Email   Print
Share  

De winst van idealen

Banken en de gevestigde orde zijn twee handen op één buik. Banken vernieuwen niet, ze bewaken. En toch begint elke vooruitgang ook met geld. Daarom hebben we een nieuw soort bank nodig. Die bestaat: Triodos Bank. Hoe een idealistische, internationale bankrevolutie begon in Zeist.

Marco Visscher | 83 januari 2006 issue

Ivo van der Baar is beeldend kunstenaar. Op locatie, want kunst is volgens hem geïsoleerd geraakt van de samenleving. Onlangs zaten hij en zijn partner Nicole Driessens, werkend onder de naam Wandschappen, nog drie maanden lang in de centrale hal van het Medisch Centrum Rijnmond-Zuid in Rotterdam van negen tot vijf te werken aan tien kunstwerken: een kleurrijk vazenmuseum voor de afdeling oncologie (‘de treurigheid van bloemen in zo’n ziekenhuis is enorm’), een dekenbibliotheek voor patiënten met nierdialyse (‘ze moeten vier uur aan zo’n apparaat zitten: kunnen ze meteen wat lezen’). En straks maken ze een 175 meter lang kunstwerk van de Rosestraat in Rotterdam die zal worden gesloopt – ‘om de traumatische aanblik te verzachten’. Als een kunstenaar geld nodig heeft, komen de problemen. Want kunstenaars en geld: dat is een ongelukkig huwelijk. Toen Van der Baar een hypotheek wilde voor een nieuwe woonwerkruimte zag hij dan ook vooral gefronste wenkbrauwen bij de bankiers die hij benaderde. De jaarverslagen kwamen op tafel. Omzetprognoses. Rekenen... Nee. Het risico vonden zij te groot. Het ging niet door. De reden dat Van der Baar nu toch die hypotheek heeft, is te danken aan een bank die nét even iets verder meedacht: ‘Zonder díe bank hadden we het nooit gered.’ Het was een bank die inhoudelijk geïnteresseerd was in zijn werk. Een bank die weet dat kunstenaars weinig materieel genot behoeven, niet zulke hoge verwachtingen hebben van hun pensioenregeling en wel zo vindingrijk zijn om de eindjes aan elkaar vast te knopen. Een bank die nota bene vindt dat kunstenaars niet zozeer een financieel risico vormen maar juist een belangrijke rol spelen in het streven naar een duurzame samenleving. Grote woorden. Grote bank? Even voorstellen: Triodos Bank. Een balanstotaal van ruim 1 miljard euro, een nettowinst van 3,6 miljoen euro in 2004 en 100 duizend trouwe klanten in Nederland, België, Engeland en Spanje. En bepaald niet alleen actief in het stimuleren van kunst en cultuur; Triodos Bank is met name bekend vanwege de financiering van biologische landbouw en duurzame energie. Triodos Bank – onlangs 25 jaar geworden – geldt als de vernieuwer in de banksector. Niet alleen in thuisland Nederland, maar wereldwijd. Er is internationaal geen beter voorbeeld van een bank die bankieren een revolutionair nieuw aanzicht heeft gegeven: geld als instrument voor maatschappelijke verandering. Het is de originele kijk op de wereld en op maatschappelijke vernieuwing – ongehinderd door de conventies in de financiële sector – die Triodos Bank heeft gemaakt tot de kleine, invloedrijke bank die vroeger werd bespot, maar waarvoor tegenwoordig vooral bewondering klinkt. Pim Mol, directeur van Mees Pierson, waarmee Triodos Bank duurzaam vermogensbeheer heeft opgezet, zegt het zo: ‘Collega’s kijken met veel ontzag naar die kleine bank die door standvastigheid, commercieel inzicht en een ondernemende geest fors weet te groeien.’ David Porteous, verbonden aan de Wereldbank, presenteerde onlangs voor de Harvard Business School een studie die de internationale pioniersrol van Triodos Bank bevestigt (zie kader). ‘Er zijn op de wereld niet veel particuliere banken te vinden met een sterke maatschappelijke missie die al zó lang meegaan, die níet klein zijn en die ook nog eens een mate van winstgevendheid tonen die voor de aandeelhouders acceptabel is. Ik denk dat Triodos Bank zich steeds meer profileert als een speler binnen de reguliere financiële sector.’ Daar zag het helemaal niet naar uit toen de eerste bouwstenen werden gelegd voor wat Triodos Bank zou gaan worden. Het was eind jaren zestig. De samenleving kende een golf van vernieuwing, sterk gekleurd door de ludieke protesten die de gevestigde orde aan het wankelen bracht. Voor mensen met idealen was geld een vies woord. Geld stonk. Geld leidde tot macht en macht tot ongelijkheid. Maar geld was ook precies wat een goed idee nodig heeft. En idealen, zo wist iedereen toen en nu, stranden maar al te vaak in geldgebrek. Maar wacht eens. Geldgebrek? Er wás helemaal geen geldgebrek. In de economische hoogtijdagen van de jaren zestig spaarden mensen als nooit tevoren. Het moest dus mogelijk zijn dat geld voor een goed doel in te zetten. Die redenering kwam van vier mannen die zojuist hadden verzucht: kunnen we misschien niet eens iets dóen? Ze zaten in een studiegroep die, naar hún smaak, iets te veel was gericht op praten, praten en nog meer praten over hoe de samenleving eruit zou moeten zien. Maar de vier mannen die eens iets wilden dóen, behoorden niet tot de kringen van de provo’s en de hippies. Zij wáren de gevestigde orde. Zij waren econoom, organisatieadviseur, bankier en hoogleraar fiscaal recht. Zij schoolden niet samen in het broeierige centrum van Amsterdam, maar in een villawijk in het chique Aerdenhout. Zij verschenen niet in een wollen trui, maar in een overhemd met een boordje. Adriaan Deking Dura, Lex Bos, Rudolf Mees en Dieter Brüll wisten dat er geen geldgebrek kon zijn, want geld stond op de bank en dáár, vonden zij, zat het probleem: bij de bank, niet bij het geld. De bank – verrassing! – is geen instantie die uw geld in een kluis bewaart en het er pas uithaalt als u erom vraagt. De bank investeert uw geld voortdurend om er méér geld van te maken: een beetje voor u (rente) en een beetje-of-liever-nog-net-iets-meer voor de bank zelf, zodat ze nóg meer kan investeren om er nóg meer aan over te houden. En waarin investeert de bank? In grote ondernemingen die vrijwel zeker forse winst zullen maken. In omvangrijke projecten waarvoor andere gevestigde geldschieters zich al hebben gemeld. Misschien heeft u uit principe geen auto en investeert uw bank in olieconcerns en autofabrikanten. Misschien investeert uw bank wel in een wapenfabrikant die zojuist een deal heeft gesloten met een regering in Verweggistan... Kassa! Als je het de mensen zou vragen, zouden ze het a niet weten en b niet willen, zo dachten de vier in Aerdenhout. Daarom zetten zij Stichting Triodos op, een bemiddelaar tussen rijke antroposofen en ‘maatschappijvernieuwende initiatieven’. Mensen met het hart op de goede plek – en de stichting zou ze weten te vinden – zouden hun spaarcenten het liefst gunnen aan de biologisch-dynamische boer die het geld nodig had om te overleven, of aan een natuurvoedingszaak, of aan homeopathische huisartsen die een praktijk wilden opzetten, of aan die nieuwe winkel die van dat verantwoorde speelgoed verkocht, of de toneelvereniging die de moderne consumptiedrang zou bekritiseren in een vlammend stuk. Peter Blom had in 1977 geld nodig toen hij de verbouwing van het biologisch-vegetarische eetcafé De Bast in Amsterdam moest regelen. Geen bank zag heil in dit hoofdstedelijke broeinest van anarchisme, dus een lening zat er niet in. Subsidie dan? Welnee, overheidsinstanties zouden wel gek zijn subsidie te verstrekken aan de mensen die ze in staat achtten een staatsgreep te plegen. Blom wist de weg te vinden naar Stichting Triodos – ‘ik dacht: die hebben tenminste geld’ – en ontving de lening waarvoor hij kwam. En daar bleef het niet bij. De economiestudent raakte geïnspireerd door de vernieuwende visie op geld en door de ambities om een heuse, zelfstandige, algemene bank op te richten. Hij werd vrijwilliger en zou later opklimmen tot algemeen directeur, een positie die hij nog steeds bekleedt. Wat was die ‘vernieuwende visie’? Geld werd niet gezien als doel, maar als instrument voor maatschappelijke vernieuwing. Zoals Frans De Clerck, de latere eerste directeur van de Belgische vestiging van Triodos Bank, het zegt: ‘De banken zeggen tegen de mensen dat ze het moeten overlaten aan de techneuten hoe hun geld wordt geïnvesteerd. Ze zeggen dat ze zich geen zorgen moeten maken, dat ze rustig moeten slapen. Maar wíj willen dat de mensen wakker zijn. Wij willen dat ze tegen de bankier zeggen wat hij met hun geld moet doen. Ik denk dat we dat traditionele element in het bankwezen hebben doorbroken.’ De initiatiefnemers van Triodos Bank schuwden het bovendien niet om enkele ongeschreven regels van het bankwezen te herschrijven. Zo kregen klanten de mogelijkheid een rentebestemming op te geven: een goed doel dat een deel van de rente van hun spaarrekening zou ontvangen. Verder zou de meest kapitaalkrachtige kredietnemer de hoogste rente moeten betalen. Immers, wanneer je hen de laagste rente berekent – hetgeen niet ongebruikelijk is in het traditionele bankwezen – maak je de rijken rijker. Ondernemers die het toch al krap hebben, zou je dichter bij een faillissement brengen als je hen niet de laagst mogelijke rente zou berekenen. Ook werd het principe van de ‘persoonlijke borg’ geïntroduceerd. Als de bank van kredietnemers eigen vermogen zou vragen – wat alle banken doen – zouden vele goede ideeën sneuvelen. Daarom introduceerde de nieuwe bank een systeem waarbij een grotere groep mensen zich garant kon stellen voor een nieuw initiatief. Hierdoor zou bovendien betrokkenheid en creativiteit worden gestimuleerd, want deze groep mensen zou er alles aan doen om van het nieuwe initiatief een succes te maken. In zijn kantoor – gebouwd, uiteraard, met milieuvriendelijke materialen – is het waarschijnlijk weemoed dat in zijn ogen is te lezen, als Peter Blom terugdenkt aan die beginjaren. ‘Ik had eerder het gevoel dat ik bij een actiegroep zat dan bij een bank.’ In de avonduren reisde Blom met ervaren bankiers naar uiteenlopende ondernemingen om de aanvraag voor een lening te beoordelen. Die gesprekken gingen vooral over idealen (waarvan de klanten er veel hadden en waarover ze graag praatten) en een beetje over geld (waarvan ze maar weinig hadden en waarover ze niets dan kwaad dachten). Blom: ‘Ik wilde zijn in het hart van het kapitalisme. Dáár gebeurt het. Dáár worden keuzes gemaakt. Dáár heb je werkelijk impact op de samenleving.’ In 1980 – terwijl banken fuseerden, een nieuwe naam kregen of failliet gingen – opende Triodos Bank in Zeist haar deuren met een beginkapitaal van 1,2 miljoen gulden (540 duizend euro), bijeengebracht door driehonderd particulieren en instellingen. Omdat veel van de eerste spaarders afzagen van rente, maakte de bank al in het eerste jaar winst. Zo zou het blijven gaan: 25 jaar lang winst met idealen. Én een belangrijke invloed op de samenleving. Triodos introduceerde in 1990 aan de Amsterdamse effectenbeurs het eerste zogenoemde ‘groenfonds’. Dat fonds financiert milieuvriendelijke projecten zoals biologische landbouw. Tien jaar geleden betrof het totale groen belegde vermogen in Nederland 20 miljoen euro. Op dit moment hebben Nederlandse groene fondsen 4 miljard (!) euro in groene projecten geïnvesteerd – en daarvan neemt Triodos Bank 10 procent voor haar rekening. Die explosieve groei werd mede mogelijk gemaakt door een speciale fiscale regeling die groen beleggen bevoordeelt ten opzichte van ‘gewone’ beleggingen. Triodos Bank stond aan de wieg van die regeling. Triodos Bank nam samen met verzekeraar Delta Lloyd ook het initiatief voor de eerste levens- en pensioenverzekering in Nederland die sociale en ecologische criteria opnam bij de beleggingen. Tevens was de bank, aan het einde van de jaren tachtig, de eerste bank in Nederland die zich structureel zou inzetten voor microkrediet – kleine leningen voor arme mensen in ontwikkelingslanden. Triodos Bank heeft er in belangrijke mate aan bijgedragen dat microkrediet kon uitgroeien van een hulpinstrument van westerse donororganisaties tot een zakelijke bancaire activiteit die zichzelf – ook zonder donorgelden – in ontwikkelingslanden in stand kan houden. Voor die baanbrekende bijdrage aan de armoedebestrijding werd de bank beloond met een adviseurschap van de Verenigde Naties in jaar van het microkrediet (2005). Klinkende resultaten die in belangrijke mate werden bereikt in een tijd waarin ‘verantwoord ondernemen’ nog niet het begrip was dat het nu is. ‘Als Triodos Bank er niet was geweest, was het maatschappelijk verantwoord ondernemen in de banksector veel en veel trager op gang gekomen’, zegt Bart Jan Krouwel. Hij kan het weten. Niet alleen is hij directeur Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen bij de Rabobank, ook was hij in 1980 de eerste directeur van Triodos Bank. Toen Krouwel zich nog vrijwillig inzette voor Stichting Triodos stond in zijn directiekamer van de Crediet en Effectenbank (tegenwoordig CenE Bankiers) een klerenkast die hem goed van pas kwam. Als hij een bezoek bracht aan een potentiële Triodos-klant trok hij zijn corduroy jasje en zijn laarzen aan – ‘anders werd ik niet begrepen door de geitenfokker’ – en terug op kantoor verruilde hij die voor het driedelig krijt dat beter paste bij zijn andere, meer vermogende klanten. Die tijden zijn voorbij. Tegenwoordig is duurzaamheid niet louter een begrip voor een kleine idealistische bank in de marge van de financiële wereld. Voor de klant die zijn geld op een verantwoorde wijze wil onderbrengen, hebben ook de grote banken inmiddels hun eigen duurzame fonds. En welk bedrijf kan zich nog met fatsoen presenteren aan zijn aandeelhouders zonder uitgebreid verslag uit te brengen van de gedragingen op het gebied van milieu en mensenrechten? Peter Blom: ‘Transparantie is meer en meer een begrip in de financiële wereld geworden. 25 jaar geleden deinsden alle banken daarvoor terug en konden wij dat woord – de kern van de zaak: je wilt weten wat er met je geld gebeurt – in onze communicatie nauwelijks gebruiken. Tegenwoordig wordt er ook bij financiële beslissingen steeds nadrukkelijker rekening gehouden met mens en natuur.’ Een cruciaal omslagpunt in de historie van Triodos Bank werd de kernramp in Tsjernobyl. Het was 26 april 1986 toen in Tsjernobyl tijdens een nachtelijke test kernreactor 4 op hol sloeg. De temperatuur liep op tot meer dan 2000 graden Celsius. De leidingen van het koelsysteem scheurden, ontsnappende stoom blies het dak weg, de reactor vloog in brand en vanuit de kernreactor in Oekraïne werd een radioactieve stofwolk de lucht in geslingerd. Europa was in opschudding. Zouden de gevolgen van de straling overal merkbaar zijn? Politici waarschuwden om geen verse groenten en zuivelproducten te consumeren. Binnen een week had de radioactieve wolk de Nederlandse grens bereikt. In Zeist liep Paul Mackay, mede-oprichter en directeur van Triodos Bank, zijn tuin in voor een frisse neus en schudde het hoofd: de radijsjes zouden wel besmet zijn... De dreiging van een omvangrijke, maar onzichtbare milieuramp greep hem bij de keel. Kon zijn bank misschien iets doen? Die vraag stond ook centraal in de brieven en telefoontjes van rekeninghouders – nog wekenlang. En toen wás het daar opeens. Toen was daar het inzicht dat Triodos Bank voorbij de klassieke bankfunctie moest. De bank kon nog eindeloos doorgaan met het verlenen van kredieten voor ondernemers met een missie, maar Triodos Bank wilde méér. Ze wilde actiever zijn dan slechts het doorgeefluik tussen het spaargeld van de één en de ondernemingsgeest van de ander. Geïnspireerd door de mislukte radijsjes van de directeur en de eindeloze reeks brieven werd besloten dat Triodos Bank eigen initiatieven zou ontplooien, te beginnen bij de investering in windparken, zodat de wereld zou weten dat er méér is dan vervuilende en gevaarlijke kernenergie. Samen met Peter Blom, toen nog kredietmedewerker, ging Mackay op zoek naar partners: een ingenieursbureau uit Delft, windmolenfabrikanten uit Denemarken en Duitsland, windprojecten in Californië, de provinciale overheid in Zeeland, energiebedrijven, de Europese Investeringsbank, het ministerie van Economische Zaken. En wat het gekke was? Ze deden mee. Mackay en Blom kregen het voor elkaar. Het nog nauwelijks ontwikkelde terrein van duurzame energie kreeg een enorme impuls en Nederland werd internationaal één van de koplopers. En de maatschappelijke onrust over kernenergie werd voorzien van een positief alternatief. Zonder twijfel heeft Triodos Bank geprofiteerd van een veranderende tijdgeest. Gevoed door schandalen uit de voedselindustrie zijn steeds meer consumenten overgeschakeld op voeding van de biologische boeren en natuurvoedingswinkels die bestaan dankzij hun leningen bij Triodos Bank. Verder hebben de spanningen die horen bij een economie die is gebaseerd op olie geleid tot een groeiende populariteit van de duurzame energie waarin Triodos Bank een cruciale rol speelt. En het huidige overheidsbeleid waarin de culturele sector het zwaar moet verduren, leidt ertoe dat ook theatergezelschappen en filmmaatschappijen steeds vaker hun weg vinden naar Zeist. De markt groeit voor Triodos Bank. Dat is ook de mening van algemeen directeur Ewoud Goudswaard van ASN Bank – de ándere groene bank van Nederland die in haar 45-jarig jubileumjaar evenveel nieuwe klanten aan zich wist te binden als het totale Nederlandse klantenbestand van Triodos Bank: zo’n 50 duizend. Goudswaard wijst op onderzoeken waaruit blijkt dat zo’n 2 miljoen Nederlanders geïnteresseerd zijn in duurzaamheid. ‘Het is de kunst om díe mensen over de streep te trekken.’ Om die nieuwe doelgroep aan te spreken, moeten Triodos Bank en zijn eigen ASN Bank blijven doen wat ze altijd hebben gedaan: ‘Vooroplopen in de sector met nieuwe producten en opvattingen, die in eerste instantie met een zekere scepsis worden bekeken, maar bij gebleken succes worden overgenomen door andere banken.’ Maar hoe ziet de toekomst voor deze groene bank eruit nu ‘gewone’ banken zich ook steeds nadrukkelijker presenteren op het gebied van de duurzame economie? Peter Blom toont zich kritisch: ‘Diezelfde banken investeren miljarden in bedrijven die op geen enkele manier bijdragen aan een mooiere wereld.’ Daarmee lijkt er nog voldoende idealistische ruimte voor een groene bank als Triodos. ‘Ik vraag me wel eens af of het vuur van Triodos Bank dooft’, zegt Glen Saunders aarzelend aan de telefoon vanuit Nieuw-Zeeland. De eerste directeur van de Britse vestiging van Triodos Bank vreest dat het onvermijdelijke zal gebeuren: ‘Ik vrees dat de doelstelling steeds meer zal zijn een bank te zijn – nog altijd verbonden aan maatschappelijke en ecologische kwesties, maar een bank, geen instrument meer voor verandering.’ Die kwestie werd ook aangeroerd tijdens de aandeelhoudersvergadering van dit jaar. De directie van Triodos Bank stelde voor het rendement binnen drie tot vijf jaar op te schroeven van 4 naar 7 tot 8 procent – nog altijd lager dan andere banken, maar een enorme sprong. Aandeelhouders begonnen zich te roeren tijdens de presentatie van die plannen: kan de bank nog wel voldoen aan het mandaat om de sociale doelstelling na te streven? Blom meent van wel: ‘Er zit geen hijgerigheid in onze groeiplannen.’ Hij meent dat de bank eindelijk zal profiteren van schaalvergroting. Bovendien: als Triodos Bank vanaf volgend jaar in Nederland naast de huidige spaar- en beleggingsproducten ook reguliere bankdiensten als hypotheken, betaalrekeningen en pinpassen zal introduceren, verwacht Blom dat ten minste de helft van de huidige 55 duizend spaarklanten hun dagelijkse bank zullen verlaten. Een veel grotere valkuil voor de toekomst, meent Blom, is de gedachte dat het voldoende is als steeds meer mensen hun geld bij een duurzame bank onderbrengen. ‘Dat is te simpel’, vindt hij. Nadat we in de jaren negentig hadden geconcludeerd dat de politiek niet de antwoorden biedt om een duurzame wereld te bereiken, ontdekken we – volgens Blom – nu dat ook bedrijven die antwoorden niet bieden. ‘De meeste bedrijven worden in hun streven naar duurzaamheid geremd door de eenzijdige doelstelling winst te maken voor aandeelhouders. De aandacht voor winst zal helaas altijd krachtiger zijn, want daarvoor zijn bedrijven nu eenmaal in het leven geroepen.’ Maar Blom weet ook waar de wérkelijke verandering plaatsheeft: bij individuen, bij mensen als u en ik. En daar gaan we weer. Hier is opnieuw die manier van denken die de historie van Triodos Bank kleurt en die de bank zo’n nieuw gezicht gaf na de kernramp in Tsjernobyl. Hier gaan we. Triodos Bank ziet een nieuwe rol voor zichzelf weggelegd: de bank wil een platform worden voor mensen die een verschil willen maken in de wereld, door hun koopgedrag of door hun dagelijkse omgang met anderen. De bank wil een context bieden aan mensen die aan positieve verandering willen werken. De website moet een portal worden waarop prachtige verhalen staan van uiteenlopende mensen en bedrijven die een verschil maken: een tuinbouwer die vertelt hoe hij de moed heeft verzameld om over te schakelen op biologische teelt, een huismoeder in Zambia die vertelt hoe zij de kleine lening heeft gebruikt om een extra koe aan te schaffen, waardoor ze met de opbrengst van de melk haar kinderen weer naar school kan sturen. Zo’n radicale toekomstvisie lijkt de vrees van Saunders en zelfs de meest kritische aandeelhouder te logenstraffen: wil Triodos Bank soms géén bank meer zijn? Blom: ‘We willen niet langer een icoon, een aflaat, zijn voor mensen die hun spaargeld op de rekening van een duurzame bank hebben staan, en verder geen conclusies trekken voor hun persoonlijke bijdrage in hun leven. Ik zou het de normale gang van zaken vinden als mensen niet langer een scheiding aanbrengen tussen hun werk en hun leven, of tussen de manier waarop zij denken en hoe ze boodschappen doen of hoe ze hun kinderen opvoeden. Dát zal de volgende grote verandering zijn in de tijdgeest: streven naar werkelijke levenskwaliteit en authenticiteit.’ Wie volgt?



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: