|
|
Zen en de kunst van ontwikkeling
Bhutan heeft een ambitieus plan: het bevorderen van geluk. Ode bracht een bezoek aan dit kleine, boeddhistische land, dat alles wat wij weten over economische ontwikkeling misschien wel helemaal op zijn kop gaat zetten.
Elk ontwikkelingsland spant zich in om toeristen en handelspartners een gunstig beeld van zichzelf voor te schotelen, als een sterk merk dat echt anders is dan anderen. Weinig landen is dit zo goed gelukt als Bhutan. Dit minuscule brokje van de Himalaya is er zelfs in geslaagd om een ethische norm te creëren die in alle opzichten de weerslag is van de heersende mentaliteit in het land. Stelt u zich een vredig koninkrijk voor, met enkele van de hoogste bergen en meest onbedorven bossen ter wereld, bevolkt door boeddhisten die zachtmoedigheid en goede wil prediken jegens de mensheid en de natuur. Stelt u zich een arm land voor dat ervoor koos zijn eigen, unieke weg naar modernisering in te slaan, zodat het niet afhankelijk is van ontwikkelingshulp en toerisme. Enkele van de zeldzaamste dieren op deze wereld houden zich op in Bhutan, waaronder het sneeuwluipaard, de Bengaalse tijger, de gemsbuffel en de gouden slankaap. Bhutan herbergt 616 verschillende vogelsoorten. In de lente, zomer en herfst vormen de dalen één grote kleurenpracht: overal zie je felrode, roze, witte en blauwe papavers bloeien. Zware industrie heeft niet het landschap verziekt of de lucht en het water bevuild, zoals in de buurlanden Nepal, Bangladesh, India en China. Er is wel degelijk industrie, maar dan de soort nijverheid die vooral harmoniëert met de omgeving en de lokale gemeenschap. In tegenstelling tot wat veel ontwikkelingslanden gebeurt, heeft de koning van het land, Jigme Singye Wangchuk, de politieke en economische toekomst van zijn land níet uitgeleverd aan de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Wereldbank of het Internationale Monetaire Fonds (IMF), in ruil voor harde valuta en boterzachte toezeggingen van hulp. Daarentegen heeft Bhutan een kleine coalitie bijeengesprokkeld van bilaterale partners als India, Thailand, Japan, Canada, Zwitserland, Zweden en Denemarken, die alle hebben beloofd te zullen optreden als investeerder en schenker van talent, bruggen, telecomapparatuur, plannen voor wegenbouw en waterkrachttechnologie. Tegenwoordig is het overgrote deel van Bhutans harde valuta afkomstig uit ecotoerisme en elektriciteit van waterkrachtturbines. De nationale economie is één van de snelst groeiende in Azië. En de politieke infrastructuur is vreedzaam bezig met de overgang van een monarchie naar een soort democratie op Aziatische wijze – en dit op verzoek van de koning. Koning Wangchuk heeft dertig jaar geleden voor zijn land een nieuw en verrassend ontwikkelingsmodel ontworpen. Het succes ervan – zo verordonneerde hij al in een vroeg stadium – moest deels worden afgelezen van de mate waarin het de Bhutanese bevolking gelukkig maakt. Gelukkig? Ja, gelukkig. In Bhutan is geluk de meetlat om alle aspecten van de modernisering langs te kunnen leggen. De koning vindt het bruto nationaal geluk belangrijker dan de overal toegepaste norm voor economische voorspoed, het bruto nationaal product. Ik ging naar Bhutan om te zien hoe deze hoogdravende gedachten in werkelijkheid uitpakken. Toen ik er middelbare scholieren naar vroeg in de armere landbouwgebieden, waar je zou denken dat alles draait om geld en een vaste baan, gingen mijn oren tuiten. Misschien had ik kunnen weten dat er veel enthousiasme voor de filosofie van het bruto nationaal geluk bestaat in een land waar de koning zo op handen wordt gedragen. Toch kreeg ik geen voorgebakken lesje te horen. In de meeste gevallen verliet de leraar zelfs het klaslokaal, zodat de leerlingen vrijuit konden spreken – althans, voor zover je dat kan verwachten van een scholier die praat met een volslagen vreemde. Een jongen van 16 jaar in Bumthang, die als zovele Bhutanezen de naam Karma draagt, zei dat hij geen tiener op het platteland kende die zich niet gesteund voelde door de inspanningen van de regering om het land evenwichtig en met verstand te ontwikkelen, wat het uitgangspunt vormt van het beleid. Overal in Bhutan, maar vooral in kleine steden als Bumthang – omgeven door indrukwekkende besneeuwde bergtoppen, lieflijke watervallen en groene dalen waar de kreet van de havik en soms het gekrijs van de apen weerklinkt – kan een buitenstaander gemakkelijk vergeten dat in het agrarische binnenland de armoede heel schrijnend is, net als op veel andere plaatsen in de wereld. Toch was ik getroffen door de mate waarin jongeren hier belang hechten aan het bruto nationaal geluk. ‘De meesten van ons vinden het goed voor onze toekomst,’ zei Karma, ‘omdat het idee klopt met onze religie en onze cultuur. Het geeft ons iets om goed in de gaten te houden bij de opbouw van onze steden en industrie.’ Zijn klasgenoten keken toe zonder enig spoor van gêne of ongeloof bij wat hij had gezegd. Stuart Campbell is de Amerikaanse bedrijfsleider van Hotel Uma bij de bronnen van Paro, dat nog geen jaar geleden zijn deuren heeft geopend. Hij vertelde me dat ondernemers in Bhutan, die doorgaans zelf Bhutanees zijn, het bruto nationaal geluk met gematigd optimisme beschouwen – al was het maar omdat de zakenwereld merkt dat een gevoel van stabiliteit ontstaat. ‘De regering zet de zakenlui niet onder druk om het bruto nationaal geluk te accepteren’, zei Campbell op een avond tijdens een diner. ‘Maar ik kan je verzekeren dat elke eigenaar van een bedrijf in Bhutan die een beetje slim is, het concept zal blijven omarmen en steunen, omdat het tot nu toe in ieder geval goed is geweest voor de verdiensten.’ Het lijkt niemand iets uit te maken dat nog niemand een manier heeft weten te verzinnen om geluk te meten. Juist omdat je geluk niet kunt pakken en omdat louter het najagen van geluk vaak zijn eigen vorm van geluk oplevert, heeft de koning het concept en de doelstellingen van het bruto nationaal geluk geformuleerd. De heersende gedachte in Bhutan is: een verandering moet niet alleen leiden tot een hogere levensstandaard, maar ook tot meer geluk, want wat heeft het anders voor zin? De meeste regeringen denken graag – althans, in theorie – dat hun beleid erop is gericht om het geluk van de massa te maximaliseren. Slechts enkele slagen daarin. De koning en de regering van Bhutan willen een uitzondering op die regel vormen. En wie weet lukt het ze ook nog. Daarvoor zijn drie redenen te bedenken: * Eén: de vier ‘zuilen’ van het bruto nationaal geluk – behoud van het milieu, sociaal-economische ontwikkeling, cultuur en fatsoenlijk bestuur – zijn onlangs vereeuwigd in de grondwet van het land, als leidraad voor het contract dat de regering met de bevolking heeft gesloten. * Twee: de Bhutanezen hebben niet alleen recht op geluk, maar ook het recht om hun regering te beoordelen in hoeverre deze ontwikkeling en modernisering laat harmoniëren met het bruto nationaal geluk. Bhutanezen kunnen een klacht indienen tegen de regering – zoals ze dat nu ook kunnen tegen de koning – als ze vinden dat aan hun geluk afbreuk wordt gedaan. * Drie: Bhutanezen afkomstig uit een breed spectrum van sociaal-economische klassen en maatschappelijke statuur hebben het bruto nationaal geluk als waardevol ingeschat. Alle Bhutanezen die ik op reis ben tegengekomen – en ik heb schoolmeesters ontmoet, leerlingen, boeren, bankiers, plattelandsdokters, ambtenaren, internetondernemers, zelfs cynische intellectuelen en journalisten – hebben het idee opgepakt dat het bruto nationaal geluk geen fopspeen is, maar een plan voor duurzame ontwikkeling. Ze beschouwen het concept als een kenmerkend aspect van hun cultuur en een logisch uitvloeisel van hun boeddhistische traditie. En iedereen die ik sprak, dacht blijkbaar dat het bruto nationaal geluk steeds belangrijker zou worden – niet alleen voor henzelf op korte termijn, maar voor de langdurige inspanningen van hun land om een zelfvoorzienende natie te worden. Natuurlijk is er ook skepsis. Er zijn genoeg mensen die vinden dat de Bhutanese ontwikkeling helemaal geen hoofdprijs verdient. The Economist heeft eerder dit jaar het bruto nationaal geluk uitgelegd als een goedkoop foefje. De Kathmandu Post, een Engelstalige krant in Nepal, schreeft dat de ‘zogenaamde hervormingen’ een poging zijn om het beeld te scheppen van politiek pluralisme zonder autonome sociale en economische macht voor anderen in Bhutan. ‘De aanhangers van het regime praten voortdurend over grote successen,’ schreef de krant, ‘maar ze weigeren de schendingen van mensenrechten te bespreken, de gemuilkorfde pers, het gecentraliseerde bestuur in handen van een elite en de slechte omstandigheden van de bannelingen van wie de terugkeer wordt verhinderd.’ Maar als de koning en zijn heersende elite werkelijk snode plannen koesteren, dan hebben ze wel een heleboel slimme en wereldwijze lieden weten te ringeloren. Het is best mogelijk dat de brave burgers van Bhutan voor de gek worden gehouden door regeringslieden die zich louter bekommeren om hun eigen geluk. Ze zullen het spoedig weten, net als de rest van de wereld die aandacht begint te krijgen voor het Bhutanese experiment met geluk. Over enkele maanden verschuift de eindverantwoordelijkheid voor het bestuur van Bhutan officieel van het samenwerkingsverband dat de afgelopen zes jaar heeft bestaan tussen koning en regering, in zijn geheel naar de regering. Het lot van het bruto nationaal geluk is dan verbonden met het lot van het Bhutanese volk – allebei geleid door een gekozen regering die tot op heden, als we eerlijk zijn, nog nooit echt heeft hoeven regeren. Om het aardig te zeggen heeft de regering haar werk al klaarliggen. Zoals één bestuursambtenaar die de bilaterale betrekkingen van Bhutan beheert, tegen me zei: ‘We zijn een klein ontwikkelingsland dat erg afhankelijk is van zijn buren en van donorlanden. Het zou heel gemakkelijk zijn om je door anderen te laten vertellen hoe jouw modernisering moet verlopen. Wellicht is onze zwaarste opgave ervoor te zorgen dat de buren in de regio en de bilaterale partners over de hele wereld onze wens respecteren om de natie en onze economie te ontwikkelen volgens de beginselen van het bruto nationaal geluk.’ Om te begrijpen hoe diep het bruto nationaal geluk de afgelopen jaren al is geworteld, moet u bedenken dat het begrip tegenwoordig in geen toespraak van een regeringsvertegenwoordiger ontbreekt. Een serie academische colleges over het onderwerp is uitgegroeid tot een jaarlijkse nationale conferentie over de theorie en verwezenlijking van het bruto nationaal geluk. De eerste conferentie was vorig jaar zo’n succes, dat de tweede aflevering, afgelopen juni, werd verplaatst naar Halifax op Nova Scotia in Canada, in een poging om het toegankelijker te maken voor de waarnemers vanuit de hele wereld. Ongeveer vierhonderd academici en beleidsmakers uit 35 landen kwamen er op af. Intussen denkt de organisatie van het Wereld Economisch Forum in Davos, Zwitserland, na of een paneldiscussie over het bruto nationaal geluk moet worden ingelast. En verslaggevers die geregeld de ontwikkelingslanden van Azië behandelen, beweren dat Bhutan één van de lichtpuntjes in hun dagelijkse routine is. Als in Bhutan bewezen kan worden dat zelfs de armste landen kans maken op een gezonde economie, een levendige democratie, sociale gelijkheid, duurzame ontwikkeling, milieubehoud en onafhankelijkheid van externe energiebronnen, dan gaat dit piepkleine, boeddhistische land honderd jaar oude economische en politieke theorieën helemaal op hun kop zetten. Het zou zelfs andere landen kunnen inspireren om zich te wagen aan deze vorm van zen-economische ontwikkeling. Bhutan is nog steeds in alle opzichten een ontwikkelingsland. De cijfers spreken boekdelen. Bijna negentig procent van de bevolking is voor zijn voedsel en inkomen afhankelijk van de familieboerderij. Meer dan eenderde van de nationale begroting wordt in Bhutan aangevuld met ontwikkelingshulp. Het land heeft een buitenlandse schuld van bijna 500 miljoen euro. Bijna tweederde van Bhutan moet het nog zonder elektriciteit stellen en een kwart van de inwoners leeft zonder veilig drinkwater. Er is de afgelopen twintig jaar niet veel veranderd in de voornaamste oorzaken van ziekte en overlijden. De meeste huishoudens hebben nog een houtfornuis in de keuken, met een slechte rookafvoer, waardoor veel Bhutanezen chronische en acute longklachten hebben. En nog altijd lijden ze aan malaria, diarree, dysentrie, wormen en infecties. Bovendien heeft de gezondheidszorg haar handen vol aan een golf aan nieuwe ziekten die het moderne bestaan met zich meebrengt, zoals hoge bloeddruk, suikerziekte en depressies. U zou de indruk kunnen krijgen dat het bruto nationaal geluk een rookgordijn vormt voor grotere problemen in Bhutan – zelfs wanneer dat niet met opzet gebeurt. Zo zal bijvoorbeeld niemand in de regering toegeven dat het land nog een lange weg te gaan heeft voor het kan stellen dat sprake is van algemeen welzijn, ook al groeit de economie nóg zo hard en is de levensstandaard enorm verbeterd. Maar de Bhutanezen met wie ik sprak waren niet zo naïef te denken dat er vanaf vandaag niets meer mis kan gaan. Premier Lyonpo Yeshey Zimba zei het gevoel te hebben dat het gevaar van een terugslag voor het bruto nationaal geluk klein is en klein zal blijven, zolang de regering zelf het voornaamste doel niet vergeet: telkens een stap vooruit, maar wel met de ogen open. ‘Om te kunnen overleven, moeten we wel moderniseren’, vertelde hij me. ‘Maar we moeten het doen met wijsheid en een scheutje nederigheid.’ Er zijn allerlei obstakels. Zo vormt bijvoorbeeld het ecotoerisme in Bhutan een beletsel bij de aanleg van elektriciteit in de woning van dorpelingen en boeren. In Gangte, een uitgestrekte, prachtige savanne in midden-Bhutan, zijn stroomkabels niet toegestaan uit angst dat ze het vliegpatroon van de legendarische zwarthalskraanvogel zullen verstoren. Lokale dorpsbewoners voelen zich tekortgedaan, omdat de reisorganisaties wel, maar zij niet profiteren van de toeristen. Maar er wordt over gesproken om elektriciteit naar dit soort streken te brengen via alternatieve bronnen, zoals zonne-energie, brandstofcellen en biomassa. Ook wordt de mogelijkheid overwogen om het platteland van stroom te voorzien door kabels in de grond, wanneer de waterkrachtcentrales een beter netwerk hebben opgebouwd. In zijn boek Happiness (Penguin, 2005) herinnert de Engelse econoom Richard Layard ons eraan dat een samenleving een beter leven als doelstelling nodig heeft, zelfs wanneer de exacte koers en de uitwerking ervan twijfelachtig zijn. ‘Een samenleving kan niet bloeien zonder een gevoel van een gedeeld verlangen’, schrijft hij. In Bhutan neemt het gevoel van zo’n gedeeld verlangen steeds meer toe, een verlangen naar het bewijs voor zichzelf en de rest van de wereld dat geluk goed verenigbaar is met economische ontwikkeling. Daar wordt Bhutan niet automatisch een rijker land door – hoewel dat waarschijnlijk wel het geval is – maar de wereld wordt er zeker door aan het denken gezet. Zoals koning Wangchuk vorig jaar stelde op de conferentie: ‘Ik geloof dat de gedachte achter het bruto nationaal geluk een positieve betekenis kan hebben voor elk land, elk volk en elke gemeenschap. Ik geloof ook dat er een zekere overeenstemming dient te bestaan tussen landen onderling over wat het einddoel van ontwikkeling en vooruitgang zou moeten zijn. Er kan in de wereld geen blijvende vrede, welvaart, gelijkheid en broederschap bestaan als ons streven zo gescheiden en uiteenlopend is – als we niet uiteindelijk aanvaarden dat we mensen zijn, allemaal hetzelfde, en dat we samen de aarde delen.’ Bhutan verkeert in de best mogelijke positie om deze filosofie aan de werkelijkheid te toetsen. Ik hoop dat de cynici in het ongelijk worden gesteld, en dat dit concept deel blijft van de oplossing in Bhutan en niet deel wordt van de problemen. De lakmoesproef dient zich nu aan. De wereld kijkt toe. Als het bruto nationaal geluk op langere duur weinig méér blijkt in te houden dan loze woorden, dan betekent dat een verlies, voor de Bhutanezen en voor iedereen. Stephan Herrera is een Amerikaanse journalist die schrijft over politiek, economie en technologie. Hij is nieuwsredacteur van Nature en levert bijdragen aan The Economist. Dit artikel schreef hij op verzoek van Ode.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.