Vlieg met me mee!In Zuid-Afrika werkt het Zip Zap Circus aan het opheffen van rassendiscriminatie en aan het kweken van vertrouwen, toewijding en teamwerk. Een circus? Daar had ze nog nooit van gehoord, de twaalfjarige 12-jarige Andiswa Nkebendu, door haar moeder opgevoed in de beruchte township Khayelitsha, nabij Kaapstad. Toen een vriendin haar meenam naar de oefenruimte van het Zip Zap Circus, ging een wereld voor haar open. Leeftijdsgenoten hingen in touwen of zwierden aan een trapeze. Dat wilde de jonge Andiswa ook! Ze meldde zich aan en al snel maakte ze deel uit van de levende piramide. Daarna balanceerde ze in de ringen. Uiteindelijk werd de trapeze haar specialisme. En nu, zeven jaar later, steelt Andiswa Nkebendu met haar 21-jarige vriendin Portia Kewane de show in de OR Tambo Hall, de gemeenschapsruimte in Khayelitsha. De armen en benen in elkaar gevlochten, ver boven de grond. Het publiek staart met open mond naar de twee jonge vrouwen, die elk moment hun nek kunnen breken. Het loopt goed af: zo bedreven in het trapezewerk zijn Nkebendu en Kewane inmiddels, dat ze zojuist een contract hebben getekend met UniverSoul Circus, om twee jaar in de Verenigde Staten op te treden. Amerika! Weg van de krotten, misdaad, moorden en verkrachtingen, die Khayelitsha tot een van de gevaarlijkste plekken van Zuid-Afrika hebben gemaakt. Sure, knikt ze met een brede glimlach, natuurlijk gaat ze Zuid-Afrika missen. Haar moeder, vooral, en maar ook haar familie van circusartiesten. Maar het is niet de eerste keer dat ze naar het buitenland gaat. Achteloos: ‘We hebben met Zip Zap heel Europa doorgereisd.’ Wat zou Nkebendu nu doen als ze niet bij Zip Zap was gekomen? Zonder te aarzelen: ‘Rondhangen op de hoek van de straat. Niets doen, zoals al mijn schoolvrienden. Die kijken nu enorm tegen me op nu.’ De man bij wie Andiswa Nkebendu zich destijds meldde, staat iets verderop in de hal: Brent van Rensburg, gedrongen, zijn krullende donkere haar in een paardenstaart gebonden. Met zijn Franse vrouw Laurence Estève reed hij dertien jaar geleden voor het eerst met zijn bestelauto - de touwen en matten en kinderen er ook bij - naar een kunstfestival in Grahamstown voor het debuutoptreden. Dat optreden was de eerste vergulding van zijn droom om een circusschool voor kansarme Zuid-Afrikaanse kinderen op te zetten, om een omgeving te creëren waarin kleur geen rol speelt, maar vertrouwen, toewijding en teamwerk des te meer. Het circus - met zijn nadruk op spel en interactie - zou kinderen met zeer verschillende achtergronden probleemloos bijeen moeten kunnen brengen. Of je maatje nu arm of rijk is, blank of zwart: je laat hem niet vallen als hij door de lucht zweeft. ‘Kinderen zijn niet kleurgevoelig’, zegt Estève, ‘ze leven en spelen met elkaar. Als je hen in een veilige omgeving met elkaar leert omgaan, zullen ze elkaar snel vertrouwen.’ ‘Weg van de politiek en de bullshit’, vult Van Rensburg aan, refererend aan de gewelddadige tijden rond de eerste democratische verkiezingen van 1994. ‘We wilden kijken of we een verschil konden maken.’ In zijn droom zou een circus een Regenboognatie op microniveau vormen. Net als de meesten van zijn leerlingen komt Van Rensburg uit een gebroken gezin. Hij groeide op in de Kaapse wijk Observatory, waar hij als ‘poor white’ al op zijn tiende op de trampoline veerde. Zes jaar later was hij professioneel trapezewerker. Hij reisde door Europa, de Verenigde Staten en het Carraïbische gebied, waar hij Laurence Estève ontmoette tijdens een optreden in Club Med. Zij leerde het circusvak van hem. In 1991 reisden ze samen naar Zuid-Afrika, voor een vakantie, nadat Van Rensburg vanwege rugklachten niet meer kon optreden. Daar kreeg hij een nieuwe ambitie: een gratis circusopleiding voor al die jongeren die doelloos op straat rondhingen. Die school zou een uitvalsbasis voor jongeren moeten zijn, waar ze circusacts zouden leren - en in het voorbijgaan lessen over hoe je met anderen een samenleving creëert. Hij rekruteerde bij zijn oude middelbare school, een andere school in een zwarte township en een opvanghuis voor straatkinderen. Een jaar later vlogen de eerste kinderen - wit, zwart en gekleurd - door de lucht. Kinderen kunnen zich bij Zip Zap aansluiten. Ze mogen zelf weten hoe vaak ze er komen en hoe lang ze blijven: eens per week of iedere dag. Sommigen zijn er al vanaf het begin bij. De tientallen jongeren zijn verdeeld in drie groepen: de meest veelbelovende artiesten die een carrière in het circus najagen, anderen voor wie het circus een hobby is en kinderen met hiv die via de acts weer zelfvertrouwen krijgen. Het circus kan zichzelf bedruipen door optredens en internationale touernees (twintig in vijftien jaar). Zip Zap heeft een bewonderaar in Nelson Mandela, maar ook in het beroemde Canadese Cirque du Soleil, waarmee een samenwerkingsverband bestaat. Want kwaliteit is er genoeg. Even voordat Andiswa Nkebendu en Portia Kewane hun Amerikaanse contract afsloten, kregen Zip Zappers Jose Dorego en Kagiso Mutlane als de Joka Boys onlangs de Gouden Clown uitgereikt tijdens Cirque de Demain, het internationale circusfestival in Parijs. Veel kinderen uit gebroken gezinnen en sloppenwijken in Zuid-Afrika komen vroeg of laat in aanraking met drank, drugs en gangsters. En dus heeft Van Rensburg vaak te maken met probleemgevallen. Voor hen huldigt hij het principe �hard, maar rechtvaardig�. Drugs- en alcoholgebruik leveren een waarschuwing op; drie waarschuwingen betekent boeltje pakken. �Maar voor stelen bestaat geen waarschuwing. Dat is: onmiddellijk eruit�, zegt hij. De 29-jarige Andile Poni was zo�n probleemgeval. Hij behoorde tot de eerste lichting Zip Zap-artiesten uit 1992. �Ik ging bij het circus, omdat ik van uitdagingen hou. Ik wilde iets anders, en er waren niet veel circusartiesten van mijn kleur�, vertelt hij. Poni � slank, klein, kort haar � werd clown, acrobaat en jongleur. Na een paar jaar verliet hij Zip Zap en vond hij werk bij een brouwerij. Op een dag, bijna tien jaar geleden, probeerde iemand hem met een mes te beroven. Poni pakte het wapen af en takelde zijn belager zodanig toe, dat hij zes jaar achter slot en grendel verdween. In de cel kwam Poni tot bezinning. Hij dacht na over wat hij had geleerd tijdens zijn circusjaren: het steeds terugkerende mantra �respect, liefde, vertrouwen�. �We waren als een familie�, kijkt Poni terug. �We sliepen en aten in dezelfde kamer. Het maakte niet uit welke kleur je had. Brent en Laurence waren als een vader en moeder voor ons�, zegt hij. Die middag in or Tambo Hall is Andile Poni spreekstalmeester. Getooid in een felrood kostuum praat hij tussen de acts door over respect (Aretha Franklins R.E.S.P.E.C.T weerklinkt) en verbeelding (John Lennons Imagine), afwisselend in het Engels en Xhosa. In de zaal zitten duizenden kinderen en hun moeders en begeleiders, voornamelijk uit Khayelitsha. Op het podium staan niet alleen de �gewone� Zip Zap-kinderen, maar ook hun seropositieve maatjes uit de klinieken van Khayelitsha. Ze stuntelen nog een beetje, maar het plezier is er niet minder om. De boodschap van de voorstelling is duidelijk: aids is niets om je voor te schamen en het moet nooit een reden zijn om mensen uit te sluiten. Dat beaamt de 32-jarige Pamela Sidinana, die naast me zit. Elf jaar geleden werd ze positief getest na een verkrachting. Met haar twee zoontjes en een groepje seropositieve kinderen is ze naar het circus gekomen. Wijzend naar het podium, waar de kinderen nu verkleed als wilde beesten vol overgave een act uitvoeren, zegt ze: �Kijk, die kinderen gaan er op een geweldige manier mee om. Sommigen van hen zijn verkracht, maar zie eens wat een durf en zelfvertrouwen ze uitstralen.� Na afloop wil ik van Sidinana�s zoontjes weten wie hun favorieten waren. Ze kijken verlegen naar de vloer. Hun moeder port hen in hun zij. Zachtjes zeggen ze: �De meisjes die door de lucht vlogen.� Fred de Vries is freelance journalist en woont in Johannesburg.
|
|


