Email   Print
Share  

God is humor

Drie verhalen over humor

Paulo Coelho | 83 januari 2006 issue

DRIE VROUWEN EN HUN ZONEN Drie vrouwen zitten met elkaar te praten over hun zonen. De eerste zegt: ‘Ik ben blij dat hij voor het priesterschap heeft gekozen. Als hij ergens een zaal binnenkomt, kijken de mensen eerbiedig en dan is het: “Mijnheer pastoor!”’ De ogen van de tweede beginnen te glanzen en ze zegt: ‘Over die van mij ben ik zeker niet minder tevreden. Hij is niet alleen priester geworden maar ook nog benoemd tot kardinaal. Als hij een zaal binnenkomt, buigen de mensen vol respect, kussen zijn hand en dan is het: “Uwe Genade!”’ De derde vrouw doet er het zwijgen toe. De andere twee keren zich naar haar toe en vragen: ‘En jouw zoon dan?’ ‘Nou, mijn zoon… hij is één meter negentig, is helblond en heeft staalblauwe ogen. Iedere keer als hij een zaal binnenkomt, kijken de mensen elkaar aan en dan is het: “Jézús!”’ DE TAXICHAUFFEUR EN DE PASTOOR Toen hij zijn laatste adem had uitgeblazen, ging de pastoor direct naar de hemel. Daar aangekomen werd hij ontvangen door Petrus. Toen ze samen door het paradijs wandelden, merkte hij plotseling iemand op uit zijn eigen parochie: een taxichauffeur die enkele jaren eerder was verongelukt als gevolg van zijn abominabel slechte rijstijl. Hij zag dat de man was toegelaten tot een hoger trapje in de hemelse hiërarchie dan hijzelf. De pastoor deed zijn beklag bij Petrus:. ‘Ik heb mijn hele leven gewijd aan mijn kudde, maar die man heeft niet de minste moeite gedaan om de hemel te verdienen. Hoe is dit nou mogelijk!?’ ‘Het is nu eenmaal zo,’ zei Petrus, ‘dat voor ons uiteindelijk alleen de resultaten tellen. Maar zeg eens, als u op de kansel stond wist u dan altijd de mensen te boeien?’ ‘Eerlijk gezegd lukte het me niet altijd om op een goede manier te getuigen van het geloof. Er waren parochianen die wel eens zaten te dommelen.’ ‘Dan zult u wel kunnen begrijpen waarom de chauffeur hier zoveel privileges heeft. Want wie bij hem instapte, die viel niet in slaap, integendeel, die was voortdurend aan het bidden. Zelfs de meest verstokte atheïst bekeerde zich als hij bij hem in de taxi stapte!’ WOORD HOUDEN Twee broers, beiden met een heel slecht karakter, hadden er een handje van de arbeiders van hun dorp uit te buiten. Maar voor de schone schijn gingen ze iedere zondag naar de mis. De oude pastoor ging met pensioen en er werd een nieuwe benoemd – een jonge man die de reputatie had altijd de waarheid te spreken en die begiftigd was met een groot charisma. Enthousiast als hij was, besloot hij de kerk te gaan verbouwen. Hij was net een campagne begonnen om giften in te zamelen, toen een van de slechte broers overleed. Daags voor de begrafenis stapte de nog levende broer naar de pastoor toe en overhandigde hem een cheque met een bedrag dat groot genoeg was om de rest van de verbouwing te kunnen financieren. ‘Maar,’ zo zei hij, ‘er is één voorwaarde aan verbonden. Tijdens de plechtigheid morgen moet u zeggen dat hij een ware heilige was. En zover ik weet bent u iemand die woord houdt.’ De pastoor beloofde te doen wat hij vroeg, nam de cheque in ontvangst en inde het geld. De volgende dag kwam hij zijn belofte na: ‘De overledene was een slecht mens,’ zei hij, ‘hij buitte de armsten der armsten uit, leende geld tegen woekerrentes, bedroog zijn echtgenote, de allerzwaksten moesten het bij hem ontgelden.’ Hij liet een stilte vallen en sloot af met: ‘Maar vergeleken met zijn broer, die nog onder ons verkeert, was hij een ware heilige.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: