Email   Print
Share  

Ontsla uw goeroes

Zolang we onze coaches en therapeuten achterna blijven lopen, vinden we nooit de verlichting of het geluk waarnaar we zoeken. Een advies: word uw eigen goeroe.

| 101 november 2007 issue

Goeroes en spirituele leraren: ik was er dol op. Ik verslond hun boeken, bezocht hun seminars en zat aan hun voeten. Jarenlang heb ik genoten van de erudiete humor van Osho, de liefdevolle omarming van moeder Amma, de strenge blik van Dadi Janki, het fileermes van Eckhart Tolle, de waarheidsexperimenten van Mahatma Gandhi. Ik luisterde naar lezingen van Neale Donald Walsch, Deepak Chopra en Andrew Cohen en liet me inspireren door Sri Yukteswar, Paramahansa Yogananda, Swami Vivekananda en Jiddu Krishnamurti.

Om van goeroes te leren, reisde ik jaren achtereen naar India, zonder twijfel het land met de grootste goeroedichtheid. Iedere leraar die ik tegenkwam, beloofde een vorm van verlichting of bevrijding. De één deed dat door kennis te delen, de ander door meditatie, yoga of mantragezang. Sommigen hielden lange preken, anderen hielden stijf hun mond. Sommigen waren de belichaming van liefde, anderen waren bot en ramden er net zolang op los tot het ego van hun volgeling brak. Veel van deze goeroes waren buitengewoon wijs en hebben mijn leven sterk verrijkt.

Toch begon ik steeds meer te twijfelen of de relatie tussen goeroe en volgeling wel de beste manier is om verlichting of bevrijding te bereiken. In alle ashrams die ik bezocht, kwam ik namelijk maar zelden een verlichte volgeling tegen – iemand die net zo wijs, stralend en onafhankelijk leek te zijn als de meester zelf. De meeste volgelingen waren weliswaar devoot en vol lof over hun goeroe, maar twijfelden sterk aan zichzelf. Zelf merkte ik ook dat ik in de aanwezigheid van een ontzagwekkende goeroe soms ineen leek te krimpen. Was het eerbetoon, respect of toch vooral angst om op eigen benen te staan?

Meer dan duizend jaar geleden wees de Chinese zenmeester Lin Chi op het gevaar van goeroes. Hij zag dat veel van zijn tijdgenoten in de negende eeuw de verantwoordelijkheid voor hun geestelijke welzijn aan een ander overdroegen. Volgens hem gaven ze daarmee hun kracht en authenticiteit uit handen. Vandaar dat Lin Chi de vaak aangehaalde woorden sprak: ‘Als je de Boeddha op straat tegenkomt, doodt hem dan.’ Ofwel: als je denkt dat je verlichting buiten jezelf kunt vinden, zit je op een verkeerd spoor. De essentie van de Boeddha’s leer is namelijk dat iedereen de boeddhanatuur in zich draagt, of – anders gezegd – de boeddha ís.

Lin Chi’s waarschuwing is nog steeds van kracht. Ondanks de vérgaande individualisering in de moderne westerse wereld, blijven mensen richting en houvast zoeken. Er zijn tegenwoordig meer goeroes dan ooit, ook al gebruiken de meesten andere titels: mental coach, therapeut, hulpverlener.

De Amerikaanse sociale wetenschapper John McKnight, die meer dan veertig jaar het effect van deze ‘goeroes’ op de samenleving bestudeert, is een moderne Lin Chi. ‘Iedere keer als we de hulp van een expert inroepen, verliezen we een stukje van onszelf. Hiermee hebben hulpverleners de ziel van de gemeenschap aangetast’, schrijft hij in The Careless Society. ‘De grote vijand van de samenleving is niet armoede of ziekte, maar afhankelijkheid, vermomd als dienstverlening.’

De neiging om de mens afhankelijk te maken en klein te houden, is niet louter weggelegd voor goeroes; opvoeders doen eraan mee. Hoeveel ouders en leraren hebben oog voor de ‘boeddha’ in kinderen? In plaats van hen aan te moedigen te vertrouwen op hun aangeboren wijsheid, worden leerlingen volgepropt met feitjes en weetjes.

De meeste kinderen wordt dan ook nooit gevraagd naar wie ze zíjn, maar naar wat ze willen wórden. De onderliggende boodschap is: nú ben je niets, maar als je doet wat wij zeggen, dan kun je láter iemand worden. Zo wordt al op jonge leeftijd ingeprent dat we de wijsheid van anderen moeten zien te doorgronden en niet zozeer de wijsheid die in onszelf te vinden is.

Het idee dat je iets moet wórden om succesvol, verlicht, verlost, bevrijd of gelukkig te zijn, is een kolossale misvatting. De overtuiging dat er een weg buiten ons is die naar iets beters leidt, is de reden waarom vrijwel niemand ooit op de bestemming arriveert. Immers, wie altijd op weg is, komt nooit aan. In mijn stamkroeg hangt een bordje met de tekst: ‘Morgen gratis bier.’ Dat kunnen ze makkelijk aankondigen, want ook daar komt morgen nooit.

Zo belooft ook de goeroe stráks verlichting en daarmee wordt de volgeling veroordeeld tot eeuwige afhankelijkheid. En die is wederzijds: wat is ten slotte een goeroe zonder volgeling?

Natuurlijk zijn er ook goeroes die niet zijn getrapt in de valkuil van wederzijdse afhankelijkheid: de radicale meesters die geen volgers of meelopers duldden, omdat zij wisten dat geestelijke vrijheid alleen haalbaar is voor wie naakt in de waarheid durft te staan – zonder vooropgezette loyaliteit aan een leer of goeroe, dus. Jezus zou nooit een christen zijn geworden en de Boeddha geen boeddhist. Deze meesters waren rebellen die vooral zichzelf (of God?) volgden. Psychiater Carl Jung was er ook zo een. Ooit verzuchtte hij: ‘Godzijdank ben ik geen Jungiaan.’

Jung doelde op wat hij zag als het probleem van ongelijkwaardige relaties in iedere therapie, namelijk dat heling er alleen kan zijn als de hele mens er mag zijn – en de therapeut kan die heelheid verstoren. De Amerikaanse psycholoog Marshall Rosenberg, bedenker van een model dat ‘geweldloze communicatie’ wordt genoemd, is zeer uitgesproken over het belang van volstrekte gelijkwaardigheid: ‘Wanneer de therapeut zich opstelt als therapeut is de therapie bij voorbaat al mislukt.’

In ongelijkwaardige relaties is er een glazen plafond waar de volgeling nauwelijks doorheen komt. Verder groeien dan de meester is lastig, zeker wanneer je geleerd is om niet op je eigen wijsheid te vertrouwen. Is dat de reden waarom het Tibetaanse woord voor goeroe, lama, wordt vertaald met ‘onovertroffen’?

Volgelingen bewandelen niet hun eigen pad, maar dat van een ander. Omdat dat pad al is geëffend, hoeven de volgelingen niet dezelfde inspanningen te leveren en leren zij dus ook niet dezelfde lessen. De conclusies die de meester – als eindproduct van oorspronkelijke geestelijke arbeid – heeft getrokken, zijn voor de volgeling niet dezelfde. De meester heeft de weg en de bestemming ervaren; de volgeling kent alleen de bestemming – in de woorden van de meester die hij driftig bestudeert.

Daarom zijn volgelingen vaak roomser dan de paus en extremer in hun standpunten dan de meester. Immers, hoe onzekerder iemand is, hoe meer hij zich vastklampt aan ‘de waarheid’ en hoe harder hij anderen daarvan zal proberen te overtuigen. Bovendien missen de meeste volgelingen het volledige begrip van de leer van de meester, waardoor subtiele en complexe inzichten worden teruggebracht tot makkelijk te volgen, hapklare brokken.

De paradox waar veel mensen die zoeken naar verlichting of bevrijding tegenaan lopen, is dat deze staat van verhoogd bewustzijn niet samengaat met het vasthouden aan ‘waarheden’ en ‘feiten’. Er zijn meerdere waarheden en feiten zijn slechts aannames of manieren om met de werkelijkheid om te gaan. Niet voor niets is het woord ‘feit’ afgeleid van het Franse ‘faire’, dat ‘maken’ betekent. Een feit is geen waarheid, maar een maaksel.

We raken onze ‘boeddhanatuur’ dus niet zozeer kwijt door wat we niet weten, maar door wat we zeker denken te weten omdat anderen het ons zo hebben verteld – door het vasthouden aan geleende, maar onwrikbare ‘waarheden’. Zodra we iets vastleggen of ergens een oordeel over vellen (‘zo is het’) verliezen we contact met de werkelijkheid, met het grotere geheel. We reduceren de waarheid – voor zover die bestaat – tot een woord, een geschrift of een methode, waarna we niet meer openstaan om te leren en te groeien.

Misschien zijn goeroes geen meesters om van te leren, maar vooral voorbeelden die kunnen inspireren. Zij laten zien dat het mogelijk is om een hogere staat van bewustzijn te bereiken. Maar dat moet je vervolgens wel zelf doen.

En dus wordt het tijd om onze goeroes (feiten, waarheden, geloofsovertuigingen, principes, dogma’s) te ontslaan, zodat de goeroe in onszelf kan opstaan. Het wordt tijd om net zo groot te worden als de goeroes die we volgden – net zo authentiek, uniek en eigenzinnig. Dat is geen daad van agressie of disrespect. Integendeel, het is een daad van liefde en dankbaarheid. Het grootste compliment dat wij onze goeroes, coaches en therapeuten kunnen geven, is duidelijk maken dat we hen niet meer nodig hebben.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.

   
Subscribe
Give A Gift
Renew