De paden opWaarom de oplossing voor ADHD en eigenlijk alles in de natuur ligt Kent u dat? U heeft een rotdag, alles gaat mis en u wordt steeds chagrijniger. Uiteindelijk gaat u van pure ellende maar de deur uit, u loopt naar het park en… u voelt zich rustiger, misschien zelfs een beetje gelukkig. Veel mensen geloven dat een beetje natuur hun stemming al opknapt en dat hun creativiteit wordt gestimuleerd. Dat geloof wordt inmiddels bevestigd door wetenschappelijk onderzoek. In de Engelse krant The Independent (29 augustus 2005) wordt een studie beschreven waaruit bleek dat mensen die in sociale woningbouw in Chicago tussen het groen wonen, minder bang zijn voor misdaad, minder vaak het slachtoffer worden van huiselijk geweld, vriendelijker en gelukkiger zijn dan mensen in sociale woningbouw met weinig groen in de buurt. Een ander onderzoek wijst uit dat patiënten in ziekenhuizen bij een raam met uitzicht op natuur minder medicijnen nodig hebben en korter in het ziekenhuis hoeven te blijven dan andere patiënten. Volgens de ‘ecopsychologie’, bericht The Independent, zou de liefde voor de natuur essentieel kunnen zijn voor onze gezondheid en ons welzijn. ‘Deze nieuwe tak van de psychologie gaat uit van het idee dat onze aangeboren behoefte aan contact met de natuur het resultaat is van miljoenen jaren van evolutie.’ Binnenkort wordt voor een goede gezondheid niet alleen geadviseerd om verse groenten te eten en dagelijks lichaamsbeweging te nemen, maar ook om naar buiten te gaan, je tussen de bomen en de bloemen te begeven. Volgens onderzoekers van de universiteit van Essex in England ‘wijst alles erop dat de natuur bevorderlijk is voor herstel van stress of problemen en bovendien een “immuniserende” werking heeft, waardoor we beschermd worden tegen toekomstige stress en we ons beter kunnen concentreren en helderder kunnen nadenken’. Zij menen dat lichaamsbeweging in de natuur – het hoeft niet inspannend te zijn: tuinieren, vissen of gewoon wandelen is ook goed – meer oplevert dan bezoek aan de fitnessclub, onder andere ‘een groter gevoel van eigenwaarde en minder depressieve gevoelens’. Deze uitkomsten voeden de groeiende zorg om kinderen in geïndustrialiseerde landen, die om allerlei redenen veel minder buiten komen dan vroeger gewoon was. Terwijl kinderen nog maar twintig of dertig jaar geleden na schooltijd rondzwierven op de landjes in de buurt, spelen ze nu met hun Gameboy, worden ze door hun ouders met de auto naar een toneelclub of sporttraining gebracht en moeten ze thuis hun huiswerk doen. Ook op school is er minder gelegenheid om naar buiten te gaan en op het schoolplein te spelen. Meer dan tien Amerikaanse staten hebben kortere pauzes verplicht gesteld of de pauze helemaal afgeschaft in een poging de leerprestaties te verhogen. Het effect van al die goede bedoelingen is misschien wel dat kinderen nauwelijks nog de kans krijgen om de wereld om hen heen te ontdekken, om het wonder van de natuur en het universum te zien. Dat kan voor veel kinderen een gemiste kans zijn om hun fantasie te ontwikkelen. En voor sommigen is het misschien wel de aanzet tot problemen op school of zelfs in hun later leven. ‘Onze hersenen zijn ingericht voor het agrarische, op de natuur georiënteerde bestaan dat vijfduizend jaar geleden ontstond’, legt psychotherapeut Michael Gurian uit, auteur van een aantal bestsellers over opvoeding. ‘In neurologisch opzicht is de mens nog niet aangepast aan de overdaad aan prikkels in de moderne omgeving. De hersenen zijn sterk en flexibel, dus zeventig tot tachtig procent van de kinderen redt het wel, maar de rest niet. Het zou kunnen helpen als die kinderen de stad uit zouden kunnen.’ Richard Louv, die eveneens meerdere boeken over opvoeding heeft geschreven, heeft een term bedacht voor de situatie waarin deze kinderen zich bevinden: natuurtekortstoornis – een term waarbij de associatie met aandachtstekortstoornis (ADD of ADHD) opzettelijk is, want Louv is van mening dat de vele kinderen met ADHD precies degenen zijn die het meeste te lijden hebben van gebrek aan contact met de natuur. Louv stelt in zijn nieuwe boek Last Child in the Woods: Saving Our Children from Nature-Deficit Disorder (Algonquin Books, 2005) dat veel kinderen met ADHD misschien meer behoefte hebben aan ongestructureerde tijd buiten in de natuur dan aan Ritalin of andere medicijnen. Voor die stelling verwijst Louv onder meer naar het onderzoek van Nancy Wells, hoogleraar aan het College of Human Ecology van de Cornell-universiteit in de staat New York. Zij constateerde een verbetering in de aandachtsboog en de cognitieve functies wanneer kinderen eenmaal waren verhuisd naar een omgeving met veel groen en natuur in de buurt – ook als andere factoren waren verdisconteerd. ‘Groene ruimtes stimuleren het concentratievermogen, waardoor kinderen helderder gaan denken en beter kunnen omgaan met spanningen’, schrijft Wells. Ook zouden groene ruimtes stimuleren tot creatief spel en de omgang met volwassenen verbeteren. In de natuur nemen de symptomen van ADHD duidelijk af. Het goede nieuws is, zoals Louv meldt, dat de oplossing voor de natuurtekortstoornis vlakbij te vinden is. Het kost weinig moeite om een kind kennis te laten maken met de genoegens en de magie van de natuur. Zelfs de meest verloederde stadswijken zijn nooit ver verwijderd van een park waar de kinderen in bomen kunnen klimmen, in het gras kunnen rollen en de vogels kunnen horen fluiten. Bovendien kan iedereen die bezorgd is om de toekomst van onze kinderen, meedoen aan acties tegen verdere bebouwing en voor behoud van natuur en herstel van stadsparken. De toekomst van de jeugd kan er anders uitzien dan werd gesuggereerd door een opmerking die Louv optekende uit de mond van een zesdeklasser: ‘Ik speel liever binnen, want daar zitten de stopcontacten.’
|
|
Sporten halveert de kans op een depressie
Malaria gehackt
Paaseieren zijn goed voor je hart
Het innovatieplatform moet de natuur in


