Email   Print
Share  

Geven maakt ons gelukkig

Het langstlopende onderzoek van deze tijd toont aan dat het helpen van anderen leidt tot een goed leven.

Jill Neimark | 99 september 2007 issue

Laura Goodall vindt dat ze een prachtig leven heeft. Al was het niet altijd even gemakkelijk. Haar vader ging weg bij haar moeder toen ze op de middelbare school zat. Ze lijdt aan chronische artritis en psoriasis. Op haar 47e liet haar man haar en hun vijf tienerkinderen in de steek. Omdat hij geen inkomen of vermogen had, werd Goodall na een gerechtelijke uitspraak gedwongen om afstand te doen van haar huis en hem de helft van haar lerarensalaris te betalen. Haar oudere broer kwam om bij een vliegtuigongeluk en hoewel ze het financieel nog steeds niet breed had, nam ze geregeld een of twee van haar neefjes in huis.

Waarom is Laura Goodall dan zo tevreden over haar leven? Ze is hertrouwd, heeft nauw contact met al haar kinderen en is praktiserend katholiek. Dit geloof verrijkt haar leven, maar bovenal put ze vreugde uit het geven aan anderen. Zij en haar tweede man beheren samen een natuurwinkel. ‘We voelen ons heel goed bij wat we doen’, zegt ze. ‘We proberen mensen bewust te maken van hoe bevoorrecht we zijn dat we op deze mooie wereld mogen leven. Ik heb het altijd belangrijk gevonden dat ik kan bijdragen aan de maatschappij.’

Goodall is een van de bijna tweehonderd mensen die de afgelopen vijftig jaar door psychologen zijn gevolgd in een van de langstlopende sociologische studies van deze tijd. Het onderzoek, dat in de jaren ’20 in Oakland in CaliforniÎ begon, bestond uit halfjaarlijkse interviews met de deelnemers tot aan het moment dat zij de middelbare school verlieten. Daarna volgde eens in de tien jaar een thematisch interview. Maar liefst negentig procent van hen is zijn medewerking blijven verlenen, waardoor het een zeer coherent onderzoek is geworden dat ons toont wat de basis van een gelukkig leven is. Volgens psycholoog en onderzoeker Paul Wink van het Wellesley College is een van de sleutelbegrippen generativiteit, het vermogen om aan anderen te geven. Wink heeft toezicht gehouden op het onderzoek en is de co-auteur van een boek over de bevindingen, In the Course of a Lifetime.

 
 

‘Laura is volkomen gelukkig en vitaal’, zegt hij. ‘Het lukt haar om alles wat haar overkomt om te zetten in een positieve ervaring. Toen zij onlangs een zeer ernstige oorontsteking kreeg, zag ze dat als een kans om doven beter te leren begrijpen. Ze vertelde me dat ze een 'volkomen, prachtig, nieuw begrip voor dove mensen had gekregen'. Ze beschrijft alles in termen van geven aan anderen.’

Volgens Wink heeft het geven aan anderen je hele leven lang een beschermend effect op je geestelijke en lichamelijke gezondheid. Wink ontdekte dat tieners die op de middelbare school hoog scoorden op generativiteit, een halve eeuw later gezonder en gelukkiger waren. ‘Er was vooral een sterke correlatie met het geestelijk welzijn’, zegt hij.

Wink heeft, verspreid over de VS, meer dan negentig van de deelnemers aan het onderzoek persoonlijk gesproken en geÔnterviewd en video’s bekeken van interviews met de anderen. Hij heeft alle gegevens doorgespit op zoek naar de gezondheidseffecten van generativiteit en geloof en hoopt binnenkort fondsen te verwerven voor onderzoek naar hoe deze mensen wijsheid ontwikkelen. ‘Ik heb zelden zulke interessante dingen ontdekt’, zegt hij verwonderd.

Wat is dan de sleutel tot generativiteit? Wink legt uit: ‘Generativiteit kan niet bestaan zonder dat je het gevoel hebt dat je iets kunt veranderen. We hebben ontdekt dat empathie en warmte belangrijk zijn, zodat je je in het lijden van anderen kunt verplaatsen. Net zo belangrijk is de behoefte om te geven en te helpen. Maar het allerbelangrijkst is een gezond zelfbeeld, dat je in staat stelt je productief door de wereld te bewegen.’

Generativiteit houdt ook verband met het geloof – zowel georganiseerde religie als diverse soorten persoonlijke spiritualiteit. Wink vergeleek de impact van het traditionele geloof met de impact van een meer eclectische, diffuse spiritualiteit waar eventueel meditatie, oosterse religie en sjamanisme bij komen kijken. Beide vormen van spiritualiteit genereren evenveel generativiteit, maar traditionele gelovigen zagen altruÔsme en geven meer als een natuurlijk uitvloeisel van hun geloof, terwijl de meeste eclectische spirituele zoekers ook de wens hadden anderen te beÔnvloeden of waardevolle vaardigheden en kennis door te geven. ‘De generativiteit van spirituele zoekers’, aldus Wink, ‘is er sterk op gericht om vanuit persoonlijke groei een creatieve bijdrage te leveren die het leven van anderen kan veranderen.’

Maar uiteindelijk is het waarom minder belangrijk dan het geven op zich, waar niet alleen anderen bij gebaat zijn, maar ook mensen als Laura Goodall zelf, die op haar tachtigste nog steeds een rijk en vitaal leven leidt. Uiteindelijk, zegt Wink, ‘is het heel opwindend dat de manier waarop je je gedraagt als zestienjarige samenhangt met je gezondheid op je zeventigste.’

Jill Neimark is journalist en co-auteur van Why Good Things Happen to Good People (whygoodthingshappen.com).



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders:

   
Abonnement
Geef Ode cadeau
Nieuwsbrief