Email   Print

Luisteren naar niets

Gordon Hempton verdedigt de geluiden van de stilte – tot op de vierkante centimeter in het Olympic National Park, in het noordwesten van Amerika.

Diane Daniel | 108 augustus 2008 issue


more photos

Ik hoor het tsjilpen van een vogel in de verte en verwacht dat mijn officieuze parkgids de naam zal noemen van een van de dierlijke bewoners van het Olympic National Park, zoals hij dat eerder deed bij de roep van een wapiti. ‘Een indringer’, fluistert hij op ernstige toon.

Als Hempton een draagbare geluidsmeter uit zijn koerierstas haalt, besef ik dat het geen vogelzang is, maar het gebrom van een vliegtuig ver weg dat zijn aandacht heeft getrokken. Het binnengedrongen geluid, vertelt hij, is twee keer zo hard als het geluid van de natuur. Maar, zegt hij: ‘Ik ga er niets aan doen; het valt niet binnen de One Square Inch.’

Hempton heeft het over onze bestemming en zijn levenswerk, een minuscuul stukje grond in het noordwesten van de staat Washington, dat hij One Square Inch of Silence heeft gedoopt. (Een vierkante inch is tweeënhalve vierkante centimeter.) De plek, die Hempton heeft verklaard tot ‘het stilste plekje in de Verenigde Staten’, wordt gemarkeerd door een rossige steen en een ‘Pot vol stille gedachten’: de overpeinzingen van bezoekers op deze plaats.

De vijfenvijftigjarige Hempton documenteert natuurgeluiden en is als geluidsecoloog een van de meest vooraanstaande geluidsregistrators ter wereld. Hij heeft op honderden plaatsen in eigen land en andere landen geluid gemeten en heeft tot zijn verdriet gemerkt dat het aantal plekken zonder machinale geluiden drastisch is gedaald. ‘Het gaat me niet om de afwezigheid van geluid, maar om de afwezigheid van herrie’, legt hij uit. ‘Luisteren is een soort eredienst.’

Hemptons werk bestaat uit radio- en televisiedocumentaires, een verzameling van 53 registraties van natuurgeluiden en de documentaire Vanishing Dawn Chorus uit 1992, waar hij een Emmy voor ontving. Komend voorjaar verschijnt zijn boek, One Square Inch of Silence: One Man’s Quest to Save Silence in a Noisy World, geschreven in samenwerking met de journalist John Grossmann.

‘De redenering erachter is simpel’, vertelt Hempton, die in het stadje Joyce woont, op twee uur rijden ten noordwesten van het park. ‘Als herrie haar invloed over vele vierkante kilometers kan doen gelden, kan een natuurlijke omgeving die vrij is van herrie, haar invloed ook over vele vierkante kilometers doen gelden. Als je een plekje van één vierkante inch beschermt, help je in deze wereld tot op zekere hoogte duizenden kilometers te beschermen.’

Hempton vertelt dat het Olympic National Park de status geniet van Werelderfgoed van de UNESCO, van een Internationaal Biosfeerreservaat en een beschermd natuurgebied. ‘Als we híer de stilte niet kunnen bewaren, dan kan het nergens.’

Hempton hoopt dat anderen elders in de wereld de handschoen opnemen. Als de indringer van zojuist te horen was geweest op zijn One Square Inch – bijna drie kilometer ten oosten van het bezoekerscentrum en zo’n vijftig meter van het Hoh River-pad – dan had Hempton de vliegroutes en vliegschema’s van de luchtvaartmaatschappijen van die dag gecontroleerd om uit te vinden wie de indringer geweest was en hem vervolgens in een brief te verzoeken het park te vermijden. (Alleen Alaska Airlines komt geregeld over.)

Hier in het schitterend groene regenwoud op het Olympic-schiereiland somt Hempton met genoegen de instrumenten op in de symfonie van de natuur. In deze oeroude bossen met hun mossen en varens leven zo’n driehonderd vogelsoorten, en we worden onthaald op het geluid van onder veel meer de Amerikaanse arend, het winterkoninkje en het doffe klapwieken van de opvliegende kraaghoen. In het park leeft een van de grootste kuddes wilde wapiti’s, die we eerst horen en later ook te zien krijgen, en in de rivieren zwemmen de gezondste scholen pacifische zalm buiten Alaska. Dan is er nog de vrijwel permanente neerslag, met het ritmische koor van gedruppel, gespetter, gespat en gekletter. De lucht is zo geurig en vol, dat ik om de paar minuten blijf staan om diep door mijn neus in te ademen.

Ook al loop ik niet met geluidmeters rond, toch begrijp ik Hempton wel: ik heb in het verleden mezelf en anderen half tot waanzin gedreven omdat ik me mateloos kan opwinden over machinale geluiden. Als een stilstaande vrachtwagen zijn motor stationair laat draaien, schiet ik meteen mijn huis uit om de chauffeur te verzoeken de motor af te zetten.

Ik erger me ook aan herrie binnenshuis. Föhns, scheerapparaten, stofzuigers, koffiemalers, keukenmachines: ik word er gek van. En bij het flauwste gerucht in de verte vraag ik kampeervrienden: ‘Hoor je dat? Hoor je die auto niet?’

Ik kan net zo makkelijk een lijst van mijn favoriete geluidsbelevingen geven. Bijvoorbeeld toen ik in de Sahara was en alleen de constante wind hoorde, of de juli-avond dat ik aan de rand van een bos in het zuiden van Illinois, in het midwesten van Amerika, zat te luisteren naar krekels die zo’n oorverdovend geluid maakten, dat ik mijn vriend niet kon verstaan. Vorig jaar hebben mijn man en ik een inktzwarte nacht lang in een moeras in North Carolina liggen luisteren naar het gekras van uilen en het gespetter van rivierotters, zonder ze ooit te zien te hebben gekregen. Mijn favoriete geluid in het bos is het krakerige kreunen als uit een horrorfilm, wanneer twee takken door de wind tegen elkaar schrapen.

De geluiden waardoor Hempton aan dit werk begon, kwamen op een zoele zomeravond in het Midden-Westen uit de lucht vallen. Hij was afgestudeerd in Plantkunde aan de Universiteit van Wisconsin in Green Bay en was van Seattle op weg naar de Universiteit van Wisconsin in Madison, om daar zijn promotieonderzoek te doen in plantpathologie, maar hij onderbrak zijn reis in Iowa. ‘Ik rolde mijn slaapzak uit op een geoogst maïsveld en er kwam een onweersbui over me heen’, herinnert hij zich. ‘Ik dacht: hoe is het mogelijk dat ik 27 ben en nog nooit heb geluisterd? Ik dacht dat ik goed kon luisteren, maar ik had nog nooit zonder bijbedoelingen naar iets geluisterd.’ Toen hij later geluidsapparatuur uit een winkel in de natuur ging proberen ‘werd luisteren een totaal andere ervaring. Ik kwam als een compleet ander mens terug’.

Hempton vertelt dit verhaal terwijl we over de bochtige Highway 101 rijden in zijn lichtgroene Volkswagenbusje uit 1964. Ik heb geen onveilig gevoel, maar ben me wel bewust van het dunne staal om me heen, het ontbreken van een autogordel en de machteloze, trage en piepende ruitenwissers van het busje. ‘Ze klinken net als een heerlijk ontspannende schommelbank op de veranda’, zegt Hempton, waarmee hij het geluid treffend omschrijft.

Hempton heeft ook een Jeep Grand Cherokee uit 2000, maar als hij geen opnameapparatuur ter waarde van ruim 30 duizend euro veilig hoeft op te bergen, neemt hij liever het busje. ‘Met de VW ben je gedwongen langzamer te rijden’, zegt hij. ‘Bovendien zie je dan alles pas echt goed.’ En dan de paradox: ‘Hij maakt alleen veel herrie. Het is met zijn 89 decibel het lawaaiigste ding dat ik heb. Dat is niet gezond.’

In 1980, een paar maanden nadat hij zijn roeping had gevonden, stopte Hempton met zijn studie en ging hij terug naar Seattle om ‘geluidsregisteerder’ te worden. Om zijn hobby te kunnen betalen, nam hij een baantje als fietskoerier. ‘Ik kreeg één dollar per bezorging’, vertelt hij, ‘en ik wist precies hoeveel ik nodig had om de apparatuur die ik hebben wilde te kunnen kopen.’

Hij trouwde met een andere fietskoerier en de twee, inmiddels gescheiden, kregen kinderen. (Zijn zoon is nu 23, zijn dochter achttien.) ‘Dat was een overgangsfase’, zegt hij. ‘Ik was er volkomen van overtuigd dat de natuurlijke geluidsomgeving aan het verdwijnen was.’

Hempton had alle tijd om daarover na te denken toen hij met een longontsteking in bed lag. ‘Ik moest een uitkering aanvragen. We hadden een zoontje van drie en de kachel hield ik brandende met het hout van oude meubels. Maar je hebt altijd de ochtend nog, en dan hoorde ik de dageraad. In gedachten stelde ik me voor dat ik naar de geluiden van de zonsopgang luisterde terwijl die rond de aarde schoof.’

Dat werd het idee achter de documentaire Vanishing Dawn Chorus uit 1992, waarin Hempton de geluiden van de zonsopgang op zes continenten vastlegde. De Emmy die hij voor dat project kreeg, veranderde zijn leven, vertelt hij. ‘Ik hoefde niet meer uit te leggen dat ik fietskoerier was en natuurgeluiden vastlegde.’ Sindsdien heeft hij tientallen projecten gedaan, sommige voor geluidsopnames en documentaires, en andere voor bedrijven als Microsoft en The Relaxation Company.

We zijn bij onze eerste stopplaats aangekomen, het kampeerterrein van het Hoh-regenwoud, het meest geliefde deel van het park. We kiezen een plek dicht bij de snel stromende rivier. Er is laag hangende bewolking en de boomkruinen in de verte zijn bestoven met verse sneeuw. Als we uit het busje komen, trekken we extra kledinglagen aan tegen de wind en de regen, maar een waterdichte broek wordt afgekeurd. ‘Dat maakt te veel lawaai’, zegt Hempton. ‘Swisj-swisj-swisj.’ Hij is de enige persoon die ik ooit met een paraplu in het bos heb gezien.

Voordat we de bossen in lopen, ga ik het bezoekerscentrum binnen, waar twee parkwachters achter een balie staan. ‘Heeft u misschien informatie over de One Square Inch of Silence?’, vraag ik. De ene wachter kijkt me uitdrukkingsloos aan en de andere vraagt: ‘Wat voor informatie zoekt u? We hebben niets dat u kunt meenemen.’

Hij loopt naar een la en haalt er een tijdschriftartikel in een plastic hoes uit over Gordon. ‘Het zal er vandaag niet zo stil zijn’, merkt hij op met een stem die een geamuseerde ondertoon lijkt te hebben. ‘Ze zijn bezig met onderhoud aan het pad.’

Het blijkt echter verrassend stil te zijn op het pad, merken we al snel. Geen herrie van apparaten te horen. Je hoort alleen de rivier, de vogels, de wind en de regen.

Tegen de tijd dat we bij de One Square Inch komen, zijn de vrijwilligers van de Washington Trail Association klaar om terug te gaan. De meesten hebben handgereedschap bij zich, maar een van hen pakt een kettingzaag met een benzinemotor in.

Na het middageten gaat Hempton voorop het dichte regenwoud in naar de One Square Inch, via een minder directe maar dichterbij gelegen route dan hij op zijn website met de GPS-coördinaten erbij opgeeft.

Binnen een paar minuten zijn we er, midden in een onopvallend gebied met een weelderige, wilde vegetatie. Hij wijst me op de kleine steen die hij boven op een grote gevelde boomstronk heeft gelegd, en de pot met een briefje erin op de zachte bosbodem. Net als we er zijn, verschijnt de eerste zonnestraal van die middag. We spreken af om ieder apart terug te lopen zodat we op de terugweg kunnen genieten zonder te hoeven praten.

Ik schrijf een paar woorden voor de pot om Hempton te bedanken omdat hij me hier heeft gebracht, en de natuur omdat ze er is. Ik lees ook de andere commentaren. Sommige zijn kort, andere langer en er zitten ook gedichten bij. Hempton heeft me verzocht er niet uit te citeren uit respect voor de schrijvers. Hij vertelt dat sommige commentaarschrijvers hebben aangegeven dat ze de as van een dierbare daar hebben uitgestrooid. Hoewel ik heb geprobeerd de sfeer van de One Square Inch te voelen, was ik eerlijk gezegd blij terug te zijn op het pad in het zonlicht – waar het net zo stil was.

Sinds Hempton deze plek drie jaar geleden op 22 april, Dag van de Aarde, heeft ingericht, zijn er een stuk of vijftig mensen geweest. Wat zou er gebeuren als het echt populair werd? Begin april valt het wel mee om daar alleen te zijn, maar ’s zomers, als de meesten van de kwart miljoen bezoekers van het park arriveren?

Later spreek ik met Barb Maynes, de woordvoerster van het park, over het officiële standpunt van het park ten aanzien van de One Square Inch. ‘We zijn blij met Gordons inbreng en we hebben begrip voor het idee van natuurlijke stilte en de natuurlijke geluiden van het park’, stelt ze. ‘Maar we zijn van mening dat het niet om een paar vierkante centimeter gaat. Het is van belang om alle idealen van het hele park te beschermen.’

Het probleem, zo blijkt, is het pad ernaartoe – een ‘informele weg’ die afwijkt van de officiële wandelroute. Dat soort paden is niet toegestaan in nationale parken. Hempton beweert echter dat hij een bestaand wapitipad heeft gevolgd. ‘We moeten wel in de gaten houden of de plek wordt aangetast’, meent Maynes.

En dan de pot. Door mensenhanden gemaakte voorwerpen zijn verboden in beschermde natuurgebieden. Hoewel er over de pot is gecorrespondeerd en de inmiddels vertrokken parkopzichter samen met Hempton in 2005 de plek heeft bekeken, was Maynes er voordat ik haar te spreken kreeg niet van op de hoogte en stelt ze dat de pot zal moeten worden verwijderd. (Een maand later meldt Hempton dat de pot er nog steeds staat.)

‘We overleggen nu met Gordon hoe hij zijn idealen zo kan uitdragen dat iedereen wordt aangemoedigd om op de bestaande paden te blijven’, aldus Maynes. ‘Theoretisch zitten we op dezelfde golflengte, maar wij zouden de waarde van natuurlijk geluid liever willen promoten zonder aan andere zaken in het park afbreuk te doen.’ Het is duidelijk dat de woordvoerders van de National Park Service proberen te balanceren tussen steun aan een goede zaak en afkeuring van de gebruikte methode.

‘Er wordt handenvol geld uitgegeven aan de beperking van geluidshinder’, beweert Hempton. ‘Het jaarbudget van de One Square Inch is iets van tweeduizend dollar. Er is geen enkele reden om te denken dat we in de toekomst niet een aantal parken kunnen aanwijzen waar we de natuurlijke stilte herstellen. Volgens mij is dat prima haalbaar.’

Maar het zal geen sinecure zijn om de luchtvaartmaatschappijen te overreden hun vliegroutes te wijzigen. Toen ik Alaska Airlines belde, bleek men daar niet van mening te zijn veranderd sinds Hempton drie jaar geleden voor het eerst contact opnam. ‘We stimuleren de bemanning om het park te vermijden bij niet-reguliere vluchten, zoals testvluchten’, aldus woordvoerster Caroline Boren. ‘Maar de reguliere vliegroutes worden bepaald door de luchtverkeersleiding van de Federal Aviation Administration. Bovendien zou wijziging van de vliegwegen een minder efficiënte route, meer brandstof en een hogere uitstoot betekenen.’

Toen ik Gordons woorden aanhaalde: ‘Maar herrie is ook uitstoot’, antwoordde Boren diplomatiek: ‘Het zijn allebei belangrijke factoren waar in het totale beeld rekening mee moet worden gehouden.’

Onder het eten – gebonden zelfgemaakte kippensoep van een vriend van Hempton – vroeg ik wat hij tegen de vrijwilligers zou hebben gezegd als ze bezig waren geweest met een kettingzaag. ‘Dan zou ik iets hebben verteld over het gebruik van handgereedschap. Niet iedereen weet dat je met een scherpe zaag vrijwel alles kunt zagen’, zegt hij. ‘Ik zou ze de informatie geven en dan respecteren wat ze ermee deden. Ik ben wel eens een milieufreak genoemd, maar ik respecteer ieders recht op een eigen mening.’

En meningen heeft Hempton vorige zomer genoeg gehoord, toen hij voor de research voor zijn boek in zijn busje het hele land doorkruiste om met deskundigen en leken over herrie en stilte te praten. Hempton had aanvankelijk vanwege de tijdsdruk weinig zin in het project, dat een idee van een literaire agent was.

‘Maar dit boek is een extra kans om de boodschap over te brengen aan de lezer dat stilte iets bijzonders is, een van de basisgenoegens van het leven’, vertelt hij. ‘Dat is een van de motieven voor de One Square Inch. Mijn opdracht tijdens de rondreis was om naar Amerika te luisteren. Ik moet toegeven dat ik me een beetje onzeker voelde toen ik op weg ging. Ben ik een excentrieke connaisseur van de stilte geworden in het stilste deel van het land en leef ik in mijn eigen kleine fantasiewereld, of is dit iets wat iedereen belangrijk vindt? Maar ik ben erachter gekomen dat stilte in het leven van de overgrote meerderheid een essentiële beleving is.’ Onderweg heeft hij ‘naar het landschap geluisterd’ en de geluiden opgenomen, die op een cd met het boek worden meegeleverd.

Hempton eindigde zijn reis van west naar oost in Washington, D.C. De laatste 150 kilometer volgde hij het Chesapeake & Ohio Canal-pad langs de rivier de Potomac om na te denken. Hij sprak met zoveel mogelijk overheidsfunctionarissen, onder wie Mary Bomar, de directeur van de National Park Service, en senator Maria Cantwell van de staat Washington, die haar medewerkers ‘de mogelijkheden laat onderzoeken om de One Square Inch met juridische middelen te steunen’, vertelt woordvoerster Ciaran Clayton.

Wanneer ik tegen Hempton zeg dat hij zo langzamerhand de internationale stem van de stilte is geworden, antwoordt hij: ‘Het is heel bijzonder om voor de stilte te spreken zonder de stilte teniet te doen. Maar ik zou mezelf liever niet de stem van de stilte noemen. Ik kan alleen zeggen dat ik echt van rust geniet. Eigenlijk houd ik niet zo van aandacht.’

Hoewel Hempton met een geluidmeter rondloopt zoals een fotograaf met een camera, zou hij die liever thuis laten: ‘Ik doe wel alle metingen voor de One Square Inch. Ik wil niet meten, maar ik doe het wel. Een stille plek is eigenlijk gewoon een stille plek.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.

   
marga , nederland