Email   Print

Onkruid wieden als vakantie

Steeds meer jongeren betalen hun wereldreis door te werken op biologische boerenbedrijven. Een reisverslag door Australië, waar Kathryn Good onkruid wiedde uit een moestuin en pasgeboren geitjes de fles gaf.

Kathryn Good | 86 mei 2006 issue

Ik stond ergens in Tasmanië op een drassig stuk land tot mijn enkels in de modder en probeerde de hoornige nagels van een geit te knippen, terwijl zij haar best deed om me terug te stoten naar het vasteland van Australië. Dit was één van die talrijke momenten tijdens mijn deelname aan WWOOF, waarop ik me afvroeg: ‘Wat doe ik hier in vredesnaam?’ Nee, WWOOF staat niet voor hondengeblaf; het is een afkorting van Willing Workers On Organic Farms, een internationale organisatie voor reizigers die dagelijks een zekere hoeveelheid werk leveren in ruil voor kost en inwoning op biologische boerderijen overal ter wereld. Voor sommigen is het gewoon een goedkope manier om te reizen, anderen komen om biologische landbouwmethoden te leren en veel mensen biedt het de kans om de ‘echte’ bevolking te ontmoeten en te ontsnappen aan krakkemikkige stapelbedden in rugzakhotels. Voor mij was het een mogelijkheid om reizen te combineren met werken met je handen. Met als gevolg dat ik ineens – in willekeurige volgorde – loten stond te snoeien bij een wijnboer in Victoria, mest schraapte uit oude koeienhoorns op een biologisch-dynamische boerderij in Nieuw-Zuid-Wales en in Tasmanië wol zat te kaarden om vilt te maken. De hoeveelheid werk die van je wordt verwacht, de vriendelijkheid en het enthousiasme van je gastheer en gastvrouw: ze variëren van plek tot plek. Voor een klein bedrag aan inschrijfgeld ontvangt de deelnemer aan WWOOF een handboek waarin de bedrijven van alle leden staan vermeld; in het handboek voor Australië al meer dan 1400. Je leert de ‘code’ al snel ontcijferen. Als tarwekiemen en chanten niet echt een hoofdrol in je dagelijkse leven spelen, kun je bestemmingen zoals de Dharmananda Community en Oneness Incorporated beter links laten liggen. Ik moet bekennen dat ik, als verweekt stadsmeisje, vermeldingen als ‘ouderwetse wc’, ‘douche in de bush’ en ‘zaklamp aanbevolen, want stroom hebben we niet’ maar heb overgeslagen. Voor ik gevorderd genoeg was om goed tussen de regels door te lezen, raakte ik verzeild bij een boomknuffelend, volksmuziekminnend doch volslagen vreugdeloos echtpaar ergens in Victoria. Er was geen verwarming, dus het was ijskoud in huis. Ik heb twee dagen lang hun land bepoot met nieuwe eucalyptusboompjes, die ik vervolgens moest ‘afschermen’ met hulzen van oude melkpakken. Hoewel het werk nog best bevredigend was (en mijn handen na afloop heerlijk roken), werd de gedachte aan nog een hele avond warm, mierzoet zelfgebrouwen bier drinken met de neven en nichten van mijn gastouders me iets te veel. Ik was van plan geweest om een week te blijven, maar wist te ontsnappen via stiekeme telefoontjes met de busmaatschappij en reisde toen maar weer verder. En dat is het mooie van WWOOF. Omdat het een volledig vrijwillige afspraak is, heb je altijd de vrijheid om weer verder te trekken. Als je contact legt met je gastfamilie, maak je meestal een afspraak over hoe lang je wilt blijven – minimaal twee nachten is officieel de regel, en sommigen staan geen verblijf korter dan een week toe – maar aangezien er geen geld mee gemoeid is, kun je hem altijd wel smeren (mits de plattelandsbus wil meewerken). De gastgezinnen die wat gezelliger klinken (zoals een strandhuis aan Byron Bay in het Noorden van Nieuw-Zuid-Wales, waar de WWOOF-gast geniet van ‘toegang tot het bubbelbad en het zwembad in ruil voor twee uur werk per dag’) raken doorgaans tamelijk snel volgeboekt. Veel vrouwen die alleen reizen, kiezen WWOOF als een veilige manier om te reizen – veiliger dan de trektocht langs rugzakhotels. Maar het zijn niet alleen jonge, kostenbewuste reizigers die een goedkope manier zoeken om een land te verkennen. Bij de wijnboeren bij wie ik in Victoria logeerde, parkeerde ooit een topmanager van een Canadees computerbedrijf voor de deur in een gloednieuwe Audi met een kofferbak vol drank; hij was op zoek naar een andere ‘vakantiebeleving’. Maar vaker krijgt het gastgezin Koreaanse studenten over de vloer die hun Engels willen ophalen – ook al is het woordgebruik op deze afgelegen plek nu juist lastig terug te vinden in een studieboek. De biologische betrokkenheid van je gastheer en gastvrouw kan soms nogal dubieus zijn. De druivenkwekers in Victoria hadden duidelijk meer belangstelling voor het opdrinken van het werk hunner handen dan dat ze zwaar piekerden over een alternatief voor chemische bestrijdingsmiddelen. Maar op een landgoed diep in het zuiden van Nieuw-Zuid-Wales logeerde ik bij een stel Australische boeren die de meest vérgaande vorm van biologische landbouw hadden ingevoerd: de biologisch-dynamische landbouw. Hoewel hun kinderen diepvriesmaaltijden en ijs in lichtgevende kleuren kregen voorgeschoteld, mochten hun vrij rondscharrelde kippetjes biologische graankorreltjes oppikken en werden hun zieke schapen liefdevol behandeld met homeopathische geneesmiddelen. Ook heb ik hier een keer uren besteed aan het schrapen van mest uit oude koeienhoorns die bij een bepaalde stand van de maan (!) waren begraven en daarna maanden met rust waren gelaten totdat die mest kennelijk opeens ontzettend vruchtbaar was geworden. Als je daarna ziet hoe blij de kippen door de ren lopen te tokken (en vergeet dat je honderden biologisch-dynamische eieren met staalwol van hun poep hebt ontdaan), vind je dat beetje extra geld voor biologische eieren niet meer zo erg. Rondrijden op een terreinwagen om het vee bij elkaar te brengen, schapen vasthouden wanneer ze een medicijn moeten innemen, in de middagzon metaal scherpen met een slijpsteen op handkracht – er zijn in het leven van een stadsmeisje maar weinig activiteiten die je zo ontvankelijk maken voor een lange douche, een koud biertje en ’s avonds een stevig maal. Toegegeven, aan de meeste vaardigheden die ik opdeed, zou ik thuis in Londen vrij weinig hebben, maar ik kreeg dijbeenspieren om trots op te zijn. Ik leerde mensen kennen die ik normaal gesproken nooit zou ontmoeten – laat staan dat ik een week met ze zou doorbrengen op een plek die ik in mijn eentje nooit had kunnen vinden. Toen ik in Tasmanië aan wal stapte, haalde Karen, mijn gastvrouw, me op van de veerboot en reed met me door een volslagen magisch trollenlandschap, groen en weelderig, tot we bij hun huis waren, weggestopt aan het eind van een lange, kronkelige zandweg, met geen andere boerderij in zicht. Het was alsof ik een onbekende wereld binnenstapte, en ik maakte een week lang deel uit van het gezin. Ik zorgde voor hun twee meisjes, gaf pasgeboren geitjes de fles, wiedde het onkruid uit de biologische moestuin en kaardde wol om er vilt van te maken. Als de kinderen naar school waren, zaten Karen en ik ’s ochtends in de schuur om van het vilt hoeden en flessenwarmers in felle kleuren te maken. Op zaterdag brachten we de hoeden naar de markt in Hobart, de hoofdstad van het eiland. Als ik achter onze marktkraam de hoeden stond te verkopen die ik zelf had ontworpen en gemaakt, voelde ik me wonderlijk trots op mijn huisvlijt en enigszins verheven boven de kuddes toeristen die doelloos over de markt dwaalden. Als reiziger (en vooral als jonge rondreizende vrouw) krijg je niet vaak de kans om het land zo vanzelfsprekend, snel en veilig van binnenuit te ervaren. Ook al heb je niet de minste belangstelling voor het boerenbedrijf of de biologische landbouw, dan nog vormt WWOOF een prima alternatief voor rugzaktoerisme. Het is een overweldigende, avontuurlijke, grabbeltonachtige manier om rond te reizen. Oké, je kunt terechtkomen op boerderij De Koude Kermis, maar je kunt de volgende keer net zo goed raak schieten en ineens, zoals mij overkwam, op een veranda over een wijngaard zitten staren, met een goed glas wijn en een biefstuk zó van de barbecue – allemaal in ruil voor een paar uur lekker ouderwets hard werken. Zoek je een goedkope manier om een land aan den lijve te ondervinden en al doende ook nog nieuwe vaardigheden op te doen (nuttig of niet), dan is WWOOF ideaal. Ook in Nederland zijn enkele biologische boerenbedrijven aangesloten bij WWOOF, net als buitenlandse adressen te vinden via de algemene website: www.wwoof.org. Met toestemming bewerkt en overgenomen van The Independent (1 oktober 2005), de Britse krant, www.independent.co.uk.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.