Email   Print

Bemoei je met je eigen zaken

Abdellah Aboulharjan lukt het om jonge, Franse immigranten van de straat te halen en hun eigen zaak te beginnen.

Peter Van Dijk | 105 april 2008 issue

Als jongeman verliet Brahim Branki zijn geboorteland Algerije om in Parijs stedenbouw te studeren en een bachelorgraad te halen. Na allerlei banen in Algerije en Frankrijk werd hij in 2005 werkloos. Zijn droom was om een lunch- en ophaalrestaurant te openen, als antwoord op la mauvaise bouffe, het slechte vreten dat hij overal in Frankrijk aantrof. Maar als hij bij een bankier werd ontvangen, kwam de kalende, gezette Branki van de zenuwen al niet meer uit zijn woorden. Zijn zelfvertrouwen was aangevreten door zijn status als werkloze.

Vandaag is Branki�s droom werkelijkheid. We zitten in het lichte, eenvoudig gemeubileerde restaurant Oc�ane in het centrum van een van Frankrijks probleemsteden, Mantes-la-Jolie, ten westen van Parijs. Zijn zaak bevindt zich in de Rue Porte aux Saints � en voor Branki is deze straat precies wat zij heet te zijn: een poort naar de hemel. �Het was een militant idee, een statement tegen slecht voedsel�, zegt Branki. Het restaurant, precies een jaar open, is een succes. De omzet is boven verwachting, Branki straalt ontspannen en zijn Duitse vrouw kijkt vanachter de kassa lachend toe. Gelukkige mensen.

Aan tafel in Oc�ane zit de man aan wie Branki zijn restaurant deels te danken heeft: Abdellah Aboulharjan, initiatiefnemer van Jeunes Entrepreneurs du Mantois. Dankzij een bevriende ondernemer is de Algerijn bij hem terechtgekomen. Met Aziz Senni, een andere allochtone ondernemer, heeft Aboulharjan deze vereniging in 2002 opgericht om jonge allochtone starters op weg te helpen. �U ziet het,� concludeert een trotse, maar bescheiden Aboulharjan in een bomvolle restaurant, �werken is goed voor het zelfvertrouwen. Het geeft respect. Een goede manier om je bestaan vorm te geven is het cre�ren van een eigen bedrijf.� �Nu word ik opeens met respect behandeld�, vult Branki aan. �Mensen in de buurt maken een praatje met me.�

In het najaar van 2005 kwamen de mensen in Mantes-la-Jolie op een heel andere manier in het nieuws. Verblind door frustratie over hun uitzichtloosheid reageerden allochtone jongeren hun woede over de dood van twee voor gendarmes vluchtende kameraden af op duizenden geparkeerde auto�s in de voorsteden van de grote steden. Zo�n 4,7 miljoen mensen wonen in de grauwe, betonnen voorsteden van Frankrijk. Van hen leeft 56 procent van de bijstand. E�n op de vier jongens en meisjes tussen de zeventien en 24 jaar heeft geen schooldiploma en ��n op de drie heeft geen baan. Een leven zonder uitzicht.

�Parijs staat in brand�, meldden journalisten. Krantenlezers en televisiekijkers in heel Europa volgden met schrik de verwoestingen in de steden en de veldslagen tegen de politie. Immers, in Frankrijk gebeurde iets wat evengoed morgen om de hoek zou kunnen gebeuren. �Het werk van geteisem�, zo was het commentaar van de toenmalige minister van binnenlandse zaken, Nicolas Sarkozy, zelf een tweedegeneratie-immigrant. Deze versimpeling van de problematiek wordt hem tegenwoordig als president nagedragen.

Het was niet de eerste uitbarsting van wanhoop en ook niet de laatste. Aan het einde van vorig jaar braken er nieuwe onlusten uit in Villiers-le-Bel, een halfuur rijden ten noorden van Parijs. Vrijwel dagelijks berichten Franse kranten nu over rellen in de omgeving van Parijs, of in de achterstandswijken van steden als Marseille, Dijon, Lyon en Toulouse. Elders in Europa � van de Amsterdamse Slotervaart tot de Turkse wijk Kreuzberg in Berlijn � vrezen mensen voor hetzelfde: opstootjes doordat opgeschoten hangjeugd winkeliers terroriseert of buurtbewoners treitert.

Via Jeunes Entrepreneurs probeert Abdellah Aboulharjan � die met zijn lichte ringbaardje en dunne bril een wat intellectuele uitstraling heeft � een meer productieve uitlaatklep te bieden voor de energie van deze jongeren, door ondernemerschap en economische ontwikkeling te stimuleren in de zevenhonderd officieel verklaarde probleemwijken of quartiers sensibles, zoals de Fransen ze noemen, gevoelige wijken. Zelfs de gemeente Den Haag heeft een bezoek aan hem gebracht om te leren van zijn werk.

Het leven in deze voorsteden is een leven dat Aboulharjan maar al te goed kent. In de jaren zestig vonden veel immigranten, ook Aboulharjans vader, werk in de autofabrieken van Peugeot, Citro�n en Renault. De Marokkanen, afkomstig uit de Berberse dorpen rond de havenstad Agadir, gingen wonen in de deprimerende flats van Val Four�, een wijk in Mantes-la-Jolie waar jeugdbendes hun vergaderplek hebben gevonden onder de platanen op de stoffige pleintjes. Daar vormden de immigranten een ge�soleerde groep. Later volgden hun vrouwen en kinderen in het kader van gezinshereniging. Zijn vader werkte al vijftien jaar in de Renault-fabriek, toen de negenjarige Abdellah naar Frankrijk verhuisde.

�Ik sprak geen woord Frans�, herinnert Aboulharjan zich zijn aankomst. Op school worstelde hij om mee te komen, maar zijn ouders bleven hem en zijn drie broers en twee zussen stimuleren te leren en Aboulharjan haalde zijn bac, het middelbareschooldiploma. Hij studeerde communicatiewetenschappen aan de Technische Universiteit in �vry, ten zuiden van Parijs, en maakte kennis met een andere manier van denken en werken. �Wij kenden de westerse wereld nauwelijks; we speelden en rotzooiden in ons eigen Marokkaanse wereldje.�

Berbers zijn ondernemers. De familie Aboulharjan vormt geen uitzondering. Zijn vader was weliswaar fabrieksarbeider, maar ��n oom had een kruidenierszaak, een ander een slagerij. Aboulharjan heeft bij beiden gewerkt en kijkt erop terug als de springplank naar zijn eigen ondernemerschap. Toen hij in 1997 telefoonwinkels voor allochtonen wilde opzetten � in een tijd dat France T�l�com werd geprivatiseerd � legden zijn ooms het startkapitaal van 50.000 francs (ongeveer 7500 euro) op tafel. Het werd een doorslaand succes. Twee jaar later kon Aboulharjan met eigen geld Medinashop.com beginnen, een webwinkel voor handgemaakte Marokkaanse producten. De telefonie liet hij aan zijn broers, die inmiddels ook een belbedrijf in Marokko en een reisbureau waren begonnen.

Zijn succes bleef niet onopgemerkt. In 2002 werd Abdellah Aboulharjan gekozen tot een van de eerste Talenten van de Voorsteden, een prijs die door het ministerie van Stadsontwikkeling en de Senaat werd uitgereikt om initiatiefrijke, jonge allochtonen moreel te steunen. Winnaars werden gebombardeerd tot Ambassadeur van het Succes. Hun taak werd om toekomstige winnaars te begeleiden. Aboulharjan heeft deze opdracht wel heel serieus genomen: in hetzelfde jaar zette hij met een andere winnaar � Aziz Senni, die een collectief taxibedrijf had opgericht � Jeunes Entrepreneurs du Mantois op. In vijf jaar tijd hebben ze 250 projecten voorgelegd gekregen. Vijftig ervan zijn gerealiseerd: winkels, kledingbedrijven, marktkramen, garages, diensten aan huis, restaurants, autoverhuur, noem maar op.

De aanpak van Jeunes Entrepreneurs is simpel. Een allochtone man of vrouw mag bij een van de kantoortjes � inmiddels te vinden in Mantes, Parijs, Gennevilliers en Trappes � binnenlopen met een goed idee, of zelfs zonder een idee. In beide gevallen wordt hem of haar het hemd van het lijf gevraagd om te achterhalen wat de kracht en behoeftes van de vrager zijn. Als het goede er is, wordt een businessplan gemaakt en een strategie uitgezet om dat te verwezenlijken.

De ondernemers in de dop � vaak jonger dan veertig � worden begeleid door mensen die vaak zelf een buitenlandse afkomst hebben en een bedrijf hebben. Zij kennen daardoor de problemen van starters en discriminatie. Bevriende juristen, notarissen en accountants uit het netwerk van Jeunes Entrepreneurs leveren hun diensten gratis. Ze hoeven daarvoor pas te betalen zodra de ondernemers winst beginnen te maken.

Geslaagde projecten betekent werkgelegenheid: niet alleen voor de initiatiefnemer, maar ook voor het personeel dat mogelijk nodig is. Sommige projecten hebben werk verschaft aan wel dertig mensen. Veel van die banen gaan naar jongeren die voorheen problemen veroorzaakten. Hij denkt niet dat er relschoppers zijn onder de jongeren die zijn organisatie op het ondernemerspad heeft geholpen. �Op zichzelf is dat niet onmogelijk�, zegt hij. �Als ik nog op straat had geleefd, had ik meegedaan. Het gaat om gewone jongens, beetje cynisch misschien, maar geen boefjes. Ik vind het belangrijk om jongens, zoals ik ook was, in de moeilijke wijken te helpen een zinvolle bezigheid te vinden, zichzelf te ontplooien, achting voor zichzelf te krijgen. Ondernemen haalt de beste kwaliteiten in iemand boven � vooral de wil om te slagen, je lot in eigen handen hebben, regisseur van je eigen leven zijn.�

Aboulharjan bezoekt de scholen in de wijken om deze boodschap te verkondigen. Onderzoeken hebben aangetoond dat vergeleken met het Franse gemiddelde tweemaal zoveel jonge mensen in de gevoelige wijken willen kiezen voor het ondernemerschap. Zoiets moet volgens hem worden gestimuleerd in een land waar � zo meldden opinieonderzoeken onder studenten tijdens de stakingen van 2006 � zeventig procent van de jongeren tussen de dertien en 25 jaar zegt het liefst ambtenaar te worden. Begin 2006 staakten studenten massaal tegen een wetsontwerp van de regering-De Villepin, dat beoogde het proefcontract van nieuwe werknemers onder de dertig jaar tot twee jaar te verlengen. Ontslaan werd makkelijker, evenals het aannemen van nieuw personeel. De nieuwe wet zou de werkgelegenheid van jonge immigranten bevorderen, redeneerde de politiek en het bedrijfsleven � maar de studenten oordeelden anders.

Burgemeesters vragen Aboulharjan om alsjeblieft een d�pendance in hun voorstad te beginnen, provinciale autoriteiten zijn bereid zich garant te stellen bij banken, miljonairs doen grote donaties. Aboulharjan werkte in 2007 met een budget van 370 duizend euro en dit jaar is dat 600 duizend euro. Tweederde komt van de priv�sector, de rest van de regionale overheid. Dit jaar staat de opening van de kantoren in Lyon, Bordeaux, Lille en Marseille gepland. Aboulharjan heeft berekend dat hij met veertig vestigingen de ongeveer 700 gevoelige wijken in alle grote steden kan bedienen. Om zich daaraan te wijden, heeft hij zich vorig jaar teruggetrokken uit Medinashop.com. Met Senni heeft hij een landelijke organisatie opgezet, Jeunes Entrepreneurs de France.

Intussen is hij ook directeur geworden van Business Angels des Cit�s (BAC), een fonds van risicokapitaal, opgezet door Aziz Senni en een paar grote Franse bedrijven. Het fonds kent zo�n zeventig investeerders, waaronder bekende namen als G�rard Worms (Banque de Rothschild), Eric Rothschild (Domaine Barons de Rothschild, wijngaarden), Claude B�b�ar (Axa, verzekeringen) en Gonzague de Bligni�res (Barclay�s Bank). Minimuminleg is 50 duizend euro. Alleen in beloftevolle ondernemingen wordt geld gestopt. De directies van deze ondernemingen kunnen ook een mentor krijgen.

BAC wil nu ook graag investeren in het succesvolle restaurant Oc�ane, maar eigenaar Branki wil niet. BAC wil aandelen, vertelt hij, en dat het geld aangewend zou moeten worden voor uitbreiding met een aantal filialen, eventueel met een winkel in gezond voedsel. De tevreden Franse Algerijn wil voorlopig niet. �Eerst even een of anderhalf jaar stabiliseren.�

Voor Branki is er nog voldoende tijd om meer vis te vangen in zijn Oc�ane � en voor Aboulharjan zijn er nog veel meer ondernemende mensen als Branki om te helpen.

Peter van Dijk is journalist en onder meer voormalig correspondent voor NRC Handelsblad in Parijs.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.