|
|
Engel des doods
Waarom ik nooit zal uitstellen wat ik nu kan doen en kan beleven
Een journalist van Mail on Sunday arriveert in mijn hotel in Londen met de eenvoudige vraag: Hoe zou mijn begrafenis zijn, als ik vandaag zou sterven? De gedachte aan de dood vergezelt me al vanaf 1986, toen ik de Camino de Santiago liep. Het besef dat alles op een dag kan ophouden, bezorgde mij tot dan toe een vreselijke angst – maar tijdens een etappe van die tocht naar Santiago heb ik een oefening gedaan die me de sensatie gaf levend begraven te zijn. Dat gevoel was zo intens dat het me mijn angst volledig deed verliezen. Sindsdien zie ik de dood als een fijne vriend die steeds aan mijn zijde is en zegt: ‘Ooit maak ik me meester van jou, maar wanneer, dat weet je niet – daarom: lééf en ga verder met leven, zo intens als je maar kan.’ Iets wat ik vandaag kan doen en beleven, zal ik dus nooit tot morgen uitstellen. Dat houdt in dat ik plezier maak, de verplichtingen ten aanzien van mijn werk nakom, excuses maak wanneer ik voel dat ik iemand heb gekwetst, en het moment van nu bezie alsof het mijn laatste is. Ik kan me nog goed de keren herinneren dat ik de geur van de dood rook. Zoals die ene dag in 1974 bij het Aterro do Flamengo (een park bij een strand van Rio de Janeiro). Mijn taxi werd klemgereden door een andere auto. Paramilitairen met het wapen in de hand sprongen eruit en trokken een kap over mijn hoofd. Mij zou niets overkomen, verzekerden ze mij, maar ik was ervan overtuigd dat ik het volgende slachtoffer van het militaire regime zou zijn. En dan was er nog die keer dat ik in augustus 1989 verdwaalde tijdens een klimtocht in de Pyreneeën. Ik zag de kale, sneeuwloze toppen, en voelde dat me de kracht ontbrak om terug te gaan. Ik realiseerde me dat ze pas de volgende zomer mijn lichaam zouden vinden. Pas na uren dwalen vond ik een pad dat me naar een slaperig dorpje bracht. De journalist dringt aan: Hoe zou mijn begrafenis zijn? Volgens mijn testament zal er geen begrafenis zijn; ik wil gecremeerd worden en mijn vrouw zal mijn as uitstrooien op een plek in Spanje, die El Cebrero wordt genoemd en waar ik mijn zwaard heb gevonden. Dat zwaard, dat ik op de Camino de Santiago vond, zal in zee worden geworpen, waarmee het terugkeert naar de plek waar het vandaan komt. ‘En een grafschrift dan?’ probeert de journalist nog eens. Maar als ik ben gecremeerd, ís er geen grafsteen met inscriptie; de as wordt immers meegenomen door de wind. Als ik een tekst zou moeten kiezen, wordt het: Levend is hij gestorven. Het lijkt misschien absurd, maar ik ken tal van mensen die al zijn opgehouden met leven, ook al gaan ze door met werken en eten en hebben ze hun gewone sociale bezigheden. Ze doen alles op de automa¬tische piloot, zonder ook maar een moment stil te staan bij het wonder dat het leven is, zonder te beseffen dat de volgende minuut hun laatste op deze planeet kan zijn. Ik weet dat niemand graag over dit thema nadenkt, maar ik zie het als mijn plicht u te stimuleren na te denken over de belangrijke dingen van het leven. Van al die dingen is de dood misschien wel het belangrijkste: onze weg voert naar hem toe, maar we weten niet wanneer hij zich meester van ons zal maken. Daarom hebben we de plicht om goed om ons heen te kijken, dankbaar te zijn voor iedere minuut, maar ook dankbaar, omdat de dood ons laat nadenken over het belang van iedere beslissing die u neemt. En om vanuit die instelling op te houden te doen dat ons voort laat gaan als ‘dode levenden’, en alles op alles te zetten, alles te riskeren, om datgene te verwezenlijken waarvan we altijd hebben gedroomd. Want, of we willen of niet, ons wacht de engel des doods.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.