|
|
Wie de wereld verandert, is gek
Iedereen die de heersende opinie wil kantelen, kan stuiten op verzet. Anita Roddick, die zelf een pionier werd in verantwoord ondernemen, ziet het om zich heen. Maar volgens haar heeft de wereld, nu meer dan ooit, mensen nodig die verandering durven na te streven.
Elke positieve verandering van betekenis, elke revolutionaire gedachte, elke oprechte daad die levens verandert – of het er nu één is of duizend– werd ooit beschouwd als onconventioneel. Dat er weinig leiders en veel volgelingen zijn, heeft dan ook een goede reden: als je iets wilt veranderen, moet je ingaan tegen de gevestigde orde, het heersende paradigma – en als je daar tegenin gaat, moet je accepteren dat je als belachelijk, gek of gevaarlijk wordt beschouwd. Mensen die verandering nastreven zijn leiders, om dezelfde reden als ondernemers leiders zijn, omdat ze niet achter ideeën aan kunnen lopen waar ze het niet mee eens zijn of die hun fantasie belemmeren. Zij veranderen de wereld, omdat hun hartstocht en overtuiging hun niet toestaan dit níét te doen.
Niet alle revolutionairen hebben als doel de wereld te veranderen; sommige proberen alleen maar hún wereld te veranderen. Maar terwijl ze dit doen, veranderen ze vaak ook de manier waarop iemand anders – of een paar mensen, een hele gemeenschap, een heel volk, of soms zelfs de hele wereld – denkt en handelt. Misschien veranderen ze niet De Wereld; tenslotte kan echte verandering ook kleinschalig zijn en toch een grote omwenteling teweegbrengen. Het enige wat ervoor nodig is, is het vermogen om andere mogelijkheden te zien en de bereidheid anderen te helpen deze mogelijkheden ook te zien. Zoals iemand ooit eens heeft gezegd: ‘Wij worden alleen maar beperkt door ons eigen voorstellingsvermogen.’
Ikzelf had bijvoorbeeld absoluut niet de bedoeling Het Bedrijfsleven te veranderen. Ik wilde alleen maar een manier vinden om in het levensonderhoud van mijzelf en mijn twee dochters te voorzien. Mijn kleine zaak in haar- en huidverzorgingsproducten in Brighton groeide gestaag, en langzaamaan bewees The Body Shop dat een internationaal opererend bedrijf ook op een andere manier kan worden geleid, dat vrouwen succesvol een bedrijf kunnen leiden en dat er aan een bedrijf niet alleen winstbejag ten grondslag kan liggen, maar ook compassie.
Sinds de oprichting van The Body Shop in 1976 heb ik heel veel gereisd en duizenden activisten, zakenlieden, gastheren, theologen, vrouwengroepen, andersglobalisten, plaatselijke stammen en wereldreizigers ontmoet. Ik heb de Dalai Lama en Nelson Mandela ontmoet. Ik heb dagenlang diep in de regenwouden van het Amazonegebied en op straat tussen de daklozen in Londen doorgebracht. Ik heb geleerd een revolutionair op een afstand van honderd meter te herkennen. Ik zal u een hint geven: iedereen denkt dat de persoon in kwestie gek of gevaarlijk is.
Soms denk ik aan enkele van mijn persoonlijke helden en kijk ik of deze beschrijving ook op hen van toepassing is. Jezus, Jeanne d’Arc, Gandhi – om er maar een paar te noemen – waren allemaal standvastig en gingen tot het uiterste om hun doel te bereiken. Ze weigerden te accepteren dat ‘het nu eenmaal zo werkte’. Maar niet iedereen die de wereld verandert wordt een bekende persoonlijkheid, laat staan een martelaar. Ook gewone mensen lukt het de wereld te veranderen.
Ik denk aan Craig Kielberger uit Canada, die op zijn twaalfde in de plaatselijke krant las over kinderarbeid bij de productie van tapijten in Pakistan. Hij richtte Kids Can Free the Children op, dat de Canadese regering overhaalde haar beleid ten opzichte van kinderarbeid te veranderen.
Ik denk aan Charles Kernaghan van het National Labor Committee, gevestigd in New York, die er bijna in zijn eentje voor heeft gezorgd dat de internationale gemeenschap zich ging bemoeien met slavenarbeid en die dit onderwerp in het nieuws heeft weten te houden.
Ik denk aan Ken Saro-Wiwa en de andere leden van de Ogoni-stam in Nigeria, die zich verzetten tegen de inbeslagname en vervuiling van hun geboortegrond door Shell. Hun moed kostte velen van hen, onder wie Ken, het leven. Maar de internationale gemeenschap reageerde geschokt en woedend op de regelrechte exploitatie door multinationals, vooral wanneer die de steun had van een corrupte militaire dictatuur.
Ik denk aan de Zapatistas in de Mexicaanse deelstaat Chiapas, die het beleid van hun corrupte regering en het misbruik van hun volk en land niet langer accepteerden. Hun taal kent geen revolutionaire begrippen als ‘proletariaat’ of ‘bourgeoisie’, of andere begrippen die aan Marx en Lenin doen denken. Zij doen geen beroep op de ‘arbeiders’ om in opstand te komen, maar, zoals zij het noemen, op de ‘beschaafde samenleving’, en ze spreken over de wedergeboorte van de democratie. Hun manifesten hebben de vorm van gedichten in plaats van boeken of lange redevoeringen; ze vertellen verhalen, geven raadsels op en beschrijven de corrupte regering in Chiapas als ‘een schande voor het land, en alleen belust op geld’.
Ik denk aan de ‘Angola 3’, die zich verzetten tegen corruptie en mishandeling in de Amerikaanse staatsgevangenis in Louisiana (zie ook de aprileditie van Ode). Zij werden beschuldigd van misdaden die zij niet hadden gepleegd en veroordeeld tot eenzame opsluiting. Nadat er in 2001 een was vrijgelaten, zitten de andere twee al 35 jaar vast; maar ze zijn nog even vastberaden en hoopvol gestemd als vroeger. Als ze uiteindelijk worden vrijgelaten – en ik ben ervan overtuigd dat dit eens zal gebeuren – hoop ik dat zij hun verhaal kunnen vertellen, zodat de corruptie en onrechtvaardigheid aan de kaak worden gesteld, en dat dit zal leiden tot een verandering in het verrotte strafrechtsysteem.
Ik denk aan alle mensen in mijn boek, Brave Hearts and Rebel Spirits: A Spiritual Activists Handbook. Onder hen zijn Daniel en Philip Berrigan, twee katholieke Amerikaanse priesters die in 1967 dossiers verbrandden met zelfgemaakte napalm om te protesteren tegen de oorlog in Vietnam en het steunen van de oorlog door de kerk. Of Kevin Buzzacott, een stamoudste van de Aboriginals die zijn stam opriep hun thuisland op te eisen om te protesteren tegen de verontreiniging van een heilig meer door een uitgestrekte mijn.
Er zijn duizenden mensen zoals zij wier invloed elke dag merkbaar is, ook al kennen we hun namen niet. Je herkent ze aan de enigszins waanzinnige gloed in hun ogen. Op een dag zullen we beseffen dat de wereld nog veel meer van deze grote afvalligen nodig heeft.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.