Email   Print
Share  

Het instinct om de planeet te redden

Is de beweging van milieubeschermers en activisten misschien een soort immuunsysteem dat actief is om onrecht en vervuiling te keren? Paul Hawken over de grootste beweging in de geschiedenis van de mensheid die geen moment te laat lijkt te zijn gekomen.

Paul Hawken | 96 mei 2007 issue

De afgelopen vijftien jaar heb ik bijna duizend lezingen gehouden over het milieu. Elke keer voelde ik me als een koorddanser die zijn best doet om niet zijn evenwicht te verliezen. Natuurlijk willen mensen graag weten wat er in de wereld gebeurt, maar als spreker wil je je publiek niet moedeloos achterlaten, hoe duister en angstwekkend de toekomst ook is die de wetenschappers voorspellen als ze de teloorgang van het milieu bestuderen. Een optimistische kijk op de dag van morgen vereist echter wel een werkbaar begin van een doelmatige aanpak: je kunt geen kansen voor de toekomst schilderen zonder het huidige probleem precies te omschrijven.

Het bleef lastig om telkens die kloof te overbruggen, maar mijn welwillende toehoorders trokken zich van mijn hoogtevrees niets aan en verleenden me al doende een uitzonderlijk weids uitzicht. Na elke lezing kwam een klein groepje bij elkaar om te praten, vragen te stellen en elkaar visitekaartjes te geven. Deze mensen waren doorgaans bezig met de meest klemmende problemen van tegenwoordig: klimaatverandering, honger, armoede, ontbossing, oorlog, watertekorten, milieuvervuiling, schending van mensenrechten. Ze kwamen uit de wereld van hulporganisaties en actiegroepen, ook wel het ‘maatschappelijk middenveld’ genoemd. Ze maakten zich druk over rivieren en inhammen, ze lichtten consumenten in over duurzame landbouw, voorzagen huizen van zonnepanelen, hielden bij politici lobby’s voor natuurbehoud, verzetten zich tegen handelspraktijken die de grote bedrijven bevoordelen, beijverden zich voor een groene binnenstad en gaven kinderen voorlichting over het milieu. Simpel gezegd: ze zetten zich in om de natuur te beschermen en sociale rechtvaardigheid te bevorderen.

In die kleine groepjes kreeg ik de kans te luisteren naar hun zorgen. Het waren studenten, oma’s, tieners, Indianen, zakenlieden, architecten, leraren, professoren. Het waren bezorgde moeders en vaders. Het drong steeds meer tot me door hoe veelkleurig deze groeperingen waren – en hoe talrijk als je ze bij elkaar optelt.

Bij elke lezing kreeg ik ergens tussen de vijf en dertig van die visitekaartjes. Als ik een week of twee op reis was geweest, kwam ik thuis met een paar honderd van die kaartjes. Thuis legde ik ze op tafel, las de namen, keek naar de logo’s, probeerde me hun werkterrein te herinneren en verbaasde me dan over de veelzijdigheid en reikwijdte van de inzet voor andere mensen.

In de loop der jaren liep het aantal kaartjes op tot vele duizenden en elke keer dat ik er een blik op wierp, drong die ene vraag zich weer aan me op: heeft iemand wel echt in de gaten hoeveel groepen en organisaties betrokken zijn bij maatschappelijke acties? Eerst was het alleen maar een soort nieuwsgierigheid, maar langzamerhand kreeg ik het vermoeden dat er iets groters aan het opkomen is: een belangwekkende sociale beweging die onder de radar bleef van de gangbare media en de heersende cultuur.

Dus ben ik aan het tellen geslagen. Ik zocht de officiële cijfers op voor diverse landen en paste belastinggegevens toe om via verschillende methoden uit te komen op het aantal milieubewegingen en actiegroepen. Aanvankelijk kwam ik tot een eerste schatting van dertigduizend ecologische organisaties wereldwijd. Als ik andere actiegroepen en organisaties voor inheemse volken erbij optelde, steeg het aantal tot boven de honderdduizend. Indrukwekkende cijfers.

Vervolgens onderzocht ik of er ooit eerder bewegingen waren voorgekomen met zo’n omvang en reikwijdte. Ik kon niets vinden. Hoe dieper ik groef, hoe meer ik naar boven haalde. De getallen werden alsmaar groter, want ik ontdekte lijsten, registers en kleine databanken die specifiek hoorden bij een bepaalde sector of geografisch gebied. Ik had geprobeerd een steen op te rapen, maar die bleek slechts de zichtbare punt van een veel grotere aardlaag. Ik merkte al snel dat ik er met mijn oorspronkelijke schatting van honderdduizend organisaties zeker een factor tien naast zat. Inmiddels denk ik dat ten minste een miljoen – en misschien wel twee miljoen – organisaties zich inspannen voor de drie thema’s die de wortels van de beweging vormen: ecologische duurzaamheid, maatschappelijke rechtvaardigheid en het recht om de eigen cultuur te beschermen tegen de uitwassen van het huidige proces van globalisering. Al deze stromingen zijn onderling verweven geraakt. Bij elkaar genomen presenteren ze een indrukwekkend wensenpakket om ons leefmilieu intact te houden, vrede te voeren, de besluitvorming en het beleidstraject te democratiseren, het publieke bestuur van onderaf opnieuw vorm te geven en mensen een beter bestaan te geven – vooral vrouwen, kinderen en de armen.

Volgens de gebruikelijke definities vormt deze massa van gedreven individuen nog geen beweging. Een beweging heeft een leider en een ideologie. Mensen sluiten zich áán bij een beweging, bestuderen de geschriften en identificeren zich met een groepering. Ze lezen de biografie van de stichter(s) en luisteren naar hun toespraken op de band of in het echt. Kortom, een traditionele beweging heeft volgelingen.

Maar deze immense ‘beweging’ past niet in het geijkte patroon. Zij is pril en onafhankelijk. Zij heeft geen oprichters of leiders. Er is geen manifest of doctrine. Er zijn geen gezagdragers of regels waarop je kunt terugvallen. Deze beweging wordt niet bijeengehouden door een ‘isme’. De bundelende kracht wordt gevormd door ideeën, niet door ideologie. Tussen die twee begrippen bestaat een enorm verschil: ideeën stellen vragen en scheppen ruimte, terwijl een ideologie goedpraat en een dictaat oplegt. Er zijn geen ‘zendelingen’; het is een beweging van onderaf, die wereldwijd, stap voor stap, steeds meer naar de oppervlakte borrelt.

Ook mensen binnen de beweging kunnen haar onderschatten, omdat ze hun oordeel alleen baseren op de organisaties waarmee ze zelf verbonden zijn, terwijl hun netwerk slechts een fractie van het geheel kan omspannen. Sommigen willen er een structuur en organisatievorm voor verzinnen – een zware opgave, dunkt me, want dit is met gemak de meest complexe groep mensen die ooit bij elkaar heeft gehoord.

Maar na jaren van studie te hebben gewijd aan dit fenomeen, waarbij ik met mijn collega’s een wereldwijde databank heb opgezet van organisaties die erbij horen (zie pagina 25 in deze Ode), kom ik tot de volgende conclusie: dit is de grootste maatschappelijke beweging in de geschiedenis van de mensheid.

Als ik het met academici of vrienden in de media over de beweging heb, stellen ze vaak dezelfde beginvraag: als die beweging zo grootschalig is, waarom is zij dan zo weinig zichtbaar? Ze bedoelen daarmee: waarom is zij zo weinig zichtbaar in het nieuws, met name op televisie? De beweging is wereldomvattend, maar blijft vaak ongezien tot zij zich samenbalt om deel te nemen aan een demonstratie in Londen, Praag, Genua, Seattle, of bij het jaarlijkse Wereld Sociaal Forum, om daarna ogenschijnlijk weer te verdwijnen. Daarmee wordt de indruk versterkt dat het fenomeen een strovuurtje is.

Deze beweging past nu eenmaal niet in een bestaande categorie in de moderne samenleving en wat je je niet kunt voorstellen, kun je geen naam geven. Zoals in de wetenschap niet wordt onderzocht wat niet wordt waargenomen, wordt in de media niet gemeld wat niet wordt gezien.

Wat wel wordt gezien, is het handjevol losgeslagen activisten die de beweging af en toe een slechte naam bezorgen. Vele kritische buitenstaanders beweren daarom dat de beweging geen macht of aanzien heeft, maar hun oordeel heeft geen invloed op de groei. Als ik het erover had met politici, wetenschappers en zakenlieden merkte ik dat ze vaak menen op de hoogte te zijn van de beweging en te weten uit wat voor mensen zij bestaat en hoe groot zij ongeveer is. Ze baseren hun oordeel op artikelen in de media over de acties van Amnesty International, Greenpeace, Oxfam en andere eerbiedwaardige instellingen. Soms zijn ze zelf direct betrokken bij een kleinere organisatie of zitten ze zelfs in het bestuur van een lokale groep. Voor hen en anderen is de beweging soms gewelddadig, vrijwel altijd kleinschalig, wel bekend en duidelijk omschreven – een nieuwe vorm van liefdadigheid eigenlijk.

En toch kan de beweging onderling niet verdeeld raken, omdat zij al zo opgedeeld is – een verzameling kleine brokjes, losjes bijeen gehouden. Ze komen bijeen, vallen uit elkaar en klitten dan snel weer aan elkaar, zonder centraal leiderschap, bevel of toezicht. Deze beweging zonder naam streeft niet naar dominantie, maar probeert machtsconcentraties op te breken. Zij is in staat gebleken regeringen, bedrijven en leiders ten val te brengen door informatie, acties en massademonstraties. De slagkracht schuilt in de ideeën, niet in brute macht.

Terwijl ik al die diverse organisaties bij elkaar optelde en keek naar de stapels visitekaartjes, schoot opeens een vraag door me heen: is dit onze instinctieve, collectieve reactie op een grote dreiging? Die vraag liet me niet meer los. Kan het zijn dat de mensheid een soort biologisch organisme vormt dat tekenen van ernstige ziekte vertoont, waarop een deel van de mensheid een volslagen ongecoördineerde immuunreactie in gang zet om de rampzalige gevolgen van politieke corruptie, sociaal-economisch wanbeleid en ecologische afbraak af te wenden?

Zoals het immuunsysteem van de mens eigen en niet-eigen van elkaar kan onderscheiden, herkent de beweging wat menselijk en onmenselijk is. Zoals het immuunsysteem een interne verdedigingslinie vormt die het een organisme mogelijk maakt om langere tijd te blijven bestaan, is de nadruk van de beweging op duurzaamheid de strategie voor de mensheid om te blijven voortleven.

Is de beweging misschien dat deel van de mensheid dat zich tot taak heeft gesteld zichzelf te beschermen en te redden? Als we aannemen dat de metafoor van een organisme op de mensheid van toepassing kan zijn, kunnen we ons een collectieve beweging voorstellen die het vermogen van dat organisme om zich tegen de dreiging van buitenaf teweer te stellen beschermt, herstelt en opnieuw in werking zet. Zo functioneert dat reactievermogen als een immuunsysteem, dat onafhankelijk van de wil van de individuele persoon opereert. Zo kunnen de activiteiten van honderdduizenden actiegroepen worden beschouwd als de immuunreactie van de mensheid op de afbraak van onze planeet.

Het woord ‘immuun’ komt van het Latijnse im-munis, dat ‘vrij om te dienen’ betekent. Het immuunsysteem wordt doorgaans afgeschilderd in militaire termen: een biologisch defensieapparaat dat gewapend is om binnenvallende organismen met geweld te verdrijven. Volgens het boekje hechten de antilichamen zich aan de moleculaire indringers, die daarmee worden uitgeschakeld en vervolgens door de witte bloedlichaampjes worden vernietigd. Simpel en stijlvol, maar het proces waarmee indringers en ziektekiemen worden verjaagd, is veel ingewikkelder en interessanter.

Het immuunsysteem is het meest samengestelde systeem in ons lichaam. Het bestaat uit een lange reeks eiwitten, immunoglobulinen, monocyten, macrofagen enzovoorts – een micro-dierentuin van cellen die synchroon met elkaar werken. Zonder hen zouden we binnen enkele dagen ten onder gaan als een rottend stuk fruit, opgevreten door miljarden virussen, bacillen, schimmels en parasieten die ons beschouwen als een smakelijk hapje, verpakt in T-shirt en spijkerbroek. Het immuunsysteem is alom aanwezig, verspreid door het lymfestelsel dat stroomt door de zwezerik, milt en duizenden lymfeknopen die door het hele lichaam als pinda’s zijn rondgestrooid.

Immuniteit is in wezen een wonder van genezing en herstel, want er zijn momenten dat ons immuunsysteem het begeeft. Stress, chemische stoffen, infecties, slaapgebrek en slechte voeding kunnen het immuunsysteem de baas worden en doen instorten. Als dat gebeurt, kunnen oude kwalen weer komen opzetten, terwijl de bescherming tegen nieuwe wegvalt. Ziekteverwekkers komen tot wasdom en er komt een moment dat de dood voor de drempel ligt.

En precies op dat ogenblik kan er – onder bepaalde omstandigheden – iets uitzonderlijks gebeuren dat eigenlijk niet mogelijk is: het verval van de immuniteit vertraagt en komt tot stilstand. Ons leven is een dubbeltje op z’n kant. En dan begint ons herstel, een comeback die niet onderdoet voor de climax van een Hollywoodfilm. Hoe het komt dat het radeloos zwoegende immuunsysteem van koers verandert en zich weer herstelt, begrijpen wetenschappers nog niet goed. Volgens sommige is het een mysterie.

Het immuunsysteem klinkt misschien erg overzichtelijk en exact, maar dat is niet zo. Antilichamen binden zich niet alleen aan ziekteverwekkers, maar aan allerlei soorten cellen, zelfs aan soortgenoten, alsof het lymfestelsel een jaarvergadering is van de Kamer van Koophandel waar plaatselijke afgevaardigden koortsachtig visitekaartjes uitwisselen. In zijn boek De eenheid van leven schrijft fysicus Fritjof Capra: ‘Het hele systeem ziet er veel meer uit als een netwerk, lijkt meer op het internet dan op soldaten die op jacht zijn naar de vijand. De immunologen hebben hun interpretatie moeten bijstellen van een immuunsysteem naar een immuunnetwerk.’

De biologen Francisco Varela en Antonio Coutinho hebben het over een immuunsysteem dat het beste kan worden begrepen als een intelligent wezen, een levend systeem dat dingen leert en zichzelf bijstuurt – bijna als een denkend brein. Het functioneren ervan hangt niet af van zijn vuurkracht, maar van de kwaliteit van de interne samenhang. Het is niet zo dat ‘cellen van binnen’ tekeer gaan tegen ‘cellen van buiten’. Er wordt matigend gereageerd op ziektekiemen, alsof het immuunsysteem miljoenen jaren geleden heeft geleerd dat détente en kennis van je mogelijke tegenstander verstandiger is dan de eerste klap uitdelen, dat het streven naar evenwicht beter is dan totale vernietiging.

Het immuunsysteem is van veelzijdigheid afhankelijk om weerbaar te blijven, want daarmee kan de interne stabiliteit intact blijven, kan op verrassende incidenten worden gereageerd, kan kennis worden opgedaan van de ziekteverwekkers en kan het zich aanpassen aan plotselinge veranderingen. De consequenties voor de geneeskunde zijn helder: om kanker en infecties buiten de deur te houden, kunnen we ons beter verdiepen in manieren om het netwerk van het immuunsysteem te versterken dan in de felheid van de reactie.

Zo kan ook het rijk geschakeerde netwerk van maatschappelijke organisaties – die overal ter wereld bestaan – een beter schild tegen onrecht vormen dan bommenwerpers. Onderlinge verbanden stellen deze organisaties in staat om doelgericht te opereren en hun middelen spaarzaam en nauwgezet in te zetten. Het succes neemt toe door besluitvorming via consensus binnen eigengemaakte democratische verbanden, waarin niemand te veel of zelfs alle macht vergaart. De invloed die zulke groepen uitoefenen, werkt dankzij dialoog en waarachtigheid. Door de computer, mobiele telefoons, breedbandverbindingen en het internet zijn de ideale omstandigheden geschapen om kleine groeperingen samen te brengen.

De wet van Metcalfe, die zegt dat het nut van een netwerk exponentieel toeneemt als het aantal gebruikers evenredig groeit, begunstigt multinationals net zo goed als kleine hulporganisaties, maar die laatste hebben er meer profijt van, omdat het kleinschalige sterker wordt gestimuleerd dan wat al groot is. Grote organisaties hebben geen netwerk nodig, kleine gedijen er juist in. Een web is een complex systeem van onderling verbonden elementen dat individuele acties koppelt aan grotere kaders van kennis en sociale inzet. Websites linken door naar andere sites die nog meer links bevatten naar weer andere sites ad infinitum, waarmee een kritieke, vloeibare massa van informatie ontstaat die zich naar behoefte ontwikkelt en verder uitgroeit – en dus sterk lijkt op een reagerend immuunsysteem. De kern van dit alles wordt niet gevormd door techniek, maar door relaties, miljoenen mensen die zich samen inzetten voor herstel en sociale rechtvaardigheid.

De toestand in de wereld doet vermoeden – gezien het aantal organisaties en mensen die strijd met het onrecht leveren – dat de beweging weinig succesvol is geweest. Het tegenargument is dat de plunderingen van de globalisering een voorsprong van bijna vijfhonderd jaar hebben op het immuunsysteem van de mensheid. De exponentieel toenemende uitputting van de grondstoffen en de productie van afval, gepaard met de kaalslag binnen bepaalde culturen en de uitbuiting van arbeiders, is net zo goed een ziekte als hepatitis of kanker.

Deze kwalen worden gestimuleerd door een politiek-economisch systeem waarvan we allemaal deel uitmaken. Als we met onze vingers gaan wijzen, wijzen we onvermijdelijk terug naar onszelf. Wellicht bestaat er geen duidelijk herkenbare ‘zij’, maar toch blijft ‘het systeem’een ziekte, ook al hebben we die zelf geschapen of opgelopen.

Omdat een heleboel mensen weten dat we ziek zijn en zowel de symptomen als de oorzaak willen aanpakken, kan de milieubeweging worden gezien als de reactie van de mensheid op besmettelijk beleid dat bezig is de aarde te doden. Sociale actievoerders richten zich op economische en wettelijke ziektekiemen die verwoestend zijn voor gezinnen, culturen en gemeenschappen. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille, want als je de één beschadigt, beschadig je ook de ander. Er bestaat geen cultuur die haar leefmilieu in ere houdt maar haar mensen vernedert. Omgekeerd kan een regering niet stellen dat zij zorgt voor de burgers als ze het milieu laat verloederen.

Het uiteindelijke doel van een wereldwijd immuunsysteem is vaststellen wat niet bevorderlijk is voor het leven en dat vervolgens inperken, uitschakelen en verwijderen. Als gemeenschappen, culturen en ecosystemen zijn beschadigd, probeert het verdere aantasting te voorkomen en daarna de schade te herstellen.

Dat is niet eenvoudig. De meeste organisaties voor maatschappelijke verandering hebben te weinig personeel en financiële middelen. In veel landen kan het gevaarlijk zijn om deel uit te maken van de beweging. We gedenken de moorden op de Zuid-Afrikaanse activist Steve Biko en de Braziliaanse rubbertapper en milieubeschermer Chico Mendes, maar ik durf te beweren dat er elke dag mensen binnen de beweging worden bedreigd en vermoord. Als je beelden ziet van Indianen uit het Amazonegebied die in vol ornaat door São Paulo marcheren om te protesteren tegen het beleid van de Braziliaanse regering, zijn dat mensen die even moedig als bang zijn. Ik heb een foto van een klein Maya-meisje in Guatemala dat haar moeder bij de hand houdt en met grote ogen van ongeloof opkijkt naar een slaglinie van zwarte kunststof schilden en gemaskerde politiemensen met knuppels in de vuist. Als de Revolutionaire Vrouwenbond in Afghanistan zonder burka demonstreert voor vrouwenrechten, spreidt ze een ongewone heldhaftigheid ten toon, want de vrouwen wéten dat er repercussies zullen komen. Toen in het Chinese Zhidou de Wilde Yak Brigade werd opgericht om de bedreigde Tibetaanse antiloop te kunnen beschermen, werden de eerste twee leiders door stropers vermoord.

De meeste activisten in deze beweging beginnen net als Chico Mendes. Ze denken dat ze voor een keurig afgebakend doel vechten, in Mendes’ geval de bescherming van de rubberbomen, en gaan later inzien dat ze strijden voor een hoger doel. Mendes zei: ‘Toen dacht ik dat ik probeerde het regenwoud van de Amazone te redden. Nu begrijp ik dat ik vocht voor de hele mensheid.’

Om de ziekteverwekkers effectief te kunnen aanpakken, moest de beweging de gedaante krijgen van een waaier aan verschillende soorten organisaties. Je hebt instituten, bedrijven, onderzoekinstituten, bureaus voor wijkopbouw, vakbonden, netwerken, groepen met een religieuze inslag, fondsen voor liefdadigheid, stichtingen. Binnen elke categorie vind je tientallen soorten organisaties die per activiteit verschillen, en binnen een activiteit richt elke groep zich op andere zwaartepunten: kinderrechten, culturele eigenheid, toegang tot energie, geletterdheid, behoud van de koraalriffen, democratische hervormingen, zeezoogdieren, et cetera.

Het immuunsysteem is het meest ingewikkelde stelsel in het lichaam, zoals het lichaam het meest ingewikkelde organisme ter wereld is en de meest ingewikkelde verzameling organismen de menselijke beschaving is. De beweging is op haar beurt de meest ingewikkelde coalitie van organisaties van mensen die de wereld ooit heeft meegemaakt. Het onwaarschijnlijke gegeven dat anarchisten, goedgeefse miljardairs, straatkomedianten, natuurwetenschappers, jonge activisten, inheemse stamleden, diplomaten, schrijvers, strategen, boeren en studenten allemaal samenwerken aan gezamenlijke doelen, getuigt van de kracht van de menselijke dadendrang die onweerstaanbaar en eeuwig is.

Maar we zijn er nog niet. Nog steeds kunnen zoveel uiteenlopende mensen en organisaties effectiever samenwerken. Ze zullen vaker een stap terug moeten doen om mogelijkheden voor samenwerking af te tasten. Ze moeten proberen om meer synergie op te wekken, maximale financiering binnen te halen, efficiënt werken te stimuleren en hun eigen identiteit ondergeschikt te maken aan het grote geheel. Met al die zaken is een begin gemaakt, maar het gaat niet altijd zo goed als zou kunnen – en als nodig is.

Als de honderdduizenden organisaties waaruit de beweging bestaat, representanten zijn van de maatschappelijke antilichamen die zich vastkleven aan ziekmakende aspecten van de macht, kunnen we het er snel over eens zijn dat de beweging nog veel kan leren over samenwerking. Maar feit is dat dít is wat de aarde naar voren schuift om zichzelf te beschermen. Hiermee moeten we het doen.

Maar als we onze totale aandacht besteden aan wat er allemaal mis gaat – in de wereld of binnen de beweging – zien we het grootste geschenk over het hoofd: in de chaos die de wereld overspoelt, schuilt een hoopvolle toekomst. Ik geloof dat deze beweging de strijd gaat winnen. Daarmee bedoel ik niet dat iemand anders verslagen, overwonnen of gekwetst gaat worden. Juist het tegendeel. Ik bedoel dat het gedachtegoed waaruit de doelstellingen van de beweging voortkomen, de overhand zal krijgen. Het zal in de meeste instellingen de heersende trend worden, maar voor het zover is, zal het genoeg mensen doen bijsturen en een ommekeer bewerkstelligen na eeuwen van verbeten zelfvernietiging.

Er is nog tijd voor de grote instellingen en bedrijven in de wereld om mee te helpen de planeet te redden, maar de aarde zelf stelt wel de voorwaarden voor die samenwerking. Overal zie je de bordjes met ‘Hulp gevraagd’. We hebben het hart, de kennis, het geld en het verstand om ons sociale en ecologische stelsel op te waarderen. Het wordt tijd dat wij alles wat schade aanricht uit beeld laten verdwijnen. ‘Wij’ gaat over ons allemaal, over iedereen, over u en mij.

Ja, wij kunnen ons teweerstellen tegen externe bedreigingen. Dat zijn we aan het doen. En we zullen worden geleid door een levende intelligentie die elke seconde wonderen doet gebeuren, gesteund door een beweging zonder naam.

Met toestemming bewerkt en overgenomen van Blessed Unrest: How the Largest Movement in the World Came into Being and Why No One Saw It Coming, het boek van de Amerikaanse ondernemer Paul Hawken dat in mei verschijnt bij uitgeverij Viking (ISBN 978-0670038527). Hawken schreef in Ode eerder over ‘natuurlijk kapitalisme’ (Ode 13) en de protesten tijdens de WTO-top in Seattle (Ode 31). Meer informatie: www.paulhawken.com.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.

   
Subscribe - Get a Free Issue!
Give A Gift
Renew