|
|
De mannen van zes biljoen
De investeerders in Silicon Valley die internet mogelijk hebben gemaakt, zijn nu van plan schone winst te maken door hun kapitaal massaal te steken in groene energie.
‘Als de beste manier om de toekomst te creëren is door hem uit te vinden, dan is de op één na beste hem te financieren.’ John Doerr meent het nog half ook. Hij is een van de invloedrijkste durfkapitalisten van Silicon Valley, in Californië. Als partner van Kleiner Perkins Caufield & Byers (KPCB), een van de bekendste venture-capitalfirma’s van de Valley, heeft Doerr een reeks fenomenale successen geboekt door technologiebedrijven als Sun Microsystems, Google en Amazon te financieren. Al doende heeft hij een privékapitaal van ruim een miljard dollar vergaard.
Tegenwoordig richt John Doerr zich helemaal op schone technologie – in het bijzonder energietechnologie die de aarde voor verdere opwarming kan behoeden. Deze maand heeft zijn firma een fonds van 500 miljoen dollar opgericht om in groene technologie te investeren, boven op de 200 miljoen die hij er al in heeft zitten.
Dat betekent niet dat Doerr het kapitalisme heeft laten vallen voor nobeler doeleinden; hij wordt in zijn nieuwe richting nog steeds gedreven door zijn neus voor winst. ‘Herinnert u zich internet nog? Nou, groene technologie gaat groter worden’, vertelde hij zijn gehoor vorig jaar op de TED, de jaarlijkse technologie-, entertainment- en designconferentie in Monterey, aan de zuidrand van Silicon Valley. ‘Dit kan de grootste economische kans van de eenentwintigste eeuw worden.’
Hij presenteerde cijfers waarvan zijn publiek ging watertanden: de wereldenergiemarkt is per jaar maar liefst zes biljoen dollar waard. Dat stelt alles in de schaduw wat slechts in miljarden wordt berekend, zoals de computermarkt. ‘Energie is de moeder aller markten’, zei hij. Zelfs het kleinste segmentje van zo’n markt is voor een beetje durfkapitalist toereikend om zich de rest van zijn leven in de beige broeken en blauwe overhemden te steken. Maar er zit meer achter dit verhaal dan het streven naar rijkdom.
In 2000 trof een financiële aardbeving het gebied met de golvende groene heuvels net ten zuiden van San Francisco, over de hele wereld bekend als Silicon Valley. De Valley had tien jaar van schijnbaar onstuitbare groei achter de rug. Het geheim zat hem in het financieren en construeren van de technologie achter de dotcom-revolutie. Binnen tien jaar transformeerde internet de wereld en leverde het groepje durfkapitalisten dat vanuit Silicon Valley de bedrijven erachter had gefinancierd fabuleuze rijkdommen op.
Maar in slechts luttele maanden kelderde de waarde van deze bedrijven met miljarden. Vele verdwenen van de ene dag op de andere. Silicon Valley veranderde van een centrum van onstuitbare ondernemingsijver in een spookstad met lege kantoorgebouwen en IT’ers die hadden afgedaan.
Nu, acht jaar later, gonst het weer in de Valley. De financierders achter de buitengewone succesverhalen van de jaren negentig zijn een grotere uitdaging aangegaan. Deze keer willen ze onze planeet redden. Venture-kapitalisten weten niet hoe snel ze zich op het financieren van groene energie moeten storten. In 2007 investeerden ze volgens de Clean Tech Group 1,1 miljard dollar in schone-energietechnologie. Dat is 94 procent meer dan in 2006, een groeitempo dat blije herinneringen oproept aan het gouden dotcom-tijdperk in de Valley.
Een halve eeuw geleden was deze streek van Californië nog een kleine boerengemeenschap die bekendstond om zijn abrikozen, niet om zijn Apples. Toen begon William Shockley, mede-uitvinder van de transistor, in 1956 een bedrijf in Mountain View om zijn uitvinding te commercialiseren. Die stap luidde de geboorte in van een totaal nieuwe industrie, gebaseerd op de chip, en riep vertrouwde namen als Intel en Apple in het leven.
Achter de schermen ontstond een opmerkelijk netwerk dat de organisatie, financiering en personeelswerving van de nieuwe ondernemingen ondersteunde. De creativiteit en intelligentie werden aangeleverd door nabijgelegen universiteiten als Stanford en Berkeley, de administratieve kennis door een netwerk van juristen- en accountantskantoren, en het geld van venture-kapitalisten: vermogende lieden die bereid waren om in ruil voor aandelen geld in te zetten op startende bedrijven met een verhoogd risico. Silicon Valley werd een smeltkroes van vernieuwing, ondernemerschap en het nemen van risico’s die ongekend was in de wereld. De bedrijven in de Valley bezaten een dermate uniek ethos, dat ze de dalingen in de economie van de jaren zeventig, tachtig en negentig goed aankonden. Ze gedíjden er zelfs zo mogelijk op, door de moeilijke tijden te benutten om op zoek te gaan naar ideeën die hen erbovenop zouden kunnen helpen als het tij keerde. Zodoende waren zij de aangewezen initiatiefnemers en financiers voor de internetrevolutie die de Amazons, Googles en Yahoos produceerde die nu de onlinewereld regeren. En toen de dotcom-zeepbel in 2000 knapte, deed de Valley wat ze al eerder had gedaan: haar tijd afwachten tot de volgende nieuwe kans zich aandiende.
Waar die kans zou liggen, werd in 2003 al enigszins zichtbaar toen de olieprijs steeg, en de gigantische verhoging van vorig jaar naar honderd dollar per vat spoorde de financiers van de Valley aan tot actie. De energietechnologie moest opnieuw uitgevonden worden en zij waren klaar voor de uitdaging.
Vinod Khosla, een van de succesvolste financiers in de regio, legt uit waarom de Valley – door de vaardigheden die ze in de hightechindustrie heeft ontwikkeld – nu in een optimale positie verkeert. ‘Je moet de risico’s van een technologie weten te beheersen’, zegt hij. Voor Khosla is risicomanagement niets nieuws. Hij was mede-oprichter van Sun Microsystems in 1982 (met fondsen van Doerr) en verdiende er een bescheiden fortuin aan. In 1986, toen de pc-revolutie op dreef kwam, vertrok hij en voegde zich bij Doerr, die al partner was van KPCB, en tegen 2004 verkeerde hij na een reeks bedrijfssuccessen in de positie om zijn eigen investeringsfirma te kunnen beginnen: Khosla Ventures.
Khosla behoort inmiddels tot diegenen in de Valley die het meest investeren – en geloven – in nieuwe energietechnologieën. ‘Efficiënter energieverbruik of nieuwe wetgeving biedt maar een beperkte winsttoename’, zegt hij. ‘Een nieuwe technologie daarentegen kan een verschil van tweehonderd, vierhonderd of zelfs duizend procent maken. Technologie is gegarandeerd de oplossing.’
Het moeilijkste is de juiste technologieën te selecteren. Om tot die stap over te gaan hanteert Khosla een aantal criteria die hij heeft overgehouden aan zijn jaren als investeerder in pc- en internetondernemingen. Een sleutelfactor daarbij is de innovatiesnelheid. Een snelle innovatiecyclus – de tijd die het kost om veelbelovende ideeën om te zetten in verkoopbare producten – is cruciaal om vooruitgang te boeken, zegt hij, omdat nieuwe ideeën daardoor snel in de markt gezet kunnen worden en investeerders zicht hebben op snel rendement.
Ter illustratie van de rol van de innovatiecyclus noemt Khosla twee tegengestelde manieren om elektriciteit te genereren: kernenergie en thermische zonne-energie. ‘Je hebt vijftien jaar nodig om een kerncentrale te bouwen’, betoogt hij. Hoewel er op dat terrein misschien best spannende ideeën zijn die een flinke impact kunnen hebben, is de innovatiesnelheid dus te gering om er een aantrekkelijke investering van te maken.
Thermische zonne-energie, waarbij de zonnehitte wordt gebruikt om stoom te genereren die een turbine aandrijft, vertegenwoordigt het andere eind van het spectrum. Het kost maar twee jaar om een thermische zonne-energiecentrale te bouwen en in die tijd is de technologie al weer verbeterd. ‘Bij die toepassing van zonne-energie kun je verscheidene innovatiecycli inpassen in de tijd die het zou kosten om een kerncentrale te bouwen’, zegt Khosla.
Vorig jaar hebben Khosla Ventures en KPCB in totaal veertig miljoen dollar gestoken in de thermische zonne-energiecentrale van het bedrijf Ausra in Palo Alto. Pleitbezorgers van thermische zonne-energie zeggen dat de VS zijn uitstoot van broeikasgassen zou kunnen halveren door deze technologie toe te passen in een gebied van nog geen honderdvijftig vierkante kilometer. Thermische zonne-energie is niet geschikt voor elk klimaat, maar op plaatsen waar de zon met voorspelbare regelmaat schijnt, wordt hij steeds populairder naarmate opeenvolgende innovatiecycli de efficiëntie verhogen en de kosten drukken.
Even belangrijk als de innovatiecyclus is de vraag of de technologie ‘schaalvoordelen’ oplevert: wordt het product goedkoper naarmate het op grotere schaal wordt geproduceerd, zoals de microchip?
Neem bijvoorbeeld de biobrandstof ethanol. Die wordt voornamelijk vervaardigd uit gewassen als maïs en kost zo’n 65 dollarcent per liter, wat aanzienlijk minder is dan wat de Amerikanen aan de pomp voor benzine betalen. Maar in plaats van schaalvoordelen op te leveren, wordt ethanol juist duurder naarmate je er meer van produceert, niet in het minst omdat maïs ook een voedselgewas is. De omzetting daarvan in ethanol drijft de vraag op en ontketent een opwaartse prijsspiraal. En hoe meer maïsethanol je maakt, hoe hoger de kosten van je grondstof.
Er is echter een alternatieve biobrandstof die wel schaalvoordelen oplevert. Cellulose-ethanol kan uit vrijwel ieder plantaardig materiaal worden vervaardigd en er kan dus materiaal als – overtollige – maïsstengels in verwerkt worden. Het aanbod van de grondstof is vrijwel onbeperkt, dus een eenvoudige rekensom leert dat hoe meer cellulose-ethanol je produceert, hoe groter de schaalvoordelen die er te behalen zijn. Technologieën die Khosla’s toets ook kunnen doorstaan zijn onder andere de toepassing van synthetische biologie voor biobrandstof en fotovoltaïsche dunnefilm-zonnecellen (zie kader ‘Rijp voor exploitatie’ op de volgende pagina).
Waar Doerr en Khosla zijn voorgegaan, volgen nu andere investeringsfirma’s. Een ervan is Lightspeed Venture Partners in Menlo Park, in Californië. Hoofdinvesteerder Andrew Chung zegt dat beslissingen over het financieren van schone energie worden bemoeilijkt door het complexe economische milieu waarin de energiemaatschappijen opereren. Zo moet zonne-energie het nog steeds hebben van subsidies, die van nature afhankelijk zijn van de publieke opinie en de politiek. Bovendien moeten zonne-energiebedrijven hun product verkopen in een markt die gevoelig is voor verandering in regelgeving. Deze onbekende en onvoorspelbare factoren verhogen het risico aanzienlijk. Toch financiert Lightspeed een aantal bedrijven dat van alles ontwikkelt, van ‘schone steenkool’ tot algen die door middel van bio-engineering biobrandstof kunnen produceren.
Ira Ehrenpreis van Technology Partners, een venture-capitalfirma in Palo Alto, Californië, die een soortgelijke sprong heeft gemaakt, zegt dat veel van dit soort zorgen inmidels zijn afgenomen. ‘Ons land heeft een lange weg afgelegd: van verdeeldheid over groene energie zijn we in principe naar eenheid gegroeid’, zei hij afgelopen januari op een bijeenkomst van de Churchill Club, het legendarische netwerkgenootschap van Silicon Valley.
Niet alleen de durfkapitalisten verdringen zich voor de groene technologie. Ook Google.org, de filantropische tak van Google, heeft een reeks investeringen gedaan, waaronder een van tien miljoen dollar in het thermische zonne-energiebedrijf eSolar en nog eens tien miljoen in Makani, dat voornemens is een vloot vliegers op te laten tot grote hoogte om windenergie te winnen. Investeerders beginnen ook verder te kijken dan energieproducerende technologieën, naar andere aspecten van de energie-economie. Technology Partners heeft geld gestoken in APX, dat bedrijven helpt energie efficiënter in te kopen, te gebruiken en te verhandelen, en in Tesla Motors, dat een elektrische sportwagen maakt die in vier seconden aan de honderd kilometer per uur zit.
En is de gestage stroom investeringen vanuit Silicon Valley nu zo belangrijk, dat ze de wereld gaat veranderen? ‘We hebben mensen nodig die zich richten op de technologieën achter de horizon’, zegt David Downie, directeur van de Internationale Ronde Tafel over Klimaatverandering, een groep invloedrijke academici, bedrijven en overheidsvertegenwoordigers die bij elkaar zijn gebracht door het Earth Institute van Colombia University in New York. Hoewel hij erkent dat de technologieën die worden gestimuleerd door de durfkapitalisten hun uitwerking zullen hebben, denkt hij toch niet dat ze ooit de hele oplossing kunnen leveren. ‘Silicon Valley kan niet onderhandelen met de Chinese en Amerikaanse regering; ze heeft geen mandaat om het beleid over ontbossing en nul-uitstoot te veranderen’, zegt hij.
Dat is een beperking die ook de venture-kapitalisten accepteren. ‘Technologie kan de ontbossingsproblematiek niet oplossen’, zegt Khosla. De oplossing wordt een gezamenlijke inspanning waar ondernemers, politici en gewone mensen hun deel aan bijdragen. Kan Silicon Valley onze planeet redden? ‘Niet in haar eentje’, zegt Downie. Maar vraag je hem of we onze planeet kunnen redden zonder de Valley, dan denkt hij even na. ‘Dat is veel interessanter. We kunnen beslist niet zonder.’
Rijp voor exploitatie
Eens moet het afgelopen zijn met onze olieverslaving. Dat biedt durfkapitalisten een kans, omdat er zo lang een rem heeft gestaan op concurrerende energiebronnen. ‘Er is heel wat laaghangend fruit’, zegt Vinod Khosla, een durfkapitalist in Silicon Valley, die ervan overtuigd is dat we de opwarming van de aarde pas onder controle krijgen als we groene technologieën omarmen. Hier een hapje van het ‘fruit op plukhoogte’ waar de venture-kapitalisten van Silicon Valley zich aan te goed doen.
AMYRIS BIOTECHNOLOGIES
Past genetische manipulatie van microben toe om duurzame biobrand-stoffen te produceren. Investeerders: o.a. Duff Ackerman & Goodrich Ventures, Khosla Ventures, Kleiner Perkins Caufield & Byers (KPCB) en TPG.
AUSRA
Oprichters van dit thermische zonne-energiebedrijf zeggen dat ze op grote schaal groene elektriciteit kunnen leveren tegen concurrerende tarieven. Investeerders: o.a. Khosla Ventures en KCPB.
KONARKA
Ontwikkelt plastic zonnecellen die op vrijwel elke oppervlakte geprint kunnen worden. Investeerders: o.a. Asenqua Ventures, Draper Fisher Jurvetson, Presidio Venture Partners en Silicon Valley Bank.
RANGE FUELS
Verwacht volgend jaar met zijn biobrandstofbedrijf als eerste cellulose-ethanol op commerciële schaal in productie te nemen. Investeerders: o.a. Khosla Ventures en Passport Capital.
STION
Ontwikkelt hoog-efficiënte dunnefilm-zonnecellen. Investeerders: o.a. Khosla Ventures en Lightspeed Venture Partners.
TRANSONIC COMBUSTION
Verbetert het rendement van benzinemotoren om de kilometerprijs en de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Investeerders: Khosla Ventures en Venrock.
Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in het nummer van 31 mei 2008 van New Scientist (newscientist.com).
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |





You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.