|
|
Advocaten pakken het broeikaseffect aan
De aarde wordt warmer. En dat proces bedreigt het bestaan van een groot deel van de wereldbevolking. De internationale politiek slaagt er niet in het tij te keren. Het bedrijfsleven is bang voor verandering. Consumenten blijven energieverslindende auto's kopen. En toch gloort er hoop: in de Verenigde Staten maken advocaten zich klaar voor processen tegen vervuilende industrieën. Zoals het roken via de rechtszaal werd verdreven, zal de strijd voor het klimaat ook via de rechter worden gewonnen.
In 1956 kopte The New York Times op een dag: ‘Warmer klimaat op aarde zou gevolg kunnen zijn van toename koolstofdioxide in de lucht’. Vijftig jaar later is er nauwelijks nog een wetenschapper die niet onderschrijft dat het klimaat op aarde versneld verandert door de opeenhoping van het broeikasgas CO2 in de atmosfeer als gevolg van de toenemende verbranding van fossiele brandstoffen. Er is een halve eeuw voor nodig geweest om de internationale gemeenschap ervan te overtuigen dat hier iets ernstigs aan de hand is – niet echt een bewijs voor de leergierigheid van de mens – maar nu klinken ineens overal bezorgde oproepen. Klimaatverandering stond bovenaan de agenda van de directeuren begin dit jaar tijdens het World Economic Forum in Davos. Een topadviseur van de Britse premier Tony Blair noemt de dreiging van de klimaatverandering ‘ernstiger dan de dreiging van het terrorisme’. Al Gore trekt als onheilsprofeet van de warmer wordende aarde thans meer aandacht dan ooit als vice-president van de Verenigde Staten. Zelfs het conservatieve Time Magazine toont zich bezorgd en kopt in een recent nummer: Be Afraid. Be Very Afraid. De verzekeringsmaatschappijen worden onrustig. Het zeewater stijgt – volgens de heersende wetenschappelijke consensus van het Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde Naties tot bijna een meter tegen het einde van deze eeuw en de helft daarvan is direct aan menselijke invloed toe te schrijven. IJsberen verdrinken. Het verspreidingsgebied van malaria wordt groter. Er zijn meer hittegolven, en meer droogtes. Meer en heftiger orkanen. Katrina verwoestte New Orleans en nooit kregen de verzekeraars na een natuurramp meer claims te verwerken. Intussen zijn de klimaatwetenschappers het er ook over eens dat het niet te laat is om de dreiging radicaal aan te pakken, de klimaatverandering te stoppen en nog veel ernstiger gevolgen te voorkomen. De oplossingen zijn ook bekend, en goed en direct uitvoerbaar: drastische energiebesparing en versnelde grootschalige investeringen in schone, duurzame energie. ‘Het enige dat mist, is politieke wil’, schrijft Al Gore in een recent essay in Vanity Fair. Maar dat is een schaars goed – zeker in de Verenigde Staten van president George Bush dat met vijf procent van de wereldbevolking een kwart van de uitstoot van CO2 voor haar rekening neemt en niet bereid is om partij te worden bij het verdrag van Kyoto dat de emissies beperkt. Dat verklaart misschien wel waarom de toon van de wetenschappelijke rapporten over de klimaatverandering somberder en dreigender wordt. De mensheid lijkt af te stevenen op een onafwendbaar drama. Onze generatie zal in de geschiedenisboeken van onze kleinkinderen worden afgeschilderd als de generatie die kon ingrijpen maar het niet heeft gedaan. Of toch wel? Terwijl politici en industrie het laten afweten, gloort hoop uit een niet eens zo onverwachte hoek: de advocatuur. Dezelfde advocaten die ruim tien jaar geleden met miljardeneisen voor schadevergoeding de tabaksfabrikanten op de knieën dwongen en daarmee een belangrijke bijdrage leverden aan de volksgezondheid, zien in klimaatverandering een nieuwe kansrijke zaak ontstaan die zij in de rechtszaal in hun voordeel kunnen beslechten. Alexis de Tocqueville schreef al in de jaren dertig van de negentiende eeuw over de Verenigde Staten: er bestaat ‘nauwelijks enige politieke vraag... die niet vroeger of later door middel van een juridische vraag wordt beantwoord.’ Die procescultuur met buitensporige claims lijkt vaak overdreven en schadelijk voor de Amerikaanse samenleving, maar diezelfde cultuur biedt ook het perspectief om een beleidsverandering te bewerkstelligen die via de gangbare politieke kanalen niet blijkt te kunnen worden verwezenlijkt. Het toont misschien een brevet van onvermogen van de mensheid, maar slimme advocaten die uit zijn op winstbejag zouden wel eens de redders van de planeet kunnen zijn. Zij lopen zich aan de zijlijn warm om de klimaatverandering te beteugelen. In 1994 kreeg Steve Susman, oprichter en partner van de advocatenfirma Susman and Godfrey in Houston in Texas, een telefoontje van de openbare aanklager van de staat Massachusetts. Susman, die magna cum laude afstudeerde aan de universiteit van Yale en die naam en faam had verworven als pleiter, vloog naar Boston en kreeg daar het verzoek van de openbare aanklager om hem bij te staan in een procedure tegen de tabaksfabrikanten. Massachusetts wilde een proces beginnen tegen de tabaksindustrie om de stijgende kosten van de gezondheidszorg als gevolg van de toename van het aantal gevallen van kanker op hen te verhalen. ‘Ik zei: “dat is onzinnig, belachelijk” ’, herinnert Susman zich. Hij wees het verzoek af en raakte dus niet op een vooraanstaande plaats betrokken bij de reeks van processen – het proces van Massachusetts was een van de vele – die de cultuur rondom roken zouden transformeren. Twaalf jaar later: ‘Ik was als de drummer die uit The Beatles stapte. Een hele domme beslissing. En dat overkomt me niet nog een keer.’ In oktober vorig jaar, enkele weken nadat de orkaan Katrina New Orleans had verwoest, nam Susman deel aan een conferentie over klimaatverandering. De conferentie was een initiatief van zijn echtgenote, Ellen Susman, en Gustave Speth, de decaan van de faculteit milieuwetenschappen van Yale, de universiteit waarmee Susman nog steeds een hechte relatie onderhoudt. Het doel van de bijeenkomst was niet zozeer om de wetenschap rondom klimaatverandering te bestuderen, maar om stil te staan bij de vraag waarom concrete ingrijpende maatregelen uitblijven terwijl het bewijs voor de menselijke invloed op het warmer worden van planeet zo overweldigend is. In de gesprekken met politici en ondernemers tijdens de conferentie werd Susman snel duidelijk dat het noodzakelijke radicale ingrijpen uit die hoeken niet is te verwachten. ‘ “We zullen het netjes regelen, klonk het weinig overtuigend” ‘, zegt Susman. Hij hoorde de bekende argumenten dat het te duur is voor het bedrijfsleven en niet goed voor de economie als energiebesparing en de overschakeling naar schone en duurzame energiebronnen te snel worden doorgevoerd. Zo beweert de regering-Bush dat de verplichte emissiestandaarden van het Kyoto-verdrag de Verenigde Staten gedurende de looptijd van het verdrag vijf miljoen banen zou kosten. Het bewijs voor het tegenovergestelde stapelt zich intussen op. Steeds meer bedrijven slagen erin substantiële kostenbesparingen te realiseren door middel van energiebesparing. Tussen 1999 en 2002 investeerde British Petroleum bijvoorbeeld 20 miljoen dollar om haar CO2-emissies te verminderen en die investering leverde een kostenbesparing van 650 miljoen (!) dollar op. Studies wijzen uit dat energiebesparing en investeringen in wind- en zonneënergie veel nieuwe banen opleveren. En de geschiedenis laat zien dat de werkgelegenheidseffecten van innovatie eerder mee- dan tegenvallen – simpelweg omdat innovatie vrijwel altijd onverwachte interessante neveneffecten heeft. Economische groei en emissiebeperking kunnen hand in hand gaan: vanaf 1990 groeide de Britse economie met 40 procent terwijl de CO2-emissie van het daarmee gepaard gaande stijging van het energieverbruik maar met 14 procent toenam. Maar zelfs het vooruitzicht van substantiële kostenvoordelen trekt het bedrijfsleven onvoldoende over de streep om de emissie terug te dringen. Sterker nog: de auto-industrie heeft Californië voor de rechter gedaagd omdat de staat eist dat nieuwe automodellen vanaf 2009 beduidend minder CO2 uitstoten. Op de klimaatconferentie van Yale viel het Steve Susman op dat de ondernemers doodsbenauwd waren voor eventuele acties van advocaten om hen verantwoordelijk te stellen voor de klimaatverandering. Wat hem ook opviel, was de opmerkelijke gelijkenis van het thema met de processen tegen de tabaksindustrie van de jaren negentig. Susman: ‘Begin jaren negentig was negentig procent van de mensen er nog van overtuigd dat roken geen kanker veroorzaakte. Die publieke opinie is niet veranderd door de goedheid van de tabaksfabrikanten. De overheid deed ook niets. De publieke opinie is omgeslagen doordat een stel advocaten het in hun hoofd haalde om de tabaksindustrie te vervolgen vanwege de schade die die bedrijven veroorzaakten voor overheidsprogramma’s voor de volksgezondheid.’ Hij is even stil en vervolgt dan: ‘Ik kom net terug uit Saõ Paulo. Zelfs daar wordt nauwelijks meer gerookt. In Brazilië!’ Geïnspireerd door de conferentie, door de bezorgdheid van zijn echtgenote en door de wens om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan de toekomst van zijn kleinkinderen, nam Susman in het vliegtuig terug naar huis een besluit. Hij zou zijn talenten en die van zijn firma, die ook vestigingen heeft in Seattle en binnenkort in New York, gaan inzetten voor een juridische strijd tegen de industrieën die verantwoordelijk zijn voor het grootste gedeelte van de CO2 emissies. Het is een strijd – die volgens deskundigen – de miljardenprocessen rondom roken kan doen verbleken. En, volgens Steve Susman, kunnen over een jaar of tien maatregelen om de klimaatverandering te beteugelen een feit zijn waarvan de meest idealistische milieustrijders nu slechts durven te dromen. Susman is niet alleen. Er zijn de afgelopen jaren al een aantal rechtszaken geïnitieerd. Een coalitie van twaalf Amerikaanse staten, drie steden en een aantal milieugroeperingen onder leiding van Massachusetts is een procedure begonnen tegen het milieuagentschap van de Amerikaanse overheid (EPA). De coalitie eist dat de EPA richtlijnen opstelt om de emissie van CO2 terug te dringen. Die zaak werd aanvankelijk niet ontvankelijk verklaard maar daartegen is de coalitie recentelijk in beroep gegaan bij het Hooggerechtshof. Er loopt ook een zaak van Greenpeace, Friends of the Earth en een aantal steden waaronder Oakland in Californië tegen de U.S. Export-Import Bank die de winning van fossiele brandstoffen zou financieren zonder daarbij de gevolgen voor het milieu te overwegen. Verder hebben milieugroeperingen een procedure aangespannen tegen vijf elektriciteitsbedrijven waarin zij eisen dat die nutsbedrijven hun CO2-emissie jaarlijks met drie procent verminderen. Het zijn allemaal ‘testprocessen’ waarin het – in de visie van Susman – ontbreekt aan substantiële schade en daarmee aan de kans op serieuze impact. Susman is ervan overtuigd dat de vervuilende industrie – naast de nutsbedrijven vooral de autofabrikanten en de oliemaatschappijen – pas in beweging komt als er omvangrijke schadevergoedingen worden gevorderd. En dat brengt de vraag op wie een geschikte eisende partij kan zijn in zo’n procedure. ‘Een enkel individu die een schadevergoeding van tien miljoen dollar eist, zal een vervuilend bedrijf niet stoppen’, zegt Susman, ‘en als duizenden individuen allemaal eigen processen beginnen, verstopt het hele juridische apparaat.’ Een gecombineerde zaak, een zogenaamde ‘class action’ werkt ook niet, omdat alle eisende partijen in zo’n procedure dezelfde schade moeten hebben geleden. En dat is niet in het geval in een ‘broeikasproces’: de een lijdt schade omdat de stijgende zeespiegel zijn huis bedreigt, de ander heeft te maken met tegenvallende oogst als gevolg van droogte, weer een ander kampt met gezondheidsproblemen door een hittegolf et cetera. Volgens Susman biedt de nasleep van de orkaan Katrina een unieke kans voor een eerste serieuze ‘broeikasprocedure’. Daar hebben de verzekeringsmaatschappijen een grote schade geleden. Zij hebben bijna 40 miljard dollar aan verzekerde claims moeten uitkeren. Daarmee classificeren de verzekeraars zich – in de visie van Susman – als een ideale eisende partij. Kleine complicerende factor: de oliemaatschappijen, autofabrikanten en nutsbedrijven die door de verzekeraars zouden kunnen worden aangeklaagd, behoren tot hun eigen klanten. En daarmee verschilt zo’n procedure nadrukkelijk van de processen tegen de tabaksindustrie die werden aangespannen door de overheid. Toch is Susman optimistisch dat verzekeraars uiteindelijk eisende partijen zullen worden in ‘broeikasprocessen’. Het feit dat de verzekeraars al bijna vijftien jaar de alarmbel luiden inzake de klimaatverandering lijkt hem gelijk te geven. De verzekeringsmaatschappijen bleken al in het begin van de jaren negentig de onwaarschijnlijke bondgenoten van milieugroeperingen bij het aan de orde stellen van de gevaren van klimaatverandering. De verzekeraars hadden geen wetenschappelijk bewijs nodig om vast te stellen dat zij jaarlijks beduidend meer schadeclaims moesten uitkeren naar aanleiding van natuurrampen. Een eenvoudig voorbeeld: volgens het Insurance Information Institute hadden zeven van de tien kostbaarste orkanen ooit plaats in de afgelopen twee jaar. Al in 1990 waarschuwde een topman van de grote Zwitserse herverzekeraar Swiss Re dat verdergaande klimaatverandering ‘de verzekeringsindustrie tot in zijn diepste voegen zou doen kraken.’ Een recent rapport van het investeringsinstituut Ceres geeft aan dat de winstgevendheid van verzekeringsmaatschappijen wordt bedreigd omdat de uitkeringen als gevolg van catastrofes sinds 1971 tien keer sneller zijn gestegen dan de premies. En er circuleren modellen die voorspellen dat een volgende orkaan á la Katrina een verzekerde schade van 200 miljard dollar zou kunnen veroorzaken. Zo’n schade is onmogelijk op korte termijn op te vangen middels premieverhogingen. Het probleem is – zoals Tim Flannery beschrijft in zijn boek The Weathermakers – dat de verwoestende kracht van een orkaan exponentieel stijgt: als de windsnelheid in een storm stijgt van 40 à 50 tot 50 à 60 knopen neemt de potentiële schade aan gebouwen met zo’n 650 procent toe. Ofwel: het is niet zo’n boude voorspelling dat verzekeraars uit lijfsbehoud op afzienbare termijn wel haast zullen worden gedwongen om zich naar de rechter te begeven. Swiss Re overweegt al een eerste stap: het weigeren van dekking van de individuele aansprakelijkheid van bestuurders van bedrijven die, volgens de herverzekeraar, te weinig doen aan het terugdringen van hun CO2-emissie. Een eisende partij zal pas ontvankelijk worden verklaard door een rechtbank als die partij kan aantonen dat hij een schade heeft geleden die door een maatregel van de rechtbank kan worden gecorrigeerd. Dat is de volgende niet zo eenvoudige horde die Susman en zijn collega’s zullen moeten nemen om tot een succesvolle broeikasprocedure te komen. Er is al een Amerikaanse lagere rechter geweest die heeft geweigerd een broeikaszaak te behandelen omdat het een ‘politieke aangelegenheid’ zou betreffen die buiten de bevoegdheden van de rechter valt. Een rechter wil regels toepassen en er bestaan in de Verenigde Staten nog geen afdwingbare regels met betrekking tot de uitstoot van CO2 en klimaatverandering. Aan de andere kant spelen de spannendste en meest baanbrekende processen zich juist vaak af op de rand van het gebied van de regelgeving. De processen helpen nieuwe regels formuleren die vervolgens weer in wetgeving worden vertaald. In het overtuigen van de rechter dat hij een zaak ontvankelijk moet verklaren en dus in behandeling moet nemen, ligt een cruciale uitdaging voor advocaten. Het is een obstakel dat zij bijvoorbeeld in de processen tegen de tabaksindustrie maar ook in zaken rondom asbest, met succes uit de weg hebben geruimd. Zodra een rechter een broeikaszaak in behandeling neemt, zullen advocaten vervolgens moeten bewijzen dat de geleden schade – bijvoorbeeld het verlies van gebouwen in New Orleans – een direct aantoonbaar gevolg is van klimaatverandering. En dat die klimaatverandering mede te wijten is aan de activiteiten van bepaalde ondernemingen. Met andere woorden: dat de schade er niet zou zijn geweest of niet zo groot zou zijn geweest als er geen sprake was geweest van een warmer wordende aarde en dat die stijging van de temperatuur mede is veroorzaakt door bepaalde bedrijven. Op dit punt worden de advocaten geholpen door het voortschrijdende onderzoek van de klimaatwetenschappers. De heersende wetenschappelijk consensus van het Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN is dat in elk geval de helft van de voortgaande temperatuurstijging op aarde direct verband houdt met menselijke activiteiten. Die consensus biedt een stevig fundament. Daarnaast komen verschillende onderzoekers onafhankelijk van elkaar tot de conclusie dat de intensiteit van orkanen en de frequentie ervan verband houden met het warmer worden van de oceanen en zij geven aan dat verdere verwarming van het zeewater de kracht van stormen naar alle waarschijnlijkheid verder zal doen toenemen. Zo publiceerde de MIT-meteoroloog Kerry Emanuel enkele weken voor Katrina een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Nature waarin hij aantoonde dat in de vorige eeuw de kracht van orkanen groeide terwijl de gemiddelde temperatuur op aarde steeg. De verwoestende kracht van orkanen verdubbelde sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Emanuel, maar ook bijvoorbeeld de natuurkundige Myles Allen van de universiteit van Oxford, spreken op basis van deze waarnemingen over ‘het verzwaren van de klimaatdobbelstenen’. Hoe warmer het zeewater, hoe heftiger de orkaan. Een tropische storm komt pas tot ontwikkeling als de temperatuur van het zeewater minimaal 25 graden is. Warm zeewater verdampt en die waterdamp werkt als brandstof voor een orkaan. In het geval van Katrina was het water van de Golf van Mexico uitzonderlijk warm: ruim 30 graden! Als de kans op een bepaalde gebeurtenis toeneemt, kan dat voldoende zijn om een betrokkene aansprakelijk te stellen voor de schade. Dat gebeurde bijvoorbeeld in het geval van de processen tegen de tabaksindustrie. Het was niet mogelijk om de ziekte van één willekeurig individu te koppelen aan roken, omdat ook andere factoren een rol spelen. Maar solide wetenschappelijk bewijs dat roken de kans op longkanker vergroot, was voldoende om aansprakelijkheid vast te stellen. Hetzelfde zal moeten gebeuren in een proces rondom klimaatverandering. Met één belangrijk verschil: in de tabaksprocessen bestond het bewijs ondermeer uit het statistisch vergelijken van de gezondheid van mensen die wel en niet roken. Dat kan niet in het geval van klimaatverandering, omdat er nooit een vergelijkbare groep is die niet met dat effect heeft te maken. Je kunt de inwoners van New Orleans niet vergelijken met een andere statistische groep. In een klimaatproces zullen computer simulatiemodellen in de plaats moeten komen van statistisch bewijs. Dat is een nieuwe vorm van bewijs dat rechters zullen moeten aanvaarden. Stel dat de relatie tussen CO2-emissie, warmer zeewater, krachtiger orkaan en schade in New Orleans overtuigend kan worden gelegd, dan staan de advocaten voor de volgende uitdaging: wie is verantwoordelijk voor de CO2-emissie? Dat zijn natuurlijk niet alleen Amerikaanse oliemaatschappijen, autofabrikanten en nutsbedrijven. Chinese kolenproducenten en Indiase energiebedrijven hebben ook hun aandeel. En hetzelfde geldt voor Europese autofabrikanten. Volgens de heersende rechtspraktijk van milieuvervuilingszaken kan iemand aansprakelijk zijn voor (een deel van een) schade als aannemelijk wordt gemaakt dat diegene een bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van die schade. Het is niet noodzakelijk dat hij alleen aansprakelijk is voor het ontstaan van de schade, en zelfs niet voor het merendeel. Als maar vaststaat dat jouw vervuilde afvalwater in de rivier terecht komt, hoeft de aanklager niet te bewijzen dat een bepaalde liter water van die rivier (waarin geen spoor van jouw afvalwater is te ontdekken) een bepaalde schade heeft veroorzaakt. De bewijslast wordt omgekeerd: de gedaagde partij moet bewijzen dat zijn afvalwater de rivier niet heeft vervuild en niet tot andere schade heeft geleid. Steve Susman verwacht dat in klimaatprocessen de bewijslast ook zal worden omgekeerd, zodat een aangeklaagde Amerikaanse energieproducent zich niet kan verweren met de suggestie dat het warmere zeewater dat Katrina zo verwoestend maakte, is veroorzaakt door de CO2-uitstoot van een Chinese elektriciteitscentrale. Hij geeft aan dat vervolgens een procentendiscussie ontstaat. Een derde van de wereldwijde CO2-emissie wordt veroorzaakt door energiebedrijven en ruim twintig procent door auto’s. Welk deel van die emissies is afkomstig van Amerikaanse elektriciteitscentrales en welk deel van die auto’s is gemaakt door Amerikaanse autofabrikanten? Zo kom je uiteindelijk uit op een percentage van de totale schade die verzekeringsmaatschappijen door Katrina hebben geleden, die zou kunnen worden verhaald op Amerikaanse bedrijven. De juridische uitdaging is groot. ‘Er moet nog heel veel worden uitgezocht’, zegt Susman. Hij is bezig om een indrukwekkende coalitie van rechtshoogleraren, wetenschappers en advocaten op de been te brengen. ‘Het moet hier in de VS gebeuren. Ons schadevergoedingssyteem is uniek in de wereld. Het kan alleen maar hier beginnen. Ik ontmoet veel enthousiasme. Deze zaak spreekt juristen aan.’ En dat is misschien wel de belangrijkste reden waarom de uitkomst van dit initiatief – ondanks alle hindernissen die nog moeten worden overwonnen – niet zo ongewis is. Het reeds beschikbare wetenschappelijke bewijs is niet gering. Stel je voor dat de knapste juridische koppen zich vervolgens verenigen om de juiste juridische onderbouwing op te stellen, wat zal dan het effect van hun gemeenschappelijk talent op rechters en jury’s zijn? En welke vooraanstaande jurist wil niet meedoen als én hoge beloningen (een percentage van de te vorderen miljardenclaims), én beroepseer én een zinvolle bijdrage aan de toekomst van de aarde zijn te verdienen? Natuurlijk, de aangeklaagde bedrijven zullen ook door juridische toppers worden vertegenwoordigd, maar zij verliezen met de dag de steun van de wetenschap. Susman peinzend: ‘Als we dit [klimaatverandering] in een rechtszaal aan de orde krijgen... Kun je je voorstellen dat de grote multinationals zich in New Orleans moeten verdedigen voor een jury grotendeels bestaande uit zwarte Amerikanen die door Katrina alles zijn kwijtgeraakt. Dat is een redelijk angstaanjagende gedachte. We moeten met argumenten komen die ons zover zullen brengen.’ Het lijkt een kwestie van tijd voordat advocaten de weg vrijmaken voor de kordate aanpak van het klimaatprobleem die nu nog zo ver weg lijkt. Susman: ‘Dit wordt een serieus proces. We doen het niet voor onze lol. Het gaat er niet om onze naam in de krant te krijgen.’ Hij heeft haast: ‘Ik verwacht dat we voor het einde van het jaar een procedure zullen beginnen.’
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.