|
|
| Share |
Boer zoekt CO2
Hoe de kunst van de koolstoflandbouw, waarbij CO2 terug in de grond wordt gestopt, de klimaatverandering kan tegengaan.
Van alle mogelijke oplossingen voor de klimaatverandering is dit wel de meest ongebruikelijke: ‘Eet een lokaal geproduceerde hamburger van op grasland geteeld vee.’ Toch is John Wick bloedserieus als hij dit voorstelt tijdens een vergadering van milieuactivisten en voorstanders van duurzame landbouw op zijn boerderij in Californië. Het is een uiteenlopend gezelschap dat is verenigd in de overtuiging dat de huidige voorstellen om de klimaatcrisis aan te pakken niet ver genoeg gaan.
‘De CO2-concentratie in de atmosfeer is nu 380 deeltjes per miljoen, vergeleken met 280 vóór de industriële revolutie’, merkt Wick op, mede-eigenaar van een boerderij in de heuvels van Marin County, ten noorden van San Francisco. Hij geeft hiermee de uitkomst van een rapport weer dat vorig jaar is uitgebracht door het IPCC, de klimaatcommissie van de Verenigde Naties, de groep die vorig jaar samen met Al Gore de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. ‘En zelfs als we vandaag alle uitstoot zouden stoppen, zou het over honderd jaar nog steeds 345 zijn.’
Abe Collins, melkveehouder uit Vermont aan de Amerikaanse oostkust, brengt een idee in: ‘Haal de koolstof uit de lucht en stop die terug in de grond.’
Op twee punten is dit idee verrassend. Ten eerste zien wij de veehouderij en vlees eten als voornaamste veroorzakers van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen – meer dus dan auto’s, vliegtuigen en kolencentrales. Ten tweede zijn de meeste pogingen om de klimaatverandering te remmen tot nu toe gericht op het terugbrengen van de CO2-uitstoot, en niet zozeer op het uit de atmosfeer halen van de bestaande koolstof, een proces dat bekendstaat als koolstofopslag.
Maar Wick gelooft dat opslag werkt – en waar deze opslag het best kan plaatsvinden is de bodem. Vandaar de term carbon farming, ofwel: koolstoflandbouw.
Koolstoflandbouw is nieuw, koolstofopslag is dat niet. Deze methode is prominent aanwezig in de populaire compensatieprogramma’s waarbij mensen een bedrijf betalen om bomen te planten – die koolstof uit de atmosfeer opnemen in hun stam, takken en wortels – als compensatie voor hun CO2-uitstoot bij vlieg- of autoreizen.
Initiatieven om koolstof in de bodem op te slaan met behulp van grazend vee zijn er veel minder, maar misschien zijn ze wel veelbelovender. Akkers en grasland beslaan namelijk een groter deel van de aarde dan bossen – en groeien sneller. De direct-zaaimethode, waarbij ploegen tot een minimum beperkt blijft, zodat er nog vegetatie achterblijft op de landbouwgrond, is ook een manier van koolstofopslag.
Organische stof in de bovenlaag van de bodem (tot ongeveer dertig centimeter diep) bestaat gemiddeld voor de helft uit koolstof. Als die hoeveelheid koolstof in alle landbouwgrond wereldwijd zou stijgen met slechts 1,6 procent, zou volgens Wick en Collins het probleem van de klimaatverandering zijn opgelost. Bodemkundigen zijn iets zuiniger in hun voorspellingen, maar ook zij zijn enthousiast over de mogelijkheid om de klimaatverandering te beperken.
‘De idee van bodemopslag is nog nieuw’, zegt Chuck Rice, professor in de bodemkunde aan Kansas State University. Hij is IPCC-lid en leidt een project dat bestudeert of landbouw broeikasgassen kan reduceren. ‘In de bodem zit meer koolstof dan in de atmosfeer. Een kleine verandering in die koolstof in de bodem zal een groot verschil in de atmosfeer uitmaken.’
Dat klinkt goed, maar hoe kan het eten van een grasland-hamburger daar nu precies bij helpen?
Allan Savory kan die vraag beantwoorden. Hij is bioloog en eigenaar van een wildboerderij in Zimbabwe. Tientallen jaren geleden viel het hem al op dat land waar grote kuddes antilopen of andere hoefdieren op liepen over het algemeen gezond was, terwijl land dat door boeren of overheidsinstanties werd beheerd vaak woestijn dreigde te worden.
Savory, die nu afwisselend in Zimbabwe en New Mexico woont, ontwierp een nieuwe methode van begrazing, ‘holistisch beheer’. Inmiddels is dit de basis geworden voor koolstoflandbouw. Volgens Savory wordt zijn methode nu beoefend op zo’n twaalf miljoen hectare grasland in Afrika, Australië en Noord-Amerika.
Het voornaamste aspect van koolstoflandbouw is dat het vee regelmatig verplaatst wordt – net als vroeger, toen kuddes wilde dieren door roofdieren werden opgejaagd – zodat het gras niet wordt afgegraasd voorbij het punt dat het nog natuurlijk kan herstellen. Er moet vegetatie overblijven die de grond bemest en waarin koolstof wordt opgeslagen.
Het opslagproces werkt als volgt: het gras neemt koolstof op uit de atmosfeer; de dieren trappen het gras in de bodem, waar de koolstof wordt geabsorbeerd; er groeit nieuw gras en het proces wordt voortdurend herhaald, waarbij steeds meer koolstof wordt geabsorbeerd.
Deze techniek gaat lijnrecht in tegen de conventionele manier van landbouw bedrijven, die claimt dat intensieve begrazing de grond beschadigt; de enige manier om de bodem te laten herstellen is door het vee er lange tijd niet op te laten. Veel boeren, vooral degenen met een groot bedrijf, staan nogal sceptisch tegenover deze manier van begrazing, vanwege het extra werk dat het met zich meebrengt.
Zo niet Abe Collins. Hij slaat koolstof op, en zaait daarvoor inheemse grassoorten als timothee, zwenkgras, rode klaver en raaigras (die allemaal wel zestig centimeter hoog kunnen worden) op zijn 55 hectare grasland in Vermont. Hij verplaatst zijn kudde van 65 melkkoeien vijf tot acht keer per dag. Collins schat dat hij in slechts drie jaar ten minste vijftien centimeter eersteklas bovengrond heeft gecreëerd, die een aanzienlijke hoeveelheid koolstof kan opslaan.
Collins raakte geïnteresseerd in bodemverbetering toen hij in een indianenreservaat in Arizona werkte. Zeven jaar geleden keerde hij terug naar Vermont om zijn ideeën in de praktijk te brengen, en huurde uiteindelijk een kleine boerderij in de buurt van St. Albans. Hij sloot zich aan bij de zuivelcoöperatie Organic Valley. Volgens hem zal het eten van graslandvlees van duurzaam beheerde kuddes op bescheiden voet bijdragen aan het terugdraaien van de klimaatverandering.
‘De hamburger is een goed symbool voor datgene wat koolstoflandbouw teweeg kan brengen’, zegt hij. Maar alle grote hoefdieren – schapen, geiten, bizons, elanden, antilopen of paarden – zullen hetzelfde effect hebben, en het gaat ook niet per se om het produceren van vlees. Collins is tenslotte melkveehouder. Hij is adviseur van het Marin Carbon Project, een nieuw initiatief om koolstoflandbouw te promoten als manier om de grote mondiale voetafdruk van de welvarende Marin County te verkleinen. Verder helpt hij Wick en Rathmann om een begrazingsplan te ontwerpen voor de nieuwe kudde op hun Californische grasland.
Wick en Rathmann hebben 180 stuks vee lopen op 138 hectare. Ze gebruiken een ingewikkeld begrazingssysteem, bedacht door Collins, dat de ecologische condities nabootst uit de tijd dat wilde bizons en elanden over de grasvlakten van Noord-Amerika denderden. Het vee kan steeds maar op een paar hectare tegelijk lopen en wordt wel vier keer per dag verplaatst, om de effecten van overbegrazing te minimaliseren en zoveel mogelijk koolstof in de bodem te laten doordringen, opgenomen door de inheemse grassen.
Whendee Silver, een biogeochemicus aan de vakgroep milieubeleid en -management aan de University of California in Berkeley, zal een chemische analyse op de bodem uitvoeren om te zien wat de resultaten van deze toepassing zijn. ‘Dit kan werkelijk een win-winsituatie zijn,’ zegt ze, ‘omdat deze manier van omgaan met de bodem bijna altijd de landbouwcapaciteit van het land vergroot. En denk eens aan de hoeveelheid verontreinigde grond in de hele wereld!’
Whendee Silver, Chuck Rice van Kansas State University en andere onderzoekers hebben goede hoop dat door middel van koolstoflandbouw zowel de armoede op de wereld als de klimaatverandering kan worden bestreden. Een tropisch klimaat en vervuilde grond, zoals vaak aangetroffen in de armste landen ter wereld, zijn immers ideaal voor het opslaan van koolstof.
‘De beste continenten zijn Afrika en Azië’, aldus Rattan Lal, professor in de bodemkunde en directeur van het Carbon Management and Sequestration Center aan Ohio State University. ‘Maar daar is het op dit moment het moeilijkst.’ In januari drong hij er in een artikel in het blad Science op aan dat hulpprogramma’s veel meer nadruk leggen op het subsidiëren en leveren van technische en andere hulp voor bodemherstel.
Lal is geboren in India en werkte achttien jaar aan het International Institute of Tropical Agriculture in Nigeria, voordat hij in 1987 naar Ohio kwam. Hij is voorstander van een internationaal handelsstelsel waarbij mensen in ontwikkelingslanden premies krijgen voor het toepassen van duurzame bosbouw, gereguleerde begrazing en de direct-zaaimethode, allemaal technieken die grote hoeveelheden koolstof in de bodem terugbrengen.
‘Koolstof moet een handelsartikel worden dat mensen kunnen kopen en verkopen als ieder ander product; het zou een nieuwe inkomensbron moeten zijn voor arme boeren’, zegt Lal.
Volgens dit principe heeft Collins in Amerika een handelsprogramma opgezet met behulp van Carbon Farmers of America (carbonfarmersofamerica.com), een groep die hij mede heeft opgericht. ‘Laten we boeren betalen voor de belangrijke diensten die wij als samenleving nodig hebben: klimaatregeling en een gezonde bodem’, zegt hij. De organisatie verkoopt op haar website compensatie voor koolstof die in de bodem is opgeslagen voor 25 dollar per ton. Daarvan gaat negentien dollar naar de boer, vijf dollar naar publieksvoorlichting en een dollar naar de organisatie voor de administratiekosten.
Collins schat dat er jaarlijks 45 miljard dollar nodig is om de Verenigde Staten koolstofneutraal te maken. Hij vindt dat niet zo’n hoog bedrag als je bedenkt dat de Amerikaanse belastingbetalers jaarlijks 31 miljard dollar ophoesten aan landbouwsubsidies voor een landbouwbeleid dat het milieu schaadt en bijdraagt aan klimaatverandering. Collins zegt dat de minister-president van Australië, een land dat al veel verder is met koolstofopslag, het idee van koolstofcertificaten overweegt.
Het is natuurlijk waar dat vlees eten bijdraagt aan de klimaatverandering, vanwege de uitstoot van stikstofoxide, methaangas en andere broeikasgassen die samengaat met het houden van vee. ‘Dat gaat op voor de grote afmestbedrijven, maar zeker niet voor vee dat op grasland wordt geteeld’, weerlegt Wick. ‘Duurzaam, op grasland geteeld vlees is een natuurlijk systeem, en de uitstoot van methaan en andere broeikasgassen wordt afgezwakt door de koolstofopslag in de bodem. Wij zien dit als een manier om de afmestbedrijven geleidelijk te doen verdwijnen.’
Collins voegt eraan toe dat stikstofoxiden grotendeels het product zijn van kunstmest, die in een systeem dat is gebaseerd op het herstel van de bodem helemaal niet wordt gebruikt.
Peter Barnes, auteur van het recent verschenen boek Climate Solutions, was ook aanwezig bij de vergadering op de boerderij van Wick en Rathmann. ‘We zagen afgelopen zomer de Noordpool smelten en de gletsjers van Groenland in de oceaan glijden’, zegt hij. ‘We lijken op een omslagpunt te staan, en dat is de context voor koolstoflandbouw. Opslag is geen marginaal idee, maar staat centraal in elke poging die we doen om te voorkomen dat de planeet naar een ramp afglijdt.’
Rice voegt eraan toe: ‘Dit is geen speculatie. Het gebeurt nu, op dit moment, en we kunnen nog veel meer doen.’
Wat Wick betreft, kan het eten van grasland-hamburgers beginnen. ‘De dagen van vrijblijvend milieuactivisme zijn voorbij’, verklaart hij opgewekt. ‘Mensen zijn onderdeel van de natuur. We zijn deel van een ecosysteem. We kunnen deel zijn van de oplossing.’
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |






You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.