Email   Print

Het geluid van stilte

Waar hoor je echte stilte? Berichten uit een dode kamer.

Marisa Taylor | 108 augustus 2008 issue

De hemel is helder en onbewolkt: rond de Baai van San Francisco is het een schitterende dag. Maar ik heb vandaag geen tijd om ervan te genieten; ik sta op het punt hem voor een deel door te brengen in een vensterloze, geluidloze ruimte – een ‘anechoïsche’ of ‘dode’ kamer geheten – om erachter te komen wat echte stilte is. Beter gezegd: om te ontdekken of die eigenlijk wel bestaat.

Het woord ‘anechoïsch’ betekent ‘zonder echo’ en een dode kamer – waarvan de wanden doorgaans zijn bekleed met scherpe punten, gevuld met isolatieschuim – is een ruimte die bedoeld is om echovorming van geluid dat erbinnen wordt gemaakt te voorkomen. Dode kamers worden gebruikt om microfoons en andere geluidsapparatuur te testen, maar het ontbreken van nagalm heeft een eigenaardig effect op onze oren. Het geeft een dof en verstopt gevoel omdat ons gehoor hier, in schril contrast met de geluiden die het de hele dag door opvangt, geen feedback van de omgeving krijgt. Zitten mensen lang genoeg in een beperkte ruimte zonder nagalm, dan melden sommigen dat ze hun eigen hartslag, ademhaling en andere lichaamsfuncties horen, oftewel hun eigen ‘auto-emissiegeluid’.

Ik moet bekennen dat ik nooit zo over stilte heb nagedacht. Als we in het dagelijks leven al zo geteisterd worden door al het geluid dat op ons af komt in de vorm van getoeter en rinkelende mobieltjes, wie heeft er dan nog tijd – en gelegenheid – om echt te luisteren, zich af te vragen hoe het zou zijn als het enige geluid dat je kunt horen je eigen hartslag is?

Bovendien: wie zit er te wachten op totale stilte? Ik heb van anderen die in een dode kamer hebben gezeten gehoord dat het griezelig is, dat je er een beetje gek van wordt...

Dus rijd ik met een gevoel van zowel opwinding als ongerustheid van San Francisco naar de Universiteit van Berkeley. Daar ga ik het laboratorium bezoeken van Ervin Hafter, emeritus hoogleraar in de psychologie, om de dode kamer te zien die zijn team voor onderzoek gebruikt.

Wanneer ik Tolman Hall nader, een gebouw dat in een vredig hoekje van de Berkeley-campus tussen de pijnbomen ligt, komt er een horde zorgeloze studenten naar buiten, klaar met het ochtendcollege en op weg naar de lunch. Ik laat het behaaglijke zonlicht achter me en baan me tegen de stroom studenten in een weg naar binnen. Nadat ik een donkere betonnen trap af ben gegaan, sta ik in een grijze kelder. Na een druk op de zoemer mag ik Hafters ondergrondse laboratorium binnen en brengt een onderzoeksassistent met een wilde haardos me door een gang naar het hoofdkantoor, een vensterloze, met tl-buizen verlichte ruimte die wordt gedomineerd door een warboel van computerapparatuur en stapels papier. Ik deins enigszins terug voor de steriele omgeving en de sfeer van isolement.


1 2 3 4 5 NEXT >>
view as a single page



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.