Email   Print
Share  

Voorwoord

Ik begrijp ook wel dat mijn dochters er niet veel voor voelen om in een oude broek van hun vader te lopen

Jurriaan Kamp | 88 juli 2006 issue

Onlangs organiseerden wij een verrassingsfeestje ter gelegenheid van het eindexamen van onze dochter Majlie. Alle gasten moesten in het wit komen. Met die opdracht dook ik diep in mijn klerenkast waar ik inderdaad een witte broek vond. Een broek met een verhaal. De broek werd in 1958 gemaakt door een Indiase kleermaker voor mijn vader die toen in Bombay (tegenwoordig Mumbai) woonde. Mijn vader had een hele serie van die broeken laten maken om het tropische klimaat van India te trotseren. De broeken werden voortdurend gewassen. En dat was in India geen zachtzinnige bezigheid. De dhobi’s (wasmannen) slaan de kleren op stenen om ze schoon te maken. De broeken hielden zich goed en kwamen in 1959 – mijn geboortejaar – met mijn ouders mee terug naar Nederland. In 1986 vertrokken Hélène en ik voor een verblijf van een aantal jaar in de Indiase hoofdstad Delhi – mét de broeken die mij prima bleken te passen. Ik heb ze vier jaar intensief gedragen en ook ónze dhobi nam ze wekelijks flink onder handen. Maar denk niet dat één van de vrienden van Majlie vorige maand bezorgd bij mij kwam informeren naar die ‘oude versleten broek’ die ik droeg. Nog steeds kan de inmiddels bijna vijftig jaar oude broek met de beste mee. Sterker nog: ik heb de afgelopen 25 jaar geen enkele andere katoenen broek gekocht die na eenzelfde hoeveelheid wasbeurten nog niet volledig was versleten. Het verhaal van mijn vaders broek raakt dit nieuwe nummer op verschillende manieren. Katoen wordt tegenwoordig niet meer zo dicht en sterk geweven. Katoenen kleren worden gemaakt om – zo snel mogelijk? – te worden vervangen. Die kwaliteitsvermindering in het belang van de commercie is een goed voorbeeld van het gebrek aan authenticiteit dat de moderne samenleving op zo vele plaatsen parten speelt, zoals Jay Walljasper schrijft op pagina 28. Ik begrijp ook wel dat mijn modegevoelige dochters er niet veel voor voelen om in een oude broek van hun vader te lopen, maar toch kan ik me goed voorstellen dat er ook in de mode plaats is voor veel meer duurzaamheid. Kleren van kwaliteitsstof kunnen worden vermaakt in nieuwe, coole kleren, maar in de huidige economie is er nauwelijks plaats voor kleermakers: arbeid is te duur. Daarvoor heeft Eckart Wintzen de juiste oplossing: een simpele, maar uiterst effectieve omdraaiing van het belastingstelsel (zie pagina 80). En misschien nog wel het belangrijkste: de katoen van die broek van toen kwam van een Indiase akker die niet jaarlijks werd doordrenkt met voor mens en natuur schadelijke bestrijdingsmiddelen. Op pagina 16 bericht Marco Visscher hoe de ‘groene revolutie’ die in de jaren zestig werd gelanceerd, is vastgelopen in een drama dat vandaag op grote schaal leidt tot zelfmoord onder Indiase katoenboeren. Mijn eerlijke, echte broek van gewone, onbespoten katoen ligt weer keurig in de kast voor het volgende witte feest.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: