|
|
Tientallen woorden voor sneeuw, niet één voor vervuiling
De bevolking van het hoge noorden, boven aan de arctische voedselketen, staat voor een onmogelijke keus: het traditionele voedsel opgeven of met iedere hap de gifstoffen van de rest van de wereld inslikken.
Op een ijsschots waar de Noordelijke IJszee overgaat in de Atlantische Oceaan, in de territoriale wateren van Groenland, zit Mamarut Kristiansen geknield bij het karkas van een narwal, het ongrijpbare zeedier dat ook wel de eenhoorn van de zee wordt genoemd vanwege zijn spiraalvormige ivoren slagtand. Hij snijdt een stuk mattak af, het rauwe, roze spekvet met gespikkeld grijs vel, en neemt er een hap van. "Peqqinnartoq", zegt hij, Groenlands voor gezond eten. Zijn vrouw Tukummeq Peary, een afstammelinge van de poolreiziger Robert Peary, staat naast hem eten te koken. Zij, Maramut en zijn broer Gedion steken hun jachtmes in de ketel om er dampende stukken zeehond uit te halen.
De Kristiansens zijn met de hondenslee uit Qaanaaq, hun dorp in de provincie Thule, hier naartoe gekomen, naar de rand van de wereld. Zes uur duurde de 45 kilometer lange rit over een woeste gletsjer naar dit saffierblauwe fjord, waar ze 's zomers op het gevaarlijke ijs hun kamp opslaan en hun prooi opwachten. De levensstijl van de familie verschilt nauwelijks van die van hun voorouders duizenden jaren geleden. Ze vertrouwen op de giften van de zee en hun door vele generaties verfijnde vaardigheden. Het is geen ouderwetse stijl van leven, het is bittere noodzaak in deze vijandige, uitgestrekte woestenij. Wil je in deze meest noordelijk gelegen maatschappij in leven blijven, dan moet je leven zoals de zeezoogdieren, jagen zoals zij en hun huiden dragen. Fabriekskleren van fleece kunnen niet op tegen de warmte van een parka van zeehondenvel. Met een motorboot kun je niet ongemerkt een walvis benaderen, zoals dat kan in een zelfgemaakte kajak, bijeengehouden met repen huid. En geïmporteerd voedsel kan het lichaam van de mensen niet zo goed voeden en hun geest niet zo goed verwarmen als het vlees dat ze uit de flanken van een walvis of zeerob snijden.
Dankzij hun dieet van zeedieren is de bevolking van de poolcirkel van oudsher de gezondste ter wereld. Het vlees van de beloega bevat bijvoorbeeld tien keer zoveel ijzer als rundvlees, twee keer zoveel eiwitten en vijf keer zoveel vitamine A. Omega-3-vetzuren uit het voedsel uit de zee beschermen de inheemse bevolking tegen hartziekten. De kransslagaderen van een 70-jarige Inuit op Groenland zijn net zo elastisch als die van een 20 jaar oude Deen die westers voedsel eet, volgens Gert Mulvad van de kliniek voor primaire gezondheidszorg in Nuuk, de hoofdstad van Groenland. Sommige ziekenhuizen in het poolgebied hebben zelfs geen medicijnen voor hartziekten, zoals nitroglycerine, op voorraad. Sinds de introductie van westerse voedingsmiddelen doen hartziekten zich nu wel voor, maar ze zijn nog steeds praktisch onbekend, aldus Mulvad.
Maar het zeevoedsel waarvan deze mensen leven en waardoor hun cultuur wordt bepaald, vormt tegelijkertijd een bedreiging. Ook al leven ze tussen maagdelijk ijs en door gletsjers uitgehouwen gesteenten, toch zijn mensen zoals Mamarut, Tukummeq en Gedion gevoeliger voor vervuiling dan anderen. De concentratie kwik bij moeders uit Qanaaq is de hoogste die ooit is geregistreerd, twaalf maal hoger dan de concentratie waarbij volgens de normen van de Amerikaanse overheid de kans op neurologische aandoeningen bij foetussen ontstaat. Uit een ander onderzoek blijkt een licht effect van pcb's op de intelligentie van de kinderen in Qanaaq. De meeste dorpelingen verlaten hun jachtgebied nooit, maar de wereld komt naar hen toe, via de winterse winden.
Het poolgebied is veranderd in de chemische vuilnisbak van de aarde, de eindbestemming van giftig afval dat van duizenden kilometers ver weg komt. Lucht- en oceaanstromingen brengen chemicaliën uit industriegebieden, bestrijdingsmiddelen en de uitstoot van krachtcentrales naar het hoge noorden. Veel vluchtige chemische stoffen verplaatsen zich naar koude streken en slaan daar neer om er tientallen jaren, eeuwen misschien, te blijven bestaan omdat ze bij de lage temperaturen en het weinige zonlicht maar langzaam worden afgebroken. De ijszee is een diepvries-archief, waarin de sporen van de vroegere en huidige vergissingen van de wereld worden bewaard. Ook de dieren daar vormen een soort archief, omdat giftige stoffen zich ophopen in het vetweefsel dat pooldieren nodig hebben om in leven te blijven. IJsberen die in Noorwegen en Rusland dicht bij de Noordpool hun winterslaap houden, hebben grotere hoeveelheden giftige stoffen in zich dan er ooit eerder bij dieren zijn gevonden.
De Inuit, die boven aan de arctische voedselketen staan en ongeveer hetzelfde eten als de ijsbeer, zijn ongewild de gastheer van zo'n tweehonderd toxische pesticiden en chemische verbindingen, inclusief alle zogeheten dirty dozen, de twaalf vervuilers die de meeste schade kunnen aanrichten en verder pcb's en chloorhoudende pesticiden als chlordaan, toxafeen en ddt, dat allang uit de meeste delen van Europa en Noord-Amerika is verbannen. De concentratie van andere verbindingen die nog steeds in gebruik zijn brandvertragers in meubels en computers, insecticiden en de chemische stoffen uit teflon groeit nog steeds.
De eerste aanwijzingen voor alarmerend hoge concentraties gifstoffen in het lichaam van mensen uit het Noordpoolgebied kwamen van de Canadese Inuit. In 1987 deed Eric Dewailly, een epidemioloog van de Laval Universiteit in Quebec, een onderzoek naar verontreinigingen in de moedermelk bij de zwaar geindustrialiseerde en vervuilde St. Lawrencebaai. Daar sprak hij een vroedvrouw uit Nunavik, het Inuit-gebied in het polaire gedeelte van de provincie Quebec. (Aan de andere kant van de Hudsonbaai hebben de Inuit ook een eigen territorium met zelfbestuur, Nunavut, of ons land) Ze vroeg of hij melkmonsters van de vrouwen uit Nunavik wilde. Dewailly stemde met enige tegenzin toe, in de veronderstelling dat ze van dienst konden zijn als monsters met een niet-aantoonbare vervuilingsconcentratie.
Een paar maanden later kwamen de reageerbuisjes met melk van elk van de 24 Nunavik-vrouwen. Dewailly kreeg kort daarop een telefoontje van het hoofd van zijn laboratorium. Er was iets mis met de polaire melk. De chemische concentraties overstegen de grafieken. De pieken waren te hoog voor de laboratoriumapparatuur, het papier was te klein. De technicus dacht dat de monsters bij het vervoer waren vervuild. Maar toen de wetenschappers nog meer moedermelk onderzochten, beseften ze dat de uitslagen wel degelijk klopten. Het gehalte aan pcb's in de moedermelk uit de poolgebieden was zeven keer hoger dan dat van moedermelk uit de grootste steden van Canada. Toen Dewailly de uitkomsten aan een deskundige van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voorlegde, verklaarde deze dat het de hoogste concentraties waren die hij ooit had gezien. Die vrouwen zouden hun kinderen eigenlijk geen borstvoeding mogen geven, vond hij.
"Moedermelk zou een gave moeten zijn", zegt Dewailly, "geen gif." Maar hij wist dat moeders in een zo afgelegen gebied als Nunavik vaak niets anders hebben om hun baby's te geven. Sinds Dewailly die eerste monsters moedermelk testte, zijn er bijna achttien jaar verstreken. Uit latere data blijkt dat mensen, en vooral baby's, uit het poolgebied worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge concentraties vervuilende stoffen. Het gemiddelde pcb- en kwikgehalte in het navelstrengbloed van pasgeboren baby's is ongelooflijk: twintig tot vijftig maal hoger in Groenland dan in verstedelijkte gebieden in de Europa en de Verenigde Staten, volgens een rapport uit 2002 van het Arctic Monitoring and Assessment Programme, een project dat in het leven is geroepen door acht overheden, waaronder die van de Verenigde Staten. Vijfennegentig procent van de geteste vrouwen van Baffin Island, boven de poolcirkel in Canada, en bijna zestig procent in Nunavik komen boven het zorgwekkende niveau voor pcb's in Canada uit. In Siberië zijn nog niet zoveel metingen gedaan, maar volgens hetzelfde project zijn de concentraties vervuilende stoffen daar ook erg hoog.
Veel van de verbindingen die bij bewoners van de poolstreken zijn gevonden, kunnen niet alleen kanker verwekken, maar kunnen ook geslachtshormonen en het voortplantingsstelsel beinvloeden, het immuunsysteem onderdrukken en de hersenontwikkeling remmen. Baby's zijn het kwetsbaarst en lopen onmerkbaar schade op, doordat ze er zowel in de baarmoeder als via de moedermelk aan worden blootgesteld, want gifstoffen als pcb's en ddt hopen zich op in vette voedingstoffen. Baby's uit de poolstreken met een hoog pcb- en ddt-gehalte hebben meer last van infectieziekten. Uit een onderzoek onder kinderen in Nunavik bleek dat ze vaker infecties hebben aan de oren en de ademhalingsorganen. Bij een kwart van hen waren die zo ernstig dat hun gehoor was aangetast. "Nunavik heeft veel zieke baby's", vertelt Dewailly. "De wachtkamers van de ziekenhuizen zitten er vol mee."
Uit een onderzoek uit 2003 bleek dat baby's uit Nunavik vergeleken met baby's uit de zuidelijker delen van Quebec veel meer pcb's, kwik en lood binnenkregen, wat resulteerde in een lager geboortegewicht, een slechter geheugen en moeite met het verwerken van nieuwe informatie.
Uitzonderlijk hoge gehaltes aan vervuilende stoffen zijn niet beperkt tot het poolgebied. Overal ter wereld staan vooral mensen uit visetende culturen aan dezelfde risico's bloot. In de Verenigde Staten wordt een op de zes baby's ,bijna 700 duizend per jaar, geboren uit een moeder die meer kwik in haar lichaam heeft dan veilig wordt geacht volgens de normen van de overheid. Alleen kunnen Amerikanen en Europeanen hun voedsel zo kiezen dat ze minder binnen krijgen, door vis te vermijden die hoog in de voedselketen staat of uit sterk vervuilde wateren komt, zoals zwaardvis. De 650 duizend oorspronkelijke bewoners van het gebied rond de Noordpool, verspreid over drie continenten, de Inuit van Groenland en Canada, de Aleuten, Yupik en Inupiat van Alaska, de Chukchi en andere stammen van Siberië, de Saami van Scandinavië en West-Rusland, hebben geen keus. Al deze mensen, met al hun verschillende talen, staan voor hetzelfde dilemma: hun traditionele voedsel eten met gevaar voor hun gezondheid of hun traditionele voedsel en daarmee hun cultuur opgeven.
"Ons voedsel is meer dan brandstof voor ons lichaam", zei Ingmar Egede, de beroemde, onlangs overleden strijder voor de rechten van de Inuit. "Ook al verandert er veel in ons leven, ons voedsel blijft hetzelfde. Daardoor voelen we ons al generaties lang hetzelfde. Inuit-eten zorgt ervoor dat ik weet wie ik ben."
Marla Coneâ??s boek Silent Snow: The Slow Poisoning of the Arctic (Grove Press, 2005) is verkrijgbaar via de betere boekhandel of via internet.
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Mother Jones (januari/februari 2005), een onafhankelijk Amerikaans tijdschrift dat uitblinkt in onderzoeksjournalistiek naar politieke en sociale misstanden. Meer informatie: Mother Jones, 222 Sutter Street, Suite 600, San Francisco, CA 94108, USA, www.motherjones.com.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.