Email   Print
Share  

Fantastisch voetbal

Vier verhalen over intolerantie

Paulo Coelho | 81 november 2005 issue

De twee goden
Er zijn twee goden.
De god over wie onze leraren ons hebben onderwezen, en de God die ons onderwijst.
De god over wie de mensen steeds met elkaar praten, en de God die met ons praat.
De god die we hebben geleerd te vrezen, en de God die tegen ons spreekt over barmhartigheid.
De god die in de hoogte is, en de God die hier bij ons op aarde is.
De god die boete van ons vraagt, en de God die ons onze zonden vergeeft.
De god die dreigt met hellestraffen, en de God die ons de weg laat zien.
Er zijn twee goden.
Een god die ons verdrijft vanwege onze zonden, en een God die ons roept met Zijn liefde.

Wie wil er naar de hemel?
Een pastoor die de duivel zag in de leuke dingen van het leven, ging naar het dorpscafé en vroeg de aanwezigen die middag naar de kerk te komen. Iedereen kwam. De pastoor richtte zich tot de volle kerk: ‘Jullie moeten ophouden met zoveel te drinken! Wie van jullie naar de hemel wil, steekt zijn rechterhand op!’
De hele kerk stak zijn hand op, alleen Manoel niet, een eerbiedwaardig man, die altijd zijn plichten vervulde. Verbaasd vroeg de pastoor: ‘Maar, Manoel, wil jij niet naar de hemel als je doodgaat?’
‘Natuurlijk wel. Maar ik heb nog maar nauwelijks genoten van het leven dat God me heeft gegeven en nu wilt u me al naar de hemel hebben!’

Geen geloof
Er wordt een voetbalwedstrijd georganiseerd tussen de katholieken en de protestanten van de hele wereld. De supporters komen aangereisd, gewapend met bijbel, spandoeken en hun respectievelijke geloofsovertuigingen. Jezus besluit de derby bij te wonen.
De wedstrijd begint. Tegen het eind van de eerste helft pikt een katholieke speler de bal op in het strafschopgebied en scoort. De supporters uitzinnig, Jezus komt van zijn zitplaats overeind en juicht. De tweede helft is nauwelijks begonnen of de protestanten maken gelijk. De andere supporters joelen en schreeuwen enthousiast en danken de hemel. Jezus komt weer overeind en juicht, want al zijn kinderen zijn nu blij.
‘Hoe kom je er bij om te juichen bij beide goals?’ vraagt een supporter.
‘Nou,’ antwoordt Jezus, ‘het is fantastisch voetbal, dat is genieten.’
‘Ja, ja, maar respect voor geloof heb je klaarblijkelijk niet,’ concludeert de supporter.

Brandstof
‘Meester, wat is geloof?’
De meester vroeg zijn leerling een vuurtje te maken. De twee gingen zitten en keken naar het vuur.
‘Wat je ziet, is het geloof,’ zei de meester, ‘het hout waardoor het vuur brandt. De brandstof die de vlam van God in onze harten brandend houdt.’
‘Maar het hout heeft wel een vonk nodig om te kunnen veranderen in licht.’
‘Er zijn allerhande vonken, de meest voorkomende noemen ze de Wil. Je hoeft alleen maar te willen geloven en er is al een vonk.’
‘Ook als je je leven lang niet hebt geloofd?’
‘Geloven doen we altijd, ook al herkennen of erkennen we dat niet, en daardoor is het zo gemakkelijk om de vonk te laten ontstaan. En bovendien, hoe langer we leven, hoe dichter we bij God zijn: oud hout vat altijd sneller vlam en brandt veel makkelijker.’



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit

Van onze adverteerders: