Email   Print

Het geluid van stilte

Waar hoor je echte stilte? Berichten uit een dode kamer.

Marisa Taylor | 108 augustus 2008 issue

De assistent stelt me voor aan Hafter, een lange man met ernstige bruine ogen en grijs, weerbarstig haar dat in plukken uitsteekt boven zijn oren. Sinds 1966 bestudeert Hafter auditieve waarneming, ruimtelijk gehoor en de uitwerking van een galmende omgeving op gebruikers van hoortoestellen en cochleaire implantaten. De dode kamer is, samen met een hoogst gecompliceerde combinatie van computerprogramma’s en luidsprekers, een vereiste om in zijn lab proefpersonen te kunnen testen.

‘Wat geluid betreft, bestaat het begrip nul eenvoudig niet’, legt Hafter uit, terwijl hij me meeneemt naar de kamer. Hoewel nul decibel in theorie de drempel aangeeft van ons vermogen om geluid te horen, kunnen sommige mensen toch geluid waarnemen in de negatieve decibelschaal. Daar verandert de afwezigheid van nagalm in de dode kamer niets aan. Onderzoeksassistent Swapan Gandhi, die tevens musicus is, vertelt me dat hij graag in deze kamer is omdat ‘je er dingen hoort waar je gewoonlijk geen aandacht aan schenkt’, zoals het geluid van je eigen polsslag.

wanneer hafter de deur van de ka- mer openzwaait, zie ik dat de ruimte zo’n drie meter breed is. Het lijkt wel een soort koelcel in een slagerij. Er komt gedempt licht van twee peertjes die aan weerskanten aan het plafond bengelen. Mijn oren zitten meteen dicht, alsof ze vol watten zijn gepropt, waarschijnlijk omdat er op de wanden en het plafond eindeloze rijen uitstekende punten van glasvezel zitten die alle geluidsgolven absorberen. Ook de vloer is overdekt met punten; we lopen op een verend stalen net dat een stuk boven de eigenlijke vloer hangt, waarop kluwens elektriciteitssnoer her en der verspreid liggen over de punten. Ik wankel alle kanten uit op het stalen net, omdat ik laarzen met een hakje draag. Ik begin een schelle pieptoon in mijn oren te horen. Het is hier eng.

Terwijl ik me probeer te concentreren op Hafters uitleg over de architectuur van de kamer, merk ik dat ik een beklemd gevoel op mijn borst krijg, puur van de zenuwen. Wat me verbaast, is dat onze stemmen niet gedempt klinken. Om de een of andere reden had ik verwacht dat onze monden zouden bewegen zonder dat er geluid uit kwam, alsof we in een soort geluidsvacuüm waren.

Nadat we een paar minuten over zijn onderzoek hebben gesproken, zeg ik dat ik hoop iets van die auto-emissiegeluiden te horen waar ik over gelezen heb. Hafter is sceptisch, omdat deze dode kamer niet volledig geluiddempend is, al scheelt het weinig. Maar als ik stil blijf zitten, zegt hij, ‘hoor je je ademhaling. Je hoort het knorren van je maag. Je hoort van alles.’

Met die woorden laat hij me achter op de enige stoel in de kamer en zegt toe dat ik er zo lang in mag blijven als ik wil. De langste tijd die hij erin gezeten heeft, schat hij op een half uur, maar dat kan hij wel hebben, zegt hij, hij is eraan gewend. ‘Roep me maar voor je eruit wilt, want ik wil niet dat je valt’, zegt hij, bezorgd om mijn wiebelige schoeisel. ‘Licht aan of uit?’

‘Eh, aan’, zeg ik, nerveus giechelend.

Voor ik het weet, is de deur dicht­geslagen en zit ik alleen in het gedempte licht. Hafter kan me van buiten de kamer horen als ik iets zeg, maar ik kan niet horen wat er in de rest van het lab gebeurt. Hoewel het geruststellend is te weten dat ik maar hoef te roepen om er meteen uit te worden gehaald, heeft dit isolement toch iets verontrustends.


<< PREVIOUS   1 2 3 4 5 NEXT >>
view as a single page



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.