestrekte tuin op hun terrein van een halve hectare. Vroeger was het een grasveld, maar nu groeit er een verrassend gezond en rommelig allegaartje van (voornamelijk overblijvende) groenten, fruitbomen, keukenkruiden, medicinale kruiden, bessen en noten. Langs de westkant van het huis loopt horizontaal een schaduwrijke wirwar van muskaatdruiven, die de bladderende witte verf aan het oog onttrekt. ‘Een hoop mensen in de stad komen niet eens op het idee om zoiets te doen, maar de boel groeit hier echt prima’, zegt hij. Voor het ontwerp, het planten en bijhouden van de tuin gaat de eer voornamelijk naar hun vrienden en huurders Kyra Moore en Keith Shaljian, die de studio huren die aan het huis van het echtpaar is gebouwd. Dit stel heeft het bedrijf Bountiful Backyards – dat doet aan tuininrichting met eetbare planten – en heeft Stephen sinds kort in dienst genomen. De studio van Moore en Shaljian gebruikt een deel van de zonne-energie van Rebekah en Stephen, maar is wel aangesloten op het elektriciteitsnet.
Rebekah moet vandaag een paar uur het land op om de installatie voor zonne-energie te controleren die ze heeft opgezet voor haar werkgever, Honey Electric Solar. We rijden weg in de Mercedes, die het echtpaar liet ombouwen om te kunnen rijden op bakolie in plaats van diesel. De ingreep is uitgevoerd door een vriend met behulp van een Elsbett-set, een Duitse vinding die ervoor zorgt dat de brandstoftank, door andere verstuivers te gebruiken, gevuld kan worden met een willekeurige combinatie van plantaardige olie, biobrandstof en gewone diesel. We arriveren bij een huis in de voorstad om het fotovoltaïsche systeem van 2800 watt te controleren dat zij onlangs met haar collega’s in drie dagen heeft neergezet. ‘Normaal stellen we zoiets het liefst zelf in bedrijf, maar het was een zonnig weekend en de eigenaar wilde niet wachten’, zegt ze.
Rebekah geeft les in fotovoltaïsche installaties bij Solar Energy International. Ze vertelt dat vrouwen een uitzondering vormen in deze bedrijfstak. ‘Eerst telefoneer ik met klanten over het systeem en stuur wat e-mails, maar als ik dan bij hen thuis kom om het echte werk te doen, zijn ze meestal hoogst verbaasd.’
Het is allemaal begonnen na de terroristische aanslagen van 11 september, toen Stephens aandacht werd getrokken door de zogeheten ‘peak oil movement’, een groep onderzoekers die probeert na te gaan wanneer de productie van aardolie een maximum zal hebben bereikt. ‘Ik begon te denken: oei, de hoeveelheden zijn niet alleen beperkt, maar er komt ook steeds minder beschikbaar. Ineens leek het alsof alles niet meer was dan een kaartenhuis,’ zegt hij. Vanaf dat moment begon Stephen een forum op de website meetup.com onder de naam NC Powerdown waar hij gelijkgestemden kon ontmoeten. Zo begon de zoektocht naar een bestaan zonder fossiele brandstoffen. ‘Het bood een heel duidelijke keuze’, zegt hij. ‘Je trok je eruit terug of je deed volop mee.’
Het boek is de manier waarop Rebekah en Stephen Hren meedoen.
Ik vraag Stephen of mensen zich vaak schuldig voelen over hun eigen invloed op het milieu als ze met hem en Rebekah in contact komen. ‘Geen idee, waarschijnlijk wel’, lacht hij. ‘Maar ik doe mijn best om zulke gevoelens niet op te wekken. Ik wil geen dominee worden.’
Die avond staat het echtpaar naast elkaar in de keuken groenten te snijden voor een maaltijd die Stephen uit de snelkookpan tovert. ‘Het is met rijst, maar het komt eruit als een soort risotto’, zegt hij. In de schaal doet hij er vers gesneden ui bij, erwten, kool, knoflook en peterselie, alles komt uit eigen tuin of van de markt. Als bijgerecht braadt hij pompoen en uien even aan in een wok.
’s Ochtends gaan Stephen en ik naar zijn werk bij Bountiful Backyards, nadat hij een pan aardappelen in hun zelfgemaakte zonne-oven heeft gezet om daar te stoven. De oven ziet eruit als een doos met een raam erin, kan op zonnige dagen een temperatuur van 150 graden bereiken, warm genoeg om stoofpotjes, vleesgerechten en zelfs koekjes gaar te krijgen.
‘Zie je die sierpeer?’, vraagt Stephen als we aankomen bij het huis met twee verdiepingen in een nieuwbouwwijk. ‘Die boom is over vijf jaar dood. Al die tuinarchitecten zetten zulke dingen neer.’ Aan het eind van een zware werkdag in de achtertuin heeft de ploeg een regenton geïnstalleerd, een vijgenboom en een stel bloeiende planten in de grond gezet, en twee spiraalvormige kruidentuintjes met rotsen gecreëerd.
Het bevalt Stephen enorm dat meer conventionele mensen een duurzaam soort bestaan gaan leiden, waaronder zijn broer Philip. ‘Vijf jaar geleden ging Stephen me van die e-mails sturen over het tekort aan olie en dat klonk allemaal behoorlijk maf’, vertelt Philip Hren. Hij is computerprogrammeur, 48 jaar en woont in het stadje Cary, vlakbij Raleigh, de hoofdstad van North Carolina. ‘Later kreeg ik veel meer informatie over de olieproductie en liet ik het energieverbruik in mijn huis nameten.’ Sinds die tijd heeft hij in zijn huis isolatie en een metalen dak laten aanbrengen. Hij heeft een zonneboiler aangeschaft en een hybride auto, allemaal veranderingen die volgens hem aan Stephen te danken zijn.
Rebekahs jeugdvriendin Dimock heeft in haar eigen leven ook een aantal milieuvriendelijke maatregelen genomen, waarvoor ze het echtpaar Hren de eer toekent. Ze zegt dat het stel de kunst verstaat om aandacht te trekken. ‘Als mensen hen leren kennen, denken ze: ik ken niemand die dit allemaal heeft gedaan en er zoveel verstand van heeft. Mensen zijn graag bij mensen van wie ze kunnen leren.’
Linda Wharton is de moeder van Rebekah. Ze woont in Raleigh en zegt dat haar dochter en schoonzoon ‘altijd een droom hadden over hoe ze wilden leven, maar in het begin was het niet erg duidelijk welke kant ze opgingen. Ik sta er versteld van wat ze hebben bereikt.’
Als ik het echtpaar vraag of ze door het boek meer opdrachten zullen krijgen als adviseurs of voor lezingen, erkennen ze dat dit zeker zou kunnen; maar doordat ze niet vliegen, lijkt het onwaarschijnlijk dat ze die opdrachten ook echt zullen uitvoeren. ‘Het lijkt me dat we de opdracht hebben om te leven zoals we dat zelf beschrijven en doen wat we in het boek zeggen te doen’, zegt Stephen. ‘We willen niet van hot naar her reizen, maar actief zijn in onze eigen buurt.’
Wat het volgende project van Rebekah en Stephen Hren ook wordt – ze dromen er onder andere van om een coöperatie te beginnen met verhuur van hybride auto’s en wagens die rijden op alternatieve brandstoffen – het uitwisselen van kennis zal er altijd deel van uitmaken. ‘Je kunt veel zelf doen, maar je bijdrage blijft toch heel klein’, zegt Stephen. ‘Als je echt iets van een verschil wil maken, zul je de deur uit moeten om mensen voor te lichten. Het gaat erom dat de samenleving een andere kant opgaat.’
Rebekah en Stephen verwachten niet dat er dankzij hun boek ingrijpende omwentelingen gaan plaatsvinden, maar ze hopen wel dat een paar lezers inspiratie zullen krijgen om zich aan te sluiten bij wat zij zien als hun ‘morele verplichting om in actie te komen’. Misschien zijn Rebekah en Stephen Hren echte buitenbeentjes. Maar in de stille revolutie die zich voltrekt in onze manier van energie produceren en consumeren, wegen hun daden zwaarder dan hun woorden.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |







You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.