Groen conservatief
De opkomst van een nieuwe politieke paradox brengt hoop voor de planeet
Jay Walljasper
| 87 juni 2006 issue
Moderne politici zijn berucht om de manier waarop ze vreemde, nieuwe betekenissen geven aan vertrouwde woorden. Zo zeggen ze “nationale veiligheid” en bedoelen dan een invasie van verre landen. “Keuze” is in Amerikaanse verkiezingsdebatten een geheime code voor abortus en “gezin” een synoniem voor fel verzet tegen de rechten van homoseksuelen. En er zijn Europese politici die uitsluitend blanken bedoelen als ze “wij” zeggen.
Maar het woord dat overal in de wereld de spectaculairste betekenisverandering heeft ondergaan is “conservatief”. Ooit was het een duidelijke aanduiding van een politieke filosofie die het behoud van tradities voorstond. Maar van Washington DC tot Rome en Canberra in Australië gebruiken invloedrijke politici het woord nu als een rechtvaardiging voor een volledig nieuwe inrichting van de samenleving overeenkomstig de wensen van multinationale ondernemingen en fervente voorstanders van de vrijhandel. Over de waarde van dit beleid valt te twisten, maar het is duidelijk dat een dergelijke politieke agenda allesbehalve conservatief is.
‘Het is niet toevallig dat de woorden “conservatief” en “conservatie” zoveel gemeen hebben,’ merkt de Amerikaanse milieufilosoof Bill McKibben op. ‘Wat we tegenwoordig conservatief noemen, is in de ban van iets heel anders – het idee dat onze economie koste wat het kost moet groeien. Dat kan desastreus zijn voor ons milieu en onze samenleving.’
Dat is de grote paradox van de moderne politiek. Juist het behoud – van het milieu, natuurlijke hulpbronnen, energie, gemeenschapszin of wat dan ook – vinden de meeste zogenaamde conservatieven onnodig, of zelfs een gevaarlijke hinderpaal voor economische vooruitgang. De Amerikaanse vice-president Dick Cheney vatte de heersende rechtse opvatting als volgt samen: ‘Behoud is misschien een teken van persoonlijke deugd, maar voor een gezonde, allesomvattende energiepolitiek is het een onvoldoende basis.’
Dat maakt de recente ontwikkelingen in de Britse politiek zo fascinerend. De conservatieve partij, die zich ten tijde van Margaret Thatcher de woede van milieubeschermers op de hals haalde, poogt de Labourregering ten val te brengen en heeft nu ineens de mond vol van milieukwesties. De nieuwe leider van de conservatieven David Cameron, die in de herfst aan de macht kwam, spoort de Engelsen met een citaat van Gandhi aan om ‘de verandering te worden die we in de wereld willen zien’. Overal in Londen wordt hij op de fiets gezien en zijn huis in de chique wijk Notting Hill wil hij uitrusten met zonnepanelen en een windturbine. In een krantenadvertentie ging hij zelfs zo ver de macht van grote bedrijven ter discussie te stellen met de opmerking ‘We moeten niet alleen opkomen voor de grote bedrijven, maar ze ook trotseren.’
Opportunistische politieke taal? Een nader onderzoek van het beleid van Cameron is hoopgevend. Misschien streeft de nieuwe leider van de Britse conservatieven wel degelijk als eerste een nieuw “groen” conservatisme na dat wereldwijd even invloedrijk zou kunnen worden als de radicale vrijemarktpolitiek van Thatcher in de jaren tachtig? Als het milieu wereldwijd niet langer een splijtzwam tussen linkse, rechtse en middenpartijen is, zouden allerlei nieuwe groene initiatieven tot bloei kunnen komen.
David Cameron nam een gedurfde stap door de popster Bob Geldof, een bekend voorstander van armoedebestrijding, als adviseur voor internationale zaken aan te trekken, en Zac Goldsmith, de uitgever van het milieutijdschrift The Ecologist, als adviseur milieu.
The Ecologist heeft zich altijd hardnekkig verzet tegen de globalisering van het bedrijfsleven, de industriële landbouw, vrijhandel, genetisch gemanipuleerd voedsel en grote supermarkten – niet bepaald onderwerpen voor de politieke agenda van een aankomend leider van de conservatieve partij. Toch geeft Goldsmith mede leiding aan een team van vooraanstaande partijleden dat de komende anderhalf jaar een nieuwe visie op ‘groen conservatisme’ zal ontwikkelen. Van de leiding van de partij heeft Goldsmith zelfs toestemming gekregen zich kandidaat te stellen voor een parlementszetel. ‘Als je dit vier of vijf jaar geleden had voorspeld,’ geeft hij toe, ‘zou ik heel verbaasd zijn geweest.’
‘De opvattingen over het milieu zijn hier op het moment geweldig aan het veranderen,’ voegt hij eraan toe. ‘De politiek is met een inhaalmanoeuvre bezig. Vijftien jaar geleden lachte men nog om prins Charles als hij het over biologisch voedsel had. Nu koopt vijftig procent van de Engelsen biologisch voedsel voor zijn kinderen. Ondernemingen als het grootwinkelbedrijf Marks & Spencer leggen de lat echt hoger. De dingen waarover we in The Ecologist schrijven, nemen ze serieus. Uit gedetailleerd marktonderzoek blijkt dat de klant dat wil.’
Bij het opstellen van het nieuwe conservatieve partijprogramma voor milieu wil Goldsmith vier thema’s extra aandacht geven: zuinig energiegebruik, voedsel dat plaatselijk wordt geproduceerd, minder afhankelijkheid van buitenlandse olie en het voorzorgsbeginsel – nieuwe technologie en producten mogen pas worden gebruikt als bewezen is dat ze veilig zijn. Hij vindt dit pragmatische kwesties die uitstekend passen bij het gedachtegoed van de conservatieve partij. ‘We hoeven er niet voor als monniken te leven en ze vergen geen enorme belastingverhogingen.’
Ook de nieuwe minister van Milieu uit het schaduwkabinet van de Tories, Peter Ainsworth, nam een gedurfde stap. Hij heeft gezworen de kwestie van de klimaatverandering aan te pakken met maatregelen voor energiebesparing en bevordering van alternatieve energiebronnen als zonne-, wind- en getijde-energie. (Over kernenergie houdt hij zich op de vlakte.) ‘Ik geloof niet dat het behoud van de aarde en economische vooruitgang niet samengaan,’ zegt hij. ‘Commercieel bieden deze nieuwe groene industrieën de Britse bedrijven enorme kansen. Het risico bestaat dat we die mislopen.’
John Vidal, die lange tijd als milieuredacteur bij de gematigd linkse krant The Guardian het milieubeleid doorlichtte, merkt terecht op: ‘Als je niet aan de macht bent, is het simpel om groen te zijn. Maar de conservatieven hebben een uitstekend milieuteam. Wat er gaat gebeuren als hun voorstellen botsen met de zakelijke belangen van de partij? Dat moeten we nog afwachten.’
Vidal voegt er snel aan toe dat de conservatieven al veel hebben bereikt. ‘Het is schitterend om te zien welk effect ze hebben op de huidige Labour-regering. Ze dwingen de regering meer te doen aan duurzame energie en veel andere zaken.’
Net als Goldsmith ziet Vidal het milieubewustzijn in Groot-Brittannië op het moment weer groeien, en hij heeft het gevoel ‘dat dit vooral het geval is bij ondernemers. Meer dan bij de regering. Ondernemers komen echt met nieuwe initiatieven. Het is absoluut verbazend.’ Dit is misschien mede een verklaring voor het nooit eerder voorgekomen verschijnsel dat een conservatieve partij een linkse partij in moeilijkheden brengt met milieukwesties.
Ook in Duitsland herzien conservatieve leiders hun opvattingen over het milieu. De onlangs gekozen christendemocratische bondskanselier Angela Merkel heeft een aantal belangrijke beleidsmaatregelen van het vorige coalitiekabinet van sociaaldemocraten en Groenen niet teruggedraaid. ‘De christendemocraten waren faliekant tegen de overheidssteun voor duurzame energie en de ecotaks,’ zegt Wolgang Sachs, een vooraanstaand Duits milieuonderzoeker. ‘Maar nu is men het erover eens dat het milieu en duurzame energie steun verdienen. Dat zien de christendemocraten eindelijk in.’
Sachs legt uit dat de christendemocraten als conservatieve partij traditioneel het behoud van het gezin, de gemeenschap en het natuurlijke landschap propageerden, wanneer ze werden geconfronteerd met technologische en economische veranderingen. (In Beieren – de conservatiefste deelstaat van Duitsland – werd, naar verluidt, ‘s werelds eerste ministerie voor milieubescherming in het leven geroepen.) Maar tegenwoordig, beweert Sachs, ‘zijn de Groenen de hedendaagse uitdrukking van een dergelijk conservatief beleid.’
Hij vertelt dat de uitkomst van de recente verkiezingen in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg bijna leidde tot een nooit eerder gevormde regeringscoalitie van christendemocraten en Groenen. Maar de pogingen een coalitie te vormen van “conservatieven” oude en nieuwe stijl liepen deels spaak onder druk van plaatselijke activisten uit beide kampen die de andere partij niet vertrouwden. ‘Een beetje jammer,’ vindt Sachs. ‘Het had een proefrit kunnen worden voor de hele Duitse samenleving.’
De groene golf onder de conservatieven heeft de andere kant van de Atlantische Oceaan nog niet bereikt. De nieuwe conservatieve premier van Canada, Stephen Harper, verzette zich in zijn verkiezingscampagne tegen de voortzetting van deelname aan het Verdrag van Kyoto ten aanzien van de mondiale klimaatverandering, en George Bush heeft volkomen terecht de reputatie vrijwel alle milieu-initiatieven die hij op zijn weg vindt te boycotten. Maar senator John McCain, die velen zien als de favoriete Republikeinse kandidaat bij de verkiezingen van 2008, besteedt in zijn campagne tot ontzetting van de partijleiders aandacht aan de opwarming van de aarde.
Ook veel protestanten – bij de verkiezingen in voorgaande jaren waarschijnlijk de trouwste aanhangers van de Republikeinse partij – hebben kritiek op de lakse houding van de partij ten aanzien van klimaatverandering. Achtenzestig vooraanstaande protestantse leiders, onder wie de voorzitters van negenendertig christelijke universiteiten en Rick Warren, auteur van bestsellers als The Purpose-Driven Life, ondertekenden een verklaring waarin overheidsmaatregelen voor beperking van de uitstoot van broeikasgassen worden bepleit.
Verder zijn er aanwijzingen dat een aantal doorsnee-conservatieve stemmers de partij haar hardnekkige onverschilligheid ten aanzien van milieukwesties misschien niet meer in dank afneemt. Rod Dreher, voormalig redacteur van het rechtse tijdschrift National Review en inmiddels uitgever van een krant in het republikeinse bolwerk Dallas zegt: ‘De zorg om het milieu is hier in Noord-Texas een zaak die binnen het gezin veel aandacht krijgt. De republikeinse leiders zijn gemotiveerd om de lucht schoner te maken. Ze zien hoeveel de vervuiling ons kost. Eén van hen vertelde me dat hij naar een voetbalwedstrijd van zijn kleindochter ging en dat de helft van de kinderen aan de zijlijn hun inhalators tegen astma moest gebruiken.’
Dreher beschrijft in zijn boek Crunchy Cons (Crown Forum, 2005) de onwaarschijnlijke opkomst van een nieuwe sociale beweging. ‘Rauwe rechtsen’ zijn, volgens hem, zelfverklaarde conservatieven die een aantal interesses gemeen hebben met linkse mensen, zoals een afkeer van overdadig consumeren, grote bedrijven en televisie, en net als zij een voorliefde voor biologisch voedsel, dierenrechten, de natuur, monumentenzorg, kleinschaligheid en een schoon milieu. Deze mensen zijn over het algemeen diep religieus – tegen abortus, onderzoek met stamcellen en het homoseksuele huwelijk – en ze zijn ervan overtuigd dat ze noch door de republikeinen noch door de democraten worden vertegenwoordigd.
‘Het is niet eenvoudig groen conservatief te zijn,’ schrijft Dreher, ‘maar als we als conservatieven onze principes trouw willen blijven, moeten we die kant op.’
De opkomst van protestantse milieuactivisten en ‘rauw rechts’ in Amerika zou wel eens even belangrijk kunnen zijn als het groen worden van de conservatieve partijen in Europa. In de Verenigde Staten worden politieke veranderingen gewoonlijk eerst gepropageerd door sociale bewegingen (denk bijvoorbeeld aan de burgerrechten- en anti-abortusbeweging) en pas later overgenomen door politieke partijen. De opvattingen van de conservatieven op Birkenstock-sandalen over wie Dreher schrijft, leiden misschien tot het groen worden van de republikeinse partij, een grootscheeps overlopen naar de democraten of misschien een spiksplinternieuwe politieke partij. Hoe dan ook, een enthousiaste politieke groepering naast de gebruikelijke milieuactivisten vormt misschien een nieuwe hoop voor de planeet.
Meer informatie:
Britse conservatieve partij: www.conservatives.org
Evangelical Climate Initiative: www.christiansandclimate.org