|
|
Luisteren naar niets
Gordon Hempton verdedigt de geluiden van de stilte – tot op de vierkante centimeter in het Olympic National Park, in het noordwesten van Amerika.
Hempton hoopt dat anderen elders in de wereld de handschoen opnemen. Als de indringer van zojuist te horen was geweest op zijn One Square Inch – bijna drie kilometer ten oosten van het bezoekerscentrum en zo’n vijftig meter van het Hoh River-pad – dan had Hempton de vliegroutes en vliegschema’s van de luchtvaartmaatschappijen van die dag gecontroleerd om uit te vinden wie de indringer geweest was en hem vervolgens in een brief te verzoeken het park te vermijden. (Alleen Alaska Airlines komt geregeld over.)
Hier in het schitterend groene regenwoud op het Olympic-schiereiland somt Hempton met genoegen de instrumenten op in de symfonie van de natuur. In deze oeroude bossen met hun mossen en varens leven zo’n driehonderd vogelsoorten, en we worden onthaald op het geluid van onder veel meer de Amerikaanse arend, het winterkoninkje en het doffe klapwieken van de opvliegende kraaghoen. In het park leeft een van de grootste kuddes wilde wapiti’s, die we eerst horen en later ook te zien krijgen, en in de rivieren zwemmen de gezondste scholen pacifische zalm buiten Alaska. Dan is er nog de vrijwel permanente neerslag, met het ritmische koor van gedruppel, gespetter, gespat en gekletter. De lucht is zo geurig en vol, dat ik om de paar minuten blijf staan om diep door mijn neus in te ademen.
Ook al loop ik niet met geluidmeters rond, toch begrijp ik Hempton wel: ik heb in het verleden mezelf en anderen half tot waanzin gedreven omdat ik me mateloos kan opwinden over machinale geluiden. Als een stilstaande vrachtwagen zijn motor stationair laat draaien, schiet ik meteen mijn huis uit om de chauffeur te verzoeken de motor af te zetten.
Ik erger me ook aan herrie binnenshuis. Föhns, scheerapparaten, stofzuigers, koffiemalers, keukenmachines: ik word er gek van. En bij het flauwste gerucht in de verte vraag ik kampeervrienden: ‘Hoor je dat? Hoor je die auto niet?’
Ik kan net zo makkelijk een lijst van mijn favoriete geluidsbelevingen geven. Bijvoorbeeld toen ik in de Sahara was en alleen de constante wind hoorde, of de juli-avond dat ik aan de rand van een bos in het zuiden van Illinois, in het midwesten van Amerika, zat te luisteren naar krekels die zo’n oorverdovend geluid maakten, dat ik mijn vriend niet kon verstaan. Vorig jaar hebben mijn man en ik een inktzwarte nacht lang in een moeras in North Carolina liggen luisteren naar het gekras van uilen en het gespetter van rivierotters, zonder ze ooit te zien te hebben gekregen. Mijn favoriete geluid in het bos is het krakerige kreunen als uit een horrorfilm, wanneer twee takken door de wind tegen elkaar schrapen.
De geluiden waardoor Hempton aan dit werk begon, kwamen op een zoele zomeravond in het Midden-Westen uit de lucht vallen. Hij was afgestudeerd in Plantkunde aan de Universiteit van Wisconsin in Green Bay en was van Seattle op weg naar de Universiteit van Wisconsin in Madison, om daar zijn promotieonderzoek te doen in plantpathologie, maar hij onderbrak zijn reis in Iowa. ‘Ik rolde mijn slaapzak uit op een geoogst maïsveld en er kwam een onweersbui over me heen’, herinnert hij zich. ‘Ik dacht: hoe is het mogelijk dat ik 27 ben en nog nooit heb geluisterd? Ik dacht dat ik goed kon luisteren, maar ik had nog nooit zonder bijbedoelingen naar iets geluisterd.’ Toen hij later geluidsapparatuur uit een winkel in de natuur ging proberen ‘werd luisteren een totaal andere ervaring. Ik kwam als een compleet ander mens terug’.
Hempton vertelt dit verhaal terwijl we over de bochtige Highway 101 rijden in zijn lichtgroene Volkswagenbusje uit 1964. Ik heb geen onveilig gevoel, maar ben me wel bewust van het dunne staal om me heen, het ontbreken van een autogordel en de machteloze, trage en piepende ruitenwissers van het busje. ‘Ze klinken net als een heerlijk ontspannende schommelbank op de veranda’, zegt Hempton, waarmee hij het geluid treffend omschrijft.
Hempton heeft ook een Jeep Grand Cherokee uit 2000, maar als hij geen opnameapparatuur ter waarde van ruim 30 duizend euro veilig hoeft op te bergen, neemt hij liever het busje. ‘Met de VW ben je gedwongen langzamer te rijden’, zegt hij. ‘Bovendien zie je dan alles pas echt goed.’ En dan de paradox: ‘Hij maakt alleen veel herrie. Het is met zijn 89 decibel het lawaaiigste ding dat ik heb. Dat is niet gezond.’
<< PREVIOUS
1
2
3
4
5
NEXT >>
view as a single page
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.