Email   Print
Share  

Hoe Afrika het Westen rijk maakte

Zonder Afrika’s rijkdom en natuurlijke hulpbronnen (zowel mensen als materialen) waren Europa en Amerika niet de moderne wereld geworden. Een gesprek over de Westerse schuld aan Afrika.

Marco Visscher | 84 maart 2006 issue

Toen de handelsreizigers aan het einde van de zeventiende eeuw bij thuiskomst vertelden over hun indrukken van Benin (tegenwoordig in Nigeria), waren hun toehoorders verbaasd. De handelaars waren niet terechtgekomen in een ongeorganiseerde samenleving vol onbeschaafde, achterlijke mensen. Toen de Nederlandse arts, geograaf, schrijver en vertaler Olfert Dapper hun beschrijvingen vastlegde op schrift, noteerde hij: ‘Het hof des Konings [...] wel zoo groot als de stadt Haerlem, en omringt rontom met een byzondere muur, als om de stadt loopt. Het is verdeelt in veel prachtige paleizen, huizen en vertrekken der hovelingen, en begrijpt schone en lange vierkante galderyen, ontrent zoo groot als de beurs t’Amsterdam, doch d’een groter als d’ander, die op houte pylaren rusten, van onderen tot bovenen met gegoten koper beslagen, daer op d’afbeeldingen hunner oorloghs-daden en velt-slagen gesneden staen, en worden zeer reindelijk onderhouden.’ Tijdens hun reizen verwonderden de handelaars zich niet alleen over de rijkdom die afstraalde van de regerende elite. Ook het algehele straatbeeld was anders dan ze hadden gedacht. In zijn Naukeurige Beschrijvinge der Afrikaensche Gewesten schreef Dapper verder: ‘De stadt heeft dertigh zeer rechte en brede straten, ieder ontrent van hondert en twintigh voeten breet, of zoo breet als de Heere of Keizers-gracht hier t’Amsterdam, van d’eene zijde der huizen tot d’andere, daer over al veel breede dwars-straten, doch wat smalder, op uitkomen. De huizen staan er langs henen in goede orde gebouwt, dicht by een gelijk hier te lande [...] welke zij met wassen en vrijven zoo glat en effen weten te maken en onderhouden, als eenigh muur in Hollant van kalk kan gemaekt worden, en blinken als een spiegel.’ Zet de handelsreizigers ruim driehonderd jaar later in Afrika en ze zullen niets meer terugvinden van de rijkdom van weleer. Plundering, slavernij: het zijn inmiddels bekende woorden uit de geschiedenisboeken. Toch ging het hier niet om toen Bush en Blair zich afgelopen jaar presenteerden als de redders van Afrika. Met de G8, de rijkste landen ter wereld, werd besloten de schulden kwijt te schelden van een aantal straatarme landen. Een mooi gebaar en bovendien, meenden critici, een handig charmeoffensief om het beschadigde blazoen van de bezetting van Irak op te poetsen. Richard Drayton is één van die critici. ‘Niemand bedacht dat Afrika’s schulden te verwaarlozen zijn als je ze vergelijkt met wat het Westen werkelijk aan Afrika schuldig is’, schreef de wetenschappelijk hoofdmedewerker in de geschiedenis van het Britse rijk aan de universiteit van Cambridge in een betoog in The Guardian (20 augustus 2005). Niet alleen was Afrika de basis van de Westerse winsten in de slavenhandel, suiker, koffie, katoen en tabak. Ook zou het continent, volgens Drayton, een cruciale rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van een mondiaal handelsnetwerk. ‘Kooplieden hadden namelijk edele metalen nodig om Aziatische luxe voorwerpen te kopen om dan met winst in de vorm van weefstoffen terug te keren. Alleen door deze stoffen in Afrika te ruilen voor slaven, die vervolgens in de Nieuwe Wereld werden verkocht, kon Europa aan nieuw goud en zilver komen om het system draaiende te houden.’ Aan de telefoon vanuit Barbados, waar hij werkt aan zijn boek The Caribbean and the Making of the Modern World, herinnert Drayton eraan dat Europa het continent is met de minste natuurlijke hulpbronnen. Daardoor is het afhankelijk geweest van andere gebieden, zoals Afrika, die deze hulpbronnen zouden leveren, die vervolgens werden verscheept naar Europa en later ook naar Amerika. Hoe zag Afrika er in 1500 uit? Richard Drayton: ‘We hebben verschillende Europese teksten van die periode die een divers beeld geven. Het zal niemand verrassen dat er beschrijvingen zijn die het beeld bevestigen van Afrika zoals we het tegenwoordig kennen: landelijk en arm. Het interessante is dat er ook beschrijvingen zijn waarin de rijkdom van Afrika wordt getoond. In de vijftiende eeuw beschreven Portugezen steden in het koninkrijk Kongo die groter, complexer en ontwikkelder waren dan welke Europese stad dan ook in die tijd. We weten dat er steden waren met brede straten, goed gevoede mensen, actieve en productieve vaklieden en artiesten, en een complexe, levendige sociale en culturele omgeving. Waar we bovendien zeker van zijn, is dat er een uitgekiend handelssysteem bestond dat reikte van de Goudkust over heel Afrika tot Egypte, en dat een belangrijke drijfveer vormde om de vrede en stabiliteit in de noordelijke helft van het continent zo goed mogelijk te bewaren.’ Was deze Afrikaanse rijkdom alleen beschikbaar voor een kleine elite? ‘Dat denk ik niet. Bio-antropologen kijken naar de botstructuur van skeletten om zo inzicht te krijgen in het voedingspatroon en naar de botten van vrouwen om een indicatie te krijgen van het aantal kinderen dat ze heeft gebaard. Wanneer we dat doen bij Afrikanen uit die periode krijgen we de indruk dat er samenlevingen waren met een relatief hoge levensverwachting die er bovendien in slaagden de omvang van de bevolking in evenwicht te houden. Dit is een indicatie van een hoge mate van gelijkheid en een gezond evenwicht tussen sociale en economische krachten.’ En toen kwamen de Europeanen en kwam er een einde aan de rijkdom van Afrika. ‘Precies. Europa ontdekte dat er natuurlijke rijkdommen en arbeidskracht beschikbaar waren. Twee cruciale technologische voordelen maakten het Europa mogelijk zich te verzekeren van hun controle over de handel: scheepvaart en artillerie. De komst van de Portugezen, later gevolgd door de Hollanders, Fransen en Engelsen, en de collaboratie van de Afrikaanse elite, betekenden de volledige ontwrichting van het handelssysteem van het Afrikaans continent in de zestiende eeuw. En vergeet niet dat de slavernij een demografische crisis tot gevolg had en uiteindelijk leidde tot een tekort aan deskundigheid, wat niet bepaald een blijvende groei van Afrika bevorderde.’ Dit verhaal is nauwelijks in onze geschiedenisboeken terug te vinden. Hoe komt dat? ‘Delen van het economisch succesverhaal van het Westen worden steeds meer bekend. Er moet echter nog veel gebeuren om de informatie uit de wetenschappelijke literatuur over te brengen naar het voorstellingsvermogen van gewone mensen, en om inzicht te verspreiden in het kosmopolitisch bestaan van de moderne wereld. De moderne wereld is niet het gevolg van een Europees wonder. Nee, het was een universele schepping. Een besef van de wereld en de multiculturele oorsprong van zaken die we normaalgesproken toeschrijven aan het Westen, moeten we weer in herinnering brengen.’ Op welke manier kunnen we deze gemeenschappelijke geschiedenis opnieuw ontdekken? ‘Door het stellen van nieuwe vragen. We zouden nieuwsgierig moeten zijn naar de verbindingen die onze wereld vormden. Als je bijvoorbeeld in een prachtige zeventiende-eeuwse stad als Amsterdam of Utrecht woont, zou je je moeten afvragen hoe het in vredesnaam mogelijk is dat de Hollanders – één van de armste volken van Europa, dat worstelde met arme grond en het zonder brandstoffen moest stellen – de kans kregen zulke rijke steden te bouwen. Ik denk dat we onze geschiedenisboeken moeten herschrijven.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: