Email   Print
Share  

Uit het hart gegrepen

Ernest Madu gaf een lucratieve loopbaan als arts in Amerika op, om in Jamaica een kliniek voor cardiologie te beginnen

Jay Walljasper | 103 januari/februari 2008 issue

Cardioloog Ernest Madu zit in zijn werkkamer in Kingston, Jamaica. Aan de muren hangen ingelijste diploma’s en certificaten. Hij geeft me een pamflet met een foto van een vier maanden oud meisje dat geboren is met een misvormde klep in haar aorta. Het pamflet is een oproep om zestigduizend dollar bijeen te brengen om haar naar Miami in Florida te laten overvliegen voor een operatie. ‘Ik heb gehoord dat ze is overleden’, vertelt Madu, en er komt een sombere blik in zijn doorgaans stralende ogen. ‘Als dat meisje in Amerika was geboren in plaats van Jamaica, had ze later kunnen doen wat ze wilde in haar leven’, voegt hij eraan toe. ‘Naar school gaan, trouwen, kinderen krijgen, werken. Ze is gestorven omdat ze Jamaicaans was. Maar ieder leven heeft waarde. Iemand in Indonesië is net zo belangrijk als iemand in Duitsland. Helaas leven we in een wereld waarin het normaal wordt gevonden dat iemand in een arm land in een slechte gezondheid verkeert. We moeten ervoor zorgen dat gezondheid en overlevingskansen gelijk verdeeld zijn in de wereld.’

Voor Madu, die oorspronkelijk uit Nigeria komt, maar jarenlang als arts werkzaam is geweest in Amerika, is toegang tot medische zorg in ontwikkelingslanden niet zomaar een abstracte kwestie van lot of logica. Het is een kwestie van leven of dood, waar hij elke dag mee te maken heeft in zijn werk als directeur van het Hartinstituut van het Caribisch gebied (HIC, Heart Institute of the Caribbean). Vier jaar geleden heeft hij samen met zijn vrouw, de interniste Dainia Baugh, het HIC opgericht om te bewijzen dat in een arm land als Jamaica goede gezondheidszorg mogelijk is. Ze hopen dat hun ziekenhuis een voorbeeld wordt voor vergelijkbare instellingen op het hele zuidelijke halfrond.

Dat is een ongelooflijk ambitieuze doelstelling. Maar wanneer je Madu, een sterk gebouwde man met een nog sterkere uitstraling, een hand geeft, voel je dat hij het charisma, de vastbeslotenheid en de persoonlijke ervaring heeft om dit mogelijk te maken.

 
 

In ontwikkelingslanden gaan mensen nodeloos dood, legt Madu uit, omdat in hun land de elementaire medische diensten ontbreken die voor patiënten in zelfs de armste en meest afgelegen gebieden van Noord-Amerika en Europa vanzelfsprekend zijn. Voordat het HIC werd geopend, kon je in Jamaica nergens simpele cardiologische zorg als stresstests, elektrocardiogrammen (ECG’s) of een dotterbehandeling krijgen.

Het is de mensen ingeprent dat goede medische zorg gewoon niet mogelijk is in een land als Jamaica’, zegt Madu. ‘Iedereen vindt het vanzelfsprekend dat zieken naar het buitenland moeten voor een goede behandeling, tenminste als ze die kunnen betalen en lang genoeg blijven leven om de reis te maken. Die mentaliteit moet veranderen als we de gezondheid willen verbeteren. Zonder behoorlijke behandeling sterft één op de twee mensen binnen vierentwintig uur na een hartaanval. Zelfs als je rijk genoeg bent en een eigen vliegtuig hebt, kan het al te laat zijn.’

Patrick Walsh, een 47 jaar oude inwoner van Kingston, verklaart dat hij zonder het HIC nu niet meer zou hebben geleefd. ‘Ik heb twee keer een plotselinge hartstilstand overleefd dankzij de defibrillator die ze bij me hebben geïmplanteerd. Die heeft met een schok mijn leven gered.’ Walsh was voor zijn klachten – gezwollen benen en kortademigheid – door zijn arts naar het HIC doorverwezen. De diagnose luidde congestief hartfalen en er werd operatief een defibrillator ingeplant, een apparaatje met een pacemaker dat bij hartritmestoornissen een elektrische schok geeft, waardoor de pacemaker zijn werk kan doen. Zulke operaties konden op Jamaica niet worden uitgevoerd voordat het HIC zijn deuren opende.

‘Dr. Madu heeft me geholpen door 9000 dollar van mijn rekening af te trekken’, vertelt Walsh verder. ‘Daar ben ik hem heel dankbaar voor.’

Het ziekenhuis huldigt het principe dat niemand die hulp nodig heeft wordt weggestuurd, en er worden veel arme patiënten behandeld. ‘We brengen alleen in rekening wat ze kunnen betalen’, vertelt Madu. ‘Jamaicanen zijn trots, en de hele familie stuurt geld – ook de broer die taxichauffeur is in Los Angeles.’ Madu vermeldt dat het HIC jaarlijks voor meer dan een miljoen dollar aan gratis of bijna gratis zorg levert. Het HIC beschikt nog niet over de capaciteit voor hartoperaties bij kinderen, zoals de vervanging van de lekkende hartklep van het kleine meisje, maar Madu schat dat de operatie met de juiste apparatuur en medische expertise op Jamaica zou kunnen worden uitgevoerd voor minder dan tienduizend dollar, wat de overlevingskansen van zulke patiënten aanzienlijk vergroot.

Een andere reden waarom mensen in ontwikkelingslanden nodeloos sterven is dat medische autoriteiten geen oog hebben voor de opkomende golf van zogeheten moderne ziekten in deze samenlevingen, zoals hart- en vaatziekten en diabetes. Men denkt dat ondervoeding en infectieziekten als malaria en aids de echte bedreiging vormen.

‘Hoge bloeddruk vormt een groeiend probleem in Afrika’, meldt Seyi Oyesola, een Londense anesthesist die regelmatig naar zijn vaderland Nigeria teruggaat met een vrijwilligersteam van openhartchirurgen. ‘Als je tegen artsen zegt dat hoge bloeddruk geen probleem vormt en dat ze zich op malaria moeten concentreren, wordt hoge bloeddruk niet ontdekt.’

Zesenvijftig procent van de sterfte in ziekenhuizen op Jamaica wordt volgens Madu veroorzaakt door hart- en vaatziekten. En uit eigen onderzoek weet Madu dat ze steeds meer voorkomen in alle ontwikkelingslanden. ‘Uit alle gegevens blijkt dat hart- en vaatziekten binnen acht jaar doodsoorzaak nummer één zijn in de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. Het was een ernstige fout van Afrika om niet snel genoeg op aids te reageren, en ik ben bang dat bij hart- en vaatziekten weer hetzelfde gebeurt.’

In een rapport over de toename van hart- en vaatziekten in Afrika van Madu en zijn collega’s van de Vanderbilt University, dat in 2003 verscheen in het tijdschrift Ethnicity & Disease, concludeerde hij: ‘Net nu Afrika wordt getroffen door een epidemie van besmettelijke en overdraagbare ziekten, dreigt helaas een nieuwe pandemie, die wordt bevorderd door de verwestersing van inheemse beschavingen, een steeds meer zittend bestaan, vet Westers eten, roken en door verstedelijking veroorzaakte psychosociale stress.’ Hij noemt het ‘de dubbele ziektelast in arme landen’, waar de medische gevolgen van onderontwikkeling en overontwikkeling naast elkaar bestaan.

Om een oplossing te zoeken voor deze dreigende crisis, hebben de zevenenveertigjarige Madu en de achtendertigjarige Baugh hun bevredigende, aangename leventje als docent aan het Medisch Centrum van de Vanderbilt University in Nashville, Tennessee, opgegeven om in Baughs vaderland Jamaica ondernemer in de gezondheidszorg te worden.

Op Jamaica stond men uiterst sceptisch tegenover de mogelijkheid van eersteklas cardiologische zorg in eigen land, maar binnen drie jaar heeft het HIC een vaste kring gekregen van Jamaicanen uit de middenklasse die geen zin hebben om naar Miami te gaan voor medische diensten, en van arme Jamaicanen die zich dat niet kunnen veroorloven. Het HIC kan behandelingen voor hart- en vaatziekten aan 12 tot 15 duizend patiënten per jaar aanbieden tegen een fractie van de prijs daarvan in Amerika, dankzij lagere kosten en donaties van medische bedrijven als Medtronic.

Kenneth Baugh, chirurg en tevens vice-premier van Jamaica (en een verre neef van Dainia Baugh), vertelt: ‘We hebben te maken met de gewone aandoeningen van vroeger, maar tegelijk zijn er meer chronische ziekten, doordat mensen langer leven. Daarom ben ik blij met dit soort gespecialiseerde gezondheidsklinieken in Jamaica, die bewijzen dat we in ontwikkelingslanden kwaliteitscentra kunnen opbouwen.’

Er worden nu patiënten ontvangen in nieuwe vestigingen van het HIC in Mandeville op Jamaica en op de Kaaiman Eilanden, terwijl in 2008 nog een instituut wordt geopend in Montego Bay op Jamaica. Een jaar later komt de verwezenlijking van Madu’s droom van eersteklas-ziekenhuizen in de ontwikkelingslanden weer een stapje dichterbij, want dan staat de opening van zijn Hartinstituut van West-Afrika in Port Harcourt, Nigeria, op de agenda. Dat ziekenhuis zal meer bieden dan alleen cardiologische zorg: er komen faciliteiten voor nierdialyse, een diabeteskliniek, een voedingsconsultatiebureau en een kraamkliniek, iets waar dringend behoefte aan is, want het sterftecijfer van kraamvrouwen behoort tot de hoogste ter wereld. Madu droomt van de dag dat ziekenhuizen in minder rijke landen de meest geavanceerde zorg kunnen bieden voor ziekten in opkomst, zoals kanker en astma.

Betalende klanten, inclusief ‘medische toeristen’ uit Europa en Noord-Amerika die goede medische zorg voor een betaalbare prijs zoeken, moeten de financiële ruggengraat van de instituten vormen en het mogelijk maken om arme patiënten voor niets of weinig geld te behandelen. ‘Door de globalisering van de gezondheidszorg zullen de medische kosten uiteindelijk dalen’, voorspelt Madu.

Op Jamaica hebben we iets geleerd dat we ook in Afrika willen toepassen’, vertelt hij. ‘Als je de kwaliteit in een land verbetert, gaat op den duur iedereen vooruit. We hebben nu al veel technici uit andere ziekenhuizen in opleiding. Als je laat zien wat er allemaal mogelijk is, stel je andere mensen in de gezondheidszorg in staat om dat wat ze doen te verbeteren. Dat is onderdeel van het plan.’

Madu bekijkt ook aanbiedingen om hartklinieken op te zetten in Tanzania en de Democratische Republiek Congo. Hij legt openhartig uit dat hij arts is geworden om de wereld te redden. Zijn leven is bepaald door zijn jeugd in Biafra, een Nigeriaanse provincie die in 1967 de zelfstandigheid uitriep, die niet lang duurde maar wel drie jaar van burgeroorlog tot gevolg had, met zeker een miljoen doden.

‘De meeste herinneringen die ik heb, beginnen met die oorlog’, legt hij uit. ‘Op school hadden we bunkers, waar we tijdens de bombardementen in moesten schuilen. Er zijn leerlingen omgekomen. Ik vroeg me toen al af hoe volwassenen met verantwoordelijkheidsgevoel bommen konden gooien op kinderen. Het geweld en de ellende die ik daar heb gezien, vormen mijn drijfveer. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik moest proberen zoveel mogelijk te doen voor de wereld.’

Hij ging medicijnen studeren en specialiseerde zich in chirurgie aan de Universiteit van Nigeria en werd in New York arts-assistent. In die tijd werkte hij als vrijwilliger in een ziekenhuis in de door armoede en criminaliteit geteisterde buurt Harlem. ‘Wat ik daar zag patiënten die geen zorg konden krijgen, zonder verzekering, die pas naar een dokter gingen in de laatste stadia van hun ziekte – dat was schokkend, in zo’n rijk land. Ik vind het nog steeds onbegrijpelijk.’

Madu specialiseerde zich in echocardiografie en nucleaire geneeskunde, waarin de gezondheidstoestand van het hart met de meest geavanceerde technieken wordt onderzocht. Hij werkte meer dan vijftien jaar in ziekenhuizen en gaf les aan de medische faculteiten van universiteiten. Maar hij bleef altijd sterk geïnteresseerd in internationale gezondheidszorg en ging ieder jaar weer op medische missies naar Nigeria, om cardiologische behandelingen te verzorgen die in dat land niet beschikbaar waren.

Madu leidt me stralend rond door zijn ziekenhuis, een gerenoveerd kantoorgebouw in een buitenwijk van Kingston, en wijst me apparatuur voor behandelingen die in ontwikkelingslanden zelden worden uitgevoerd: echocardiografie, elektrocardiografie, hartscans, elektrofysiologie, radiofrequente katheterablatie, halsslagader-echoscopie, stresstests, perifere vasculaire interventies en percutane transluminale angioplastiek (dotteren). Op zijn staf van eenentwintig medische specialisten met een volledige dienstverband, die veelal hun opleiding in Noord-Amerika hebben gehad, is hij al even trots. Toen het ziekenhuis in 2005 werd geopend, ging het aantal cardiologen op het eiland met een sprong van 75 procent omhoog.

Ondanks die moderne technologie en een geneeskundig teleplatform waardoor de staf van het HIC medische experts in het buitenland elektronisch kan raadplegen heerst er een prettig ontspannen sfeer in het HIC. In de wachtkamer staan zachte banken en een tv, zodat de patiënten en hun familie het Nigeriaanse elftal kunnen aanmoedigen bij een voetbalwedstrijd tegen Duitsland.

Na slechts een vluchtig klopje op de deur loopt Madu ongegeneerd de kamer van een arts in om me een nieuw apparaat te tonen (‘Deze techniek bestond nog niet in het Caribisch gebied. Moet je zien!’) of me voor te stellen aan een collega (‘Dit is dr. Aldo Furlani uit Argentinië. Hij is elektrofysioloog en is opgeleid op het hartinstituut van Montreal.’)

Het HIC is meer dan een ziekenhuis, het is ook een instituut voor opleiding en onderzoek, waar medische studies worden verricht over gezondheidsfactoren in ontwikkelingslanden, artsen van niet-particuliere ziekenhuizen worden opgeleid en publiekscampagnes over een gezonde leefwijze worden gesponsord. Het HIC wordt bestuurd als een particuliere onderneming, zodat de staf geen last heeft van bemoeizuchtige ambtenaren of aandeelhouders, maar de onderzoeks- en opleidingsprogramma’s worden ondersteund door een stichting die ook geld inzamelt om de belofte waar te maken dat er nooit zieken zullen worden weggestuurd.

‘Dit is geen zakelijke onderneming, maar een sociale beweging’, stelt Edwin Tulloch-Reid, directeur klinische diensten, een teruggekeerde Jamaicaan die als cardioloog werkzaam is geweest in Amerika en Canada. ‘We maken winst, maar dat is niet onze doelstelling. We moeten economisch zelfstandig zijn om te bewijzen dat dit ook elders in de wereld kan worden gerealiseerd.’

Madu en zijn staf vrezen dat de Jamaicanen en andere volken in de ontwikkelingslanden door verwestersing de weinige gezondheidsvoordelen zullen verliezen die ze hebben ten opzichte van rijkere landen: een leven met minder geraffineerde voedingsproducten, minder stress, meer lichaamsbeweging en een sterkere gemeenschapszin – allemaal zaken die bewezen het welzijn bevorderen. ‘Overgewicht begint een probleem te worden in Jamaica en neemt toe in Afrika’, vertelt Madu. ‘En er wordt meer gerookt, doordat tabaksfabrikanten hun reclamecampagnes daar opvoeren.’

In de ontwikkelingslanden, waar een bureaubaan een geschenk uit de hemel lijkt na generaties van slopend werk, waar roken nog iets bewonderenswaardigs is en waar een boordevol bord een overwinning op de ondervoeding symboliseert, zijn de inwoners niet vanzelf geneigd zich druk te maken over lichaamsbeweging, roken en te veel eten. Maar nu deze samenlevingen zich langzaam naar het voorbeeld van het Westen ontwikkelen, begint een ongezonde leefwijze een groeiend probleem te vormen. Het eerste wat ik zag toen ik van het vliegveld naar Kingston reed, was een enorm spandoek van Kentucky Fried Chicken boven de snelweg. Toen ik later van mijn hotel naar het ziekenhuis liep en een goed geklede jonge vrouw op straat de weg vroeg, was ze verbaasd dat ik dat eind wilde lopen. Het bleek maar drie straten ver te zijn, maar het was een nare weg met hard rijdend verkeer en uitlaatgassen, zodat ik wenste dat ik een taxi had genomen.

Madu en zijn collega’s zetten zich in om deze dreigende gezondheidsrisico’s te voorkomen en behandelen niet alleen de hart- en vaataandoeningen die er het gevolg van zijn. Er is een onderzoek bij het HIC gaande naar het effect van een dagelijkse wandeling op de preventie van hartziekten. ‘We willen een nieuwe wandelcultuur kweken in de ontwikkelingslanden,’ vertelt Madu, ‘zodat mensen beseffen dat lopen net zo belangrijk voor een goed, modern leven is als auto’s en restaurants. Niet iedereen heeft de tijd of het geld om naar een fitnessclub te gaan, maar iedereen kan lopen. Ik zorg ervoor dat mensen mij ’s avonds om half zeven in het park zien wandelen en denken: kijk nou, dat is een dokter, uit Amerika, en hij wandelt. Ik moet ook wandelen.’

Het HIC is een ambitieuze opvoedingscampagne in Jamaica begonnen om een gezond leven te propageren, met een wekelijks radioprogramma van een kwartier waarin adviezen worden gegeven om hartkwalen te voorkomen, een contract met restaurants en schoolkantines om gezondere maaltijden te serveren en een jaarlijkse Hart-loopwedstrijd van drie kilometer, die honderden deelnemers trekt en uitgebreid door de media wordt verslagen. Ze hebben de reggae-ster Rita Marley, de weduwe van Bob Marley, aangetrokken om de boodschap te helpen verspreiden.

Madu is weliswaar geen geboren Jamaicaan, maar hij is een fan van reggaemuziek, en hij organiseert een campagne om de Reggae Hall of Fame in Kingston te bouwen. ‘Jamaica, dit kleine eilandje, is de bakermat van een muziekstijl die in de hele wereld populair is. Dat moet gevierd worden, zodat de mensen hier beseffen waartoe ze in staat zijn. Je hebt succes omdat je erin gelooft. Dat is het belangrijkste wat Jamaica en de ontwikkelingslanden nodig hebben. Mensen moeten het idee hebben dat ze iets kunnen. Daar heeft Bob Marley voor gezorgd. Hij begon iets wat tegen alle trends inging, omdat hij geloofde in zijn idealen…’

Zijn collega Edwin Tulloch-Reid, die net is binnengewandeld, valt hem in de rede en vraagt met een plagerig lachje: ‘Hé, heb je het nou over Bob Marley of over jezelf?’

Meer weten: caribbeanheart.com



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders:

   
Abonnement
Geef Ode cadeau
Nieuwsbrief