Van wie is de olie in Alaska?
Wat er gebeurde toen Jay Hammond begon na te denken over andere manieren om de gaven van de natuur te verdelen
Peter Barnes
| 84 maart 2006 issue
Voordat Jay Hammond in de jaren zestig gouverneur werd in Alaska, woonde hij in het kale, winderige vissersdorp Naknek. Hier zag hij met eigen ogen hoe de winsten uit de plaatselijke visserij vooral naar buitenstaanders gingen. Er werden miljarden dollars verdiend, maar de kustdorpen leken op sloppenwijken.
Tijdens zijn gouverneurschap begon olie te stromen uit Prudhoe Bay. De bronnen lagen op land dat door de federale overheid was geschonken aan de staat. Dat betekende dat Alaska rijk zou worden – vooral omdat de OPEC de olieprijs juist tot astronomische hoogte had opgedreven. De vraag was: wat moest de staat doen met deze meevaller?
Hammond vond dat ‘alle Alaskanen – niet de politici – moesten uitmaken hoe een deel van de winst op grondstoffen, die van iedereen waren, moest worden besteed’. Volgens de constitutie van Alaska, redeneerde hij, waren de natuurlijke hulpbronnen van de staat eigendom van de bevolking. Daarop stelde de Republikein Hammond voor een investeringsfonds op te richten dat dividend uitbetaalde aan de Alaskanen, die allemaal aandeelhouder zouden worden.
Na een verhitte politieke strijd werd besloten dat 25 procent van de olie-inkomsten van de staat zou worden geïnvesteerd in een portefeuille van aandelen en obligaties, die de olievoorraad van Prudhoe Bay zou overleven. De jaarlijkse winst van deze portefeuille zou worden verdeeld: vijftig procent moest aan scholen, wegen en andere infrastructuur worden besteed en de andere vijftig procent moest in dividend aan de aandeelhouders worden uitbetaald. Het dividend van kinderen zou tot hun achttiende jaar op rentedragende rekeningen worden gezet.
Het eerste dividend van dit zogeheten Alaska Permanent Fund bedroeg duizend dollar, een afspiegeling van de inkomsten die zich hadden opgehoopt terwijl het Hooggerechtshof zich over de zaak had gebogen. In 1984 daalde het dividend naar 331 dollar, maar sindsdien is het gestaag blijven stijgen tot een hoogtepunt van 2222 dollar. Vergeleken met andere oliestaten – van Saoedi-Arabië tot Texas – lijkt de stelling gerechtvaardigd dat ze geen van alle zo goed met hun olierijkdom omgaan als Alaska.
De portefeuille heeft een waarde van meer dan 27 miljard dollar, waardoor het fonds tot de honderd grootste investeringsfondsen ter wereld behoort. De officiële opdracht is ‘inkomen te genereren ten behoeve van alle generaties van Alaskanen’. Toen de staatsoverheid in 1999 probeerde het fonds leeg te halen om een tekort op de begroting aan te zuiveren, werd dat bij referendum door de kiezers tegengehouden, met een meerderheid van 83 tegen 17 procent. De boodschap van de kiezers was duidelijk: handen af van ons geld!
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Who Owns the Sky: Our Common Assets and the Future of Capitalism (Island Press, 2001), een boek van Peter Barnes, ondernemer en medeoprichter van Working Assets.