Email   Print
Share  

Velden vol dromen

Hoe de opkomst van de eco-mode het leven verandert voor de katoenboeren van midden-India.

Saritha Rai | 102 december 2007 issue

Via smalle dorpsstraatjes vol koeienmest en hooi, voorbij een groep mannen die zwijgend onder een schaduwrijke bodhiboom tabak zitten te pruimen en ossen die loom in de tropische zon liggen, kom je bij weelderige katoenvelden bespikkeld met goudgele bloesems en afgezet met hoge sorghumhalmen. De velden zijn het eigendom van Jogeshwar Sahare, een eenenveertig jaar oude boer uit het dorp Madni in de provincie Vidarbha van de staat Maharashtra, de vermaarde katoenstreek van midden-India. Sahare past al vijf jaar de oermethodes van katoenteelt toe: hij gebruikt geen dure kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen, maar werkt volgens de teeltprincipes die door zijn voorouders op dit land zijn geperfectioneerd.

Naast Sahare zijn er nog zo’n vijftig biologische telers in het dorp, dat in totaal vier keer zoveel katoenboeren telt. Sinds vorig jaar leveren zijn katoenvelden biologische katoen van A-kwaliteit op, een certificaat dat boeren alleen krijgen als er drie jaren achtereen geen chemische middelen aan de verbouw te pas zijn gekomen. Verscheidene andere boeren uit zijn dorp zijn ‘aan het overschakelen’, dat wil zeggen dat ze geleidelijk chemische middelen afzweren en overgaan op milieuvriendelijke verbouwmethoden.

Aan de andere kant van de wereld, in de boetieks en warenhuizen van Europa en Amerika, kopen consumenten grif kleding en beddengoed gemaakt van de katoen uit dit gebied. Het zachte, witte weefsel waar de producten van zijn gemaakt, is net zo puur als het eruitziet en is vrij van giftige reststoffen. Nike, Patagonia en Wal-Mart behoren tot de top-5 van de wereld van marktkopers van biologische katoen, terwijl ook kleinere bedrijven – zoals de producent van beddengoed en accessoires Under the Canopy, de keten voor babykleding Sage Creek Naturals, en de merchandising-afdelingen van Greenpeace, Amnesty International en Oxfam – overgaan op biologische katoen.

Dat verklaart de spectaculaire groei van vijfendertig procent in de wereldwijde verkoop van producten van biologische katoen: van 245 miljoen dollar in 2001 naar 583 miljoen dollar in 2005 en een geschatte 2,6 miljard dollar in 2008, volgens Organic Exchange, een bedrijf zonder winstoogmerk in Californië. Dat is nog maar een fractie van de totale verkoop van katoenen producten, maar alles wijst erop dat de markt voor biologische kleding dezelfde curve volgt als die voor biologische voedingsmiddelen: steil omhoog. Dankzij Sahare en duizenden boeren als hij in de dorpen van midden-India, is hun land nu op Turkije na de grootste producent van biologische katoen ter wereld. De biologische hausse biedt hun de kans zich te ontworstelen aan de cyclus van armoede en schulden die hen jarenlang in zijn greep hield.

Voor conventioneel verbouwde katoen wordt vijfentwintig procent van alle insecticiden en meer dan tien procent van alle pesticiden ter wereld gebruikt, volgens het Noord-Amerikaanse Pesticide Action Network. De boeren van de streek bespuiten hun velden drie tot vier keer per seizoen, vertelt Sriram Kalaspurkar, een plaatselijke landbouwkundige die zich nu inzet voor duurzame landbouw.

Voordat Sahare en zijn collega’s in de dorpen van Maharashtra en het naburige Andhra Pradesh het biologische alternatief kozen, zaten ze gevangen in een meedogenloze jaarlijkse cyclus. Kunstmest en pesticiden nemen bijna veertig procent van de productiekosten van katoen voor hun rekening, aldus Kalaspurkar. Door het overvloedige gebruik van chemische middelen zijn ziektekiemen resistent geworden, waardoor de boeren zich genoodzaakt zien nog meer pesticiden te kopen en zich nog dieper in de schulden te steken. Ook bestaat het vermoeden dat reststoffen van pesticiden in de grond via melk in de voedselketen van de mens terechtkomen en geboorteafwijkingen, leerproblemen en andere aandoeningen veroorzaken.

Sahare heeft op dit moment een schuld van 440 euro. Voor de aanschaf van zaaigoed, kunstmest en bestrijdingsmiddelen sluiten de boeren leningen af bij de plaatselijke banken, tegen een rente van soms zelfs veertien procent. Particuliere geldschieters – in sommige gevallen de leveranciers van kunstmest en pesticiden – eisen een rente van drie procent per maand of meer. De boeren kunnen de eindjes amper aan elkaar knopen op basis van de schamele inkomsten uit de katoenbouw en ze maken net genoeg winst om het uit te zingen tot het volgende seizoen en de volgende leningenronde. Onverwachte kosten kunnen een enorme schuldenlast meebrengen.

Veel boeren kunnen de schuldencyclus amper volhouden. ‘Ze kunnen leningen niet afbetalen omdat ze een bruiloft in de familie, reparaties aan hun huis of zelfs een drank- en gokverslaving moeten bekostigen’, stelt de vijfenzestig jaar oude Nagorao Pawade uit Naigaon, een dorp op zo’n vijf kilometer van de velden van Sahare. ‘Eerst verkopen de boeren de sieraden van hun vrouw en dan hun vee’, vertelt Kishore Tiwari, president van de Vidarbha Jan Andolan Samiti, een groep plaatselijke boeren die zich hebben georganiseerd om aandacht te vragen voor hun situatie. ‘Daarmee worden ze zo kwetsbaar, dat ze van ellende hun huis en hun land verkopen.’

De schuldenspiraal is genadeloos en zelfmoord is aan de orde van de dag. Afgelopen augustus alleen al hebben honderdtien boeren in het gebied zelfmoord gepleegd, volgens Vidarbha Jan Andolan Samiti. Ze waren niet in staat hun schulden af te lossen en zich uit de armoede te werken. De favoriete zelfmoordmethode: het drinken van pesticide. Leden van Vidarbha Jan Andolan Samiti noemen de streek ‘de dodenakkers’.

Sahares buurman, de katoenboer Mukind Shedke, dronk zijn pesticiden half augustus op en werd daarmee het eerste zelfmoordgeval van zijn dorp. Shedke, die ruim één hectare katoen verbouwde, had 1060 euro van de bank en de plaatselijke geldschieter geleend. Zijn zoon van 21 en dochter van achttien zouden allebei dit jaar trouwen. Volgens de dorpelingen waren de sombere vooruitzichten Shedke te machtig. Hij zat al diep in de schulden en moest nog eens een enorm bedrag - zijn hele inkomen van de komende jaren - uitgeven voor een fatsoenlijke, traditionele Indiase bruiloft.

De groeiende vraag naar biologische katoen in het Westen biedt Indiase boeren een uitweg uit deze destructieve spiraal, meent Arun Chandra Ambatipudi, hoofd van de Chetna Organic Farmers Association (de organisatie van biologische boeren), die 7500 leden telt. Ambatipudi, een specialist in duurzame landbouw die enige tijd werkzaam was bij de FAO (de Voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties), heeft samen met Solidaridad, een Nederlandse NGO, Chetna opgezet. Deze organisatie verzorgt opleidingen voor boeren in Maharashtra en Andhra Pradesh en helpt hen toegang te krijgen tot markten, betere prijzen te bedingen en afspraken te maken met winkelbedrijven.

De overgang naar biologische landbouw verloopt echter moeizaam, en is op korte termijn niet altijd winstgevender. Sahare, een vriendelijke man met peper-en-zoutkleurig haar en gekleed in de witte, wijde kurta en dhoti, spaart de kosten voor kunstmest en pesticiden uit de winkel uit. Hij maakt zijn eigen biologische mest, wormencompost en plantaardige pesticide. De kuilen voor de compost- en wormencultuur aan de ene kant van zijn akkers moeten regelmatig worden verzorgd en de akkers moeten constant worden gewied. Het is zwaar werk.

In een hoekje van zijn land ligt een kleine betonnen tank met een stinkende vloeistof. Dit mengsel van tien plaatselijk voorkomende kruiden moet dagenlang blijven rotten voor hij het kan verdunnen om de gewassen ermee te besproeien.

Sinds Sahare vier jaar geleden begon met de biologische katoenteelt, heeft hij weinig verdiend. Hij vertelt dat hij geen nieuwe televisie kon kopen hoewel zijn familie er voortdurend om zeurt. Hij laat zijn vrouw zo min mogelijk boodschappen doen. Het meeste geld gaat naar andere dorpelingen die hij op zijn akkers laat werken.

Anderzijds worden Sahare’s werknemers niet meer ziek en klagen ze niet meer over buikpijn of pijn aan hun ogen sinds hij geen sterke pesticiden meer gebruikt: medische noodsituaties behoren tot het verleden. Vroeger moest hij een arbeider eens in ijltempo naar het ziekenhuis brengen, toen de zak met pesticidevloeistof die hij op zijn rug droeg om mee te sproeien had gelekt, waardoor zijn rug was verbrand.

De vierentwintigjarige Nilesh Dambare woont in Vini, een dorp op een kilometer of tien van Sahares velden. De overleden vader van Dambare, die drie hectare katoenvelden bezat, had een zware schuldenlast en kon de opleiding van zijn twee zoons en dochter ternauwernood betalen. Dambare slaagde een paar jaar geleden voor zijn landbouwdiploma. Maar wat hij over kunstmest en de bestrijding van plantenziekten had geleerd, werkte op zijn eigen land blijkbaar niet. ‘De ziektekiemen werden resistenter en door de hoge kosten liepen de leningen uit de hand’, vertelt Dambare, een kleine man met keurig achterover gekamd gitzwart haar. De schulden van Dambare bedroegen 440 euro, toen hij vorig jaar het gebruik van kunstmest en pesticiden afzwoer. Op Dambare’s velden wordt niets weggegooid. Onkruid wordt met koeienmest omgezet in compost. De urine van vee wordt over de katoenzaden gegoten om ziekten af te weren. In een jaar tijd heeft hij al eenderde van zijn lening afgelost. ‘Het was een juiste beslissing’, zegt hij. De grond van zijn velden is zacht, de bodem ruikt fris en de katoenplanten staan er welig bij, al zijn ze niet zo hoog als de planten op naburige akkers.

Begint Vidarbha dus een milieuvriendelijk landbouwparadijs te worden? Weinig kans. Tegenover iedere milieuvriendelijke katoenboer staan nog steeds verscheidene anderen die de droom van genetisch gemodificeerde katoen najagen. De opbrengst is bijna drie keer zo hoog als bij biologische verbouw. En de marktprijs van de twee soorten katoen is gelijk. Boeren krijgen van westerse fabrikanten weliswaar een bonus voor biologische katoen, maar de winst blijft gelijk, doordat de oogst lager is. Alleen als de oogst groter wordt en de kosten dalen doordat de boeren beter leren te werken met de nieuwe methoden, wordt biologische landbouw financieel aantrekkelijk.

Waarom kiezen boeren als Sahare dan voor biologische katoen? ‘De hogere prijs voor biologische katoen en de premie voor fairtradecertificering’, meent Christine Nielson, de oprichtster van Coyuchi, een merk voor bed-en-bad-producten dat uitsluitend producten van katoen van de boeren van Chetna voert.

Het is geen sinecure de boeren over te halen tot de biologische verbouw. De vijfenveertig jaar oude Gajanand Jatkar uit Madni bezit twee hectare aan katoenvelden. ‘Ik heb weinig land,’ zegt hij, ‘en daarom aarzel ik om over te schakelen op biologische teelt.’ Hij heeft een dochter van twintig, die volgens de normen van het Indiase platteland moet worden uitgehuwelijkt. Jatkar wil dat later dit jaar of volgend jaar doen en durft voorlopig geen financiële risico’s aan.

Ambatipudi van Chetna noemt het een ‘heel lastig’ proces om boeren aan te sporen de conventionele methoden op te geven. De meeste boeren zijn niet opgewassen tegen de reclame waarmee ze worden gebombardeerd door de verkopers van genetisch gemodificeerd zaaigoed en de pesticidefabrikanten. Het valt ook niet mee de boeren te helpen de periode te overbruggen waarin de oogst vermindert. Ze begrijpen niet dat de kosten voor de productie en gezondheidszorg lager zijn. ‘De logica van de kosten-batenanalyse ontgaat hun’, legt Ambatipudi uit. Sahare en Dambare kunnen zich moeilijk voorstellen dat hun katoen in de slaapkamers en badkamers van mensen aan de andere kant van de aardbol ligt.’

Maar in Vidarbha groeit het optimisme onder degenen die zijn teruggekeerd naar de natuurvriendelijke verbouw. Als de consumenten meer gaan betalen voor biologische katoen, en biologische producten een hausse worden, zullen de boeren ook bonussen gaan krijgen voor andere biologische producten, zoals de linzen en sojabonen die naast de katoen groeien.
‘Als de prijs voor biologische katoen stijgt, kijken de dorpsgeldschieters op hun neus’, zegt Sahare met onverbloemd leedvermaak.
Saritha Rai is freelance journaliste in Bangalore, India

Hier komt de meeste biokatoen van India vandaan

Vidarbha (Maharashtra)
Dhule (Maharashtra)
Kalahandi (Orissa)
Khargaon (Madhya Pradesh)
Adilabad (Andhra Pradesh)
Madurai (Tamil Nadu)

· Vorig jaar produceerde India 8000 ton biologische katoen.
· De verwachte oogst voor dit jaar bedraagt 12.000 ton.
· Ongeveer 25 procent van de chemische pesticiden en tien procent van de herbiciden op de wereld wordt gebruikt in conventionele katoenteelt.

Hoe biologische katoen op den duur een succes kan worden
Het noord-Californische merk Coyuchi, met een assortiment aan biologisch beddengoed, handdoeken, badjassen, pyjama’s, dekens en babybeddengoed, verkoopt sinds 2001 uitsluitend producten van Indiase biologische katoen. Ode sprak met oprichtster Christine Nielson.

Hoe kan de verbouw van biologische katoen duurzaam worden voor de boeren?
Christine Nielson: ‘Alleen met de extra voordelen en steun van fairtradecertificering heeft de biologische katoenteelt op den duur kans van slagen. De hogere prijs voor biologische katoen samen met de bonus voor het fairtradecertificaat garandeert een hogere winst. Biologische boeren krijgen een bonus van twintig procent voor hun producten, boven op de prijs van conventionele katoen. Ze krijgen ook nog een fairtradebonus van vijftien procent. De helft van die bonus gaat naar boerenorganisaties en wordt gebruikt voor projecten ten bate van alle biologische boeren, zoals de bouw van scholen en drinkwatervoorzieningen. Vroeger benadrukten we alleen maar de biologische kant van onze producten, maar nu hameren we ook op het aspect van de eerlijke handel.’

De Indiase katoenvelden zijn zo ver weg van het westerse warenhuis, dat het lastig lijkt om uit te leggen waarom we biologische fairtradekleding zouden moeten kopen.
‘Daarom werken we aan een merk met nummering, zodat elk stuk kan worden getraceerd. Wanneer een klant een nummer op de website opgeeft, krijgt hij beelden te zien van de boeren en het dorp waar de katoen is verbouwd en kan hij elk van die boeren afzonderlijk steunen.’

Waarom betrekt u al uw producten in India?
‘De relatie met onze leverancier, Rajlakshmi Cotton Mills in Kolkata (voormalig Calcutta), is meer dan zuiver zakelijk. We koesteren dezelfde principes ten aanzien van milieu en sociale rechtvaardigheid.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.

   
Subscribe - Get a Free Issue!
Give A Gift
Renew