Email   Print
Share  

De tralies van de geest

Hoe een Nederlandse psycholoog gevangenen - en slachtoffers - helpt te helen binnen de muren van een van Amerika's meest beruchte gevangenissen.

Tijn Touber and Helene de Puy | 100 oktober 2007 issue

Als ze de kamer binnenkomt, zit die vol met gevangenen. De meesten zijn veroordeeld wegens moord en zitten al meer dan vijfentwintig jaar vast. Ze is erg zenuwachtig en gaat zitten zonder iemand een hand te geven. Ruim tien jaar geleden werd haar zoon van twaalf ontvoerd, verkracht en doodgestoken. ‘Wat ik wil vragen, is: heeft hij mijn naam genoemd?’, zegt ze. ‘Heeft hij om me geroepen? Ik móet weten wat er is gebeurd, dan kan ik ophouden met me dingen inbeelden.’

Maar vandaag zal Maria – een vrouw van in de vijftig, niet veel langer dan anderhalve meter, werkzaam als kassière in een supermarkt – de dader niet onder ogen komen. Ze praat met een groep mannen die zich richt op hulp voor slachtoffers in de gevangenis van San Quentin in Californië. Innerlijke rust, daar is Maria naar op zoek. Want ze kan niet leven met de gedachte dat ze niets weet over de laatste minuten in het leven van haar zoon. ‘Misschien kan ik hen vragen wat ik de dader zou hebben gevraagd’, zegt Maria. ‘Ze zeggen dat de waarheid je meer in balans brengt.’

En dus begint Maria te praten over haar verlies. Ze huilt haar tranen, vermant zich en stelt dan aan de mannen, die op een kring van stoelen om haar heen zitten, een paar heel lastige vragen: wat waren je gedachten toen je je slachtoffer doodmaakte? Wat weet je nog van je slachtoffer op het moment van de moord? Was het dit allemaal waard? Heb je gekregen wat je wilde?

 
 

Een voor een geven de mannen haar antwoord. Ze worden niet kwaad en wenden zich niet af. Ze blijven Maria aankijken en spreken de waarheid – de hele waarheid, zonder zichzelf vrij te pleiten of haar vragen te ontwijken. Door zoveel waarachtige woorden komt er een ontzagwekkende stemming in de kamer te hangen. Misschien is een verslag van zulke gruweldaden nooit eerder op deze manier een rustgevend geschenk geweest voor degene die luistert. ‘Dank je wel,’ fluistert Maria, telkens weer.

Langzaam klaart de sfeer in de kamer op. Eén van de mannen vraagt of Maria een paar fijne herinneringen aan haar zoon kan ophalen. Ze gaat gretig op dat verzoek in. Ze zegt ook dat ze blij is dat de dader geen verdere schade kan aanrichten, maar dat ze geen haat jegens hem voelt. Ze weet het een en ander van de last die onverwerkte pijn veroorzaakt. ‘Ik ben het beu om me zo’n beetje te redden’, zegt ze. ‘Ik wil weer echt gaan leven.’

Jacques Verduin, die de dialoog tussen slachtoffers en daders in de San Quentin organiseert, heeft deze mannen grondig getraind om dit soort ontmoetingen aan te kunnen. Hij is tien jaar geleden begonnen met het Insight Prison Project (IPP). Daarmee hebben een aantal van de zwaarste criminelen in de Verenigde Staten vaardigheden aangeleerd die ze kunnen toepassen op medegevangenen en andere mensen: therapeutische gesprekken, conflictbeheersing en bemiddeling, training voor slachtoffers en daders, geweldpreventie, lessen in yoga en meditatie, omgang met de reclassering en herstel van verslaving. Zo’n driehonderd gevangenen nemen deel aan de programma’s.

Hoewel Verduin nooit verzuimt te benadrukken dat zijn organisatie het resultaat is van intensieve samenwerking met zijn teamleden, kun je stellen dat hij het zaad heeft uitgestrooid voor vrede en verzoening bij mensen voor wie die dingen onmogelijk leken. Maar in dit geval waren de zaden waarschijnlijk tulpenbollen, want Verduin is zo Hollands als maar kan: blond haar, blozende appelwangen en felle blauwe ogen. Hij heeft de weloverwogen kalmte van Hans Brinker, de legendarische jongen die zijn vinger in de dijk stak om het land voor overstroming te behoeden. En Verduin, 47 jaar en naar eigen zeggen een ‘genezen psychotherapeut’, heeft de moed van Hans Brinker hard nodig gehad om zich staande te houden in het gevangenissysteem van Californië.

Verduin kreeg zijn inspiratie om programma’s te beginnen voor heropvoeding vanuit de persoon zelf, toen hij merkte dat de moderne samenleving het gevoel van gemeenschap en onderlinge verbondenheid tussen mensen kapotmaakt. Volgens Verduin was de sfeer van vriendelijkheid, medeleven en zorg voor je naaste volledig verdwenen. Hij besloot een organisatie op te zetten die haar licht liet schijnen op één van de donkerste plekken in onze maatschappij, een plek waar mensen worden gedumpt, het etiket van gevangene krijgen opgeplakt en dan worden vergeten. Waar kon hij beter beginnen dan binnen de muren van San Quentin?

Dit is de oudste gevangenis van Californië. Sinds de deuren in 1852 opengingen, heeft het complex onderdak geboden aan een aantal extreem gevaarlijke mensen. De dodencellen van Californië zijn er te vinden en de enige gaskamer in die staat, die nu wordt gebruikt voor executies met een injectienaald. De cellen waarin de mannen verblijven, zijn iets groter dan drie vierkante meter – en dat is voor twee personen.

‘Dit is een bikkelharde instelling’, bevestigt Verduin terwijl we bij de gevangenispoort wachten tot onze identiteitskaart is gescand. ‘Toen ik hier begon, was het ongeveer net zo moeilijk om San Quentin binnen te komen als om te ontsnappen. De eerste keer dat ik met een groep gevangenen ging zitten werken, voelde ik me erg geïntimideerd. Ik was zo groen als gras. Ze zeiden dingen als: "Hé man, wat kom je nou doen met die ambulance?" Het duurde even voor ik doorhad dat dit in hun taaltje betekende: "Waarom wil je ons zo nodig redden?" Daarna wilden ze weten hoeveel drugs ik had gebruikt en ik kwam natuurlijk niet erg stoer over.’

Dit kat-en-muis-spelletje ging zo een tijdje door, tot Verduin besloot op te houden met spelen. Een van de gevangenen had opgemerkt dat Verduin er nogal ongemakkelijk bijzat terwijl hij dit schamele zootje probeerde te redden. ‘Op dat moment haalde ik diep adem’, herinnert Verduin zich. ‘Ik zei: "Moet je horen. Ik voel me slecht op m’n gemak, maar dit moet een groep worden waar je je gewoon slecht op je gemak mag voelen. Laten we ophouden met lullen en gaan poetsen." Dat sloeg aan! Vanaf dat punt gingen ze allemaal meedraaien. Zo zijn we onze eerste groep begonnen.’

Mocht u denken dat een rehabilitatieproject voor gevangenen verspilling van tijd en geld is, bekijk dan deze cijfers: in Californië is bijna zeventig procent van de mensen die uit de gevangenis worden ontslagen, binnen anderhalf jaar weer terug in de cel. Voor resocialisatie is de afgelopen dertig jaar binnen het justitiële systeem nauwelijks enige aandacht geweest – als gevolg van de Californische wetgeving die stelt dat het doel van gevangenzetting na een misdrijf bestraffing is. In de tussentijd is het aantal gevangenen in Californië verveelvoudigd. De gemiddelde kosten om in Californië een gevangene te huisvesten, voeden en bewaken bedragen meer dan 40.000 dollar per jaar.

Met andere woorden: het model van ‘bestraffing’ is zowel duur als ondoelmatig. Verduin ziet wel tekenen van verandering, bijvoorbeeld met de nieuwe directeur van San Quentin, Bob Ayers, die volgens Verduin een van de grootste aanhangers is van programma’s die ‘de openbare veiligheid bevorderen en herhaald slachtofferschap in de samenleving voorkomen’.

Het terrein waarop San Quentin staat, is een prachtig deel van Californië, even ten noorden van San Francisco. Het moet voor de gevangenen een beproeving zijn om voortdurend surfers en schepen voorbij te zien zeilen, zeggen we tegen elkaar terwijl we met Verduin naar een grote binnenplaats wandelen waar gevangenen rondlopen, met elkaar kletsen en sporten. ‘Daarom luidt het motto van ons programma ook "Verlaat de gevangenis voor je vrij komt",’ antwoordt hij prompt. ‘Het is de enige manier om onder deze omstandigheden je verstand te behouden.’

Verduin beoefent regelmatig meditatie en weet dat opsluiting achter stalen tralies niet de ergste soort gevangenis vormt. Wat hem betreft is het verlaten van de andere gevangenis – die waarin we onszelf opsluiten – werkelijk de hoofdzaak. Maar je verlossen van de ketens die door trauma’s en onverwerkt verdriet worden gesmeed, is zeker zo moeilijk als ontsnappen uit een extra beveiligde inrichting. De reden waarom veel mensen, zelfs degenen die nooit achter tralies hebben gezeten, niet proberen te ontsnappen, is dat hun gevangenis er zo gezellig uitziet. Als je maar een iPod, televisie, computer, huis, carrière, geld, eten en drinken hebt, wat zou je je dan druk maken over je vrijheid?

Dat is het verschil tussen gevangenen in San Quentin en daarbuiten. Als je in de cel zit, zien de wereld en je vooruitzichten er niet best uit, en je wordt vrijwel nooit afgeleid van je eigen gedachten. Daarom vindt Verduin het fantastisch om met deze mannen te werken. ‘Als ze het spuugzat zijn om alles spuugzat te zijn en met zichzelf in het reine willen komen, krijgt het iets dwingends, iets noodzakelijks, dat je in de gewone wereld zelden treft en dat erg verfrissend is.’

Als je het vervallen gebouw binnenloopt waar de groep van Verduin ‘de ruimte neemt’, voelt het alsof je een klooster of ashram betreedt. De sfeer is plechtig, ontnuchterend, nederig stemmend. Geen modieuze kleren, geen mobieltjes, geen kapsones. De bijeenkomsten zijn uitsluitend gewijd aan het ‘zitten in vuur’ om de diepgewortelde pijn onder ogen te zien, die uitliep op misdaad en moord. De mannen komen samen om elkaar eraan te herinneren wie ze werkelijk zijn, als mens, beperkt en onvolmaakt, maar tegelijk diepzinnig en wijs geworden. De meeste mannen zijn hier al enige jaren mee bezig en zijn inmiddels zelf zeer ervaren. Als je in de hel bent geweest en op eigen kracht bent teruggekomen, krijg je een houding van natuurlijk gezag.

Ze hebben door schade en schande geleerd om naar binnen te kijken. Verduin legt uit: ‘Eén van de prioriteiten bij de training door IPP is iets wat we "driftbeheersing" noemen. Dat doe je door te leren hoe je getuige kunt zijn van je eigen ervaringen. Daarom ruimen we bij elke sessie tijd in voor zelfstudie. Zulke technieken kunnen het verschil betekenen tussen wel of niet een misdaad begaan.’

Vandaag is ‘vergeving’ het onderwerp in de groep. Eén van de gevangenen, die graag anoniem wil blijven, zegt dat hij zo ongeveer iedereen kan vergeven, behalve de man die zijn vrouw heeft vermoord. Zelf zat hij in de cel toen ze werd doodgestoken. Hij was toen volslagen machteloos geweest. Hij kon niet alleen zijn geliefde niet beschermen, maar ook niet zijn vierjarig zoontje opvangen, die getuige was van de moord. ‘Die vent zal ik nooit kunnen vergeven. Ik zal altijd die woede blijven vasthouden.’

Een andere gevangene, Eric, heeft ook genoeg redenen om kwaad te zijn. Als jongen is hij met vaste regelmaat door acht mensen aangerand en verkracht. Het was zoiets alledaags geworden, dat hij dacht dat hij alleen maar bestond om misbruikt te worden. Op een dag kwam alle woede tot uitbarsting, wat resulteerde in ‘het tragische verlies van een mensenleven’. Eric heeft geleerd om te vergeven, maar, zegt hij: ‘Ik zal nooit denken dat ik klaar ben met vergeven of vergeven worden.’

Als je dit soort verhalen beluistert, wordt het je duidelijk dat elke man hier tegelijk slachtoffer en dader is. Zo bezien lijkt het wreed dat mannen als Eric hun leven lang worden gestraft voor iets wat zich afspeelde in een paar minuten. Natuurlijk zijn de slachtoffers dood en hun familieleden voor altijd beschadigd. Toch kun je de gedachte niet loslaten – als je deze in balans gekomen mannen leert kennen – dat we er allemaal baat bij zouden hebben als ze in de maatschappij een plek kregen om hun zuurverdiende inzichten met ons te delen.

Als we na de sessie aan Eric, PJ en Ali vragen wat ze zouden doen als ze ooit op vrije voeten kwamen, beginnen hun ogen te glimmen. Ze zeggen dat ze terug zouden gaan om hun buurtgenoten te helpen, op basis van de principes die ze hebben geleerd in IPP-programma’s en in andere lessen. Er zijn geweldige voorbeelden van gevangenen die zoiets met veel succes hebben gedaan, zoals voormalig groepslid Sterling Scott, die nu in heel Californië in jeugdgevangenissen werkt, nadat hij 23 jaar achter de tralies had gezeten. Intussen droomt Verduin ervan om genoeg geld bij elkaar te brengen om – zoals hij het noemt – het ‘ambassadeur-project’ op te zetten, waarbij voormalige gevangenen die tijdens hun straf een bepaalde kennis hebben verworven, naar hun oude buurt gaan om te werken als betaalde jeugdwerker of als expert op het gebied van misdaadpreventie.

Rochelle Edwards heeft de leiding bij deze programma’s met slachtoffers en daders. Ze voert de mannen door een leertraject van 22 weken dat begint met de beschrijving van hun wandaad. Ze schrijven op hoe ze iemand hebben vermoord of verwond en leren hun eigen geschiedenis begrijpen. Aan het eind van elke sessie wordt het slachtoffer bij naam genoemd en wordt iets gedaan ter ere van de slachtoffers. De jongens maken een ‘catalogus van verdriet’, een levensverhaal om te zien hoe ze op dat moment zijn uitgekomen. Soms is er een rollenspel en ze schrijven allemaal een – niet verstuurde – brief naar hun slachtoffer. Allemaal ter voorbereiding op een gesprek met een aantal mensen die het slachtoffer werden van eendere misdaden als deze daders hebben begaan.

Een van de eerste slachtoffers die Verduin leerde kennen – vlak voordat het programma van start ging – was Radha Stern, een vrouw die hij ontmoette tijdens een etentje. ‘Haar zoon was vermoord,’ herinnert Verduin zich, ‘en ik vroeg haar of ze me daarover iets wilde vertellen. Dus hebben we elkaar vijf keer gesproken en liet ze me het hele verloop ervan meebeleven: de foto’s, de krantenartikelen, de gedichten die familieleden hebben geschreven, de verhalen over hoe ze alles liet lopen toen de sheriff kwam vertellen dat haar zoon was gedood, wat ze met zijn as hebben gedaan, alles. Ze gaf me zicht op de andere kant van een misdaad. Toen we klaar waren, zei ze: "En nu wil ik zien wat jij doet."’

Verduin heeft de mannen gevraagd of het goed was als hij Radha Stern meebracht. Ze verzekerden hem dat ze welkom was. ‘De eerste keer had ze foto’s van haar zoon meegenomen’, zegt hij. ‘De tweede keer had ze een lapjesdeken bij zich, die ze had samengesteld met beelden uit elk jaar van zijn bestaan: zijn lievelingseten, zijn huisdieren, zijn vrienden… Alle mannen hebben de deken in hun handen gehad en dat was erg bijzonder. Stel je voor: handen die een mens van het leven hadden beroofd, raakten de deken aan van een moeder wier zoon vermoord was.’ Na een paar gesprekken heeft Stern de groep min of meer geadopteerd en werd ze een soort moeder voor hen.

En toen gebeurde er iets prachtigs, vertelt Verduin. Het lukte hem om toestemming te krijgen voor een zelfgemaakt feestmaal met Thanksgiving, een belangrijke feestdag in Amerika. De maaltijd zou plaatsvinden in een vochtige kelder die ook dienstdeed als klaslokaal, net voorbij de urinoirs die ze hoorde doorspoelen. Verduin had alle genodigden gevraagd om avondkleding of een pak aan te trekken. ‘Want wie doet zoiets ooit voor deze jongens?’ Dus kocht Verduin een mooie das en bereidde Stern een verrukkelijk maal.

‘Tegen de tijd dat al het eten door de bewaking was gecontroleerd, was het koud’, zegt Verduin. ‘Maar Radha had dat voorzien en had een thermosfles met warme jus bij zich.’ Hier moet hij even stoppen om de tranen uit zijn ogen te wissen. ‘Elke keer dat ik dit vertel, schiet ik weer vol. Want dat is liefde, of niet soms? Warme jus!’

Even later praat Verduin weer verder. ‘Iedereen moest huilen toen ze opnoemden waarvoor ze dank wilden zeggen. Het was zo mooi. En dat was nog niet alles.’ Een paar maanden later herinnerde een van de mannen zich dat het bijna tien jaar geleden was dat de zoon van Stern doodging. Alle mannen wilden iets doen ter ere van Stern en haar zoon, dus besloten ze ook een lapjesdeken te maken. ‘Een van die jongens,’ zegt Verduin, ‘haalde de borstzak van zijn favoriete overhemd af, dat hij altijd droeg als er bezoek kwam – dat was het mooiste stuk stof dat hij bezat. Ze hadden ook servetten gebruikt en stukken van hun matras. Sommige mannen hadden er een tekening op gemaakt en een paar hebben er zelfs op geborduurd.’

Stern nam deze deken bij haar thuis in ontvangst. Naderhand ging ze met haar dochter en man bij de mannen op bezoek, en leerde ze hoe zelf slachtofferhulp kon bieden. ‘Helen zal altijd gebeuren,’ zegt Verduin, ‘zolang je het laat gebeuren.’

Meer weten: insightprisonproject.org



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders:

   
Abonnement
Geef Ode cadeau
Nieuwsbrief
Bibiana, netherlands