Email   Print

Niemand wilde de waarheid vinden

Al 35 jaar zitten ze vast voor een moord die ze niet hebben begaan. Hun proces, beweert Anita Roddick, laat zien dat recht soms krom kan zijn.

Anita Roddick | 95 april 2007 issue

Ik was niet de enige in het vliegtuig die zich bezorgd afvroeg wat er na de landing te wachten stond. Het was ruim een jaar geleden dat orkaan Katrina van de stad een puinhoop had gemaakt. Vissersboten lagen nog altijd langs de snelwegen, matrassen hingen nog in de bomen en mensen rouwden nog dagelijks om de mensenlevens die aan flarden waren gescheurd. Daarover gingen de zorgen van mijn medepassagiers, ík had andere zorgen. Ik was op weg naar Angola, het grootste gevangeniscomplex in de Verenigde Staten, eentje met een bijzonder slechte reputatie.

Sinds een aantal jaren volg ik het verhaal van de ‘Angola 3’, drie mannen die 35 jaar geleden in afzondering werden opgesloten vanwege een moord op een bewaker – een moord die ze niet hebben begaan. Het zijn Albert Woodfox, Herman Wallace en Robert King Wilkerson: drie zwarte mannen, inmiddels tegen de zestig jaar, en slachtoffer van hun eigen politieke activisme.

Rond 1970 waren Woodfox en Wallace afzonderlijk vastgezet voor berovingen. In Angola was het zo gewelddadig dat de bewakers gevangenen inschakelden en bewapenden om de orde veilig te stellen – wat overigens nooit lukte. Woodfox en Wallace waren verbonden met de Zwarte Panters, de beweging van Afro-Amerikanen die een einde wilden maken aan de onderdrukking door de blanke meerderheid. In de gevangenis ging hun activisme verder. Ze organiseerden geweldloze werkonderbrekingen en hongerstakingen om betere omstandigheden af te dwingen: fatsoenlijk eten, gelijke rechten voor zwarten, maatregelen tegen corruptie, een verbod op de lukrake afranselingen door cipiers.

Voor het blanke gezag waren Woodfox en Wallace storende elementen. De moord op Brent Miller, een blanke cipier die op een slaapzaal was doodgestoken, vormde in april 1972 het ideale excuus om ze levenslang in afzondering op te sluiten. Kort na de moord belandde ook Wilkerson in de gevangenis. Hij was een beruchte organisator van de Zwarte Panters en werd onmiddellijk in een isoleercel geplaatst, ‘hangende het onderzoek’. Waarover dat onderzoek precies ging, op basis van welke aanklacht, werd hem niet verteld. Pas in 1991 ontdekte Wilkerson, mogelijk per ongeluk, dat een onderzoek liep naar zijn betrokkenheid bij de moord op Miller. Dat Wilkerson op het moment van de moord nog niet eens gevangen was gezet, deed er niet toe.

Nu ben ik onderweg naar hun gevangenis en niet voor het eerst. In de afgelopen jaren heb ik de mannen diverse malen bezocht. Daarvoor moet je een broeierige tocht maken, weg uit New Orleans, langs de meest afgelegen landweggetjes in de staat Louisiana, tot je aankomt bij dat bizarre oord: een voormalige slavenplantage van ruim zevenduizend hectare waar tot op de dag van vandaag voornamelijk zwarte mannen de akkers bewerken, nauwlettend bewaakt door gewapende blanke opzichters te paard. Angola is vernoemd naar het thuisland van de vele slaven die hier sinds de zeventiende eeuw naartoe waren gehaald om te werken in de katoen-, suiker- en tabaksteelt. Toen al werden zwarten gevangengezet; sommige dingen veranderen kennelijk nooit...

Woodfox, Wallace en Wilkerson hebben, met hun familieleden, sinds het begin geprobeerd hun zaak onder de aandacht van de buitenwereld te brengen. Pas in 1998 lukte dat toen activisten en juristen beter gingen samenwerken om hen vrij te krijgen. Maar het is verbijsterend dat mensen niet massaal de straat opgaan uit protest tegen dit eeuwige patroon. Waarom zijn er niet méér mensen die van blinde woede hun stem willen laten horen om gelijkheid en rechtsbescherming voor iedereen af te dwingen? Laat in godsnaam iemand aantonen dat de beschaving ook deze zompige uithoek heeft bereikt.

Na jarenlange campagnes en juridisch touwtrekken, werd op 8 februari 2001 Robert King Wilkerson vrijgesproken van de moord. De andere twee zitten nog steeds in eenzame opsluiting. Ze werden beiden afzonderlijk van elkaar veroordeeld door een volledig blanke jury, ondanks het feit dat er geen bewijzen waren die hen als dader aanwezen en ondanks het feit dat alle getuigen informanten waren, medegevangenen die werden beloond voor hun verklaringen – met toezeggingen van gratie, korting op hun straftijd, of in één geval: de belofte van een wekelijkse slof sigaretten tijdens de verdere strafperiode.

Terwijl het vliegtuig landt in een snikheet New Orleans, bedenk ik dat het beslissende stapje in de lange weg naar vrijspraak voor Wallace nabij is. Straks ga ik naar Angola voor een uitzonderlijke gebeurtenis: voor het eerst in dertig jaar wordt de zaak-Wallace opnieuw voor de onderzoeksrechter gebracht.

Een klein ploegje activisten en onderzoekers heeft bewijsmateriaal opgedoken, waardoor Wallace zowaar kan worden vrijgesproken. Na jaren van geploeter, waarin juridische stukken werden opgestuurd en dan lijdzaam moest worden gewacht tot de tergend trage procedure was doorlopen, ontstond nu eindelijk de gelegenheid om te bewijzen dat het gevangenisbestuur en de staat Louisiana bewijsmateriaal hebben achtergehouden dat Wallace en Woodfox had kunnen vrijpleiten.

Bij de bagageband zie ik Scott Fleming, de advocaat van Woodfox en Wallace, die meteen slecht nieuws heeft. Terwijl ik in de lucht hing, heeft de rechter de hoorzitting uitgesteld. De moed zinkt me in de schoenen. Alsof de ambtelijke molens nog niet langzaam genoeg maalden! Al eerder had ik mogen meemaken hoe kleinzielig de gevangenisdirectie kan zijn. Ze ergert zich aan de media-aandacht voor mijn bemoeienis met de zaak; daarvoor zijn Woodfox en Wallace in het verleden al diverse keren gestraft. Ook ben ik al een keer de gevangenis uitgegooid toen ik bij hen op bezoek was. En de directie heeft voorkomen dat mijn boek A Revolution in Kindness naar gevangenen werd opgestuurd; ik had begrepen dat mijn boek een ‘veiligheidsrisico’ inhield.

En nu was het proces weer uitgesteld. Betekende dit dat er bewijs was voor de onschuld van Wallace? Waren ze bang voor nieuwe argumenten die aantoonden hoe misdadig deze zaak is aangepakt? Of rolden ze even met hun spierballen om te laten zien wie hier eigenlijk de baas was?

Het gesprek met de advocaat en de activisten kwam op de aanwijzingen waarop ze tijdens hun onderzoek waren gestuit. Kennelijk waren er op de plaats delict vingerafdrukken van bloed aangetroffen, maar de directie had ze destijds alleen laten vergelijken met die van de vier mannen die al snel van de moord waren beschuldigd, onder wie Woodfox en Wallace – ze kwamen niet overeen. Let wel: van alle vijfduizend gevangenen die op de dag van de moord binnen de gevangenismuren waren, zaten de vingerafdrukken in een dossier. Dat de staat weigerde om de bloedige vingerafdrukken te vergelijken met die van álle gevangenen, bewijst voor mij alleen maar dat niemand daar ooit van plan is geweest om de waarheid vast te stellen. Inmiddels is de staat de vingerafdrukken natuurlijk kwijtgeraakt, dus is het nu onmogelijk om ze alsnog te vergelijken... Je bloed zou ervan gaan koken.

Ik sloeg helemaal steil achterover toen ik hoorde dat de weduwe van de cipier de gevangenis eens had aangeklaagd wegens dood door schuld. In haar eis had ze gezegd dat de staat nalatig is geweest door de omstandigheden toe te laten die hadden geleid tot de dood van haar man. Haar klacht werd verworpen toen de staat aanvoerde dat er – let op – géén bewijs was dat de mannen die waren veroordeeld daadwerkelijk de moord zouden hebben gepleegd.

Na deze duizelingwekkende feiten in het proces nam ik afscheid van het juridische team. Ik vloog terug naar huis, woedender dan ooit tevoren. Als de hoorzitting opnieuw op de rol komt, zal ik weer een vlucht boeken en erbij zijn wanneer Herman Wallace voor de rechter staat. Want ik kan nog steeds niet geloven dat mensen die weten hoe het zit, zichzelf onder ogen kunnen komen terwijl ze twee mannen in eenzame opsluiting laten wegkwijnen voor een misdrijf waarvan zelfs de staat toegeeft dat die niet door hen is gepleegd. Ze zullen me recht in mijn ogen moeten kijken en schaamteloos moeten liegen. En weten dat ik weet hoe het zit.

Naschrift redactie:
Na het laatste bezoek van Anita Roddick heeft een rechtbank aangegeven – na een hoorzitting in de Angola-gevangenis – dat de veroordeling van Herman Wallace voor de moord op de cipier in 1974 moet worden teruggedraaid. De uitspraak is niet bindend, maar biedt hoop dat Wallace binnenkort zijn vrijheid tegemoet kan wandelen. Van nieuwe ontwikkelingen zullen we zeker melding maken.

Anita Roddick is oprichter van The Body Shop en activiste. Op haar weblog, www.anitaroddick.com, verhaalt ze over haar reizen en campagnes.
Meer informatie: www.angola3.org



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.